Jaar van de Priester/5

   

DE PRIESTER EN DE EVANGELISATIE


In een verdere uitdieping van de gedachten van Kardinaal Danneels over de identiteit van de priester, bespreken we in deze bijdrage de evangeliserende taak van de priester.

De onderhoudspastoraal

Eerst een inleidende vaststelling van de kardinaal: het apostolisch werk van de priester beperkt zich vandaag te veel tot de onderhoudspastoraal, die hoofdzakelijk 'homeopathisch'[1] is. Met 'homeopathisch' bedoelt de Kardinaal het volgende: "Men zoekt in de omgevende cultuur de waarden die zich lenen tot evangelisatie; door kleine doses zachte prediking, poogt men te komen tot bekering"[2]. Wat ook Paulus deed, althans aanvankelijk, op de Areopaag in Athene. Deze methode is juist maar onvoldoende.

De diaken Stefanus handelt anders voor de Hoge Raad[3]. Hij maakt gebruik van een 'allopathische'[4], treffende prediking tegenover een vijandige of onverschillige wereld. "Deze prediking is onmisbaar binnen het apostolisch optreden. Ze wordt echter vaak beschuldigd van proselitisme, gebrek aan respect voor de ander en ingaand tegen het principe van de godsdienstvrijheid. In werkelijkheid kan deze kritiek een uiting zijn van twijfel aan de uniciteit en onvervangbaarheid van de Christus"[5].

In de eerste homeopathische methode evangeliseert men met kleine doses, het milieu door het milieu, de arbeiders door de arbeiders, de gehuwden door de gehuwden. Het gaat om een onderhoudspastoraal die vooral bekommerd is om een dienst aan de gelovigen en om een zachte genezing, in concurrentie met de nieuwe spirituele tendensen - voornamelijk de New Age beweging - die vele aspecten van de hedendaagse cultuur beïnvloeden[6].

In de tweede allopatische methode gaat het om een verkondiging die een precieze beoordeling is en die het diepste wezen van de mens raakt. Na zo'n verkondiging zijn maar twee reacties mogelijk: ofwel de bekering van diegenen die luisteren, met een totale omwenteling van levensvisie en levenswijze, ofwel de vervolging van de apostel door dezelfde toehoorders. Na die redevoering werd Stefanus vermoord (vgl. Hand. 7, 54-60). Deze laatste prediking is onmisbaar - vindt de Kardinaal - binnen het apostolisch optreden.

Waarschijnlijk is er nood aan een juiste dosering tussen de twee methodes, tussen didaché en kerygma, tussen de lange weg van de preparatio evangelica, die over de vele 'mediaties' gaat, en de zuivere verkondiging van de evangelische boodschap. 

Hoe dan ook beschreef H. de Lubac al de risico's die de eindeloze omzwervingen inhouden voor we aan het verkondigen van het hart van de boodschap toe zijn op de volgende wijze: "Toch blijft het niet minder waar dat op de duur toch de vraag rijst of de essentiële boodschap ooit nog wel doorheen zulk dicht netwerk kan glippen... Laten al die voorbereidselen op het apostolaat, en die hulpdiensten van het apostolaat ons nog steeds de tijd en de beschikbaarheid die de apostel behoeft?"[7].

De kwalen te genezen

Kardinaal Danneels duidt in zijn tussenkomt op de bijzondere Synode van de Bisschoppen over Europa (28 november-14 december 1991) de voornaamste kwalen aan die het geloof verzieken:

        1. De fundamentele twijfel over de uniciteit van Christus, de Redder. Men verloochent Christus niet. Men houdt zelfs van Hem. Maar Hij bekleedt een plaats in het Walhalla[8] van goden en profeten, als één te midden van velen. "De evangelisatie van Europa zal met dit probleem moeten afrekenen: hoe de uniciteit van Christus, de Redder, doen aanvaarden en tevens de juiste soteriologische waarde van de anderen godsdiensten verklaren?"[9].

        2. De scheiding tussen evangelische waarden en de persoon van Christus. Men verbreekt de band tussen moraal en cultus. Velen blijven gehecht aan de evangelische waarden, vooral aan deze die we gemeenschappelijk hebben met alle mensen van goede wil, maar de cultus van deze waarden wordt gescheiden van de cultus van Christus. Christus wordt dan toegesproken in de derde persoon: Hij heeft dit gezegd. "De nieuwe evangelisatie van Europa zal op een diepgaande wijze terug de wortels moeten blootleggen van het gebed en van een christelijk leven dat steunt op de sacramenten van de verzoening en van de eucharistie"[10].

        3. De scheiding tussen God en Christus. De godsdiensten worden beschouwd als middelen om de volkeren en culturen te brengen tot de kennis van de éne God. Iedere profeet of stichter van een godsdienst heeft slechts een voorlopige en beperkte taak: hen die hij op zijn weg ontmoet te brengen tot die ene God, die voor allen gemeenschappelijk is. "Maar men kan niet om Christus heen. Hij is geen opwekker en Hij is niet enkel profeet. Hij is de middelaar voor altijd. Zonder Hem hebben we geen toegang tot zijn Vader. We kunnen Hem niet herleiden tot een middel, Hij is het doel zelf (...). De enige evangelisatie die voert tot de kennis van de drie-éne God is die van Jezus"[11].

        4. Het volstaat dus niet de evangelisatie te beperken tot het bevorderen van de evangelische waarden: men moet Christus prediken. Het Koninkrijk Gods is namelijk een persoon. "Zonder de aanbidding van Gods Zoon slaan de evangelische waarden - naar het woord van Chesterton - op hol"[12].

De nieuwe evangelisatie is tegelijkertijd vrucht van een vernieuwing in de Kerk, maar ook de enige manier om deze crisis te boven te komen. Ze zal nooit voltooid zijn noch diepe sporen nalaten, indien zij niet tevens oproept tot een vernieuwd missionair elan zowel binnen als buiten de Kerk. "In de eerste tijden van de Kerk beleefden de christenen zeer intens hun geloof, tot in de marteldood. Christen zijn en blijven, had iets heroïsch. Daarna was de tijd van de vervolgingen voorbij, en het christendom begon zich te ‘installeren'. Aanstonds kwam er een reactie vanuit de Kerk zelf, een lichaam in goede gezondheid, en het christendom vond een soort plaatsvervangend martelaarschap uit: het was de bloeitijd van kluizenaars en kloosters: mannen en vrouwen wijdden zich aan God door de radicale gave van zichzelf... De Kerk... zoekt steeds weer een middel om haar geloof heldhaftig te beleven. Al wat niet in die richting gaat, is gedoemd tot verdwijnen... Wij hebben dus maar één keuze: intenser christen worden of verdwijnen... Bij gebrek aan martelaarschap in ons land, blijven er dus twee mogelijkheden over: ofwel de intensiteit van het religieuze leven (monnik worden) ofwel de heldhaftigheid van een evangeliserend leven (missionaris worden)"[13]. "Wanneer ik mij zorgen maak voor de Belgische Kerk, is het juist dat zij niet voldoende heroïsch is. Daar is het dat de Kerk verarmd is en in groot gevaar verkeert. En zij is ook niet voldoende missionair"[14].

 

Maurizio Fomini

 


________________________

[1] Homeopathie: "geneeswijze waarbij men tegen een kwaal als geneesmiddel aanwendt wat bij een gezonde juist de kwaal zou teweegbrengen, dat toch, in uiterste geringe hoeveelheid toegediend, de natuurlijke heelkracht van het organisme helpt. Tegengestelde: Allopathie" (Van  Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse taal, I, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen 1984, 1172) .
[2] G. Danneels, Synode over de opleiding van de priesters, in "Pastoralia" 29/9 (1990) 201.
[3] Stefanus besluit zijn lange redevoering, waarin hij een overzicht geeft van de geschiedenis van het Israëlitische volk, met deze woorden: "Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oor, nog altijd weerstreeft gij de heilige Geest, zoals uw vaderen deden" (Hand. 7, 51).
[4] Allopathie: "geneeswijze waarbij men tegenwerkende geneesmiddelen in voldoende mate aanwendt" (Van Dale, Groot Woordenboek..., I, 165).
[5] G. Danneels, Synode over de opleiding van de priesters..., 201.
[6] Vgl. G. Danneels, Tussenkomst op de bijzondere Synode over Europa, in "Pastoralia"  32/1 (1992) 5.
[7] H. de Lubac, Méditation sur l'Église, Œuvres Completes, VIII, Les Éditions du Cerf,  Paris 2003, 193.
[8] In de Noordse mythologie was het Walhalla een speciale hemel, voorbehouden voor de gesneuvelden in de strijd.
[9] G. Danneels, Tussenkomst op de bijzondere Synode..., 5.
[10] G. Danneels, Tussenkomst op de bijzondere Synode..., 5.
[11] G. Danneels, Tussenkomst op de bijzondere Synode..., 6.
[12] G. Danneels, Tussenkomst op de bijzondere Synode..., 6.
[13] G. Danneels, Jongeren en de zending van de Kerk, in "Pastoralia" 28/5 (1989) 84-85.
[14] G. Danneels, Jongeren en de zending van de Kerk..., 85.


25/11/09