Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Uitdiepingen arrow Interreligieuze dialoog met de Islam/2
Afdrukken Verzenden naar een vriend
 

Uitdiepingen
  

INTERRELIGIEUZE DIALOOG MET DE ISLAM/2

In de toespraken van Johannes Paulus II

tot moslims en katholieken

 


 

Toespraken tot katholieken

Bij diverse gelegenheden heeft Johannes Paulus II verwezen naar de contacten die hij met moslims had, heeft hij richtlijnen en raadgevingen gegeven aan de christenen die in islamitische landen leven en de aandacht van bisschoppen op de noodzaak van dialoog en samenwerking gevestigd[1].

Dat zijn pontificaat gericht is op de ontwikkeling van de intuïties van Vaticanum II, is onbetwistbaar. Dit blijkt duidelijk uit een van zijn eerste toespraken over het onderwerp. Tot de katholieke gemeenschap in Ankara, zei de Paus, na eraan herinnerd te hebben dat de Kerk in het concilie haar waardering voor deJohannes Paulus II kust de Koran.jpg godsdienstige waarden van de islam uitdrukte: "Broeders, wanneer ik denk aan dit geestelijk erfgoed en aan de waarde die het heeft voor de mens en voor de maatschappij, aan zijn mogelijkheid om vooral aan jongeren een richting te geven in het leven, om een leegte die door het materialisme is nagelaten, op te vullen, om een zekere grondslag te geven aan het maatschappelijk en juridisch stelsel zelf, dan vraag ik mij af of het niet dringend nodig is, juist vandaag, nu christenen en moslims een nieuwe periode van de geschiedenis zijn binnengetreden, dat wij de geestelijke banden die ons verenigen erkennen en ontwikkelen, om de morele waarden, de vrede en de vrijheid samen te bevorderen en te verdedi­gen, zoals het concilie ons uitnodigt te doen"[2].

Aan de Latijnse bisschoppen van de Arabische regio herinnert hij aan de grondslag waarop de interreligieuze dialoog steunt, met name "op het feit dat God Vader is van heel de mensenfamilie. Zijn plan met de schepping omvat het leven en het welzijn van elke persoon"[3].

De lijn opnemend van de toespraak tot de jonge moslims in Casablanca, herinnert hij eraan dat "het samen zoeken naar een oplossing voor de problemen van de hedendaagse mens, en vooral van de jongeren, een enorme mogelijkheid tot wederzijds begrip en samenwerking tussen christenen en moslims schept. De wereld is als een levend organisme; iedereen heeft iets van de ander te ontvangen en hem iets te geven. Zulke wederzijdse samenwerking en eerbied, moeten voorafgegaan worden door een echte kennis en door een broederlijk vertrouwen"[4].

Getuigenis en verkondiging

De dialoog met de islam moet gelijke tred houden met het bewustzijn van de eigen christelijke identiteit. Hij begint met een vriendschap, maar ontwikkelt zich vanuit het getuigenis "van de waarden waarin men gelooft en, voor de christen, vanuit het getuigenis van Hem die er de grond van is, Jezus Christus. Dit is de reden waarom de christen grote verwachtingen koestert, vanuit een diep respect voor de persoon en de overtuigingen van de gesprekspartner en vanuit een onomstootbare verknochtheid aan het eigen geloof"[5]. Dit staat borg voor de rol die de katholieken in de dialoog tussen godsdiensten kunnen vervullen. Men is immers als katholiek geroepen om in volle bewustzijn van eigen geloofs- en cultuuridentiteit, "te getuigen van een levensstijl van eerbied en begrip, van eerlijke vriendschap, van medewerking aan het algemeen welzijn, in een echt evangelische geest"[6].

