Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Interviews arrow Interviews/15. In Nederland is God dood (maar niet voor de jongeren...)/2
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Interviews/15





  IN NEDERLAND IS GOD DOOD (MAAR NIET VOOR DE
JONGEREN EN DE BEKEERDE VOLWASSENEN)/2

De atheïstische en agnostische maatschappij, gender, euthanasie, islam.
Een uitgebreid interview met de primaat van Nederland, Willem Jacobus Eijk


 


* In het rapport "God in Nederland" staat dat de jongere katholieken, wat de traditionele katholieke leer betreft, orthodoxer zijn dan de minder jonge. Lijkt u dat ook zo te zijn of is dit een vermoeden?

Dat is zo, dat kan ik bevestigen. De oudere generaties zijn die welke in de jaren '60 de nieuwe theologische stromingen hebben omarmd, de jongeren discussiëren daarentegen niet over de orthodoxie, wanneer zij nog geloven, en hebben een intens gebedsleven. Palmzondag valt samen met een activiteit van de jeugdpastoraal in mijn aartsbisdom en voorziet in een uur van aanbidding. Onze jongeren houden zeer van de aanbidding, zij houden van het gebed in stilte. Gedurende dat uur geven wij hun altijd de mogelijkheid te biechten en praktisch alle aanwezige jongeren biechten, terwijl, wanneer men met de oudere generatie over de biecht spreekt, de reacties zeer negatief, vijandig zijn: "Wij doen daar niet meer aan". Terwijl men dit niet ziet onder de jongeren, zij zijn zeer open over de biecht. Het aantal katholieken wordt steeds minder, maar de kwaliteit neemt toe en dat is een teken van hoop. In een niet verre toekomst zal de Kerk in Nederland zeer klein zijn, maar het zal een Kerk met een sterk geloof zijn, die de zuurdesem zal kunnen zijn van het Rijk Gods in de maatschappij van morgen. Ik ben geen wanhopige aartsbisschop, maar wij moeten accepteren dat de Kerk in Nederland zeer klein zal worden. Ik sluit veel kerken, misschien zal vóór 2020 eenderde van de kerken in het aartsbisdom Utrecht gesloten zijn en tweederde vóór 2025. Misschien zullen wij in staat zijn ongeveer 20 parochies met ieder één of twee kerken elk te behouden, terwijl in de jaren '60 het er ongeveer 400 waren: het is een enorme vermindering. Maar wanneer de parochianen een sterk, diep geloof hebben, zal dit de zuurdesem van de toekomst kunnen zijn: dat is mijn hoop voor de toekomst. En ik moet zeggen dat ook onder de ouderen degenen die blijven, een substantiëler geloof hebben dan hun eigen generatie in het verleden. Toen ik in het verre 1985 kapelaan ben geworden, sloot het grootste gedeelte van mijn parochianen zich aan bij de ideeën van de 8 mei-beweging. Dat was de naam van een beweging die aan de vooravond van het bezoek van Johannes Paulus II aan Nederland was ontstaan, dat op 8 mei 1985 plaatsvond. Het was een zeer bijzonder bezoek, met zeer veel protesten tegen de paus: het is het moeilijkste bezoek geweest dat Johannes Paulus II gedurende zijn lange pontificaat heeft gedaan. De deelnemers aan die beweging sloten zich aan bij een liberale theologie, bekritiseerden veel delicate punten van de leer van de Kerk, zij verzetten zich vooral tegen de seksuele moraal. 's Zondags was de kerk nog wel vrij vol, maar ik wist dat het merendeel van de aanwezigen de inhoud van mijn homilieën niet aanvaardden. Vandaag is dat niet meer zo, de atmosfeer is meer ontspannen, is vreedzamer. Het geloof verkondigen is nu gemakkelijker geworden dan het 30 jaar geleden was. Niet alle ontwikkelingen zijn negatief, het zou verkeerd zijn dit te denken.

* Ondanks het teruglopen van het aantal katholieken in Nederland laten de statistieken zien dat ieder jaar zich enkele honderden katholieken bekeren tot het katholicisme. Wat voor type mensen zijn deze volwassenen die vragen om in de katholieke Kerk te worden opgenomen?

Het zijn personen die even gevarieerd zijn als de Nederlandse maatschappij. Weinigen worden katholiek om met een katholiek te trouwen, het grootste gedeelte ontdekt het katholieke geloof door vrienden of ten gevolge van een belangrijke gebeurtenis in het leven. Sommigen zijn protestant, anderen zijn nooit gedoopt. Het zijn zeer verschillende personen en plus minus de helft van hen wordt een actieve gelovige met een sterk geloof.

* Zijn er veel vreemdelingen onder hen of zijn het voor het merendeel Nederlanders?

Het merendeel zijn autochtone Nederlanders. Onder de christelijke immigranten bevinden zich veel gedoopte, gelovige personen die in het geloof beter onderlegd zijn dan de Nederlanders. In Nederland hebben wij een miljoen moslims, maar ook 800 tot 900 honderdduizend katholieke immigranten die een zeer actief bestanddeel zijn in de parochies van het westelijk deel van het land, in de grote steden zoals Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

* Onlangs heeft u de noodzaak onderstreept van een document op hoog niveau van de katholieke Kerk over de genderideologie. Waarom zou een dergelijk document belangrijk zijn?

Ook inzake dit thema is Nederland koploper geweest. In de jaren '80 bood een universiteitskliniek van Amsterdam van protestantse denominatie als eerste zowel hormonale als chirurgische behandelingen voor de verandering van het biologische geslacht aan. De ziektekostenverzekering betaalde voor een groot deel dit alles en dat is nog zo. Vandaag wordt er door commissies van de Verenigde Naties veel druk op de staten uitgeoefend dat zij wetgevingen, vooral schoolprogramma's invoeren die met de gendertheorie overeenkomen. Wat zegt deze theorie kort samengevat? Dat in het verleden de identiteit van het geslacht door de maatschappij werd opgelegd, vooral met betrekking tot de maatschappelijke rol van de vrouw, maar nu zijn wij individualistisch, volwassen, autonoom, en hebben wij dus het recht en de plicht onze genderidentiteit te kiezen. Vandaag is de gendertheorie in Nederland niet meer een onderwerp van discussie, allen accepteren deze als iets vanzelfsprekends: de gender heeft geeft essentiële band met het biologische geslacht, het individu heeft de vrijheid zijn eigen genderidentiteit te bepalen en het biologische geslacht naar believen te veranderen overeenkomstig zijn ideeën over zijn genderidentiteit. Voor de mensen is het moeilijk geworden om te begrijpen dat een verandering van geslacht iets is dat onverenigbaar is met de leer van de Kerk over huwelijk en seksualiteit. Daarom heb ik om een document van de kant van het Romeins leergezag over de gendertheorie gevraagd: het hoeft geen encycliek te zijn maar wel een document dat duidelijk uitlegt wat de Kerk denkt van de gendertheorie op basis van een christelijke filosofische antropologie, zodat de mensen kunnen begrijpen dat op basis van de visie die de Kerk op de wereld heeft, en die voortkomt uit de Heilige Schrift en de Traditie, het biologisch geslacht essentieel is voor de genderidentiteit. Er kunnen veranderingen zijn wat de maatschappelijke rol van de gender betreft, dat gebeurt in alle culturen en in heel de geschiedenis, maar men kan niet zeggen dat de gender volkomen los staat van het biologisch geslacht. Ik heb om een dergelijk document verzocht, omdat allen in onze maatschappij de gendertheorie accepteren zonder zich van de gevolgen ervan en de antropologie die zij veronderstelt, bewust te zijn. De paus heeft hier en daar iets over het onderwerp gezegd, hij heeft het gehad over een agressieve, ideologische kolonisatie betreffende de gendertheorie, over een oorlog op mondiale schaal tegen huwelijk en gezin, maar een specifiek document over de gendertheorie zou profetisch kunnen zijn.

* Een ander delicaat thema is de wetgeving betreffende euthanasie, die in Nederland al bestaat en zeer permissief is. Wat denkt u van de huidige wetgeving en de gevolgen van de hervormingen die worden voorgesteld in de richting van hulp bij suïcide?

De situatie wordt ingewikkelder. Een commissie, ingesteld door de regering en voorgezeten door een lid van D66, dat lang heeft gestreden voor de invoering van euthanasie in Nederland, heeft afgelopen jaar geconcludeerd dat de van kracht zijnde wet goed functioneert en het niet nodig is deze te veranderen. De commissie heeft geschreven dat het waar is dat er in Nederland ouderen zijn die gebruik zouden willen maken van hulp bij suïcide, ook al lijden zij aan geen enkele ziekte, alleen maar omdat zij hun leven als "voltooid" beschouwen. Deze personen kunnen volgens de commissie al gebruik maken van de van kracht zijnde wet. Desondanks hebben de ministers van justitie en volksgezondheid afgelopen 13 oktober een brief aan het parlement geschreven waarin zij hebben aangekondigd een nieuwe wet te willen aanbieden om die te zetten naast de bestaande over euthanasie voor hen die hun leven als voltooid beschouwen. Deze wet over het "voltooid leven" zou er dan in voorzien dat ieder het recht heeft te vragen om hulp bij suïcide, zich richtend tot bevoegde hulpverleners, en dat kunnen artsen, psychologen, gespecialiseerde verpleegkundigen zijn. De hulpverleners zijn bevoegd te controleren of de persoon coherent en vrij om hulp bij suïcide vraagt, er geen druk van familie of omgeving is. Ook D66 heeft een wetsvoorstel aangekondigd voor hulp bij suïcide voor ouderen en daarbij als minimale leeftijd 75 jaar aangegeven. Dit is een nieuwe etappe in de discussie over euthanasie in Nederland. Wanneer iemand naar voren brengt dat deze voorstellen zich op een hellend vlak begeven, ontkennen allen dat en protesteren, maar het is onmogelijk niet op te merken dat vanaf de jaren '70 tot op vandaag de wetgeving zich op een hellend vlak heeft begeven. Men begon te spreken over euthanasie bij ongeneeslijke ziekten in de eindfase van het leven; vervolgens heeft men gediscussieerd over euthanasie buiten de eindfase; vervolgens heeft men deze in de jaren '90 uitgebreid tot psychiatrische en neurodegeneratieve ziekten; vervolgens is in 2014 het Protocol van Groningen ingevoerd, dat toestemming geeft voor het doden van ernstig zieke pasgeborenen en voor het eerst heeft men de grens overschreden volgens welke de zieke moest vragen voor het beëindigen van het leven. Nu lijkt de volgende etappe het invoeren van hulp bij suïcide te zijn voor hen die aan geen enkel ziekte lijden, maar zeggen dat hun leven voltooid is.

* In de laatste 30 jaar is Nederland de bestemming geworden van een sterke migratiegolf. Veel migranten komen uit streken in de wereld waar een godsdienstige visie op het leven nog overheersend is. Velen van hen zijn moslim. Is uw waarneming dat deze immigranten aan het seculariseren zijn zoals het merendeel van de Nederlanders, of dat zij hun sterke religieuze identiteit handhaven en doorgeven?

Tot 2004 nam men ook onder de islamitische immigranten een zekere tendens tot secularisering waar, maar vanaf 2004 ziet men een versterking van de islamitische identiteit onder de immigranten, vooral die welke uit Turkije en Marokko komen, verklaren zich voor meer dan 95 procent praktiserende moslim. Feitelijk bezoekt 40 procent van de moslims in Nederlands de moskee op vrijdag, een aanzienlijk percentage, als men dat vergelijkt met dat van de christenen die vrij regelmatig een kerk bezoeken, en dat 10-15 procent is. De zondagspraktijk onder katholieken is minder dan 5 procent. De moslims hebben een sterkere religieuze identiteit dan die van de protestanten en de katholieken van vandaag.

* Hoeveel soennitische moskeeën zijn er in Nederland? En hoeveel katholieke parochies?

Er zijn op het huidige ogenblik 500 moskeeën en er worden er nog gebouwd. Zij bouwen moskeeën en wij christenen sluiten kerken. Er zijn ongeveer 1.500 kerken, die steeds minder worden, evenals de kerken die open zijn voor de eredienst. Er zijn kerken die niet meer worden gebruikt, maar daar er geen koper is, wachten wij met ze definitief aan de eredienst te onttrekken. Op het ogenblik zijn er in mijn aartsbisdom een twintigtal kerken in de verkoop. Ik ben van mening dat men het moet vermijden alle financiële middelen van een parochie te moeten uitgeven aan het onderhoud van een kerk die niet wordt gebruikt, en daardoor de komende generaties zonder middelen, met lege handen achterlaat: in Nederland is er geen staatssubsidie. Gemeenten kunnen een kerk op hun grondgebied tot monumentaal erfgoed verklaren. Wij kunnen niet meer invloed hebben op de architectuur van een kerk en het wordt moeilijk deze te verkopen, omdat de koper de bestemming niet mag veranderen, terwijl de gemeenten zeer weinig uitgeven voor het onderhoud van de kerken die zij tot monumentaal erfgoed hebben verklaard. Door de gemeenten is de Kerk aan handen en voeten gebonden, maar zij helpen weinig om een oplossing te vinden.

Rodolfo Casadei



Interview van 26 april 2017, gegeven door kardinaal W.J. Eijk aan het tijdschrift "Tempi", vertaald door drs. H.M.G. Kretzers en gepubliceerd met goedkeuring van de kardinaal.






16/06/2017

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis