Kennismaking met kerkelijk recht/30

 

HET “GEMENGDE” HUWELIJK/2

 

In deel 1 betreffende dit onderwerp hebben wij gesproken over de betekenis van het gemengde huwelijk en de pastorale zorg die de Kerk voorbehoudt aan de gelovigen van verschillende christelijke godsdiensten die een huwelijk willen sluiten. Er zijn derhalve de voorwaarden uiteengezet waaraan moet worden voldaan om het geloof van de katholieke partij te beschermen. Wij zullen nu ertoe overgaan de “vorm” te bekijken die het recht van de Kerk vraagt voor de viering van dit huwelijk.

De vorm van de viering

 De viering van een gemengd huwelijk moet in het algemeen de normen in acht nemen die betrekking hebben op de canonieke vorm, zoals voorzien voor alle huwelijken waarbij minstens één van de echtgenoten katholiek is (can. 1108 van het Wetboek van Canoniek Recht). Dit uit respect voor de heilige karakter van het huwelijk en om de catechetische en pastorale voorbereiding van de echtgenoten te verzekeren.

De “canonieke vorm” van het huwelijk mag niet worden verward met de “liturgische ceremonie”. Deze laatste bestaat in de voor het sacrament geëigende liturgische rite, die al dan niet in een eucharistieviering is ingevoegd. De canonieke vorm beperkt zich er integendeel toe voor te schrijven dat de echtgenoten hun huwelijksconsensus tot uitdrukking brengen ten overstaan van een bedienaar of vertegenwoordiger van de katholieke Kerk, in tegenwoordigheid van twee getuigen.

Deze canonieke vorm is ontvankelijk voor uitzonderingen bij een gemengd huwelijk.

Bij een huwelijk dat bijvoorbeeld met een gelovige wordt gesloten die behoort tot de orthodoxe Kerk, waar de theologische en leerstellige beginselen dicht bij de katholieke staan, moet het sacrament van het huwelijk worden gevierd ten overstaan van een katholieke of orthodoxe gewijde bedienaar (can. 1127 § 1).

Dispensatie van de “canonieke vorm”

In bijzondere omstandigheden waarin er ernstige moeilijkheden zijn betreffende het in acht nemen van de canonieke vorm, schrijft het Wetboek verder voor dat de Ordinaris van de plaats van de katholieke gelovige dispensatie hiervan geeft.

Het is aan de bisschoppenconferentie de concrete normen voor te schrijven voor het verlenen van dispensatie van de canonieke vorm bij een gemengd huwelijk, normen die de plaatselijke Ordinarissen gehouden zijn in acht te nemen.

De Belgische bisschoppenconferentie heeft geen bijzondere bepalingen voorgeschreven bij de dispensatie van de canonieke vorm dat de plaatselijke Ordinaris kan verlenen in bijzondere gevallen, maar zij beroept zich op wat het Oecumenisch Directorium bepaald heeft.

 Het Oecumenisch Directorium vermeldt hieromtrent: “Redenen om dispensatie te overwegen kunnen onder meer zijn: het bewaren van de goede onderlinge verstandhouding in het gezin, het verkrijgen van de toestemming van de ouders voor het huwelijk, de erkenning van de bijzondere religieuze betrokkenheid van de niet-katholieke partij of van diens band van verwantschap met een bedienaar van een andere Kerk of kerkelijke gemeenschap”[1].

In dit geval is eenvoudig vereist dat de viering van het huwelijk plaatsvindt in een of andere “publieke vorm” (can. 1127 § 2) om clandestiene vieringen te vermijden. De burgerlijke vorm van het huwelijk zou bijvoorbeeld voldoende kunnen zijn, mits dit plaatsvindt volgens de burgerlijke wetten die voorzien in de consensus van de toekomstige echtgenoten. Dit geldt niet voor een eenvoudige verbintenis “de facto” (zoals dat het geval is bij de gewoontehuwelijken in Afrika).

Om verwarring te vermijden bij de partners en de gelovigen zelf die aan de huwelijksviering deelnemen, verbiedt het kerkelijk recht een “dubbele” religieuze viering. Het is namelijk verboden dat er vóór of na de canonieke viering nog een religieuze viering van hetzelfde huwelijk is, waarbij de twee echtgenoten hun huwelijksconsensus tot uitdrukking brengen (can. 1127 § 3).

Eveneens is een “oecumenische” viering verboden, dat wil zeggen de gelijktijdige assistentie door een katholieke en een niet-katholieke bedienaar, die samen om de huwelijksconsensus van de partijen vragen.

Het is daarentegen niet verboden dat een niet-katholieke bedienaar op uitnodiging van het bruidspaar deelneemt aan de viering van de katholieke rite, als getuige of door bij te dragen met een lezing uit de Heilige Schrift, met gelukwensen en gemeenschappelijke gebeden, en door het bruidspaar te zegenen[2].

 Hetzelfde geldt voor de katholieke bedienaar die aanwezig is bij een niet-katholieke rite. Deelname zelf van de katholieke bedienaar aan een niet-katholieke rite is mogelijk waar dispensatie is gegeven van de canonieke vorm: “Met voorafgaande toestemming van de plaatselijke Ordinaris mag een daartoe uitgenodigde katholieke priester of diaken aanwezig zijn bij en op een of een andere manier deelnemen aan de viering van gemengde huwelijken, wanneer dispensatie is verleend van de canonieke vorm. … Op uitnodiging van de celebrant kan de r.-k. priester of diaken aanvullende en aangepaste gebeden uitspreken, de Schriftlezing doen, een korte toespraak houden en het bruidspaar zegenen”[3]. Ook de Nota van de bisschoppen van België bepaalt dat een deelneming van de katholieke priester mogelijk is op uitnodiging en “nadat door de bisschop de vrijstelling van de canonieke vorm verleend is”[4].

Het verlenen van dispensatie van de canonieke vorm ontslaat de pastoor van de katholieke gelovige niet van het vervullen van zijn verplichtingen bij de procedures die voorafgaan aan de huwelijksviering. Het is derhalve zijn taak bij de plaatselijke Ordinaris de vraag om dispensatie van de canonieke vorm in te dienen.

Na de viering zal hij ook aan de katholieke partij een attest van het gesloten huwelijk moeten vragen om het te registreren in het parochieregister.

Het gemengde huwelijk, dat in onze dagen steeds vaker voorkomt, vraagt een nauwkeurige voorbereiding van de twee partners. Dat moet de pastoor van de katholieke partij garanderen om het respect voor de sacraliteit van het huwelijk te waarborgen. Daardoor wordt ook de katholieke gelovige bewust gemaakt van de verplichtingen die worden aangegaan om het eigen geloof en zo veel mogelijk dat van de kinderen die uit het huwelijk worden geboren, te beschermen.

Silvia Recchi

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

________________________

[1] Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid der Christenen, Oecumenisch Directorium, in Kerkelijke Documentatie 21 (1993) nr. 154.

[2] Vgl. Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid der Christenen, Oecumenisch Directorium, in Kerkelijke Documentatie 21 (1993) nr. 158.

[3] Vgl. Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid der Christenen, Oecumenisch Directorium, in Kerkelijke Documentatie 21 (1993) nr. 157.

[4] Bisschoppen van België, Nota’s (12 oktober 1970), in Orde van dienst van de liturgie van het huwelijk…, 27.

 

07/02/2014