Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Uitdiepingen arrow Wat moet ik doen? Hemelvaart en de “pedagogie” van God
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Uitdiepingen
 

WAT MOET IK DOEN?

Hemelvaart en de "pedagogie" van God


In de liturgische tijd die Hemelvaart voorbereidt, houdt de Kerk de gelovigen teksten uit de Schrift voor waarin de Heer ons aanspoort het geloof te beleven, geen angst te hebben. "Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, g
elooft ook in Mij... Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik" (Joh. 14, 1; 28).

Het betreft een dringende uitnodiging om iedere vrees die in ons hart woont, te overwinnen, omdat deze, zoals Emilio in zijn homilie tot de gelovigen van Ypacaraí heeft onderstreept en waarvan wij hier de belangrijkste passages weergeven, ons verhindert te handelen en te doen wat ons toekomt.

Een gevoel van angst doet immers in ons een voortdurende houding van besluiteloosheid ontstaan, een altijddurend innerlijk open vraagteken: "Wat moet ik doen?". Deze toestand van innerlijke verlamming brengt ons ertoe behaaglijk achterover te leunen in een situatie van "niets doen"; maar wanneer we niets doen, doen wij toch wel iets, dat wil zeggen, wij maken een keuze voor immobilisme dat voor het leven en zijn verantwoordelijkheden vlucht en onze werkelijke "dood" voorbereidt. Alleen door ervoor te kiezen lief te hebben, worden wij werkelijk tot het leven geboren dat de Verrezene voor ons heeft verworven.

Van kind tot volwassene

De Heer spoort ons aan ons hart niet ongerust te laten worden en tegelijkertijd ons te verheugen: "Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga".

Waarom hebben een reden om ons te verheugen over het heengaan van de Heer?

Hij gaat definitief weg en het lijkt dat Hij ons verlaat. Hij heeft zeer veel gedaan, gesproken, wonderen verricht, is gestorven, is opgewekt, maar nu gaat Hij terug naar de Vader en lijkt ons alleen te laten.

Het is belangrijk de diepe betekenis van de woorden van de Heer te begrijpen, in ons persoonlijke leven de logica van deze goddelijke pedagogie te verstaan.

Een kind heeft behoefte aan zijn moeder om te kunnen groeien, te worden beschermd, te worden opgevoed. Het heeft behoefte aan de hand van zijn moeder die het leidt, en het heeft angst, als zij hem loslaat, als zij zich verwijdert, omdat zijn uur nog niet is gekomen.

In de kinderjaren heeft het kind behoefte aan iemand die het leidt, maar als het langer dan deze tijd in  de armen van de moeder zou blijven, dat zou dit zijn groei belemmeren, dit zou het verhinderen zijn eigen leven te leven met als gevolg dat het een persoonlijkheid krijgt die niet in staat en bang is om zich op autonome wijze te bewegen.

Het moet langzaam leren leven zonder in moeders armen te liggen om eigen keuzes te maken; groei vereist onafhankelijkheid, vrijheid en vermogen om beslissingen te nemen.

Daarom zegt de Heer ons dat, als wij Hem waarlijk liefhebben, wij ons moeten verheugen over zijn terugkeer naar de Vader. Doordat Hij fysiek niet meer bij ons is, kunnen wij "groeien", ons leven leven, laten zien wat wij hebben geleerd, onze overtuigingen tot uitdrukking brengen, dat wil zeggen, wij kunnen beginnen lief te hebben.

Zolang als het kind door de hand van zijn moeder wordt geleid, kan het zijn liefde niet tot uitdrukking brengen, omdat het van haar alles ontvangt zonder persoonlijk enige verantwoordelijkheid op zich te nemen. Alleen wanneer het zijn eigen vrijheid begint te beleven, zal het zijn liefde tonen op het ogenblik dat het niet de middelen krijgt, maar zelf voortbrengt om te leven met zijn eigen werk, zijn eigen verstand, zijn eigen wil en eigen krachtsinspanningen en wanneer het na deze te hebben voortgebracht in staat is te geven.

Liefde is altijd weten te ontvangen, maar ook weten te geven. Iemand die alleen maar ontvangt, brengt zijn liefde niet tot uitdrukking. Door naar de Vader terug te keren biedt de Heer ons de mogelijkheid onze liefde te tonen, onze overtuigingen te verkondigen en onze verantwoordelijkheden als kinderen van God op ons te nemen.

Een model voor opvoeders

In deze context biedt de Maagd Maria ons een voorbeeld van een opvoedster.

Een moeder voedt haar kind goed op, wanneer het in staat is, als het ogenblik is gekomen, te verdwijnen om zijn vrijheid, zijn roeping te kunnen beleven en autonoom zijn keuzes te kunnen maken. Maria geeft ons het voorbeeld, hoe wij moeten liefhebben, door toe te laten dat Gods wil in haar geschiedt en dat de Zoon zijn vrijheid, zijn uitverkiezing en zijn zending ten volle beleeft. Het voorbeeld dat Maria ons geeft, is het woord van de Heer zonder angst, vrees of schaamte te beleven.

Van dit woord moeten wij getuigenis afleggen, niet alleen privé, persoonlijk en van binnen, maar openlijk door geestelijk van kind volwassen te worden. Op deze wijze worden wij mannen en vrouwen die in staat zijn op de ontvangen liefde een antwoord te geven en dus op de vraag die existentieel aan ieder wordt gesteld: "Wat moet ik doen?".

De Heer heeft zijn zending tot het einde toe volbracht; Hij heeft zijn bloed vergoten, Hij heeft ons zijn  Geest gelaten, Hij blijft te midden van ons aanwezig en blijft zijn Kerk bijstaan; de tijd van Hemelvaart herinnert ons eraan dat met de terugkeer van Jezus naar de Vader het ogenblik is gekomen van het antwoord van onze liefde.

De mens getuigt van zin voor verantwoordelijkheid, wanneer hij antwoord geeft op het Woord dat hij heeft gehoord, en alle gevolgen die dit met zich meebrengt, aanvaardt door de zorg op zich te nemen voor het Lichaam van Christus, dat de Kerk is.

Het is belangrijk dat wij de zorg op ons nemen voor de Kerk, te beginnen bij de parochie waar wij concreet leven en werken, omdat zij ons toebehoort en niet een "servicestation" is waartoe men zich alleen wendt, wanneer men behoefte heeft aan een of andere dienstverlening.

De Kerk is voor ons ook een dochter die zich aan ons toevertrouwt en voor de opbouw waarvan wij overeenkomstig onze verantwoordelijkheid ons moeten inzetten om haar mooi te maken, omdat zij de Bruid van Christus is.

Als wij de Heer liefhebben, kunnen wij niet anders dan zij Bruid liefhebben; Jezus die opgaat naar de Vader, geeft ons de tijd en de mogelijkheid om deze liefde te tonen.

(Verzorgd door Silvia Recchi )

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)


02/06/2011

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis