Kennismaking met kerkelijk recht/34


 

DE VIERING VAN HET HUWELIJK/1

Canonieke vorm en pastorale problemen in Afrika

 


Er zal van 5 tot 19 oktober 2014 in Rome een buitengewone vergadering van de Bisschoppensynode worden gehouden, gewijd aan de “pastorale uitdagingen voor het gezin in de context van de evangelisatie”. Deze synode wordt voorafgegaan door een brede raadpleging van de katholieken over de ontwikkeling van het gezinsmodel; alle parochies van de wereld zijn uitgenodigd te antwoorden op een vragenlijst die 39 vragen bevat betreffende ongeregelde huwelijkssituaties, contraceptie, homoseksualiteit, het recht op de communie van gescheiden personen die opnieuw zijn getrouwd.

De verschillende bisdommen van Kameroen hebben actief deelgenomen aan de raadpleging en hebben de synthese van hun conclusies naar Rome gestuurd.

Onderhavig artikel biedt een overweging over één van de meest problematische aspecten van het huwelijk in de Afrikaanse Kerken, dat wil zeggen de moeite die de gelovigen hebben om zich aan te sluiten bij de canonieke vorm, zoals die is voorzien voor de viering van dit sacrament.


 

In de Afrikaanse context moeten de gelovigen vaak drie “types” huwelijk onder ogen zien: het traditionele of gewoontehuwelijk, het burgerlijk huwelijk en het sacramentele huwelijk.

Het traditionele huwelijk wordt voor het ware huwelijk gehouden, omdat het recht geeft op een gemeenschappelijk leven en het voortbrengen van kinderen. Onderworpen aan de verschillende tradities die meer de vruchtbaarheid dan de trouw vieren, staat het eventueel open voor polygamie, die tegengesteld is aan de eenheid van het sacramentele huwelijk.

Het burgerlijk huwelijk betreft meestal de meer “gemoderniseerde” categorieën; in sommige landen is het verplicht vóór de viering van het religieuze huwelijk.

Dit laatste is minder gewoon en betreft een minderheid ondanks het zeer hoge aanzien dat het geniet. Zeer vaak wordt het op rijpe leeftijd gevierd, wanneer de vruchtbaarheid van het koppel intussen geconsolideerd is en wanneer men zeker is van de stabiliteit ervan. Bovendien is het in het algemeen duur en veronderstelt volgens de verschillende tradities de gehele betaling van de bruidsschat die wordt gevraagd door de familie van de vrouw, een conditio sine qua non voor de viering van het huwelijk.

Het personalistische aspect van de huwelijksconsensus, zoals die vervat is in can. 1057 § 1 van de Codex van de Kerk en die het sacramentele huwelijk kenmerkt, is soms tegengesteld aan de opvatting van de grote Afrikaanse familie, die meer waarde hecht aan de rechten van de gemeenschap en de families dan aan die van de echtelieden.

De canonieke vorm van het huwelijk stelt bovendien een ander probleem van antropologische aard, omdat zij vaak wordt opgevat als een product van de westerse wereld. De “punctuele” dimensie van de consensus van de echtelieden die haar kenmerkt, is in strijd met de aan vele Afrikaanse culturen eigen visie op het huwelijk in voortschrijdende etappes.

Het is derhalve niet verassend dat talrijke gelovigen in Afrika alleen verenigd zijn door een traditioneel huwelijk. In dit geval worden zij door de Kerk niet als gehuwd beschouwd en zijn zij uitgesloten van de sacramenten, een werkelijkheid die een ernstig pastoraal probleem vormt in de Kerken van het continent.

Dikwijls aanvaarden de gelovigen die volgens het gewoonterecht zijn getrouwd, de wezenlijke eigenschappen van een christelijk huwelijk, eenheid en onontbindbaarheid, en beleven deze zonder echter hiertoe volgens de canonieke vorm verplicht te zijn; in de Kerk worden zij beschouwd als “in concubinaat levend” en zijn zij uitgesloten van het naderen tot de sacramenten.

Wij willen dus de canonieke vorm bekijken die vereist is voor het huwelijk van katholieken en waarvan het niet in acht nemen de ongeldigheid van het sacrament zelf bepaalt; wij zullen de constitutieve elementen ervan en dus de door het ontbreken ervan veroorzaakte pastorale problemen onderzoeken.

Het sacramentele huwelijk en de wezenlijke elementen ervan

Volgens can. 1057 vereist het sacramenteel huwelijk drie wezenlijke elementen voor de geldigheid ervan: de juridische bekwaamheid van de partijen, het onderling uitwisselen van de consensus en de voorgeschreven juridische vorm om dit tot uitdrukking te brengen, wat wij “canonieke vorm” noemen.

De huwelijksconsensus, dat wil zeggen een daad van de wil waarmee een man en een vrouw, juridisch bekwaam, zich aan elkaar schenken en elkaar aanvaarden met een onherroepelijk verbond om een huwelijk tot stand te brengen, is het constitutieve en onvervangbare element en kan door geen enkele menselijke macht worden aangevuld (can. 1057). Op grond van het natuurrecht is er geen enkele formaliteit vereist voor de uitwisseling van deze consensus; mits deze bestaat, vrij is en niet wordt gehinderd door ontbindende situaties, zou dus een huwelijk iure divino zonder enige formaliteit door de partijen kunnen worden gesloten.

Het huwelijk heeft echter behalve een belang van persoonlijke, ook een belang van maatschappelijke en kerkelijke orde, dit is de reden waarom de viering ervan in het belang van de gemeenschap, de echtelieden en hun families niet zonder een of andere publieke vorm kan plaatsvinden, volgens de door het recht bepaalde modaliteiten. Dit is het fundamentele principe van de moderne staten en ook van de canonieke ordening.

Geschiedenis van de canonieke vorm

Om beter onze problematiek te begrijpen willen wij snel aan de geschiedenis van de zogenaamde canonieke vorm van het huwelijk herinneren, evenals aan de door het geldende recht van de Kerk vereiste formaliteiten.

Vóór het Concilie van Trente (1545-1563) was er geen enkele canonieke vorm voor de geldigheid van het huwelijk voorgeschreven; gewoonlijk werd het huwelijk van gelovigen gevierd voor de priester, de ouders en vrienden. Volgens het natuurrecht waren clandestiene huwelijken (dat wil zeggen privé gesloten, zonder tussenkomst van een priester of getuigen) op zich geldig, ook al waren zij vanaf een bepaald ogenblik onwettig.

Het Concilie van Trente heeft met het decreet Tametsi (11 november 1563) een ommekeer betekend. Immers, huwelijken moeten, willen zij geldig zijn, nu worden gevierd voor de eigen pastoor van de echtelieden of een door hem gedelegeerde priester of de Ordinaris en tenminste twee getuigen. Het feit is dat het decreet om bindend te zijn in iedere parochie moest worden gepromulgeerd en dit is niet overal gebeurd; clandestiene huwelijken zijn derhalve mogelijk en geldig gebleven. De bevoegdheid van de pastoor had een persoonlijk karakter (dat wil zeggen uitsluitend ten opzichte van de eigen gelovigen en op welke plaats dan ook) en was slechts passief (alleen zijn tegenwoordigheid was voldoende), hetgeen “verrassingshuwelijken” mogelijk maakte.

Pas onder het pontificaat van Pius X wordt met het decreet Ne temere van de Congregatie van het Concilie (2 augustus 1907) de op het Concilie van Trente bepaalde canonieke vorm overal verplicht. De assistentie van de pastoor is nu territoriaal van aard (dat wil zeggen binnen zijn gebied) en niet persoonlijk en moet “actief” zijn, in de zin dat hij vraagt naar de vrije consensus (dat wil zeggen zonder dwang, intimidatie of bedrog) van de partijen en deze ontvangt.

De huidige Codex van de Kerk herneemt in wezen deze normen.

Canonieke en liturgische vorm

Men mag deze canonieke vorm die voor de geldigheid van het huwelijk van katholieken vereist is, niet verwarren met de liturgische vorm van de viering ervan, die integendeel niet vereist is voor de geldigheid ervan.

De liturgische vorm bestaat uit de religieuze riten en cerimonies die het christelijk huwelijk begeleiden en de kerkelijke en sacramentele gebeurtenis tot uitdrukking brengen. De bedienaren van het sacrament van het huwelijk zijn de echtelieden zelf. In het huwelijk zijn immers de bedienaar en het subject niet onderscheiden, zoals bij de andere sacramenten. De priester en de diaken zijn alleen “assistenten”, dat wil zeggen bevoegde getuigen die naar de consensus van de partijen vragen en deze ontvangen. Laten wij niet vergeten dat in de Kerk clandestiene huwelijken (zonder priester) tot het decreet Ne temere geldig waren en het huwelijk dat in de buitengewone vorm werd gevierd (dat wil zeggen zonder priester of andere assistenten) nog steeds geldig is. De priester en de diaken zijn alleen bedienaren van de liturgische riten en de religieuze ceremonies van het huwelijk (niet van het sacrament van het huwelijk), en zij roepen als zodanig de goddelijke zegen af over de echtelieden.

De canonieke vorm bevat integendeel de door de wet voorziene modaliteiten voor het geven van de consensus van de echtelieden; het in acht nemen hiervan is noodzakelijk, opdat de gegeven consensus juridisch werkzaam is in de Kerk en het sacrament geldig is.

Zoals wij zullen zien, spreekt de Codex over een gewone en een buitengewone canonieke vorm, die wij van plan zijn te bekijken.

Silvia Recchi

(Wordt vervolgd)

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

06/06/2014