Kennismaking met kerkelijk recht/31

 


DE BISSCHOPPENCONFERENTIES/1

 

Het belang van de bisschoppenconferenties is dankzij de bijzondere rol die zij in de hedendaagse Kerk spelen in crescendo toegenomen. In de kerkelijke actualiteit hoort men soms hoe zij stelling innemen tegenover concrete maatschappelijke problematieken en ontwikkelingen. Daarom is het zinvol om hun natuur, hun competenties en hun werking beter te begrijpen.

Het instituut van de bisschoppenconferenties is relatief recent. Ze ontstonden eigenlijk als spontane experimenten in de 19de eeuw en werden door de pausen aangemoedigd omwille van de noodzaak een stabiele relatie tussen de bisschoppen en hun gezamenlijk pastoraal handelen te ondersteunen. Het eerste voorbeeld van een bisschoppenconferentie in België dateert van 1830.

Ontegensprekelijk gaf het Tweede Vaticaans Concilie een nieuwe vitaliteit aan dit instituut[1].

De huidige Codex van de Kerk heeft de aanwijzingen van het Concilie opgenomen en in een aangepaste wetgeving voorzien.

De samenwerking tussen de bisschoppen

Het belang van de bisschoppenconferenties wordt bijzonder duidelijk door de uitdrukkelijke wens van bisschoppen om een vorm van broederlijke samenwerking te realiseren die tegelijk de herderlijke autonomie in het eigen bisdom respecteert, alsook door het feit dat deze samenwerking geen soortgelijke problemen stelt die andere vormen van overleg, voorzien door het recht, wel stellen[2].

Het meest significante gegeven is dat de bisschoppenconferenties zich na Vaticanum II als een model presenteren van de nieuwe wijze van pastoraal bestuur door de bisschoppen binnen de Kerk en dit in een context van gemeenschap en vanuit een structurele zienswijze, zodat zij zich binnen de schoot van eenzelfde natie als een werkzame samenwerking vertalen.

De conferenties verzamelen de bisschoppen van een omschreven territorium, dit betekent dat de verschillende leden van het bisschoppencollege verzameld worden door een bijzondere band van solidariteit die elkeen in zekere mate medeverantwoordelijk maakt voor de individuele activiteiten en de onaantastbare rechten van de anderen.  Deze band, die “collegiale affiniteit” genoemd wordt, en die ontstaat door het ontvangen sacrament, verenigt de bisschoppen onderling en met de paus en zij realiseert de noodzakelijke hulp van elkeen voor de gehele Kerk en voor de particuliere Kerken, te beginnen met de naburige bisdommen.

Bisschoppenconferenties zijn kerkelijke realiteiten met een homogene socioculturele basis; zij incarneren een structuur van samenwerking dat het diocesane niveau overstijgt door de afstemming van de pastorale activiteiten van de bisschoppen binnen een bepaald territorium.

In die zin definieert de Codex van Canoniek Recht de bisschoppenconferentie als een verzameling van bisschoppen van een bepaalde natie of territorium, die samen bepaalde pastorale taken uitoefenen voor de gelovigen binnen dat territorium, zodat het heil van de Kerk voor de mensen beter gerealiseerd kan worden, vooral via aan de plaatselijke omstandigheden van tijd en plaats aangepaste apostolaatsvormen en –middelen (vgl. can. 447).

De bisschoppen handelen samen[3] door aangepaste middelen en procedures en zij oefenen samen bepaalde taken uit, volgens de voorzieningen van het recht.

De bisschoppenconferentie mag niet begrepen worden, in de hiërarchische betekenis van het woord, als een bemiddelend orgaan tussen de diocesane bisschoppen en de Heilige Stoel; in wezen hebben de bisschoppenconferenties geen enkele jurisdictie over de diocesane bisschoppen die blijvend en direct afhangen van de paus en die de volledige autonomie bewaren in het bestuur van hun bisdom (zelfs binnen de grenzen die voor de Heilige Stoel gereserveerd zijn). Niettemin, in overeenstemming met het principe van decentralisatie, oefent de bisschoppenconferentie vandaag heel wat functies uit die vroeger gereserveerd waren aan de Heilige Stoel, zoals we verder nog zullen zien wanneer we het over de competenties hebben.

Het territorium waar de bisschoppenconferentie werkt is die van de particuliere Kerken waar de herders besturen die er lid van zijn. Dit territorium bestaat normaliter uit een sociale en culturele homogeniteit en daarom heeft dit meestal ook een nationale dimensie; maar het kan ook een meer beperkt karakter van een land hebben of zelfs supranationaal zijn.

Een blijvend instituut

Bisschoppenconferenties zijn blijvende instituten. Zij bestaan en functioneren duurzaam, in tegenstelling tot concilies (oecumenisch en particulier) die occasioneel en tijdelijk zijn en wiens activiteiten dus begrensd zijn door een periode en door specifieke omstandigheden.

De stabiliteit van de bisschoppenconferentie realiseert bijgevolg een continuïteit in institutionele handelingen en de noodzaak van een eigen interne organisatie met specifieke organen die haar vertegenwoordigen, alsook een aangepaste administratieve structuur.

De beslissingsmacht binnen de grenzen van competentiebevoegdheid erkend door het recht komt exclusief toe, zoals we zullen zien, aan de algemene vergadering van de leden van de conferentie, die zich periodiek verzamelt, zodat andere taken gedelegeerd kunnen worden of opgenomen door permanente organen.

De bisschoppen die verenigd zijn in een conferentie worden opgeroepen om te onderscheiden, te discussiëren en te beslissen over al wat de vooruitgang van het heil van de Kerk kan bevorderen, niet alleen aan de gelovigen, maar aan alle mensen.

Zodoende tonen de bisschoppenconferenties zich als een orgaan van oriëntatie en pastorale samenwerking, als een concrete uitdrukking van de gemeenschap onder de Kerken en als een werkzaam instrument van samenwerking tussen de bisschoppen onderling. Vandaag zijn het organen die bijzonder geschikt zijn om de kerkelijke wet aan de plaatselijke en pastorale noden van de bisdommen van eenzelfde territorium aan te passen (laten we zeggen “incultureren”).

Vanuit deze optiek oefenen ze ook een wetgevende macht voor bepaalde welomschreven domeinen.

Silvia Recchi

(Wordt vervolgd)

 

(Vertaald uit het Frans door Tim Peeters, pr.)

 

______________________

[1] Vgl. Christus Dominus, 37-38.

[2] Het is bijvoorbeeld veel moeilijker om particuliere concilies (plenair of provinciaal) samen te roepen, wat ook zelden gebeurt.

[3] De Codex gebruikt in can. 447 de uitdrukking “samen uitoefenen” (coniunctim exercentium) en niet “collegiaal uitoefenen” (collegialiter exercentium) om aan te tonen dat de bisschoppenconferentie niet verwijst, zelfs niet gedeeltelijk (d.w.z. voor het deel van het Volk Gods dat vertegenwoordigd wordt), naar het bisschoppencollege dat alle bisschoppen van de universele Kerk omvat en dat het apostelcollege opvolgt. De handeling van de conferentie verwijst ook niet naar een collegiale handeling die het genoemde college voor de gehele Kerk uitoefent, zoals bij een oecumenisch concilie of een collegiale handeling van de bisschoppen uit de hele wereld, in eenheid met de paus.


17/03/2014