KAN EEN PAUS NIET "ZALIG" ZIJN?
Levensplan en gedragingen
Onlangs heeft een van de gelovigen die de school voor de vorming van leken in onze parochie bezoekt, naar aanleiding van de zaligverklaring van Johannes Paulus II de vraag gesteld waarom de Kerk een paus "zalig" verklaarde, alsof er ook pausen zouden zijn die niet bestemd waren om "zalig" te zijn.
Mijn gesprekspartner beweerde dat een dergelijke levenskeuze (en hij breidde het uit tot andere categorieën als "bisschoppen", "missionarissen" enz.) zelfs een garantie was voor eeuwig geluk.
Een dergelijke vraag, die op zich simplistisch en naïef kan lijken, verbaast iemand niet die in een Afrikaanse culturele omgeving leeft waarin het "sacrale" en de levenskeuzes die daarop betrekking hebben, dikwijls worden beschouwd als een blindage, een "schild" tegen het kwaad, dat ook een "visum" voor toegang tot het toekomstige leven geeft. Dat is een visie die zich heeft vastgezet in de mentaliteit van veel gelovigen, ook daar waar het concrete leven onmiskenbaar de legitimiteit van deze stelling tegenspreekt.
Ik heb mijn gesprekspartner geantwoord dat volgens zijn logica niet alleen paus en bisschoppen, maar ook hijzelf als christen, dat wil zeggen iemand die voor Christus en dus het goede, de waarheid, de liefde, op zich was bestemd voor de eeuwige gelukzaligheid. Het verhaal is vanzelfsprekend helemaal niet automatisch, integendeel, juist de kennis van de waarheid en de levenskeuze in de naam hiervan kunnen ons meer van God en zijn vriendschap verwijderen, als wij vervolgens niet in staat zijn hiermee in concrete daden consequent in te stemmen.
Een fundamentele keuze en dagelijkse keuzes
Toen hij spontaan zijn vraag stelde, dacht de gelovige van onze parochie er zeker niet aan dat die op elementaire en onnadenkende wijze verwees naar een ingewikkeld theologisch debat over de waarde van de menselijke keuzes die het leven plannen en richting geven.
De recente theologisch-morele bespiegeling heeft een bijzonder belang gehecht aan de categorie "fundamentele optie", bedoeld als nieuwe interpretatief paradigma dat erop is gericht om de structuren van het menselijk handelen en dus de morele taxatie ervan te verhelderen.
Het handelen van de mens komt in de veelheid van keuzes en handelingen voort uit een persoonlijk middelpunt dat zijn hele totaliteit omvat als een makend beginsel dat de waarheid van zijn globale levensplan tot uitdrukking brengt.
De fundamentele optie geeft de fundamentele gerichtheid van het leven aan; zij wordt gerekend tot het diepe en innerlijke niveau van de mens en wordt duidelijk in zijn concrete handelen, ook al is het niet altijd gemakkelijk deze keuze direct in verband te brengen met het menselijk handelen vanwege de complexiteit van de persoon en zijn geconditioneerd zijn.
De fundamentele optie kan zo beschouwd worden als een soort "wetenschappelijk plan" voor het leven dat de mens nastreeft met een totale inzet van zichzelf; het is het "ja" en het "nee" van de persoon, de beslissing die heel zijn morele leven samenvat, bijvoorbeeld in de fundamentele houding van openstaan, vertrouwen, het van accepteren van de ander of het opgesloten zijn in egoïsme en trots. Zij heeft niet zozeer betrekking op de gedragingen van het perifere ik (die "categoriale keuzes" worden genoemd), maar op de beslissing die haar oorsprong vindt in het middelpunt zelf van de persoon, in zijn hart dat wordt beschouwd als kern van zijn persoonlijkheid.
Dit interpretatieve paradigma helpt om te doen begrijpen dat het niet mogelijk is om een mens voor "goed" of "slecht" te houden door eenvoudigweg op de twee schalen van de weegschaal zijn goede en slechte daden te leggen en het evenwicht te zien dat eruit blijkt, zonder rekening te houden met de keten fundamentele redenen van zijn handelen.
De verduidelijkingen van het magisterium
Het begrip fundamentele optie wordt gezien als de uitwerking, vanuit existentieel en persoonlijk standpunt, van wat de heilige Augustinus en de heilige Thomas "het einddoel" definieerden als oriëntering en richting van heel een menselijk leven. De mens heeft een vermogen tot een kernbeslissing die wordt belichaamd in de singulariteit van de verschillende gedragingen.
Het magisterium van de Kerk heeft onlangs vaak verwezen naar het thema van de fundamentele keuze en daarbij gewaarschuwd voor enkele desbetreffende gevaren. Als een van de meest uitdrukkelijke teksten kan ongetwijfeld de encycliek Veritatis splendor van 1993 worden beschouwd die het probleem rechtstreeks behandeld (vgl. nrs. 65-70).
De encycliek aanvaardt de fundamentele optie als een antropologisch-morele categorie die bijzonder geschikt is voor een indringende analyse van de aard en de dynamismen van de menselijke vrijheid, die "niet alleen een keuze is voor deze of gene bepaalde handeling, maar ook binnen een dergelijke keuze beslissing aangaande zichzelf is en een bereidheid zijn leven in te zetten voor of tegen het goede, voor of tegen de waarheid, en in laatste instantie voor of tegen God" (Veritatis splendor, 65).
Terecht onderstreept men, zegt het document, het fundamentele belang van enkele keuzes die "vorm" geven aan heel het morele leven van de mens, omdat zij gestalte krijgen als de omgeving waarbinnen de dagelijkse bijzondere keuzes ruimte vinden en zich ontwikkelen. De encycliek wijst echter beslist het standpunt af van de schrijvers die spreken van een "fundamentele vrijheid" die veel dieper gaat en verschilt van de vrijheid van concrete keuzes.
Deze visie komt niet overeen met de christelijke antropologie; zij stelt een radicale herziening voor van de relatie tussen persoon en handelen waarbij de fundamentele optie een autonome werkelijkheid blijkt zonder een essentiële verwijzing naar concrete en bijzondere handelingen die niet voldoende kracht zouden hebben om de algemene intentie van het subject te veranderen.
Volgens de aanhangers van een dergelijke visie zou de fundamentele rol in het morele leven toegeschreven dienen te worden aan de fundamentele optie waardoor de persoon globaal beslist over zichzelf, niet door middel van bepaalde en bewuste keuzes, maar op "transcendentale" en "athematische" wijze. Op deze wijze, zo zegt de encycliek, introduceert men uiteindelijk een onhoudbaar onderscheid tussen de fundamentele optie en de weloverwogen keuzes voor een bepaald gedrag, een onderscheid dat een ware ontkoppeling wordt. In dat geval zouden goed en kwaad alleen maar verbannen worden naar de transcendentale dimensie, eigen aan de fundamentele keuze waarop gedragskeuzes in wezen geen invloed zouden hebben.
Levenskeuze en effectief handelen
De encycliek Veritatis splendor stelt duidelijk dat middels een fundamentele optie de mens in staat is zijn leven richting te geven en met behulp van de genade te streven naar zijn uiteindelijk doel, daarbij Gods roepstem volgend. Van dit vermogen wordt echter in feite gebruik gemaakt in specifieke keuzes bij bepaalde handelingen, waardoor de mens zich weloverwogen conformeert aan de wil, de wijsheid en de wet van God.
"Daarom dient bevestigd te worden dat de zogenaamde fundamentele optie, in de mate waarin zij verschilt van een algemene intentie en derhalve nog niet een dergelijke concrete vorm heeft aangenomen dat zij de vrijheid verplicht, te allen tijde tot stand komt door middel van bewuste en vrije keuzes. Daarom juist wordt zij herroepen, wanneer de mens van zijn vrijheid gebruik maakt bij bewuste keuzes in tegengestelde zin, betreffende ernstige morele materie" (Veritatis splendor, 67).
Zeker, er kunnen in het menselijk leven in psychologisch opzicht zeer ingewikkelde en ondoorzichtige situaties zijn die de morele subjectieve toerekeningsvatbaarheid van de persoon beïnvloeden; men mag echter niet van beschouwingen uit de sfeer van de psychologie overgaan tot de vorming van een theologische categorie zoals juist die van de fundamentele keuze. Deze laatste kan niet worden opgevat in de zin van een intentie waarmee een effectief handelen met een concrete inhoud niet overeenkomt. Daarom kan, zo zegt de encycliek, de fundamentele gerichtheid radicaal veranderd worden door afzonderlijke daden (vgl. Veritatis splendor, 70).
Alles verkopen om de "schat" te verwerven
De fundamentele keuze mag derhalve nooit worden verstaan als iets dat gescheiden is van de concreetheid van de handelingen waarin zij zich daarentegen uitdrukt en openbaart. Ook al wordt zij niet geheel in een enkele handeling in gevaar gebracht, zij neemt gaandeweg gestalte aan in de concrete beslissingen en kan door deze worden bevestigd, veranderd of ook vervangen worden in de loop van het leven.
Daarom kan, om de vraag aan het begin te beantwoorden van de gelovige die in de school voor vorming van onze parochie bezig is, zelfs een paus niet, een bisschop, een missionaris, een religieus, evenmin als iedere andere gedoopte eenvoudigweg door de gemaakte levenskeuze worden gegarandeerd. Deze zal iedere dag moeten worden bevestigd, verdiept, hernieuwd met concrete en consequente daden om haar niet te zien veranderen in een totaal ander plan.
In dit hele verhaal vinden wij in wezen opnieuw de evangelische waarheid tot uitdrukking gebracht die zegt: "Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Mat. 6, 21). Het gaat erom in ons leven te begrijpen aan welke "schat" wij de totaliteit van ons leven hebben toevertrouwd, voor het bezit waarvan ons hart alle noodzakelijke processen op gang zal brengen. Ook het rijk der hemelen wordt vergeleken met een "schat, verborgen in een akker" (Mat. 13, 44), die met vreugde wordt ontdekt.
De ontdekking is echter niet voldoende, het is noodzakelijk alles wat wij hebben te verkopen om hem te bezitten.
Silvia Recchi
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
03/07/2011
|