Interviews/9

 

OPKOMEN VOOR DE EIGEN CHRISTELIJKE IDENTITEIT


Interview met kard. Robert Sarah  



Van 4 tot 9 september 2012 is er in Yaoundé het Pan-Afrikaans Congres voor katholieke leken gehouden, georganiseerd door de Pauselijke Raad voor de Leken: "Vandaag in Afrika getuigen zijn van Jezus Christus.
Zout der aarde ... licht der wereld (Mat. 5, 13.14)".

De bijeenkomst heeft meer dan 300 leken samengebracht, afkomstig uit 35 landen in Afrika, evenals de vertegenwoordigers van ongeveer 40 lekenorganisaties, kerkelijke bewegingen en nieuwe gemeenschappen die in de Kerk van het continent werkzaam zijn. De congresgangers zijn begeleid door een belangrijke vertegenwoordiging van de hiërarchie in tegenwoordigheid van behalve kard. Stanislaw Rylko, president van de Pauselijke Raad voor de Leken, verschillende andere kardinalen, onder wie kard. Robert Sarah, president van de Pauselijke Raad Cor Unum en kard. Peter K.A. Turkson, president van de Pauselijk Raad "Iustitia et Pax", die op het Congres een toespraak hebben gehouden. Op het Congres hebben eveneens een toespraak gehouden mgr. Joseph Clemens, secretaris van de Pauselijke Raad voor de Leken en mgr. Barthélemy Adoukonou, secretaris van de Pauselijke Raad voor de Cultuur, en verschillende vertegenwoordigers van het episcopaat in Kameroen. Mgr. Piero Pioppo, apostolisch nuntius in Kameroen en Equatoriaal-Guinee heeft aan de deelnemers de zeer veelzeggende en bemoedigende boodschap van de Heilige Vader overgebracht.

Het congresprogramma heeft het mogelijk gemaakt een omvangrijke problematiek uit te werken over de identiteit van de leek en zijn zending in Afrika, over de uitdagingen aan de evangelisatie op het continent, over de vorming, de jongeren, de vrouw, de verenigingen, de globalisering en de doelstellingen die volgens de exhortatie Africae munus moeten worden bereikt. Het debat is verrijkt door een belangrijke deelname van de delegaties van de leken uit de verschillende Afrikaanse landen, die concrete ervaringen hebben gepresenteerd uit het leven en apostolaat op de meest diverse gebieden, zoals het gezin, de opvoeding, de catechese, de charitatieve activiteiten, de parochies, de oecumene, de interreligieuze dialoog.

Ook kard. Sarah heeft een toespraak gehouden tot het pan-Afrikaans Congres van de Katholieke Leken in Yaoundé. Bij deze gelegenheid hebben wij hem ontmoet en hij is zo vriendelijk geweest onze vragen te beantwoorden.

Robert Sarah is in 1945 geboren in Guinee. In 1979 is hij benoemd tot aartsbisschop van Conakry, pas 34 jaar oud. In 2001 wordt hij secretaris van de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volken. Op 17 oktober 2010 wordt hij benoemd tot president van de Pauselijke Raad Cor Unum en tot kardinaal gecreëerd door Benedictus XVI in november van hetzelfde jaar.




Eminentie, uw toespraak tot het Congres over het thema van de vorming van de lekengelovigen in Afrika is zeer toegejuicht. Bij het belichten van de vorming van de leken als een pastorale prioriteit van het hoogste belang bent u tot de wortels van het probleem gegaan, daarbij krachtig de noodzaak onderstrepend om een authentiek geloof te doen rijpen in de persoonlijke ontmoeting met de Heer. Bij de vorming van de leken speelt de clerus een fundamentele rol en de documenten hierover van het leergezag hebben de ernstige problemen aan het licht doen komen. Hoe ziet u op grond van uw ervaring met de Kerken in Afrika deze verhouding clerus-leken en hoe denkt u dat men kan ingrijpen, opdat de rol van de priesters bij de vorming van de leken nog uitgesprokener kan zijn?

Op het gebied van de vorming zijn de priesters bevoorrecht in de zin dat zij jarenlang worden gevormd in de seminaries en dikwijls hun vorming kunnen vervolledigen aan de universiteit. Deze vorming kan echter zelfs schadelijk worden voor bepaalde clerici die niet "doordringen" tot het hart zelf van de vorming, die niets anders is dan een verdieping van de persoonlijke relatie met Christus.

Anderen vormen wil vooral zeggen: overdragen wat wij zelf beleven in relatie met Christus, die heel ons leven heeft veranderd; dit is de ware schat die wij kunnen meedelen. In deze zin is de vorming van de clerus werkelijk fundamenteel; wij kunnen dit ook constateren in het leven van Jezus, die eerst de leerlingen heeft gevormd gedurende de jaren van zijn openbaar leven en vervolgens hebben de leerlingen met de bijstand van de Heilige Geest hun ervaring doorgegeven.

Wij moeten hameren op het belang van de vorming van de clerus, die vanzelfsprekend ook de bisschoppen insluit. Zoals ik in mijn toespraak tot het Congres heb gezegd, moet deze vorming altijd in de lijn zijn van de verdieping van de persoonlijke relatie met Jezus, wat onder andere de zorg betekent voor een innerlijk leven en een gebedsleven. Als ik dicht bij God ben, verlicht het licht van de Heer mij en kunnen de nabijheid en de tegenwoordigheid van de Heer mij niet laten, zoals ik ben: zij moeten noodzakelijkerwijs mijn leven veranderen. Deze overtuiging is zeer belangrijk; alleen wanneer wij zelf de "schat" hebben gevonden, kunnen wij hem delen met anderen.

Hier moet aan toe worden gevoegd dat wij de rijkdom hebben van een leergezag dat ons bijstaat. De documenten van de Kerk worden alleen maar gedacht en bedacht om een antwoord te geven op de huidige problemen en zij komen uit het hart van de Heilige Vader; toch kennen veel priesters ze niet en kunnen ze dan ook niet meedelen. Dit jaar zal het jaar van het geloof worden afgekondigd, er is een motu proprio van de paus hierover en er zullen andere documenten zijn; wij priesters hebben de plicht deze te kennen, te weten wat de zorgen van de Kerk en de Heilige Vader zijn om ze aan de gelovigen te kunnen doorgeven.

Wij hebben het Paulusjaar gevierd, waarin ons het voorbeeld van de heilige Paulus is voorgehouden, die Christus heeft ontmoet, en wiens leven daardoor is veranderd. Wij hebben vervolgens de gedachtenis gevierd van een nederige en arme priester, Jean-Marie Vianney, die geen theoloog was, maar wiens leven is veranderd door de relatie met God, door het gebed, door de aanbidding en door de contemplatie. Wij priesters moeten naar deze voorbeelden kijken om de priestercrisis aan te pakken. Wij hebben een zeer belangrijk ambt en wij kunnen het niet beleven zonder enthousiasme en innerlijkheid; wij zijn de herders, hoe zouden wij anders anderen kunnen leiden, de leken helpen op hun weg van vorming?

* Eminentie, uw oorspronkelijke cultuur is de Afrikaanse, waarvan u de rijkdom aan zeer veel waarden goed kent, maar ook de moeilijkheden waarvoor zij de evangelisatie stelt. De twee synodes over de Kerk in Afrika hebben ons een brede reflectie geboden over de uitdagingen die de verkondiging van het evangelie op het continent ontmoet. Wat zijn volgens u, als Afrikaan en als herder, de moeilijkste culturele obstakels die moeten worden overwonnen met het oog op de vorming van de gelovigen in het algemeen en de leken in het bijzonder?

Een van de grootste obstakels voor de evangelisatie in de Afrikaanse cultuur is, geloof ik, de moeilijkheid om persoonlijk het eigen leven op zich te nemen. In Afrika leeft men altijd in groepsverband, bijvoorbeeld in dat van de familie, en men vindt dat men niet daartegen mag handelen, tegen de bevolkingsgroep, tegen de eigen clan. Men is bij de groep betrokken en niet in staat op te komen voor de eigen keuzevrijheid, de eigen identiteit, de christelijke inbegrepen. En toch zijn deze vrijheid en deze persoonlijke "identiteit" ons gegeven door God, die ons heeft geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, en ieder van ons is een aanwezigheid, een hoop van God. Zonder deze precieze persoonlijke identiteit, getekend door het evangelie, kunnen wij Afrika niet naar Christus toe trekken.

Weliswaar zegt men vaak dat de Afrikanen godsdienstig zijn, dat de kerken vol gelovigen zitten, dat de liturgievieringen mooi zijn, maar dat is niet voldoende, omdat er zeer veel problemen en zeer veel moeilijkheden overblijven die de logica van het evangelie tegenspreken, zoals het tribalisme en de etnische conflicten, omdat men zich laat meeslepen door de eigen groep, waarvan men zich cultureel moeilijk kan bevrijden. Wij moeten ervan overtuigd zijn dat iedere mens door God is geschapen met een eigen individualiteit en iedere mens sterft met een eigen individualiteit, iedere mens zijn eigen keuzes moet maken en zijn eigen verantwoordelijkheid uitoefenen. In Afrika moeten wij krachtig deze persoonlijke vrijheid onderstrepen, het opkomen voor de eigen christelijke identiteit, die zichtbaar moet zijn in de persoonlijke keuzes en in de relaties met anderen. Wij moeten in staat zijn te zeggen dat de stam, de familie waartoe wij behoren, misschien moet veranderen, iedere vorm van gesloten zijn voor anderen en zich in zichzelf terugtrekken doorbreken. Christus is gestorven om iedere scheiding te genezen en iedere tribale grens te doorbreken.

Wij priesters, wij christenen moeten met ons getuigenis zichtbaar maken dat wij met het doopsel broeders en zusters worden en een familie zijn. In Afrika spreekt men graag over de "Kerk-familie van God"; als de Kerk een familie is, dan is wie daartoe behoort, lid van dezelfde familie als ik, ook al behoort hij niet tot mijn stam. Wij kunnen helaas niet ontkennen dat ook bij priesters en bisschoppen de culturele werkelijkheid van de band met de eigen groep vaak sterker is dan de evangelische waarden. Zeker, het is mooi in gemeenschap te leven, binnen een groep als plaats van samen delen en solidariteit, maar wij mogen geen slaaf hiervan zijn, wanneer deze solidariteit medeplichtigheid aan het kwaad wordt.

Bovendien zijn er vanzelfsprekend verschillende andere culturele obstakels voor de evangelisatie in Afrika; wij denken aan zoveel gewoontes die niet samen kunnen gaan met het christelijk geloof, wij denken aan de ontzettende corruptie, ook al is die niet het alleenrecht van het continent

* Eminentie, welke hoop komt er vanuit Afrika voor de universele Kerk?

Paulus VI en Johannes Paulus II hebben afgekondigd dat het nieuwe vaderland van Christus Afrika is; als wij een antwoord willen geven op de verwachtingen van de Kerk, moet deze verkondiging authentiek worden door Christus geheel te aanvaarden, opdat ons leven verandert, onze mentaliteit, onze plannen, door ons te conformeren aan Hem.

Johannes Paulus II heeft gezegd dat in de handpalmen van Christus, doorboord door de nagels van de kruisiging, de naam van iedere Afrikaan staat geschreven (vgl. Ecclesia in Africa, 143); als dit waar is, zijn wij geroepen in het lijden van Christus, die voor ons sterft, te delen, ook om in mijn eigen bevolkingsgroep iedere vorm van buitensluiten uit te wissen, om ieder tribalisme en iedere vorm van haat te vernietigen.

Benedictus XVI zegt vandaag dat Afrika de "geestelijke long van de mensheid" is. Het gaat hier om een profetische uitspraak en men moet er zich voor inzetten en ervoor werken dat deze woorden, die niet toevallig zijn gezegd, maar in het uitoefenen zelf van het kerkelijk leergezag, werkelijkheid worden.

      (Verzorgd door Silvia Recchi)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)


02/10/2012