Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Uitdiepingen arrow Tenhemelopneming van Maria
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Uitdiepingen 


Tenhemelopneming van Maria

Voltooiing van het reddende mysterie van Maria en van de mensheid


Het feest van de Tenhemelopneming van Maria is een van de mooiste feesten van het liturgisch jaar, want de Kerk leert ons, met de plechtige viering ervan, hoe de mens belangrijk is voor God. Omwille van het mysterie van de Tenhemelopneming, kan de hele mensheid hoopvol uitkijken naar haar eindbestemming: in Maria loopt God vooruit op wat er met ons zal gebeuren aan het einde der tijden. In haar is de schepping niet alleen vernieuwd, maar ook vergoddelijkt.

In Maria ten hemel opgenomen, is het liefdesplan van de Vader voor de hele mensheid voldaan. In haar bereikt het mysterie van de verlossing zijn volheid. Vrij gebleven van alle erfzonde door een genade die voortvloeit uit het kruis van haar Zoon, ontvangt Maria van Hem het goddelijke leven dat haar toelaat door de dood te gaan zonder het bederf te kennen. Verheven aan zijn rechterhand, op een troon gezeten als koningin van het heelal, beleeft Maria nu hetzelfde leven als de verrezen Zoon.

Het mysterie van de Tenhemelopneming werd eerst gevierd in het Oosten, meer bepaald in de zesde eeuw, met het feest van de "sluimering" ("dormitio"). Paus Theodorus (642-649) zal dit feest een paar jaar later in het Westen invoeren en het zal de naam van  "tenhemelopneming" krijgen. Deze term is bedoeld om te zeggen dat Maria wordt verheven naar de hemel, niet door eigen kracht, maar door de kracht die vanuit de hoge komt. Zo wordt werkelijkheid het vers van haar lofzang, het Magnificat, dat zegt: "Geringen gaf Hij een hoge plaats" (vgl. Lc 1, 52).

Het katholieke dogma van de Tenhemelopneming werd afgekondigd door paus Pius XII op 1 november 1950 met de apostolische constitutie Munificentissimus Deus.

In de beschouwing van dit grote mysterie, zien wij hoe Maria voor de mensheid dat licht is geworden dat haar helpt om haar vergankelijkheid te overwinnen en in de verlossing te geloven.

Voor wat zij deed, voor hoe zij leefde en omdat zij zo nauw verbonden werd met de nieuwe Adam, die Christus is (vgl. 1 Kor 15, 45), is Maria de nieuwe Eva.

Eva werd genomen uit de rib van Adam; Maria, voorafbeelding en Moeder van de Kerk, voorsmaak van de nieuwe schepping, werd geboren toen Christus stierf aan het kruis. In de slaap van de dood, doorstak de soldaat de zijde van Jezus. De kerkvaders zien in het doorboorde hart van Jezus, de geboorte van de Kerk.

In het boek Genesis sluit de engel de deur van het paradijs nadat Eva van de verboden vrucht at. In Nazareth zal de engel Gabriël degene zijn die de deur van het huis van Maria zal opendoen en de geboorte van de Messias zal aankondigen, de levensvrucht voor de hele mensheid.

Ook in het boek Genesis bekoort de slang Eva door haar te verleiden; in het boek Openbaring, tracht de draak (de "oude slang", vgl. Ap 12, 9) de strijd aan te gaan met de vrouw; hij tracht haar te vermoorden, wel wetend dat hij haar nu niet meer kan bekoren: zij heeft de gezegende vrucht in haar schoot al ontvangen en nu vreest zij dat de vijand Hem wil wegrukken.

Als de cherubs in het boek Genesis de opdracht hebben gekregen niet toe te staan dat Adam en Eva dichter bij de boom van het leven komen (vgl. Gen 3, 24), is het in het boek Apocalyps de aartsengel Michaël met zijn engelen die de vrouw tegen de draak verdedigt (vgl. Apk 12, 7).

Maria is de Ark van het Verbond. Het is de kracht van de Vader die haar "met Zijn schaduw zal overdekken" (vgl. Lc 1, 35) als een daad van liefde. In de woestijn, tijdens de lange omzwervingen van de Israëlieten naar het beloofde land, daalde een wolk op de Ark van het Verbond, het teken van Gods aanwezigheid onder hen (vgl. Ex 33, 7-11). In het mysterie van de Aankondiging wordt Maria de woning van God onder de mensen.

Verheven naar de hemel - in tegenstelling tot Christus die zichzelf verheft - is Maria, zoals sommige liturgische teksten zeggen, ons beloofde land. De "sluimering -tenhemelopneming" is een voorafbeelding van de parousie, die in het Grieks "aanwezigheid, komst" betekent, en toont in de christelijke theologie de glorievolle terugkeer van Jezus Christus aan het einde van de tijd. Het is mooi en zinvol te zien hoe, in de grootschalige fresco's die de buitenmuren van sommige monastieke Moldavische kerken versieren, de stronk van Isaï een groot, kosmisch brandend braambos wordt[1].

Wij zijn geroepen om de Ark van het Verbond te worden (vgl. Ap 11, 19; in deze passage wordt de Ark geassocieerd met het beeld van de vrouw tegen wie de Draak vecht), die het Woord bevat, het voedt, het laat groeien, en die de wereld in barensweeën toont, zoals Maria; we zijn ook geroepen om te worden zoals zij, het beloofde land.

Maria is de Moeder van Jezus, maar ook zijn bruid, want zij is ook de dochter van Sion die zich verheugt op de Messias die naar haar toekomt, voor wie ze zich tooit als een bruid voor haar man (vgl. Jes 61, 10). In deze zin had de profeet Zacharia gezongen: "Juich en verheug u, dochter Sion, want zie, Ik kom en Ik zal in uw midden wonen" (Zach 2, 14).

Maria hield niet op met de menswording, alsof daarmee alles voltooid was, maar zij ging nog verder en heeft Christus, haar Zoon, tot aan het kruis vergezeld.

Zij werd beloond door de volledige deelname in het leven van de Zoon toen ze ten hemel werd opgenomen, omdat zij wist te wachten, - "Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na" (Lc. 2, 19. 51) - te bidden, te loven en het Woord van God te verkondigen. In deze zin is zij de Moeder van de lectio divina die - zoals Dom Joël Letellier opgemerkte - niet in de kloosters, maar wel in Nazareth, in het hart van Maria, op de dag van de Aankondiging, werd geboren[2].

In het mysterie van de Tenhemelopneming, loopt God vooruit op wat aan het einde der tijden zal gebeuren met degenen die hun gewaden hebben witgewassen in het bloed van het Lam (vgl. Apk 7, 14).

Mogen de engelen die geplaatst werden aan de deur van de tuin ons helpen vechten tegen de vijand die op de eerste plaats in onszelf is, en ons waardig vinden om deel te nemen aan de geneugten van het feestmaal van de Drie-eenheid, een feestmaal dat God vanaf het begin heeft bereid voor zijn vrienden en dat Hij in Maria, door de verdiensten van het kruis van haar Zoon, heeft voorgedaan, toen Hij haar verheven heeft tot de heerlijkheid van de hemel met lichaam en ziel, zoals we vieren op de dag van het hoogfeest van de Tenhemelopneming van Maria.

Sandro Puliani

________________________

[1] Vgl. http://liturgia.silvestrini.org/santo/245.html
[2] Vgl. J.M. Verlinde, Initiation à la lectio divina, Ed. Parole et silence, Paris 2002, 67.


17/08/2010

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis