web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Uitdiepingen arrow Naar aanleiding van de tweehonderdste verjaardag van de onafhankelijkheid van Paraguay...
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
Het is toegestaan artikels
die op deze site
verschijnen te kopiëren
slechts in hun volheid
en met als bronvermelding
www.missionerh.it.
gemeenschap-rh3.jpg

| Afdrukken |


 

NAAR AANLEIDING VAN DE TWEEHONDERDSTE VERJAARDAG

VAN DE ONAFHANKELIJKHEID VAN PARAGUAY

EN DE HONDERDVIJFTIGSTE VERJAARDAG

VAN DE EENHEID VAN ITALIË



De tweehonderdste verjaardag van de onafhankelijkheid van Paraguay roept ons als leerlingen van de Heer op om na te denken over deze gebeurtenis.

 In een oud apologetisch verhaal over het leven van de eerste christenen, dat was gericht aan een zekere Diognetus en in de II eeuw in Athene werd geschreven, lezen wij de volgende woorden: "De christenen verschillen van de overige mensen noch door woonplaats noch door taal of zeden. Want nergens wonen zij in eigen steden noch gebruiken zij de een of andere afwijkende taal noch leiden ze bijzondere levenswijze. ... Zij wonen in hun eigen land, maar als vreemdelingen; zij delen in alles mee als burgers, maar zij verdragen alles als vreemdelingen. Elk vreemd land is hun vaderland en elk land is hun vreemd. Ze trouwen als ieder ander. Ze krijgen kinderen, maar ze leggen hun nageslacht niet te vondeling. Ze delen hun tafel, maar niet hun bed. Ze leven in het vlees, maar niet naar het vlees. Ze vertoeven op aarde, maar ze zijn thuis in de hemel. Ze gehoorzamen de vastgestelde wetten, maar in hun eigen leven overtreffen ze deze wetten. ... Als ze goed doen worden ze gestraft als boosdoeners".

Een dubbel burgerschap

Deze tekst is fundamenteel om de bijdrage te begrijpen die wij moeten leveren, opdat deze gebeurtenis wordt verlicht door het licht dat komt van ons christelijk geloof en niet een rituele viering kan zijn van onkritische herhalingen van slogans, maar een ogenblik van een diepe zuivering van ons geheugen met het oog op een werkelijke en niet alleen maar formele onafhankelijkheid van Paraguay en zijn burgers.

Wij vinden de fundamentele passage van de brief aan Diognetus in deze woorden: "De christenen wonen in hun eigen land, maar als vreemdelingen". Dat wil zeggen dat wij tegelijkertijd burgers en geen burgers zijn van dit land. 

Johann Baptist Metz Dat zijn wij, omdat ons geloof ons uitnodigt deze aarde lief te hebben als iets dat van ons is, iets dat ons toebehoort, en wij geroepen zijn om haar te verrijken en te bevrijden van iedere slavernij. Tegelijkertijd zijn wij het niet, omdat, zoals de heilige Paulus zegt in de brief aan de Filippenzen: "Maar ons vaderland is in de hemel, en uit de hemel verwachten wij onze verlosser, de Heer Jezus Christus" (Fil. 3, 20).

Dit dubbele burgerschap - van het aardse en hemelse vaderland - doet datgene ontstaan wat de Duitse theoloog Johann Baptist Metz "eschatologische reserve" noemt. Met deze uitdrukking zinspeelt hij op de dialectische relatie die er bestaat tussen de beloften van God en de historische werkelijkheid. Iedere binenwereldse verwezenlijking is voorlopig; geen enkel politiek, sociaal en economisch resultaat is sic et simpliciter "het rijk van God".

De eschatologische reserve maakt het mogelijk ons te bevrijden van een pure gedachtenisviering die wordt gereduceerd tot hetgeen Adriano Irala Burgos in een artikel over "De epistemologie van de geschiedenis van Paraguay" "de mythe van de eeuwige terugkeer" noemde.

Wanneer men op mythische wijze spreekt

In de mythe van de eeuwige terugkeer vindt het bestaan van een volk zijn middelpunt in de terugkeer naar het gouden tijdperk. De mythe vervangt de ware geschiedenis en verandert in de ware geschiedenis die is doordrenkt van voorbeeldige en veelbetekenende sacraliteit. De volken die voldoening vinden in de mythe van de eeuwige terugkeer, zijn onderwerp van geen enkele werkelijke geschiedenis. Anderen maken deze voor hen, terwijl zij zich illusies maken in de mythische herinnering aan hun werkelijk of fictief verleden. Wanneer men de complexe en veelzijdige tegenstrijdigheid die ieder werkelijk historisch feit eigen is, haar tegenstellingen en syntheses niet accepteert, vervalt men heel gemakkelijk tot het bedrog van de lofprijzing van zichzelf. Men brengt het narcisme in praktijk dat men het middelpunt van de wereld denkt te zijn. De waaier van de mogelijkheden van vrije opties verdwijnt, omdat de trouw aan het mythologisch paradigma het historische feit verbant naar de meest absolute vergetelheid en het identificeert met verraad[1].

Dit risico roept ons op om na te denken over heel de retoriek van de vieringen van de tweehonderdste verjaardag.

Het zou beter en interessanter zijn door het principe van de eschatologische reserve toe te passen de gebeurtenissen van de onafhankelijkheid niet op een onkritische en triomfalistische wijze te interpreteren. Men zou het vermogen moeten hebben om het geheugen te zuiveren door terug te keren naar het door Tzvetan Todorov geïntroduceerde onderscheid tussen letterlijk en voorbeeldig geheugen.

Tzvetan Todorov Voor Todorov wordt in het letterlijk geheugen de gebeurtenis in zijn letterlijkheid bewaard, blijft het een onovergankelijk feit dat tot geen enkel ander punt verder dan zichzelf leidt. In het voorbeeldig geheugen besluit ik integendeel zonder de singulariteit van de gebeurtenis zelf te ontkennen deze te gebruiken als een instantie onder de andere van een algemenere categorie. Ik bedien mij ervan als van een model om nieuwe situaties met verschillende personen te begrijpen: het verleden wordt daarom principe van handelen voor het heden[2].

Wanneer wij het criterium van het voorbeeldig geheugen aanvaarden, bevrijden wij de gebeurtenis van de tweehonderdste verjaardag van de onafhankelijkheid van de visie van de mythe van de eeuwige terugkeer om het verleden te gebruiken als model om nieuwe situaties te begrijpen. Zo vinden wij in deze gebeurtenis een principe om in het heden te handelen.

Onkritisch spreken over de gebeurtenissen van de onafhankelijkheid op een mythische wijze, die de werkelijke geschiedenis vervangt, of als een terugkeer naar het gouden tijdperk duidt op het gebrek aan begrip van de laatste twee eeuwen van leven van het land en het onvermogen van een proces om uit afhankelijkheid te komen.

Zonder deze kritische analyse zou men van de ene vorm van afhankelijkheid naar de andere gaan en de zo ten toon gespreide "verandering" zou niets anders zijn - zoals men tegenwoordig constateert - dan een operatie van het type, zoals die wordt beschreven in de beroemde Italiaanse roman De tijgerkat, waardoor men iets verandert, opdat niets verandert. In dit geval zou het mechanisme van diepe afhankelijkheid in andere handen overgaan, maar de afhankelijkheid, het gebrek aan vrijheid en zelfbestemming van een volk blijven bestaan.

Over welke onafhankelijkheid hebben wij het?

Wat dit betreft, is zeer ter zake doende wat pater Bartomeu Melià heeft geschreven: "De grote Fulgencio Yegros, Vicente Ignacio Iturbe, Fernando de la Mora en Pedro Juan Caballero  persoonlijkheden van de eerste tijden zijn weinig jaren daarna arme stakkers die in de gevangenis belanden. Waarom liet dr. Francia in 1821 Fulgencio Yegros terechtstellen, die samen met hem consul was? Waarom werd Pedro Juan Caballero tot zelfmoord in zijn gevangeniscel gebracht, ook in 1821? Waarom werd Vicente Ignacio Iturbe, die tot 1837 gevangen werd gehouden, doodgeschoten op bevel van dezelfde Francia? Ook Fernando de la Mora bleef in de gevangenis tot zijn dood in 1835. Francisco Javier Bogarin verdween in de anonimiteit, zonder dat men zelfs het jaar van zijn dood weet. Een onafhankelijkheid van Paraguay presenteren waarbij de 'noodzakelijke' dictatuur van Francia en van López worden omschreven als positieve elementen, zoals men deed tijdens de jaren van de verschrikkelijke dictatuur van Alfredo Stoessner, maakt het beeld nog ingewikkelder"[3].

Christenen zouden krachtens het theologische principe van de eschatologische reserve, volgens hetwelk ieder binenwereldse verwezenlijking voorlopig is, de gebeurtenis van de tweehonderdste verjaardag vanJosé Gaspar Rodríguez de Francia de onafhankelijkheid moeten vieren door zich niet te bewegen op het niveau van onkritische manifestaties, waarbij de ene en zichzelf herhalende gedachte de onafhankelijkheid van het denkende, vrije en niet gemassificeerde subject ongedaan maakt, maar door in zichzelf te laten zien wat het betekent authentiek vrij en onafhankelijk te zijn. Vrijheid en onafhankelijkheid zijn wezenlijke onderdelen van de rechten van de mens.

"De uiteindelijke bron van de rechten van de mens is niet gelegen in de pure wil van de menselijke wezens, in de werkelijkheid van de staat, in het openbaar gezag, maar in de mens zelf en in God, zijn Schepper. Deze rechten zijn universeel, onschendbaar, onvervreemdbaar. Universeel, omdat zij aanwezig zijn in alle menselijke wezens, zonder uitzondering van tijd, plaats en subject. Onschendbaar, omdat zij inherent zijn aan de menselijke persoon en zijn waardigheid en omdat het nutteloos zou zijn de rechten af te kondigen, als men tegelijkertijd niet elke poging in het werk zou stellen dat het respecteren hiervan door alleen op passende wijze zou worden gegarandeerd, overal en ten opzichte van wie dan ook. Onvervreemdbaar, omdat niemand zijns gelijke, wie het ook is, op wettige wijze van deze rechten kan beroven, omdat dat zou betekenen zijn natuur geweld aandoen"[4].

"Het terrein van de rechten van de mens heeft zich uitgebreid tot de rechten van volkeren en naties: wat immers waar is voor de mens, is ook waar voor de volkeren. Het magisterium herinnert eraan dat het internationale recht steunt op het principe van een gelijk respect voor de staten, van het recht van ieder volk op zelfbeschikking en vrije samenwerking met het oog op het hogere gemeenschappelijke welzijn van de mensheid"[5].

De viering van de tweehonderdste verjaardag beleefd als kairós van God

In deze zin verzetten de christenen zich niet tegen de viering van de tweehonderdste verjaardag van de onafhankelijkheid van het land, maar beschouwen deze ook als een kairós, een gunstige tijd van de genade van de Heer om zich in te zetten voor de gave van zichzelf, opdat deze historische en voorbijgaande gebeurtenis zo dicht mogelijk bij de onafhankelijkheid en vrijheid komt die wij in hun volle verwezenlijking alleen zullen vinden bij de uiteindelijke en definitieve komst van het rijk van God.

 Krachtens hetgeen wij hebben gezegd, vraagt het historisch proces van de nadering tot deze volle en definitieve verwezenlijking om een persoonlijke verandering en een innerlijke vernieuwing die bij ieder van ons moet beginnen.

De structuren van de zonde "zijn geworteld in de persoonlijke zonde en zijn dus altijd verbonden met concrete daden van de personen die deze voortbrengen, versterken en moeilijk verwijderbaar maken. En zo worden deze sterker, verspreiden zij zich, worden zij een bron voor andere zonden en bepalen het gedrag van de mensen. Het betreft conditioneringen en hindernissen die veel langer duren dan handelingen die in de korte tijdspanne van het leven van een individu worden gesteld en die ook interfereren met het proces van de ontwikkeling van de volkeren waarvan de vertraging of traagheid ook vanuit dit perspectief dienen te worden beoordeeld. De handelingen en gedragingen die tegengesteld zijn aan de wil van God en het welzijn van de naaste, en de structuren die deze ten gevolge hebben, lijken er heden vooral twee te zijn: enerzijds de uitsluitende zucht naar profijt en anderzijds de honger naar macht met het doel om anderen de eigen wil op te leggen. Aan deze beide gedragingen kan men om ze beter te kenmerken de uitdrukking toevoegen: tot elke prijs"[6].

Er bestaat geen grotere fout dan aan de onafhankelijkheid te denken als aan een eens en voor altijd vaststaande daad en niet als aan een proces dat zich in de tijd ontwikkelt.

fefefe

Vijftig jaar na de gebeurtenissen in mei 1811 riep op 17 maart 1861 een ander land op een ander continent, Italië, plechtig zijn eenheid en onafhankelijkheid van de vreemdeling uit.

Was elk probleem opgelost?

Er was slechts een lange evolutie begonnen die nog voortduurt. Vijf jaar na die verklaring drukte eenMassimo d’Azeglio grote Italiaanse patriot, Massimo d'Azeglio, zich zo uit: "Italië maakt zich sinds ongeveer een halve eeuw druk, tobt zich af om één volk en een natie te worden. Het heeft voor het grootste gedeelte zijn grondgebied teruggekregen. De strijd met de vreemdeling is tot een goed einde gebracht, maar dit is niet de grootste moeilijkheid. De grootste, de werkelijke strijd, die alles in onzekerheid houdt, twijfelachtig maakt, is de interne strijd. De gevaarlijkste vijanden van Italië zijn niet de Duitsers, het zijn de Italianen. En waarom? Om de reden dat de Italianen een nieuw Italië hebben willen maken en zij de oude Italianen van weleer hebben willen blijven met de ondeugdelijkheden en de morele ellende die ab antico hun ondergang waren; omdat zij denken Italië te hervormen en niemand merkt dat om daarin te slagen zij eerst zichzelf moeten hervormen. ... Wat Italië het eerst nodig heeft, is dat er Italianen worden gevormd die hun plicht weten te doen, dus, dat er hoogstaande en sterke karakters worden gevormd"[7].

Ik denk dat hetzelfde probleem dat door Massimo d'Azeglio toentertijd werd vastgesteld, zich ook nu nog in Italië voordoet en eveneens het probleem is van het huidige Paraguay.

Meer dan welke herdenkingsviering is de eerste behoefte van Paraguay en Italië dat er burgers worden gevormd die in staat zijn hun plicht te doen.

Als binnen de natie de burgers afhankelijk blijven en hopen dat alles van boven komt, uit de handen van de eerste messias, de heiland, die de verwezenlijking belooft van de droom van een authentieke vrijheid en onafhankelijkheid, dan zal in wezen alles voortgaan zoals eerst en zal er in de plaats van de ene afhankelijkheid een andere komen, nieuw van vorm, maar in wezen oud en inhoudelijk in wezen een herhaling.

Emilio Grasso

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



[1] Vgl. A. Irala Burgos, "La epistemología de la historia en el Paraguay, in "Estudios Paraguayos" 3/2 (1975) 139-145.
[2] Vgl. T. Todorov, Les abus de la mémoire, Arléa, Parijs 1995.
[3] B. Melià, La independencia paraguaya, experiencia de vida, in "Acción" nr. 311 (2011) 16.
[4] Compendio della Dottrina Sociale della Chiesa, nr. 153.
[5] Compendio della Dottrina Sociale della Chiesa, nr. 157.
[6] Compendio della Dottrina Sociale della Chiesa, nr. 119.
[7] Vgl. E. Gentile, Italiani senza padri. Intervista sul Risorgimento. A cura di S. Fiori, Laterza, Roma-Bari 2011, 38.


10/06/2011

 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency