Thema's van Spiritualiteit/10

  


De goede herder roept zijn schapen bij hun naam en

geeft zijn leven voor hen (Joh 10, 1-18)



De gelijkenis van Jezus als "Goede Herder" is zeer belangrijk voor het christelijk leven. Jezus doet zijn leerlingen de diepe betekenis van zijn leven begrijpen: zijn eigen leven geven voor zijn schapen, die hij kent en bij naam roept. Dit heeft ook betekenis voor het leven van een christenmens: de stem volgen van Degene die van hem houdt in de verzamelde kudde.

De context van de gelijkenis

In de tijd van Jezus was de veeteelt van schapen sterk ontwikkeld. Vele mensen bezaten kudden als enige bron van inkomen. Om nieuwe weiden te vinden voor hun eigen kudde verhuisden de herders regelmatig. Daarom moesten ze vaak ver weg trekken en bleven ze lange tijd weg van huis

Er bestonden ook grondeigenaars die ruime omheiningen bouwden om de herders de kans te geven om hun schapen 's nachts veilig te verzamelen en ze de volgende dag terug op te halen. Het contract voorzag een bewaker die de verschillende kuddes behoedde.

In deze context begrijpen we de gelijkenis beter. We begrijpen waarom Jezus over de herder spreekt die zijn schapen "terug gaat halen" in een omheinde plaats, voorzien van een deur en een bewaker. We begrijpen ook waarom de schapen zich samen met anderen bevinden, waarom ze alleen opstaan bij de komst van hun eigen herder en waarom ze hem volgen wanneer de bewaker de deur open doet. Het is goed dat wij even stil blijven staan bij dit belangrijk aspect van de Schrift: het begrijpen van de Bijbelse tekst, van wat gewoonlijk "de letter" wordt genoemd, van wat geschreven staat, om vervolgens door te dringen tot het begrijpen van wat de tekst ons wil leren.

Origenes zei heel juist dat "als iemand, in een toestand van onwetendheid, verder wil gaan dan wat geschreven staat vooraleer wat geschreven staat te begrijpen, dan zal hij niet eens begrijpen wat er geschreven staat. Zoals je een ladder niet kunt beklimmen zonder onderaan te beginnen naargelang je mogelijkheden, zo geldt hetzelfde voor het begrijpen van goddelijke dingen"[1].

Van de betekenis naar de betekenissen

In de tekst zelf moet men de eigen boodschap trachten te begrijpen. Onder de vele betekenissen die de gelijkenis van de Goede Herder bevat, kiezen wij deze twee:

De eerste, die ook het centrum ervan is, bestaat in "zijn leven voor de kudde te geven" (v. 11), een wezenlijke voorwaarde om een goede herder te zijn. In die tijd waagden de herders dag en nacht hun leven voor hun kudde, want de kudde was hun enige rijkdom. En als 's avonds, weer terug in de schaapskooi, de herder zijn schapen telde en hij één daarvan miste, liet hij alle andere veilig in de stal achter en ging hij op zoek naar het verlorene (vgl. Lc 15, 4-7). 

Het is om die reden dat Jezus allen veroordeelt die zich vóór Hem gedroegen als dieven en rovers, omdat zij niet geïnteresseerd waren in de kudde (vgl. Joh 10, 13). Zeker,  deze uitspraak van Jezus was bedoeld tegen de schriftgeleerden en de farizeeën uit Mt 23, 1-36, die "het koninkrijk der hemelen voor de mensen sluiten" (Mt 23, 13) en die, in tegenstelling tot een goede herder, zich niet laten leiden tot het heil omdat zij "blinde leiders" (Mt 23, 16) zijn.

In het spoor van deze gelijkenis zal Jezus later zeggen: "De grootste liefde die iemand zijn vrienden kan betonen, bestaat hierin dat hij zijn leven voor hen geeft. Mijn vrienden zijn jullie, maar dan moeten jullie ook doen wat Ik jullie opdraag. Voor Mij zijn jullie geen dienstknechten meer: een knecht heeft geen begrip van wat zijn meester doet. Vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb vernomen, aan jullie heb meegedeeld" (Joh 15, 13-15).

Hier vinden we als een echo de gelijkenis van de Goede Herder terug, vooral dan in het vermogen om "zijn leven voor zijn schapen te geven". Maar ook de andere boodschap, waarover we het nog zullen hebben, vinden we hier terug: met name het feit dat er een persoonlijke en intieme relatie bestaat tussen de herder en de schapen (Jezus en zijn vrienden) tot het punt dat hij ze "één voor één" roept (d.w.z. bij naam) en dat ze Hem "volgen omdat ze zijn stem kennen."

De tweede betekenis is het "ieder bij zijn naam roepen", waarmee de goede herder zich tot zijn schapen richt (vgl. Joh 10, 3). De leerlingen van Jezus herkennen niet alleen zijn stem, maar ze hebben de ervaring opgedaan dat ze bij naam worden genoemd.

Een duidelijk voorbeeld is de ervaring van Maria Magdalena in de tuin waarin men het lichaam van de Heer, dat ze niet meer kan vinden, had neergelegd. Ze ziet alleen de steen (de "deur") van het graf die weggerold lag aan een kant. We bevinden ons in een andere situatie dan die van de gelijkenis van het verloren schaap (vgl. Lc 15, 4-7), want in dit geval gaat het om het "schaap" dat op zoek gaat naar de "herder". Maar we moeten ons niet laten misleiden. Het is de Heer die op zoek gaat naar Maria Magdalena, om haar volledig te vinden.

Maria Magdalena herkent Jezus niet als Hij haar zegt, "Vrouw, waarom huil je?" (Joh 20, 15), maar als Hij haar bij naam noemt: "Maria!" (v. 16). Pas dan antwoordt zij hem: "Mijn Meester". "Ze herkende hem direct uit de onmiskenbare toon van zijn stem, ze draaide zich om en sprak Hem aan met de titel waarmee ze Hem gewoon was te noemen: "Rabboeni! Mijn Meester". Het mysterie van deze ontmoeting breekt los in twee namen: de eerste waarschijnlijk gefluisterd, maar de andere geschreeuwd in een levendige uitbarsting van vreugde"[2].

Maria herkent Hem, ze hoort zijn stem en treedt Hem tegemoet om Hem te omhelzen, want Jezus had zijn leven voor haar gegeven: de scène vindt plaats, inderdaad, na de dood en de verrijzenis van Jezus.

Uit de twee belangrijke betekenissen die we hebben ontleed, zien we hoe belangrijk de gelijkenis van de Goede Herder is voor het christelijk leven. Ze doet ons allemaal het mysterie van de persoon van Jezus begrijpen, een mysterie dat bestaat in zijn leven te geven voor zijn vrienden. En tegelijkertijd doet het ons de volledige zin van het leven van een mens begrijpen die van een anoniem bestaan overgaat naar een onbreekbare vriendschap met Christus, de Goede Herder, die zijn schapen bij hun naam noemt.

Sandro Puliani   

 

 



________________________

[1] Vgl. Origene, Fragm. 19 in 1Cor, aangehaald in F. Cocchini, Origene: La Scrittura secondo la Scrittura, in "Parola Spirito e Vita" 1 (2001) 234-235.
[2] U. Terrinoni, Maria di Magdala: icona dell'amore ardente (Gv 20, 1-2. 11-18), in "Consacrazione e servizio" 51/4 (2002) 43.

14/07/2010