Jaar van de Priester/9
  


Het celibaat van de priester


Uit een exclusief onderzoek gepubliceerd door twee Vlaamse kranten, Het Belang van Limburg en Gazet van Antwerpen op 4 december 2006, bleek dat de overgrote meerderheid van de Vlaamse priesters (80%) voor de afschaffing van het celibaat was. In diezelfde Belgische context bleek uit de meest recente enquête over het geloof van de katholieken, gehouden door de Franstalige krant Le Soir op maandag 25 januari 2010, dat 73% van de Belgische katholieken tegen het celibaat van de priesters is.

Tegenover deze sluipende oppositie heeft de Kerk altijd een standvastige positie in het voordeel van het celibaat voor priesters gehouden, zoals een aantal belangrijke documenten van het Leergezag het aantonen[1].

Deze teksten tonen de theologische, spirituele en pastorale motivaties van het priesterlijke celibaat als dienst aan het leven en de missie van de Kerk, alsook in relatie met de sacramenten van de Priesterwijding en de Eucharistie. Net als de apostelen zijn de bisschoppen en de priesters geroepen om Christus aanwezig te stellen als hoofd en herder van Gods volk. Deze rol krijgt een belangrijke specificatie door de figuur van Christus-Bruidegom, m.a.w. van Christus die zich volledig geeft aan de Kerk, zijn bruid.

Het fundament van het celibaat

Om even over een aantal aspecten van het priesterlijke celibaat na de denken, loont het de moeite om de toespraak van Benedictus XVI aan de Romeinse Curie (22 december 2006) in overweging te nemen[2]. Om het fundament van het celibaat te verwoorden, verwees de Paus naar het meest specifieke kenmerk ervan: namelijk het geheel toebehoren van de priester aan God. Het fundament van het celibaat kan alleen theocentrisch zijn: "De priester kan en moet ook vandaag zeggen met de Leviet: 'Dominus pars hereditatis meae et calicis mei'. God zelf is mijn deel van de grond, het innerlijke en uiterlijke fundament van mijn bestaan"[3].

Alleen vertrekkend vanuit God kan het celibaat begrepen worden als een teken van geloof: "Het geloof in God wordt concreet in die vorm van leven die alleen vetrekkend van God zin heeft. Zijn eigen leven op Hem vestigen en afzien van huwelijk en gezin betekent dat ik God ontvang en ervaar als realiteit en dus kan ik Hem bij de mensen brengen"[4].

In een wereld zoals de onze, waarin God hooguit als een werkhypothese beschouwd wordt en niet als een concrete realiteit, betekent het focussen van je eigen leven op God in de radicaliteit van het celibaat Hem opnieuw ter sprake brengen als fundamentele realiteit van het bestaan. Onze wereld "heeft nood aan getuigenis voor God. En deze ligt in de beslissing om God te ontvangen als de grond waarop het eigen bestaan gegrond is"[5]. Daarom is het celibaat vandaag zo belangrijk in onze wereld, zelfs als het voortdurend wordt bedreigd en in vraag wordt gesteld.

De vraag voor ons, priesters, is of we echt geloven dat het mogelijk en zinvol is om een leven te leiden dat totaal en alleen op God gebaseerd is. Het celibaat kan immers enkel begrepen worden vanuit deze basis. Louter pragmatische redenen voor het celibaat, zoals de verwijzing naar een grotere beschikbaarheid, zijn niet voldoende, omdat men "gemakkelijk in een vorm van egoïsme kan vervallen: de zelfopoffering en de inspanningen die vereist zijn bij het elkaar aanvaarden en verdragen in het huwelijk kunnen uit de weg worden gegaan. Het celibaat kan dus leiden tot een spirituele verarming of tot een verharding van het hart"[6].

Om in dienst van mensen te staan moet de priester werkelijk God van binnenuit kennen: "Als in een priesterlijk leven deze centrale plek van God verloren gaat, bloedt ook de ijver van de actie geleidelijk dood. Bij een overvloed aan uiterlijke dingen ontbreekt het centrum dat betekenis geeft en alles tot de eenheid brengt. Het fundament van het leven ontbreekt, 'de grond' waarop dit alles kan staan en bloeien"[7].

De categorie van de bruiloft

In het algemeen toont de huidige sociaal-culturele postmoderne context zich gesloten en vijandig, zo niet geschokt en ongelovig, tegenover sterke en duurzame keuzes, zoals bijvoorbeeld een celibatair leven voor het hele leven. Maar paradoxaal genoeg biedt deze context een unieke kans voor de priester. Hij kan zichzelf immers voorstellen als een levende "uitdaging", een onvermijdelijk "appel", een kritisch vraagteken t.a.v. de opduikende denk en- gedragspatronen.

Als men gevoelens boven de wil stelt en indrukken boven verstand, dan worden zwakke en fragmentarische verbintenissen gesloten, afhankelijk van het ogenblik. Verbintenissen op lange termijn die het heden en de toekomst hypothekeren, boezemen dan angst in. Daarom het celibaat, beleefd in zijn integriteit, laat zien dat leven in trouw aan een stabiele en aan langdurige relatie mogelijk is.

De categorie van de bruiloft is de meest geschikte om het celibaat te begrijpen. "In werkelijkheid betekent het celibaat een bijzondere gelijkvormigheid aan de levensstijl van Christus zelf. Zulke keuze is vóór alles de keuze van een bruidegom voor zijn bruid: het is vereenzelviging met het hart van Christus, de Bruidegom, die zijn leven geeft voor zijn Bruid". Om deze reden benadrukt de Heilige Vader nogmaals met klem "de schoonheid en het belang van een priesterleven als een welsprekend teken van de totale en exclusieve toewijding aan Christus, aan de Kerk en aan het Rijk van God"[8].

Als een cultuur de seksualiteit van alle objectieve morele normen losmaakt, en de waarheid van het goede, dan heeft men moeite om te begrijpen welke waarde het afzien van het huwelijk en het gezin kan hebben. Bovendien wordt dan elke vorm van lijden of offergave als onmenselijk beschouwd. Maar het celibaat, beleefd "in volwassenheid, in blijdschap en met toewijding"[9] toont de schoonheid van de bruidegom-bruid relatie, die het celibataire leven van de priester voedt en begeestert.

Het celibaat heeft niet alleen een persoonlijke en kerkelijke betekenis, maar ook een sociaal, cultureel en seculier belang. Het heeft ook betrekking op de wereld, op de samenleving, op de gedragspatronen en op de heersende mentaliteit: "Waar het priestercelibaat in volwassenheid, in blijdschap en met toewijding wordt beleefd, is het een heel grote zegen voor de Kerk en voor de samenleving zelf"[10].

Het celibaat, gezien als een persoonlijke band van eeuwige liefde tussen bruidegom en bruid, heeft een profetische rol te spelen, is een contradictie t.o.v. een narcistische en naar binnen gekeerde cultuur. Een "volwassen, blij en toegewijd" getuigenis straalt een bijzondere kracht uit van provocatie en aantrekkingskracht. Het klaagt gevoelens en gedragingen aan die niet voldoen aan de 'echtelijke betekenis' van het menselijke lichaam, en dus de liefde in de authentieke gemeenschap en overgave van zichzelf.

Maurizio Fomini


________________________

[1] Vgl. het conciliare decreet Presbyterorum ordinis (7 december 1965), de encycliek Sacerdotalis caelibatus di Paolo VI (24 juni 1967), de  postsynodale exhortaties Pastores dabo vobis van Johannes-Paulus II (25 maart 1992) en Sacramentum caritatis van Benedictus XVI (22 februari 2007).
[2] Benedetto XVI, Discorso alla Curia Romana in occasione degli auguri natalizi (22 dicembre 2006), in www.vatican.va
[3] Benedetto XVI, Discorso alla Curia... , in www.vatican.va
[4] Benedetto XVI, Discorso alla Curia... , in www.vatican.va
[5] Benedetto XVI, Discorso alla Curia... , in www.vatican.va
[6] Benedetto XVI, Discorso alla Curia... , in www.vatican.va
[7] Benedetto XVI, Discorso alla Curia... , in www.vatican.va
[8] Sacramentum caritatis, 24.
[9] Sacramentum caritatis, 24.
[10] Sacramentum caritatis, 24.

29/03/2010