Thema's van Spiritualiteit/15
 



DE TEGENSLAGEN VAN HET LEVEN



Ieder van ons ontmoet in zijn levenswandel allerlei soort van belemmeringen die we met de algemene benaming van tegenslagen kunnen aanduiden. Ze betrekken de mens en raken hem zowel lichamelijk als geestelijk. Het kunnen bijvoorbeeld misverstanden zijn, samenlevingsmoeilijkheden, echte vervolgingen, weerstanden, laster, leugens, kwaadsprekerij, afgunst en jaloersheid die ons omringen, tegenspraak, allerlei soorten zwakheden van ons en van anderen, ziektes, rouw, smart, enz.

Al deze tegenslagen, soms oorzaak van acuut leed, maken deel uit van het probleem van de aanwezigheid van het kwaad in de wereld. Daarop trachtten de mensen, overal en in alle tijden, verschillende antwoorden te geven.

Dit probleem van het kwaad dat mensen van alle rassen betrekt, doet ons soms geloven dat er slechte mensen zijn met uitzonderlijke macht en in staat het kwaad tegen andere personen te "werpen". Men is van mening dat je jezelf soms tegenover zulke gemene mensen niet kunt verdedigen tenzij door een beroep te doen op anderen die ook bijzondere machten bezitten en in staat zijn te zien, te ontdekken en de remedie te geven tot bescherming. Sommigen, zoals in de Afrikaanse landen, doen een beroep op een sorcier; anderen, zoals in de landen van Latijns-Amerika, vertrouwen op de curandero; nog anderen, zoals bij ons in Europa, gaan zichzelf aan kwakzalvers toevertrouwen om verkwikking te vinden voor eigen kwalen. Feitelijk betreft het probleem van het kwaad, hoewel op verschillende wijze, het diepste van elke mens en het is geenszins een probleem dat slechts de Afrikaanse of de Indiase of de Europese mens aangaat.

Anderen doen geen beroep op externe hulp omdat ze weten dat het nest van vele kwalen in hun eigen hart woont. Er zijn er ook die zich integendeel neerleggen bij de redenering dat hun eigen lot al bezegeld is en dat er niets kan worden aan veranderd. Sommigen zijn overtuigd dat het kunnen veranderen van een situatie of van een gemoedstoestand niet in eigen handen ligt; of wie het slachtoffer uithangt en de schuld naar anderen toeschuift; of wie leeft met het lichaam op een zekere plaats en met het hart op een andere plaats; of wie wankelt naar links en naar rechts, zoals een bokser doet op de ring om zich te beschermen tegen de vuistslagen van de tegenstander, om zo bij de dag te leven.

Ieder van ons heeft zijn eigen en bijzondere manier om een moeilijke situatie het hoofd te kunnen bieden en er bestaan geen formules die voor iedereen gelden. Om hiervan overtuigd te geraken is het voldoende het nieuws te lezen waarmee onze dagbladen gevuld zijn.

En wij christenen, hoe gaan wij om met de tegenslagen in ons dagelijks leven en hoe komen wij ze te boven?St. Augustinus

We moeten trachten om de tegenslagen, in onze dagelijkse werkelijkheid, met een christelijke blik te beschouwen (d.w.z. de gebeurtenissen doordenken in het licht van het geloof) en in een positieve zin, in het licht van de verlossing. Ze dienen gezien te worden als een middel tot zuivering van zonde en als kracht die ons helpt te groeien en te rijpen vanuit een minder ontwikkelde spiritueel status tot een bewuste spirituele volwassenheid.

De heilige Augustinus schrijft: "Wie denkt geen beproevingen te moeten doorstaan is nog geen christen" omdat we maar christen zijn als we, geladen met eigen kruis, de steile Calvarieberg opgaan en zo de voetstappen van de Meester volgen.

Daarom zijn al de tegenslagen een voordelige gelegenheid, een gunstige tijd. Ze zijn voor ons de concrete gelegenheden die ons in staat stellen Gods liefde te beantwoorden en mee te bouwen aan zijn heilsplan, niet als toeschouwers maar als hoofdrolspelers.

Het boek van Jezus Sirach herinnert ons eraan dat "... goud wordt in het vuur beproefd, en de mens die God aangenaam is in de oven van de vernedering" (Sir 2, 5). Het is de pedagogie van God degenen die Hij bemint op de proef te stellen: "Wie ik liefheb, die bestraf en tuchtig ik" (Apk 3, 19).

De heilige Johannes van het Kruis leert ons: "Door die wederwaardigheden, waarin God de ziel en de zintuiglijkheid dompelt, verwerft zij deugden, kracht en volmaaktheid; want de deugd wordt in zwakheid vervolmaakt en in de praktijk van het lijden tot stand gebracht. Het ijzer kan immers slechts dienen en zich aanpassen aan het plan van de smid door het vuur en de hamer"[1], de eigenschappen die het daarvoor bezat worden omgevormd, doorheen het lijden.

De tegenslagen zijn dus groeikansen en mogelijkheden om onze liefde en trouw te bewijzen. Zich beklagen betekent niet te hebben begrepen wat voor een genade ons werd geschonken. Het betekent de groeiwet van de liefde te willen ontwijken. Het betekent niet te willen instappen in een dynamiek van deelneming, medewerking, vriendschap en verlangen om de tuin te mogen zijn waar de God van Abraham, Isaac en Jacob..., onze God, kan rusten.

Het Boek Wijsheid herinnert ons eraan dat God ons zo groot wil maken als Hemzelf: "omdat God hen op de proef heeft gesteld en bevonden heeft dat zij Hem waardig zijn" (W 3, 5). Bovendien is Hij getrouw en zal Hij niet toelaten dat we boven onze krachten worden bekoord, maar met de beproeving "bepaalt Hij ook de uitkomst, zodat wij deze kunnen doorstaan" (1 Kor 10, 13).

De doorstane tegenslagen maken ons en ons woord sterk. De mens die spreekt omdat hij in zijn eigen vlees heeft meegemaakt wat hij zegt, spreekt ook woorden uit die wegen als stenen; stenen waarop men een stevig huis kan bouwen. Integendeel zal de mens die dit niet doorstaat, zieke woorden spreken, woorden die niets te maken hebben met zijn ervaring; hij brengt met zijn mond slechts lege klanken voort. Hij is gelijk aan een hond die blaft wanneer de trein van de geschiedenis voorbijgaat. De trein stopt niet en blijft doorgaan. De hond stopt, staakt met blaffen om daarna opnieuw te beginnen, als hij de kracht ertoe zal hebben, bij de verschijning van een nieuwe trein.

Moge de kracht van het vuur en van de hamer ieder van ons gelijkvormig maken aan de idee van de maker[2].

Irene Iovine

 




________________________

[1] H. Johannes van het Kruis, Levende Vlam van Liefde, II, 26, in Volledige Werken, Uitgeverij Paul Brand N.V., Hilversum-Antwerpen MCMLXIII, 1008.
[2] Vgl. E. Grasso, Très chers amis... Thèmes choisis de spiritualité, Centre d'Études Redemptor hominis, Mbalmayo 2000, 227-231.

25/09/2010