LIEVE CLOWN
Met de intellectuele helderheid die hem kenmerkt, heeft de Heilige Vader Benedictus XVI in zijn toespraak tot de Romeinse Curie op 22 december 2011 de kern van de kwestie tussen de Kerken in Europa en in Afrika in haar theologische diepte belicht.
De Heilige Vader heeft in die toespraak gezegd:
"De kern van de crisis in de Kerk van Europa is een geloofscrisis. Als wij hierop geen antwoord vinden, als het geloof niet opnieuw vitaliteit krijgt door een diepe overtuiging en een werkelijke kracht te worden dankzij de ontmoeting met Jezus Christus, zullen alle andere hervormingen geen effect hebben. In die zin is de ontmoeting in Afrika met zijn vreugdevolle hartstocht voor het geloof een grote bemoediging geweest. Daar werd men geen enkel teken van de vermoeidheid van het geloof, die onder ons zo verbreid is, waar, niets van de saaiheid van het christen zijn, die bij ons steeds opnieuw waarneembaar is. Bij alle problemen, alle lijden en leed, die er in Afrika zeker zijn, ervoer men echter steeds de vreugde van het christen zijn, het gesteund worden door het innerlijk geluk Christus te kennen en tot zijn Kerk te behoren. Uit deze vreugde komt ook de energie voort om Christus te dienen in de drukkende omstandigheden van het menselijk lijden, zich ter beschikking van Hem te stellen, zonder genoegen te nemen met het eigen welzijn. Dit geloof dat tot het offer bereid en daarom juist vreugdevol is, is een groot geneesmiddel tegen de vermoeidheid van het christen zijn die wij in Europa ervaren"[1].
Toen ik deze verhelderende voordracht las, ben ik teruggegaan in de tijd naar een artikel dat ik lang geleden, in 1990, heb geschreven.
Er is bijna een kwart eeuw voorbijgegaan en ik vind dat dit artikel nog steeds geldig is en opnieuw in zijn geheel kan worden aangeboden. Ik bied het opnieuw met droefheid aan, omdat die intuïties niet verder dan het papier zijn gekomen en daarop de "vleeswording van het woord" niet is gevolgd die het woord zelf alleen zichtbaar en geloofwaardig kan maken.
Ik bied het opnieuw aan met de droefheid die wordt bezongen in het zeer bekende lied van Neil Sedaka "King of Clowns", waar hij spreekt over deze "koning van de clowns die lacht en huilt in zijn wereld zonder liefde... die de droefheid van zijn hart zonder liefde niet kan vertellen".
Maar het woord heeft, zoals ik in de collegebanken van mijn oude Università Gregoriana heb geleerd, niet alleen de beschrijvende waarde van de bestaande werkelijkheid, maar ook de creatieve waarde van een nieuwe werkelijkheid, die geroepen is om geboren te worden.
Met dit onwankelbare geloof bied ik dat oude en nog steeds nieuwe artikel aan zonder ook maar één woord te veranderen.
Emilio Grasso
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
˜™˜™˜˜™˜™
Het oude Europa en de Derde Wereldlanden zullen pas groot zijn, als zij de kunst verstaan zichzelf niet au serieux te nemen en, hand in hand, samen zullen leren spelen, wel wetend dat hun leven in Gods handen ligt en dat ze onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Net als de Clown en August die hem vergezelt, moeten zij samen leren werken. Alleen op deze manier zullen ze kostbare instrumenten kunnen zijn in de handen van God.
Ik geloof dat de nieuwe evangelisatie van het oude werelddeel gepaard zal moeten gaan met een nieuwe inzet voor de evangelisatie van de landen van Afrika, Latijs Amerika en Azië.
Dezelfde hoop, dezelfde inzet.
De oude Clown, zo vertrouwd in de kersttijd, zal zijn plaats op het toneel van de geschiedenis alleen nog kunnen innemen, als hij de "diepe wijsheid" van de jonge August zal weten te begrijpen. Uiteindelijk zal alleen het nederig plaatsmaken voor de volkeren, die nu naar voren komen, hem redden van een onvermijdelijke ondergang. Om dit te doen zal hij het voorbeeld moeten volgen van Hem die tot dwaasheid werd in de geschiedenis van de weldenkenden, maar die de enige en diepe wijsheid was in de ogen van God.
Lieve Clown,
Met Kerstmis doen wij allemaal alsof wij braver zijn geworden. Gewoonlijk wisselen wij onder elkaar geschenken en brieven uit en soms schiet het ons ook te binnen dat er iemand bestaat die een beetje eenzamer is dan wijzelf. Dan wordt ons hart ontroerd en nodigen we hem zelfs bij ons aan tafel uit.
En zo heb ik vandaag aan jou gedacht, aan je eenzaamheid, aan je masker en aan je grime die je misvormen, aan de rol die je moet spelen, aan jou die allen doet lachen, aan jou die allen altijd enkele gelukkige momenten schenkt, en die misschien huilt in de eenzaamheid van een hart dat niemand kan begrijpen.
Maar, meer dan aan jou, denk ik vandaag aan degene die in het begin nog niet op het toneel stond en die pas later is opgekomen, die je nu vergezelt en die samen met jou optreedt. Hij is de echte hoofdrolspeler van de geschiedenis.
Kijk, lieve Clown, de echte hoofdrolspeler van het toneel ben jij niet, al draag je weelderige kleren en al schijn je de man te zijn die op de voorgrond en in het midden staat.
Je moet weten, lieve Clown, dat er in Frankrijk tot 1865 een voorrecht bestond dat een verbod met zich meebracht. Het voorrecht namelijk dat alleen het drama en de komedie, waarvan de grote schouwburgen het monopolie hadden, verrijkt mochten worden met de dialoog, terwijl er in het circus een spreekverbod van kracht was. Zo heb jij, arme Clown, die niets mocht zeggen, je toevlucht moeten nemen tot de pantomime. Hoogstens kon je, om de toeschouwers te vermaken, iets mompelen tussen je tanden, lachen en hard huilen, je alleenspraken in een vreemde taal voordragen, die nog onverstaanbaarder werd, omdat je die opzettelijk vervormde door de klemtoon te overdrijven en door je flaters en je stemverdraaiing eraan toe te voegen.
Toen echter van hogerhand de vrijheid voor alle soorten toneel werd afgekondigd, had jij, oude Clown, je spraakvermogen reeds verloren.
Wie kon jou toen nog helpen? Wie kon maken dat je nog op het toneel bleef?
Jij weet heel goed, lieve Clown, beter dan ik, dat men zichzelf niet op zijn eentje uit een moeilijke situatie kan redden. En als iemand in zijn hoogmoed op zijn eentje daar uit wil komen, dan bevrijdt hij zichzelf niet uit die situatie, maar geraakt hij gewoon wèg uit de geschiedenis en verdwijnt voorgoed.
En juist toen het woord je werd teruggegeven, begon jij af te takelen. Maar jij, oude Clown, kon niet sterven. Jij was nederig en jij aanvaardde dat er naast jou een nieuw personage ontstond. In het vakjargon werd hij "August" genoemd.
Zijn erbarmelijk kostuum stak schril af tegen jouw fijn geborduurde en versierde kleding. Onbeschaamd en overmoedig als hij was, had hij geen verfijnde kleren nodig. Met de buitensporigheid van zijn kostuum, met het belachelijke van zijn figuur, met zijn plezier in overdrijvingen bracht August de droom en de fantasie op gang.
Het u-topische, wordt dankzij August topisch. Het ideaal, de droom, het verlangen dat niet verwezenlijkt kan worden, wordt concrete realiteit. Wat geen plaats is wordt plaats, wordt een ruimte waar het plan wordt verwezenlijkt, waar men dus niet langer alleen van hoeft te dromen, want dat plan wordt een hoop die hoopt.
Met August komt de realiteit de piste binnen. Hij is de arme stakker die het mikpunt wordt van alle onbarmhartige grappen, van alle plagerijen, van alle onrechtvaardige bejegeningen, van alle beledigingen, van alle lelijke streken. Met August komen de "Zwartepieten" het toneel op, en samen met hem alle dorpsgekken, alle hofnarren en vagebonden die men verjaagt, alle landlopers met hun vreemd gedrag, de vrolijke dronkaards en al die andersdenkenden die men niet aanvaardt, omdat zij een breuk betekenen met het evenwicht en met de gevestigde orde.
August is de onvoorziene indringer, de niet uitgenodigde spelbreker, de onruststoker die tradities en gevestigde wetten op de helling zet.
En net als in het circus, zal ook op het toneel van het leven deze August, deze onnozele, bedrogen, afgeranselde en duizenden keren opgelichte figuur, diegene zijn die jou, Clown, uiteindelijk zal redden en voor jou de kans zal betekenen om niet te verdwijnen. Want, of je wilt of niet, je was, lieve oude Clown, onvermijdelijk gedoemd te verdwijnen, als August je niet te hulp was gekomen.
Je grootheid lag in je nederigheid om te aanvaarden dat een ander personage naast jou kwam opdagen, dat een andere werkelijkheid op de planken verscheen, dat een andere hoofdrolspeler zich een weg baande en zin kwam geven aan de hele geschiedenis.
Jouw grootheid lag in je nederigheid, toen je jezelf aan de kant wist te schuiven om op het toneel plaats te maken voor de nieuwkomer die binnendrong en zin gaf aan de hele geschiedenis.
Je grootheid lag in je opzij schuiven om plaats te maken voor de nieuwkomer die binnendrong. En de grootheid van August lag in zijn koppige verwondering.
Telkens als hij werd uitgelachen en geslagen, zag men hem daar steeds weer staan... eeuwig verwonderd. Want August, die de kunst verstond altijd weer in de weg te staan, heeft nooit aanvaard dat hij ook geen zeer gevoelig man zou zijn, die weet te lachen en te huilen en die zich sterk weet te verzetten tegen elke mishandeling.
In deze eeuwige, koppige verwondering tegen alle pesterijen die hij te doorstaan kreeg, in deze "komiek van de gevoelens", in dit voor idioot doorgaan in de ogen van de wereld (en liet ook de heilige Franciscus zich niet idioot noemen?...) bewaart hij in een dwaze en onmenselijke wereld de smaak van de gevoelens die toelaten de mens nog "mens" te noemen. In deze wereld van geweld, verdrukking en onrecht, waarin alleen diegene een plaats vindt die in staat is om te ontdekken uit welke hoek de wind van de macht komt, in deze wereld die geen bestaansrecht toekent aan diegene die zich niet aanpast aan de redeneertrant van het ogenblik; in deze wereld laat August met zijn onweerstaanbaar komisch gedrag de lach op het toneel binnendringen. En juist die lach doorbreekt de cirkel van het onafwendbare en van het reeds geprogrammeerde. Die lach herinnert ons eraan dat deze wereld wel iets belangrijks is, maar niet iets absoluuts. Zoals August ons leert, kan de gelovige mens lachen tegenover de eisen van de machthebber, wie deze ook is, want hij weet dat die machthebber maar een mens is, die eens tot stof zal wederkeren.
Voor een filosoof als Kant, van wie een leerling ons vertelt dat hij "altijd een grap, een geestigheid en wat humor bij de hand had", is "de lach een aandoening die voortvloeit uit een gespannen verwachting die plots in het niets verdwijnt".
En in deze kunst, die erin bestaat, een verwachting op te wekken die in het niets verdwijnt, ben jij, lieve Clown, samen met je vriend August, werkelijk een onovertroffen leraar.
Ik denk, lieve Clown, dat het goed zou zijn een beetje bij jou in de leer te gaan. Eigenlijk leer je ons "het niets van alles", zoals de heilige Teresia van Avila ons zo vaak heeft herhaald: "Cómo es todo nada...".
Dit bij jou op school komen; dit opnieuw als kinderen worden die weten te lachen; dit niet altijd zo verschrikkelijk ernstig nemen van onze spelletjes; dit van jou leren goedvinden dat onze verwachting zelfs tot niets vervliegt, zodat niet ons project, niet ons gecomputeriseerd programma, maar het project van een Ander verwezenlijkt wordt; dit alles bereidt ons voor, lieve oude Clown, op de geboorte van Diegene die in deze wereld kwam, niet in het teken van de macht en van de wijsheid van deze wereld, maar in het teken van de dwaasheid.
Alleen als wij leren lachen kunnen wij een sprankje hoop koesteren en op deze manier opnieuw de vrijheid tot uitdrukking brengen van de mens, die het spookbeeld van zijn toekomst als noodlot niet aanvaardt.
Dit lachen zal niet buiten de angst en het lijden van de mens staan, maar er middenin. Deze lach zal niet het godslasterlijk "buiten of ondanks het kruis" zijn. Maar dit lachen zal alleen mogelijk zijn, omdat, als we het kruis van Jezus au serieux genomen hebben, we vanuit de dag van zijn verrijzenis de geest van het feest, van de vreugde en van de fantasie tot leven kunnen wekken.
Hij was zò dwaas, zozeer 'n Clown in de ogen van de "weldenkende" wereld dat Hij gewoonten en tradities durfde uitdagen en met gekroonde hoofden durfde spelen. Hij was zozeer een zwerver dat Hij geen steen had waar Hij zijn hoofd op kon laten rusten. En Hij dreef de spot met de bestaande gezagsdragers door de stad die vol was met zoveel serieuze mensen, binnen te komen, simpelweg op een ezel rijdend. En als 'n gulzigaard en 'n wijndrinker nam Hij deel aan bijeenkomsten en feestmalen. Hij had de concrete mens lief en voor hem daagde Hij de wet uit en handelde op de dag waarop dat verboden was.
Bedankt, lieve oude Clown! Je hebt ons, misschien zonder het te beseffen, voorbereid op het evangelie dat komt.
Iedereen beschouwde jou als een dwaas, een uitzinnige, alleen maar een Clown. Maar aan weinigen werd het geheim van je hart geopenbaard. Jij leert ons, robotmensen die de smaak in het avontuur en in het spel verloren hebben, dat, zoals Peter Lippert schreef, "wij aan het leven geen grotere betekenis moeten hechten dan aan een spel, dat men speelt tot de tijd afgelopen is, en er ook geen geringere betekenis aan mogen hechten dan een kind dat er zijn dag met oprechtheid en toewijding mee vult en dat steeds bereid is, terwijl hij er midden in zit, het in de steek te laten, wanneer de stem vanuit zijn huis roept en zegt: 'kom nu'".
Dag, lieve oude Clown! Groeten ook aan je vriend August. Tot binnenkort! Wees er maar zeker van dat we nog van elkaar horen*!
(Het artikel werd gepubliceerd in E. Grasso, Lieve Clown. Aantekeningen bij de nieuwe evangelisatie, Colomba, Oegstgeest 1992, 195-200)
[1] Benedictus XVI, Discorso agli Em.mi Signori Cardinali, alla Curia Romana e alla famiglia pontificia, per la presentazione degli auguri natalizi, 22 december 2011.
* De figuur van de Clown werd herhaaldelijk geschetst in de werken van de Franse schilder Georges Rouault. Herhaaldelijk bracht Maritain hulde aan Georges Rouault (vgl. J. et R. Maritain, Oeuvres complètes, X, Éd. Universitaires-Éd. Saint-Paul, Friburg-Paris 1985, 111-113; 928-953). Von Balthasar sprak van zijn kant over hem in zijn Eine Theologische Asthetik. Von Balthasar schrijft dat "men in de clown het duidelijkste symbool vindt van het menselijk bestaan: die reiziger zonder vaderland, weerloos en blootgesteld, werd juist in zijn belachelijke verkleding met des te grotere openhartigheid aan het licht gebracht". Als de clown de samenvattende vertegenwoordiger is van de mens als grotesk wezen, moet zijn portret onopgemerkt en zonder scheuren opgaan in dat van Christus". Want die tedere Goddelijke Idioot van het kruis - zoals dezelfde Von Balthasar schrijft - houdt in zijn stilte al wat bestaat in zichzelf in stand en geeft aan alle dingen hun eigen vorm, de vorm van de goddelijke barmhartigheid waarvoor het op een soevereine manier niets uitmaakt of zijn glorie onzichtbaar blijft in de schoonheid of in de lelijkheid van deze aarde" (H.U. von Balthasar, Herrlichkeit. Eine Theologische Asthetik, 3/I, Einsiedeln 1965, 548-551). Want de ware schoonheid is, zoals Maritain ons in herinnering bracht, "de vorm die de liefde aan de dingen geeft" (J. et R. Maritain, Oeuvres complètes..., X, 943).
23/01/2012
|