Het bewustzijn van de christelijke eigenheid uit zich in het getuigenis: "Al diegenen die de naam van Christus dragen, moeten zich vandaag de dag geroepen voelen om zich in te zetten voor een heilzame dialoog met allen die op een of andere wijze gevoelig zijn voor de roep van het religieus bewustzijn... . Dit engagement moet de christenen ertoe brengen zich bewust te worden van hun eigenheid, om edelmoedig naar de eenheid toe te werken, om hart en structuren te vernieuwen, opdat het getuigenis dat hun gevraagd wordt elke dag meer authentiek zou worden"[7]. Maar het getuigenis ad extra is eerst en vooral vrucht van een ware broederlijke gemeenschap ad intra. Tot de lokale gemeenschap in Marokko zegt de Paus: "Aan jullie die de gemeenschap van de Kerk in dit land vormen, zou ik willen vragen om na te denken over dat wat eigen is aan ons christelijk geloof. Wat moet ons persoonlijk leven en ons leven als Kerk kenmerken?... Zelfs als wij ons leven geven voor wat wij geloven, als wij de liefde niet hebben, is onze aanwezigheid hier niets, en blijft ons getuigenis leeg. ‘Hieraan zal men weten dat jullie mijn leerlingen zijn, als jullie elkaar liefhebben'. Dit is het eerste getuigenis dat het leven van christenen moet kenmerken"[8].

De geestelijke banden tussen christenen en moslims, in het bijzonder het gemeenschappelijk geloof in de éne God, barmhartig en almachtig, "zijn een stevige grondslag voor een groeiend wederzijds begrip en voor gezamenlijke inspanningen om de vrede, de vrijheid, de sociale rechtvaardigheid en de moreleCasablanca Hassan II moskee waarden te bewaren en te bevorderen"[9]. In deze context moet de christenen het getuigenis van een authentiek evangelisch leven brengen. Maar de dialoog, die een kenmerk is van het evangelisch getuigenis, ontmoet ook hindernissen en moeilijkheden, in zo verre men niet altijd bij de gesprekspartner dezelfde bereidheid vindt. Ook ten aanzien van deze moeilijkheid moedigt de Paus de christenen aan op deze weg verder te gaan, met begrip, waardering en eerbied voor het islamitisch geloof, maar tegelijkertijd vraagt hij, zoals aan de bisschoppen van Noord-Afrika, dat de christelijke identiteit zou worden verstevigd, zodat de christenen trouw kunnen zijn aan het eigen geloof[10]. Aan de nadruk die hij legt op de gewetensvrijheid en op de bereidheid tot dialoog, die wederkerigheid vereist op alle gebieden, "vooral wat de fundamentele vrijheden, in het bijzonder de godsdienstvrijheid betreft''[11], is toch de bezorgdheid van de Paus voor de christenen die in islamitische landen leven, merkbaar.

In de hoop dat het proces dat door de dynamiek van de dialoog in gang is gebracht, snel tot rijpheid mag komen, verwijst de Paus naar twee vormen van getuigenis die in een context van onverdraagzaamheid de meest geschikte zijn: de contemplatieve aanwezigheid en de onbaatzuchtige en bekwame dienstbaarheid vanwege de christenen, als uitdrukking van de evangelische geest. Maar deze vormen, opgelegd door een bijzondere historische situatie, mogen niet tot algemene regel worden verheven, omdat het levensgetuigenis op zich niet volstaat en gepaard moet gaan met verkondiging: "Het getuigenis van christelijke leven door het voorbeeld, volstaat niet op zichzelf. Het moet voorafgegaan en vergezeld worden van de verkondiging van de blijde boodschap van de verlossing in Christus, die het hart is van heel het werk van evangelisering. Deze beide wezenlijke elementen moeten gedragen worden door gebed en offer"[12]. Levensgetuigenis en verkondiging van het evangelie vormen één geheel: "Terwijl wij onze eerbied uitdrukken voor de broeders en zusters die andere godsdiensten belijden, willen wij met beide, de dialoog en de verkondiging van het evangelie, doorgaan. Het is niet mogelijk het ene te kiezen en het andere te miskennen"[13].

Dialoog en wederkerigheid

De eerbied voor de godsdienstvrijheid is volgens Johannes Paulus II een beginsel dat een concrete toepassing moet vinden in gelijk welke situatie en land. De bereidheid tot dialoog steunt op dit beginsel. Zonder vrees moet men zijn eigen geloof uitdrukken en Jezus navolgen, die "Zich niet heeft opgedrongen, maar van heel zijn bestaan een duidelijke verkondiging heeft gemaakt van de liefde die de Vader aan alle mensen aanbiedt"[14].

Aan de ene kant onderstreept de Paus voortdurend de noodzaak van een samenwerking tussen de verschillende godsdiensten in een geseculariseerde wereld die God negeert, maar aan de andere kant geeft hij openlijk blijk van zijn bezorgdheid ten aanzien van de situatie van de christenen in landen waar de islamitische godsdienst in de meerderheid is. Zijn wens is dat "zoals de moslimgelovigen vandaag in de landen met een christelijke traditie terecht de wezenlijke middelen vinden om in hun behoeften te voorzien, de christenen op hun beurt een gelijkaardige behandeling zouden genieten in alle landen met een islamitische traditie. De godsdienstvrijheid mag niet herleid worden tot een eenvoudig gedogen. Het is een burgerlijke en sociale realiteit, met welomschreven rechten die de gelovigen en hun gemeenschappen toelaat zonder vrees getuigenis af te leggen van hun geloof in God en er alle eisen van te beleven''[15]. De wederzijdsheid in de betrekkingen met de islam is meer dan dringend, daar "de dialoog met hen niet altijd gemakkelijk is, noch door allen gewenst, en men soms moeilijk een gemeenschappelijke taal en vertegenwoordigende gesprekspartners vindt. Hier is het dat de christelijke edelmoedigheid realistisch en tegelijk moedig moet zijn. En, vooral, is men in bepaalde landen soms gestoten op sterke aarzelingen om het beginsel van wederzijdsheid te eerbiedigen in de erkenning van het recht van de enen en van de anderen op vrijheid van geweten en van eredienst"[16]. In die zin behelst de dialoog ook het bevestigen en verdedigen van de rechten van de menselijke persoon, in zo verre hij "ook een roeping is om een dringende vraag naar rechtvaardigheid te zijn"[17].

Religieuze onverdraagzaamheid: bedreiging voor de dialoog

In zijn boodschap ter gelegenheid van de werelddag voor de vrede 1991 behandelt de Paus het thema van de onverdraagzaamheid als bedreiging voor de vrede: "Een ernstige bedreiging voor de vrede vormt de onverdraagzaamheid die zich uit in het weigeren van de gewetensvrijheid van de anderen". En hij gaat verder: "er is nog veel te doen om de godsdienstige onverdraagzaamheid te overwinnen. Zij is op verschillende plaatsen ter wereld sterk verbonden met de verdrukking van minderheden. ... De situaties waarin een specifiek godsdienstige regel staatswet wordt of dreigt te worden, zonder dat men genoeg rekening houdt met het onderscheid tussen de bevoegdheden van de godsdienst en die van de politieke maatschappij, zijn erg delicaat. De godsdienstige wet identificeren met de burgerlijke, kan effectief de godsdienstvrijheid verstikken, en zelfs andere onvervreemdbare mensenrechten beperken of ontkennen. ... Veeleer moet het ononderdrukbare recht om het eigen geweten te volgen en het eigen geloof alleen of in gemeenschap te belijden en te beleven, erkend en gewaarborgd worden, in acht genomen dat de vereisten van de openbare orde niet geschonden worden"[18].

De dialoog tussen de godsdiensten kan ernstig gevaar lopen, vooral "wanneer één van de partijen er niet toe komt de andere godsdienst te begrijpen zoals hij werkelijk is, maar zich laat beïnvloeden door voorbijgaande vooroordelen die de werkelijkheid vertekenen". Dit mag echter geen onoverkomelijke hinderpaal zijn. Men moet het probleem met eerlijkheid en sereniteit aanpakken, door vooral te steunen op de dialoog van het leven en van het werk, zoals de bisschoppen van Noord-Afrika wordt aangeraden: "In een geest van openheid en van goede buren delen jullie de vreugde en de pijn, de problemen en de zorgen van het bestaan; jullie werken samen aan de algehele ontwikkeling en aan de volledige bevrijding van de mens"[19].

De aanwezigheid van talrijke vreemdelingen in Europa is een bron van spanningen en discussies. Vooral de aanwezigheid van grote groepen van moslimgelovigen stelt het probleem van de verhouding tot deze godsdienst. De Paus wijst bij verschillende gelegenheden op de positieve aspecten van deze situatie: de mogelijkheid om deze gelovigen in waarheid te ontmoeten en met hen wezenlijke waarden te verdedigen. Het is een geschikt moment om de dialoog met de moslims aan te moedigen en verder te zetten, om zodoende "hun geestelijke en morele waarden beter te leren kennen en, terzelfder tijd, hen toe te laten een juist begrip van het geloof en van het leven van de Kerk te verwerven". Priesters en leken die deze dialoog voeren of de raadgevers zijn van gemeenschappen die er nauw bij betrokken zijn, moeten degelijk voorbereid zijn op hun taak. Opvoeders hebben een grote verantwoordelijkheid, daar zij werken met jongeren van verschillende godsdienstige afkomst die moeten leren vriendschappelijk met elkaar om te gaan en tegelijkertijd trouw te blijven aan het eigen geloof[20].

Vooroordelen en onbegrip zijn meestal te wijten aan wederzijdse onbekendheid. Daarom "moeten we door middel van de constructieve dialoog tot een dieper verstaan van elkaar komen, dat ons wederzijds wantrouwen verjaagt en ons tot waardering van elkaar brengt, een waardering die op haar beurt uitmondt in een meer geëngageerde samenwerking op elk gebied waar dat mogelijk is"[21].

Samenvattend

Vooraleer een samenvattend oordeel te formuleren, moeten wij het volgende preciseren. De probleemstelling van de dialoog, de wenselijkheid ervan, zelfs in de moeilijkste omstandigheden, wordt nooit in vraag gesteld. In de opvatting van Johannes Paulus II bestaat er een grote mogelijkheid tot wederzijds begrip en samenwerking tussen christenen en moslims om samen de problemen van heel de mensheid het hoofd te bieden, gezien hun gemeenschappelijk erfgoed dat een vaste waarborg is, de grondslag van de waardigheid, de vrede en vrijheid van de mens. Deze overtuiging te laten groeien en tot een eerlijke en serene dialoog bereid te zijn, is voor katholieken een uitdrukkelijke wens van de Paus.

In dat perspectief moet zijn onderricht aan een katholiek publiek gezien worden, waarin hij ingaat op de problematiek dialoog-verkondiging. Deze problematiek is doctrineel ontwikkeld in de encycliek Redemptoris missio.

Er is een innerlijke vereiste voor de dialoog: het verdiepen van de eigen christelijke identiteit, van het eigen geloof in de persoon van Jezus Christus. Deze geloofsverdieping moet gepaard gaan met het getuigenis van een christelijke gemeenschap waarin de broederlijke liefde, naar het gebod van Jezus, zichtbaar, concreet geleefd wordt. Al kan het in bepaalde historische omstandigheden lijken alsof het getuigenis van het eigen geloof zich moet beperken tot de stilte van een biddende aanwezigheid, tot de evangelische dienst aan de meest behoeftige broeders en tot een dialoog louter van het leven, toch is dit op zich niet voldoende: het moet ook gepaard gaan met de uitdrukkelijke verkondiging van de blijde boodschap, naar het voorbeeld van Jezus Christus, wiens hele bestaan een duidelijke verkondiging was van de liefde die de Vader aan alle mensen aanbiedt.

Een tweede punt waarop Johannes Paulus II steeds weer de nadruk legt, is de eerbied voor de vrijheid van elke mens om het eigen geloof te volgen en te belijden, waar hij ook leeft. Dikwijls herinnert hij ook aan de eerbied voor het beginsel van de wederkerigheid als noodzakelijke voorwaarde voor een correcte dialoog in vrijheid en waarheid.

In deze pauselijke toespraken kunnen we duidelijk de vier vormen van dialoog terugvinden die in het document DA (Dialoog en verkondiging) van 1991 worden onderscheiden:

1) de dialoog van het leven, waardoor mensen zich inzetten om in een geest van openheid en van goede buurschap te leven, door hun vreugde, hun activiteiten, hun problemen en hun menselijke zorgen samen te delen;

2) de dialoog van de werken, waardoor christenen met moslims samenwerken voor de integrale ontwikkeling en bevrijding van de mens;

3) de dialoog van de theologische uitwisseling, waarbij specialisten pogen hun respectievelijke godsdienstige erfenis uit te diepen en elkaars geestelijke waarden te waarderen;

4) de dialoog van de godsdienstige ervaring, waardoor mensen die in hun eigen godsdienstige traditie geworteld zijn, hun geestelijke rijkdom delen, bij voorbeeld inzake gebed en contemplatie, geloof en wegen van het zoeken naar God en naar het Absolute (vgl. DA 42).

Algemeen besluit

In een algemene evaluatie van alle onderzochte toespraken, kunnen we stellen dat de dialoog tussen de godsdiensten voor de Paus een grote uitdaging vormt. In zijn verschillende facetten moet hij met geestelijke openheid, vertrouwen en hoop aangepakt worden, maar tegelijkertijd met kennis van zaken en voorzichtigheid, in het besef dat hij vandaag noodzakelijke en vitaal is, maar niet zonder moeilijkheden en risico's. Deze studie laat toe vier basishoudingen te onderscheiden die het pastorale werk in een islamitische gemeenschap kunnen inspireren en richting geven.

1.      In de eerste plaats moet men zich als christelijke gemeenschap bevragen over de houding die men aanneemt tegenover een volksgroep die, wat cultuur en godsdienst betreft, anders is dan de eigen volksgroep. Het andere kan wantrouwen, geslotenheid, soms zelfs rassenhaat voortbrengen. In bijzondere situaties, periodes van economische recessie, bij voorbeeld, leiden erg zichtbare verschillen in volk en godsdienst, makkelijk tot allerlei verdedigingsmechanismen die een vruchtbaar samenleven in gevaar brengen. Voorbeelden van onverdraagzaamheid en openlijk racisme ontbreken niet[22]. Als christenen moeten we zeggen wat fout is en in tegenspraak met de evangelische geest. De aanwezigheid van moslims kan een positieve uitdaging betekenen. De Paus wordt niet moe te herhalen dat de dialoog van de christenen heel de menselijke familie omvat. Als wij God als Vader aanroepen, moeten we ons als broeders gedragen tegenover alle mensen.

2.     De tweede houding is die van eerbied voor het geweten en dus ook voor de cultuur en de godsdienstvrijheid van de ander. Anders wordt men onverdraagzaam en komt men tot onderdrukking van de minderheden en tot een onfair proselitisme. Het eigen geloof te beleven is een recht dat geldt voor elke mens, waar hij zich ook bevindt. Zonder deze eerbied kan men niet aan een wereld van vrede bouwen.

3.     De derde houding is er een van dialoog tussen de godsdiensten. Deze wordt door Redemptoris missio beschouwd als "middel tot een wederzijdse kennis en verrijking" (RM 55). "Alle gelovigen en christelijke gemeenschappen - zegt de encycliek - zijn geroepen om de dialoog te beoefenen, zij het niet in dezelfde graad en vorm. ... Men moet wederzijds getuigen van een gezamenlijke vooruitgang op de weg van zoeken en ervaren en, tegelijkertijd, van het overwinnen van vooroordelen, onverdraagzaamheid en misverstanden" (vgl. RM 55-57). De wederzijdse verstandhouding, oprecht beleefd, laat toe samen de sociale rechtvaardigheid en de vrede te bevorderen en te getuigen van het geloof in God te midden van een geseculariseerde samenleving, tot welzijn van alle mensen. Dialogeren betekent niet de ander inpalmen, maar zich met hem confronteren, de wortels van de eigen religieuze identiteit verdiepen, het eigen geloof peilen en in het klare daglicht stellen, om zo dichter bij God te komen die beide hoofdrolspelers van de ontmoeting oproept tot bekering: "De ander stelt ons vragen, maar ook wij worden uitgenodigd hem vragen te stellen. Niet alleen het antwoord, maar ook de vraag is een daad van liefde"[23]. De dynamiek van de ontmoeting roept de auteurs van de dialoog op zich op weg te begeven naar de waarheid waaruit vrijheid en liefde voortkomen. Deze waarheid "is niet in ons, maar evenmin in de ander. Zij is in ons, maar ook in de ander. Wij zullen haar alleen ontmoeten, als wij op weg gaan, als wij de moed hebben in ons binnenste naar onszelf te kijken, naar het culturele erfgoed dat wij ontvangen hebben, niet om wat wij bezitten als eeuwige waarheid te bewaren, maar om een nieuwe vorm van leven op te bouwen, een nieuw type van maatschappij, een nieuwe en hogere vorm van beschaving"[24].

4.     De vierde houding is de missionaire; zij is voor de christengelovige van levensbelang. "Op de vraag: waarom de missie? - aldus de encycliek Redemptoris missio - antwoorden wij met het geloof en de ervaring van de Kerk, dat zich open stellen voor de liefde van Christus de ware bevrijding is. Alleen in Hem worden wij bevrijd van iedere vervreemding en afdwaling, van de slavernij van zonde en dood" (RM 11). De missie ontspringt dus, nog dieper dan de opdracht van de Heer, aan de eisen van het leven van God in ons. Daarom kan de Kerk, in diepe eerbied voor ieders vrijheid, de mensen de "goede boodschap" dat ze bemind en gered zijn door God in Christus, niet onthouden. En deze opdracht tot evangelisering omvat ook de moslims die onder ons leven: we beminnen hen niet echt als we hun de schat verbergen die ons geschonken is zonder dat we het hebben verdiend[25]. De openheid naar de dialoog tussen de godsdiensten steunt niet op een dubbelzinnig woord, maar valt samen met de bevestiging van de uniciteit van Jezus Christus. Het gevaar van irenisme en theologisch syncretisme wordt zeer reëel als men de boodschap van Petrus: "Bij niemand anders is de redding te vinden en geen andere Naam onder de hemel is aan de mensen gegeven waarin wij gered moeten worden" (Hnd 4, 12), poogt te herleiden tot één onder vele boodschappen en de weg van Jezus Christus tot één onder vele heilswegen. Als deze zekerheid wegvalt, ontneemt men het christendom zijn proprium, zijn uniciteit, zijn overtuiging een universele en definitieve boodschap te zijn. Achter het godsdienstig syncretisme schuilt een subtiele vorm van verwerping van het christendom, die de grote Duitse theoloog Karl Rahner reeds op het einde van de jaren vijftig onderkende en brandmerkte als crypto-ketterij, een latente, gecamoufleerde ketterij, die moeilijk te onderscheiden is en daarom een des te groter gevaar vormt[26].

 

Maurizio Fomini

 

 

* Dit artikel is verschenen in "Communio" (nl) 22 (1997) 160-168.


________________________

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[1] Wij verwijzen naar de aansporingen tot de katholieke gemeenschap in Ankara, Turkije (maart 1979), de bisschoppen van Opper-Volta (Burkina Faso) (mei 1980), het algemene kapittel van de Witte Paters (december 1980), de bisschoppen van Noord-Afrika (november 1981), van Mali (november 1981), van Senegal (januari 1982) en van Joegoslavië (maart 1983). Verder zal er sprake zijn van de ontmoetingen met studenten in Ivoorkust (mei 1980), de homilie te Otranto, Italië (oktober 1980), de groet aan de christenen van Davao, Filippijnen (februari 1981), het zondagse Angelus (24 januari 1982), de algemene audiëntie van 24 februari 1982, de toespraak in Wenen (september 1983), de paasboodschap aan het Libanese volk (april 1984), de boodschap aan het Kroatische Eucharistisch Congres (september 1984), de toespraak tot de deelnemers aan het Congres "Christus bij de mensen brengen" (februari 1985), de algemene audiëntie van 5 juni 1985, de homilie tijdens de eucharistieviering in het Charles de Foucauld Instituut te Casablanca (augustus 1985), de toespraken tot de bisschoppen van Bangladesh (september 1985) en van Noord-Afrika (oktober 1986), de toespraak ter gelegenheid van de Werelddag voor de Vrede in Assisi (oktober 1986), de boodschappen aan de bisschoppen van Tanzania (december 1987), van Kameroen (september 1988), van de Arabische regio (februari 1989) en van Turkije (maart 1989), de toespraken tot het corps diplomatique (januari 1990) en tot de bisschoppen van Mali, te Bamako (januari 1990), de boodschap tot het katholieke Bijbelgenootschap (juni 1990), de ontmoeting met de Kerken die rechtstreeks betrokken waren bij de Golfoorlog (maart 1990), de toespraken tot de bisschoppen van Noord-Afrika (november 1990) en van Noord-Frankrijk (januari 1992), de algemene audiëntie van maart 1992 en de boodschap aan het corps diplomatique te Madrid (juni 1993). Zie ook M. Kayitakibga, Chrétiens et Musulmans aujourd'hui face à face: le Pape Jean Paul II s'adresse aux Catholiques, in "Bulletin" 62-XXI/2 (1986) 192-204.
[2]
Johannes Paulus II, Allocution à la communauté catholique (Ankara, 29 novembre 1979), in "La Documentation Catholique" 61 (1979) 1052.
[3]
Johannes Paulus II, Visite 'ad limina' des évêques latins de la Région Arabe (Vatican, 3 février 1989), in "La Documentation Catholique" 71 (1989) 276.
[4] Johannes Paulus II, Visite 'ad limina' des évêques latins... ,276.
[5]
Johannes Paulus II, Discours aux évêques d'Afrique du Nord (Vatican, 23 novembre 1982), in "La Documentation Catholique" 64 (1982) 83.
[6] Johannes Paulus II, Discours aux évêques d'Afrique du Nord..., 83.
[7] Johannes Paulus II, Discours aux membres du Congrès 'Porter le Christ à l'homme' (Vatican, 22 février 1985), in "La Documentation Catholique" 67 (1985) 375.
[8]
Johannes Paulus II, Homélie à la messe pour la communauté catholique (Casablanca, 19 août 1985), in "La Documentation Catholique" 67(1985) 941.
[9]
Johannes Paulus II, Ad Bangladesae episcopos, occasione oblata 'ad limina' visitations coram admissos (Vaticanum, 3 septembris 1985), in "Acta Apostolicae Sedis" 78 (1986) 19.
[10]
Johannes Paulus II, Discours aux évêques d'Afrique du Nord en visite 'ad limina' (Vatican, 3 octobre 1986), in "La Documentation Catholique" 68 (1986) 1153.
[11]
Johannes Paulus II, Discours aux évêques d'Afrique du Nord..., 1153.
[12] Johannes Paulus II, Ad Tanzaniae episcopos sacra limina (Vaticanum, 4 decembris 1987), in "Acta Apostolicae Sedis" 80 (1988) 725.
[13] Johannes Paulus II, Ad Cameruniae episcopos limina Apostolorum visitantes (Vaticanum, 30 septembris 1988), in "Acta Apostolicae Sedis" 81 (1989) 207.
[14]
Johannes Paulus II, Allocution à la Conférence épiscopale de Turquie (Vatican, 31 mars 1989), in "La Documentation Catholique" 71 (1989) 471.
[15] Johannes Paulus II, Discours au corps diplomatique accrédité auprès du Saint-Siège (Vatican, 13 janvier 1990), in "La Documentation Catholique" 72 (1990) 159.
[16] Johannes Paulus II, Rencontre avec les évêques du Mali (Bamako, 28 janvier 1990), in: "La Documentation Catholique" 72 (1990) 250.
[17]
Johannes Paulus II, Rencontre avec les évêques du Mali..., 250.
[18] Johannes Paulus II, Message pour la Journée de la Paix (Vatican, 8 décembre 1990), in "La Documentation Catholique" 73 (1991) 55.
[19]
Johannes Paulus II, Ad episcopos Africae Septemtrionalis coram admissos (Vaticanum, 26 novembris 1991), in "Acta Apostolicae Sedis" 84 (1992) 1145.
[20] Johannes Paulus II, Allocution aux évêques français de la Région 'Nord' (Vatican, 18 janvier 1992), in "La Documentation Catholique" 74 (1992) 206.
[21]
Johannes Paulus II, Discours aux corps diplomatique (Madrid, 16 juin 1993), in "La Documentation Catholique" 75 (1993) 730.
[22] Vgl. J. Blommaert - J. Verschueren, Antiracisme, Hadewijch, Antwerpen/Baarn 1994; Idem, Het Belgische migrantendebat. De pragmatiek van de abnormalisering, IprA research center, Antwerpen 1992; R. Burggraeve - D. Pollefeyt, Het migrantendebat tussen diabolisering en divinisering van de ander, in "Ethische Perspectieven" 3 (1993) 44-48.
[23]
E. Grasso, Op weg naar de waarheid. Aantekeningen bij de verklaring van de bisschoppen van België: ‘Migranten en vluchtelingen in ons midden', in "Vrienden Redemptor hominis voor de missie" 2 (1996) 1-2.
[24]
E. Grasso, Op weg naar de waarheid..., 2.
[25] Vgl. C.M. Martini, Wij en de islam, in "Communio" (nl) 16 (1981) 450-451. Vgl. J. Verkuyl, Met moslims in gesprek over het evangelie, Ten Have, Baarn 1994, 9-20; 150-155.
[26]
K. Rahner, Christendom en kerk in onze tijd, De Brouwer, Brugge 1957, 107-123. Er zijn enkele theologen die de dialoog tussen het christendom en de andere godsdiensten mogelijk achten op voorwaarde dat het christendom en de figuur van Jezus in het bijzonder worden geherinterpreteerd. Volgens hen is de dialoog tussen de godsdiensten slechts mogelijk indien het traditionele geloof van de Kerk omtrent Jezus radicaal wordt ontmanteld. Het werk dat het meest synthetisch deze ideeën uitdrukt, is dat van P. Knitter, No other Name? A Critical Survey of Christian Attitudes Toward the World Religions, Maryknoll, New York 1987. Zie ook R. Panikkar, The Intrareligious Dialogue, Paulist Press, New York 1978, en J. Hick, The Myth of God Incarnate, SCM Press, London 1977. Een interessante benadering van het probleem vindt men bij H. Arts, Wereldgodsdiensten allemaal gelijkwaardig?, Davidsfonds, Leuven 1994.


23/04/2010
 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis