EEN GROOT VRIEND
Mgr. Paul Schruers, Bisschop emeritus van Hasselt
Op 25 augustus jl. is in Hasselt na maanden leed Mgr. Paul Schruers overleden, die door een intense vriendschap was gehecht aan onze Stichter, don Emilio.
Onder de talrijke herinneringen die naar boven komen, schiet het me weer te binnen het enthousiasme waarmee kardinaal François-Xavier Nguyen Van Thuan - die ik benaderd had na een conferentie - over zijn "groot vriend Paul" sprak, met wie hij gewoon was de vakanties door te brengen. Hij zag hem graag, en men merkte dat. Mgr. Paul Schruers was eigenlijk een man van trouwe en grote vriendschappen. Voor hem de relaties telden. Zeer stipt bij het antwoorden, wijdde hij hele namiddagen aan de briefwisseling, zelfs in de laatste jaren, toen hij na een hersenbloeding weer had moeten leren lezen en schrijven. Deze gewoonte toont een karaktertrek van hem: voor hem wie hem benaderde, verdiende heel zijn aandacht, omdat in elke ontmoeting Christus aanwezig was. Meermals had hij verklaard dat het christelijk leven zich "op een vierkante meter" afspeelde, die waarin hij zich bevond met zijn gesprekspartner, voor wie hij helemaal er wou zijn, in het nu. En hij wijdde ook een tijd aan ontmoetingen met vrienden, die hij ook onverwacht bij hen thuis bezocht. Typisch was zijn manier om het gesprek aan te vangen: "Wat is je vreugde, vandaag?". Maar zijn vrienden waren niet alleen die van Limburg of van België, noch die in Rome, of in Brazilië of door Afrika verspreid, met wie hij vaak belde, los van zijn frequente briefwisseling. Niet zeldzaam kon men hem horen spreken over zijn nachtelijke afspraken met Bach, Bonhoeffer, Sint Franciscus.
Liefde voor de concrete mens
Zijn vriendschappen bewust beleven en zich ervoor in te zetten was voor Mgr. Schruers de eerste van zijn pastorale opties en als dusdanig legde hij haar telkens weer aan zijn medewerkers voor. Het ging om de koinonía te beleven, het gemeenschap-zijn, als eerste vrucht van de christelijke nieuwheid. Altijd en overal, onvoorwaardelijk. Op de Synode voor Europa van 1999 had hij verklaard zonder aarzeling dat de sleutel voor de vernieuwing van de kerk en van de maatschappij in ons continent zich in de communio bevindt. Hij had eraan herinnerd dat in beslissende momenten de kerk altijd teruggekeerd is op het getuigenis van de eerste christelijke gemeenschap, zoals dit voorgesteld wordt in de Handelingen van de Apostelen. Dat hij deze communio altijd probeerde te beleven, blijkt uit het feit dat hij, gedurende diezelfde Synode, tijdens de pauzes in de bar op zoek ging naar die bisschoppen en waarnemers die eenzaam hun koffie stonden te drinken, "want niemand staat er graag alleen in een drukke bar". Op het einde van de Synode was hij erin geslaagd persoonlijk te praten met de helft van de deelnemers.
Zijn goedheid trof iedereen. Paul Ricoeur beweert dat het geloof en het christelijk leven erin bestaan te evolueren "d'une naïveté première à une naïveté seconde" van een primaire naïviteit naar een bewuste overgave. Bij Mgr. Schruers had deze overtocht zich voltrokken. In hem ging het spirituele kind hand in hand met de intellectueel aan de brede cultuur en het scherpzinnige analysevermogen, al uitte dit zich in een eenvoudige taal en in voorbeelden die uit het dagelijkse leven waren gegrepen. Hij was een knappe kop en sprak vloeiend verschillende talen. Aan de Universiteit Leuven had hij in 1958 een doctoraat bijbelse theologie behaald, maar hij sprak heel weinig over zijn studies, en altijd met de ironie die hem kenmerkte ("in die tijd kreeg iedereen een doctoraat, niet zoals nu dat men ervoor moet zwoegen").
In zijn schriften - behalve talrijke artikelen heeft hij een twintigtal boeken gepubliceerd, waarvan sommigen in andere talen zijn vertaald - kan men enkele steeds terugkerende essentiële krachtlijnen ontdekken. Een teken, dit, van een leer die tot rijpheid is gekomen en één coherent en samenhangend geheel heeft gevormd. Bijzonder typerend voor de laatste fase van zijn leer is, mijns inziens, een verzameling van zijn artikelen, vergezeld door een analyse van don Emilio en een biografisch profiel, die onze Gemeenschap had verzorgd[1].
Vier opties
Hij was ervan overtuigd dat de onze nog geen tijd is van grote syntheses, maar eerder van een viervoudige onontbeerlijke getrouwheid: de communio, het woord van God dat gemeenschappelijk wordt gelezen, de armen, de banden met de kerken van buiten Europa. Het gaat erom in deze richtingen te volharden want - zoals hij mij eens zei op het einde van een uitwisseling over de evangelisatie in de omstandigheden die de onze zijn - in patientia vestra possidebitis animas vestras: "Door standvastig te zijn zullen jullie je leven winnen" (Lk 21, 19).
Over elke van deze vier opties liet Mgr. Paul Schruers een eigen accent klinken.
Eerder dan een vertroosting of een interpretatie van de werkelijkheid te bieden, moest het woord van God ertoe aanzetten "het zwaartepunt te verleggen": buiten zichzelf, naar de ander toe en naar beneden toe, in een kenotische beweging die toeliet in de wonden en de hoop van de mensen van deze tijd door te dringen. Boven de koninklijke Messias die de geschiedenis en de structuren beheerst - een opvatting die hij als "kleine ketterij" omschreef - verkoos hij, als sleutel van de Schrift, de Christus als lijdende dienaar van Jahwé uit Jesaia. Daarin erkende hij het fundament van een spiritualiteit die ons niet opsluit op christelijke eilandjes, maar die ons dwingt om in de geschiedenis binnen te gaan en haar van binnenuit te veranderen.
In de armen zag hij een inspiratiebron liever dan het object van acties, projecten of allerlei theorieën. Hij herinnerde vaak aan een spreuk van een Hasseltse kapucijn uit de zestiende eeuw, pater Titelmans, die eerst professor was aan de Universiteit Leuven, waar ook Erasmus hem waardeerde, en dan zich helemaal aan de dienst van de armen wijdde in het Romeinse hospitaal van de ongeneeslijke zieken. Aan zijn collega's die bij hem op bezoek kwamen en die hem vroegen om zijn bibliotheek, antwoordde hij: "De armen zijn mijn bibliotheek". Mgr. Schruers ging op zoek naar de armen onder de gevangenen, de vluchtelingen, de psychiatrische patiënten en in het Zuiden van de wereld.
Ten slotte erkende hij zichzelf als leerling van de jonge kerken, geboren uit de verkondiging van de missionarissen in de voorbije eeuwen en decennia. In de opbloei van deze kerken zag hij veel meer dan de herhaling van schemata en paradigma's die doorgegeven waren door mensen die noodzakelijk beperkt waren, ook door hun oorspronkelijke cultuur. Daarentegen ontdekte hij daarin het dynamisme van het evangelie, een zaad die onafhankelijk van de zaaier groeit en, eens opgebloeid, een telkens nieuwe rijkdom aan vormen vertoont.
Hij beleed dat de kerken van Afrika en Latijns Amerika, die hij zo vaak bezocht had, zijn leermeesters in het geloof waren geworden. De ontmoetingen met gefolterde gedetineerden in het Chili van Pinochet, met de moeders van de desaparecidos, met de straatkinderen in São Paulo, waren voor hem beslissende momenten geweest, evenals de confrontatie met de Afrikaanse kerken, waar hij gewaardeerd was en opgezocht werd om retraites voor priesters en bisschoppen te leiden. Na de massamoorden in Rwanda en Burundi, liet de herinnering aan zijn talrijke vermoorde vrienden hem niet meer los.
Men begrijpt dus dat hij zijn kerk aanhoudend uitnodigde zich los te maken van een narcissisme die haar op valse problemen terugplooide.
De omhelzing van zijn bisdom
Zijn begrafenis heeft bevestigd hoezeer hij geliefd was door heel verschillende mensen en hoe talrijk de banden waren die hij had weten te scheppen ver over de grenzen van België en van de katholieke gemeenschap heen.
In een mooie homilie heeft Mgr. Patrick Hoogmartens een rijk profiel geschetst van zijn voorganger. Hij heeft zijn keuze beschreven zichzelf gering te achten als een kind, evenals de manier waarop hij zijn bisschopleuze waar heeft gemaakt: "In ons midden Christus". Hij heeft herinnerd aan zijn hechte banden met Chiara Lubich en de Focolarebeweging. In een commentaar over de viering, zei kardinaal Danneels dat het hem zeldzaam was overkomen aan een begrafenis deel te nemen waarvan de toonaarden zo juist waren en zo goed bij de persoonlijkheid van de overleden pasten. Hij herinnerde aan de wijsheid van Mgr. Schruers, aan het gezag waarvan hij genoot in de bisschoppenconferentie, aan zijn authenticiteit: bij hem sloten woord en leven, lering en wezen aan bij elkaar. En de kardinaal besloot door te verklaren dat hij zo'n uitzonderlijke vriend zou missen.
Mgr. Schruers heeft ons veel liefgehad. Hij heeft aan onze Gemeenschap wegen aangeduid voor de evangelisatie - die vier fundamentele opties van hem - en heeft ons het getuigenis gevraagd van onze inzet daarvoor. We denken aan hem in de Glorie van de goddelijke aanwezigheid waarin hij, zoals hij in de laatste jaren uitkijkend herhaalde met besmettende overgave, zich wou onderdompelen.
Michele Chiappo
[1] De radicaliteit van de liefde. Impulsen voor een nieuwe evangelisatie in de geschriften van Mgr. Paul Schruers. O.l.v. M. CHIAPPO, Uitgeverij Altiora, Averbode 2001.
|