Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Uitdiepingen arrow Interreligieuze dialoog met de Islam/1
Afdrukken Verzenden naar een vriend



 

De hele wereld zal de datum van 2 april 2005 gegrift in het geheugen houden.

Met het beeld van het Sint-Pietersplein voor ogen, dat steeds meer vol mensen raakte, werd nieuws verwacht over Paus Johannes Paulus II die zijn laatste strijd moedig aan het strijden was. Intussen verzamelden miljoenen mensen over de hele wereld om voor hem te bidden. Het was te voelen dat iets groots aan het gebeuren was.

Die dag en de komende dagen na de dood van de Paus zijn in het hart van iedereen gebleven.

Op de vijfde verjaardag van zijn dood willen we de figuur van deze grote Paus in herinnering brengen, die met zijn geloof, zijn hoop en zijn liefde, met heel zijn leven, in het hart van gelovigen en ongelovigen is binnen getreden.

In twee afleveringen brengen we onder de aandacht van onze lezers een artikel, dat het thema van de interreligieuze dialoog tussen christenen en moslims behandelt naar de visie van Johannes Paulus II.

We zijn van mening dat geen enkele andere opperherder in de geschiedenis persoonlijk zoveel aandacht heeft besteed aan de betrekkingen met de moslims en aan de inter­religieuze dialoog tussen christenen en moslims.

Deze problematiek is vandaag, meer dan ooit, actueel.

 

 

INTERRELIGIEUZE DIALOOG MET DE ISLAM/1

In de toespraken van Johannes Paulus II

tot moslims en katholieken


Europese realiteit

Algemeen wordt aanvaard dat "het contact met de islam een bijzonder belang heeft voor de christelijke godsdienst en de Europese cultuur, niet alleen ter wille van het verleden, maar ook met het oog op het heden en de toekomst, verbonden met de enorme golven immi­granten uit islamitische landen en de reeds bestaande nauwe betrekkingen met hen"[1].

In veel Europese landen is de islamitische aanwezigheid een integraal en vast deel geworden van het sociale weefsel[2]. Het is een realiteit die men niet kan ontkennen en waar men ook vanuit pastoraal oogpunt rekening mee moet houden. Deze bezorgdheid heeft ook in de Vlaamse Kerk meermaals weerklonken. In zijn tussenkomst op de Bijzondere Synode voor Europa (december 1991) stelde Mgr. P. Van den Berghe dat het probleem van de verhouding met de islam "steeds meer de centrale vraag voor de evange­lisatie van Europa zal worden"[3]. Van zijn kant stelt Kardinaal Danneels in een interview vast dat "de islam een reëel probleem is in Europa, en het te onderschatten is niet de oplossing"[4]. Ook in de verklaring van de Belgische Bisschoppen van november 1995 wordt het probleem gesteld, hoe wij de islamitische migranten in ons land kunnen ontmoeten, die "samen met ons kinderen van Abraham, onze vader in het geloof", zijn[5]. De jongste jaren stelt men een opvallende stijging van het aantal studies over dit onder­werp vast[6].

Teken des tijds

De Kerk heeft meer dan eens bij dit teken des tijds het oor te luisteren gelegd. We herinneren even aan de meest betekenisvolle stappen van dit rijpingsproces.

Op 6 augustus 1964 publiceert Paulus VI zijn eerste encycliek Ecclesiam suam (ES), als de Magna Charta van de dialoog beschouwd[7]. Een jaar later, op 28 oktober 1965, wordt de concilieverklaring over de betrekkingen tussen de Kerk en de niet-christelijke godsdiensten, Nostra aetate (NA)[8], bekendgemaakt.

In 1984 volgt het document van de Raad voor de Interreligieuze Dialoog over de houding van de Kerk tegenover leden van andere godsdiensten (DM)[9]. In 1991 publiceren de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog en de Congregatie voor de Evangelisering van de Volkeren, in nauwe onderlinge samenwerking, een belangrijk document over de verhouding tussen dialoog en verkondiging van het evangelie (DA)[10].

In al deze documenten valt de bekommering van de Kerk op om tege­moet te komen aan de volgelingen van andere godsdiensten om tezamen het Rijk Gods te realiseren, zonder daarbij afbreuk te doen aan haar missionaire opdracht en aan de boodschap van Jezus Christus, in eerbied voor het geweten en de vrijheid van elke mens.

Opzet van het artikel

Om de visie van Johannes Paulus II over de dialoog met de andere godsdiensten, in het bijzonder met de islam, te be­grijpen, willen we uitgaan van het interview, verschenen in het boek Over de drempel van de hoop. Op de vraag naar de houding ten opzichte van de islam, antwoordt de Paus, na de verschillen tussen de christelijke en de islamitische godsdienst goed te hebben bepaald, dat de dialoog met de vol­gelingen van de profeet volgens de richtlijnen van Vaticanum II moet geschieden. Hij haalt daarbij een zinsnede uit de verklaring Nostra aetate aan: "Als in de loop der eeuwen niet zelden meningsverschil en vijandschap tussen christenen en moslims zijn ontstaan, spoort het heilige concilie allen aan het verleden te vergeten en te ijveren voor wederzijds begrip, alsook om samen voor alle mensen de sociale rechtvaardigheid, de zedelijke waarden, de vrede en de vrijheid te verdedigen en te bevorderen" (NA 3).

In deze geest verwijst hij ook naar de ontmoeting in Assisi (26 oktober 1986), het gebed voor de vrede in Bosnië (1993), de vele ontmoetingen met islamieten tijdens zijn apostolische reizen in Afrika en Azië. Vooral het bezoek in Marokko op uitnodiging van koning Hassan II (augustus 1985) wordt een historische gebeurtenis genoemd: "Het ging toen niet alleen om een beleefdheidsbezoek, maar om een bezoek vanJohannes Paulus II en koning Hassan II waarlijk pastorale aard. Onvergetelijk is de ontmoeting gebleven met de jongeren in het stadion van Casablanca (1985). Treffend was de manier waarop deze zich openstelden voor de woorden van de Paus toen hij het geloof in de ene God doorlichtte. Dit was ongetwijfeld een gebeurtenis zonder precedenten"[11].

Geen enkele andere opperherder in de geschiedenis heeft persoonlijk zoveel aandacht besteed aan de betrekkingen met de moslims, aan de interreligieuze dialoog tussen christenen en moslims.

In dit artikel willen we enkele aspecten van de interreligieuze dialoog met de islam in het licht stellen. We beperken ons tot de toespraken van de Paus tijdens zijn pastorale bezoeken in Azië, Afrika en Europa[12].



Toespraken tot moslims

Telkens wanneer de Paus op zijn apostolische reizen een land bezoekt met een aanzienlijke islamitische bevolking, tracht hij een ontmoeting met deze mensen te hebben[13]. In de ontmoeting met jonge moslims te Casablanca in 1985 worden de thema's van zijn toespraken goed samengevat. Dit treffen mag niet als een alleenstaand feit worden bezien, als een uitzondering, maar moet veeleer gelezen worden als de uitwerking van een constant en coherent programma van het pontificaat van Johannes Paulus II. We zouden het kunnen beschouwen als een toegepaste summa van de dialoog met de moslims. Uitgaande van de historische gebeurtenis van Casablanca, zullen we de aldaar geformuleerde onderwerpen verbinden met andere uitspraken van de Paus.

Abraham, voorganger in het geloof

Reeds in de inleiding van zijn toespraak raakt de Paus twee thema's aan die de criteria vormen voor zijn benadering van de moslims: ten eerste, christenen en moslims hebben veel gemeenschappelijk en hebben dus wederzijds veel uit te wisselen; ten tweede, beiden beroepen zich op de afstamming van Abraham in het geloof in één en dezelfde God. De gemeen­schappelijke elementen in het christelijke en het moslimgeloof verenigen hen in de vriendschap van gelovigen in God: "Wij, christenen en moslims, hebben veel zaken gemeenschappelijk, als gelovigen en als mensen. We leven in dezelfde wereld, getekend door vele tekenen van hoop, maar ook door vele tekenen van angst"[14]. Deze diepe eenheid van de menselijke bestemming spoort de Paus ertoe aan de moslims als broeders te beschouwen: "Bewust richt ik mij tot jullie als tot broeders: het is zeker dat we dat zijn, want we zijn leden van dezelfde menselijke familie wier inspanningen - de mensen mogen er zich al dan niet bewust van zijn - reiken naar God en naar de waarheid die van Hem komt. Maar we zijn in het bijzonder broeders in God, die ons heeft geschapen en die wij trachten te bereiken, elk langs zijn weg, door het geloof, het gebed en de eredienst, de trouw aan zijn wet en de onderwerping aan zijn wil"[15].

Aan de gemeenschappelijke geestelijke erfenis, als zonen van Abraham, herinnert Johannes Paulus II in Kenia, Turkije, Pakistan, Portugal en Senegal. In het bijzonder in Turkije verklaart hij dat "het geloof in God, gemeenschappelijk beleden door de afstammelingen van Abraham, christenen, moslims en joden, als het oprecht geleefd wordt, een veilige grondslag voor de waardigheid, de broederlijkheid en de vrijheid van de mensen is, alsook het principe van een juist moreel gedrag en maatschappelijk samen­leven"[16].

Deze eenheid vormt de basis voor een verder uitdiepen van de verhouding van elke mens tot God: "Zoals ik dikwijls heb gezegd in andere ontmoetingen met de moslims, jullie God en de onze is één en dezelfde,Istanbul de blauwe moskee en wij zijn broeders en zusters in het geloof in Abraham. Zo is het natuurlijk dat we veel hebben uit te praten over de ware heiligheid in gehoorzaamheid en aanbidding van God"[17].

Te Casablanca bouwt de Paus zijn toespraak op dit fundamentele thema: "Abraham is voor ons een waarachtig model van geloof in God, van onder­werping aan zijn wil en van vertrouwen in zijn goedheid. Wij geloven in dezelfde God, de ene God, de levende God, de God die de wereld schept en zijn schepselen naar hun voltooiing voert"[18]. Vanuit deze uitspraak opent hij de dialoog met de jonge moslims. Eerst spreekt hij hen over God, dan over de menselijke waarden, voor zover die in God gegrond zijn. Met andere woorden, hij stelt eerst de theologische voorwaarden voor een dialoog om dan over te gaan tot een toepassing ervan in de geschiedenis.

Bij verschillende gelegenheden herneemt de Paus dit thema en verruimt het dikwijls tot de joden, zoals in Dakar: "Christenen en moslims, met hen die de joodse godsdienst aanhangen, behoren tot wat allen eensgezind 'de abrahamitische traditie' noemen. In onze afzonderlijke tradities wordt Abraham 'de intieme vriend van God' genoemd (in het Arabisch al-khalil). Hij krijgt deze titel ter wille van zijn onverbreekbaar geloof in God''[19].

God, eenheidspunt

Na deze prelude zet Johannes Paulus II beknopt uiteen wat de christenen geloven van God, met beelden die tegelijkertijd Bijbels zijn en makkelijk herkenbaar voor de moslims in het licht van hun islamitische traditie. De Paus wijst erop dat God de Schepper en oorsprong van het leven is, bron van al wat goed, mooi en heilig is. God heeft de natuurlijke wereld geschapen en geboetseerd voor het welzijn en het genot van de mensheid; Hij heeft zijn heilige wet aan het menselijk geslacht gegeven om onze levens te leiden, onze bestemming te oriënteren en onze gewetens te verlichten; Hij is onze uiteindelijke rechter die gehoorzaamheid aan zijn wil verwacht. Als de mensheid zondigt en dan berouwvol tot God terugkeert, vindt zij een God die vergeeft. Het is dus aan ons Hem lief te hebben, te aanbidden, te danken, zijn zegen en zijn barmhartigheid te vragen. Het geloof in de Ene God heeft gevolgen in de geschiedenis: "In een wereld die de eenheid en de vrede verlangt en toch duizenden spanningen en conflicten kent"[20], is het de taak van diegenen die geloven in God en in Hem de gemeenschappelijke oorsprong en bestemming erkennen, de vriendschap in de schoot van de menselijke familie te bevorderen. De Paus bekrachtigt deze uitspraken door verwijzingen naar Nostra aetate.

Vervolgens spreekt Johannes Paulus II over de noodzaak van de dialoog tussen christenen en moslims ten bate van de wereld, het sleutelthema in zijn ontmoetingen.

Dialoog

Christenen en moslims kunnen in de wereld van vandaag niet als vijanden of geïsoleerden leven; zij hebben elkaar nodig en heel de wereld heeft er nood aan de broederschap en de vruchtbare samenwerking tussen de twee godsdiensten te zien. In Davao zegt de Paus: "De christenen, jullie broeders en zusters, hebben jullie liefde nodig. En de gehele wereld, met zijn brandend verlangen naar meer vrede, broederlijkheid en harmonie, heeft er nood aan een broederlijk samenleven tussen christenen en moslims te zien in een moderne, gelovige en vredelievende Filippijnse natie"[21]. In Dar-Es-Salaam, Tanzania, houdt hij in september 1990 een toespraak voor de leiders van andere godsdienstige belijdenissen, waarvan het centrale thema de dialoog is. Hij beschrijft verschillende niveaus van dialoog die terug te vinden zijn in Redemptoris missio.

In een context van godsdienstig pluralisme, aldus Johannes Paulus II, is de dialoog een complex van menselijke activiteiten, gesteund op eerbied en achting voor de leden van een andere godsdienst. Hij behelst het dagelijkse samenleven in wederzijdse vrede en hulp, tegelijk met het getuigenis door elkeen van de waarden die de geloofservaring heeft aangereikt. Hij brengt een bereidheid mee tot samenwerking met anderen voor de ontplooiing van de mensheid en een engagement om samen de ware vrede te zoeken. Dit betekent een ontmoeting tussen theologen en andere religieuze experten om met hun tegenhangers uit andere godsdiensten zones van overeenkomst en van verschil te onderzoeken. Waar de omstandigheden het toelaten, betekent het ook het meedelen van geestelijke ervaringen en inzichten.

De dialoog tussen christenen en moslims in de wereld van vandaag moet ernstig worden aangepakt, zonder zich tot gemakkelijk enthousiasme te laten verleiden, want "het is een delicaat vraagstuk, aangezien beide godsdiensten diep begaan zijn met de verspreiding van het eigen geloof. Maar objectief gezien bestaat er een zeer stevige grondslag,Johannes Paulus II in Assisi 1986 waarop het mogelijk is de wederzijdse eerbied en samenwerking te bouwen: die bestaat erin het onvervreemdbaar recht en de heilige plicht van elk individu te erkennen om het eigen geweten te volgen in het zoeken naar en het aanhangen van de waarheid. Een religieuze beschouwing die op enigerlei wijze van buitenaf zou zijn opgelegd, is niet in staat de Heer van hemel en aarde te voldoen"[22].

De dialoog die de Paus voorstelt, beoogt niet een kunstmatige consensus rond eigen geloofsovertuigingen te bewerken. Veeleer moet ervoor gezorgd worden dat, in de bezieling om het eigen geloofsgoed te verkondigen en in de gebruikte methoden, de eerbied voor het recht van elke persoon op religieuze vrijheid wordt bewaard.

Het doel zal dus zijn te komen tot een beter wederzijds begrip dat, vanuit een nieuwe houding van respect, het streven naar gemeenschappelijke idealen in de sfeer van de religieuze vrijheid, van de broederlijkheid en van de sociale vooruitgang bevordert: "Het is mooi elkaar te kennen en de eigen verschillen te aanvaarden, vooroordelen te overwinnen in wederzijdse eerbied, te werken aan de verzoening en de dienst aan de kleinen. Dit is een fundamentele dialoog die allen in hun buurt, op het werk, in de school moeten promoten. Het is de dialoog die men gelovigen toeschrijft die samen leven in een moderne en pluralistische maatschappij"[23]. De dialoog steunt volgens Johannes Paulus II niet op een louter antropologische grond, maar de verantwoording ervan is in de eerste plaats theologisch, omdat God "een God (is) van dialoog, die Zich vanaf het begin heeft geëngageerd in een dialoog van heil met de mensheid die Hij heeft geschapen, een dialoog die vandaag verdergaat en zal duren tot het einde der tijden. Christenen en moslims moeten mensen van dialoog zijn"[24].

Getuigenis

In de visie van de Paus is de dialoog geen doel op zich, maar de voorwaarde voor een gemeenschappelijk getuigenis van de geestelijke waarden in een steeds meer geseculariseerde en dikwijls atheïstische wereld.

Te Casablanca zegt hij met overtuiging dat de christelijke en moslimjongeren een onmisbare opdracht hebben, een zending die hen verenigt in de opbouw van een nieuwe wereld volgens het plan van God. Het handelen van de gelovigen in deze zendingsopdracht moet door geestelijke waarden worden ingegeven: geloof, gebed, eredienst, het zoeken naar de wil van God, het getuigenis van de godsdienstvrijheid, eerbied, liefde, de bereidheid om elke mens te helpen, het opkomen voor de rechten van de mens. Dit alles houdt in dat de gelovige geroepen is om de eigen verantwoordelijkheid op te nemen in een verdeelde wereld, waar conflicten en onrechtvaardigheid hoogtij vieren. "God wil niet dat de mensen passief blijven... . Jullie zijn verantwoordelijk voor de wereld van morgen. Door jullie verantwoordelijkheid ten volle en moedig op te nemen, zullen jullie de actuele moeilijkheden kunnen overwinnen. Het is dus aan jullie initiatieven te nemen en niet alles van de volwassenen te verwachten en van het volk ter plaatse. Jullie moeten een wereld bouwen, niet alleen hem dromen"[25].

De Paus daagt de jonge moslims uit om een nieuwe wereld te bouwen naar het model van de verscheidenheid in de eenheid. Zonder ze expliciet zo te noemen, stelt hij een cultuur van de Drie-eenheid voor, een cultuur met andere woorden waarin de uiterste verscheidenheid zich verenigt met de uiterste eenheid: "Deze wereld van de toekomst hangt van de jongeren af. Onze wereld is verdeeld en ook versnipperd; hij kent vele conflicten en grote ongerechtigheid. Er is geen echte Noord-Zuid solidariteit; er is niet genoeg wederzijdse hulp tussen de volkeren van het Zuiden. Er zijn in de wereld culturen en rassen die niet worden gerespecteerd. Waarom dit alles? Omdat de mensen hun verschillen niet aanvaarden: ze kennen elkaar niet voldoende. Ze stoten diegenen af die niet dezelfde beschaving hebben als zij. Ze weigeren elkaar wederzijds te helpen. Ze zijn niet in staat zich van het egoïsme en van de zelfgenoegzaamheid te bevrijden. God heeft alle mensen gelijk in waardigheid geschapen, maar verschillend wat gaven en talenten betreft. De mensheid is een geheel waarin elke groep zijn rol te vervullen heeft; men moet de waarden van de verschillende volkeren en van de verschillende culturen erkennen. De wereld is als een levend organisme; elkeen heeft iets te ontvangen van de anderen en hen iets te geven"[26].

Engagement voor de vrede

Johannes Paulus II moedigt de moslimjeugd aan voor vrede en gerechtigheid te ijveren. De jongeren willen geen oorlog en wijzen geweld af. Zij kennen de prijs die oorlog en geweld door onschuldigen laten betalen. Zij wijzen ook de bewapeningswedloop af. Dit betekent dat zij de vrede tot elke prijs willen. Vrede gaat gepaard met rechtvaardigheid.

De vrede is een geliefkoosd thema van de Paus. De verhouding van wederzijds respect tussen de twee godsdienstige tradities moet vertaald worden in een authentieke dienst aan de mensheid en moet leiden tot "een gemeenschappelijk engagement om de vrede, de sociale rechtvaardigheid, de morele waarden en elke ware vrijheid van de mens te bevorderen"[27]. Johannes Paulus nodigt alle gelovigen van de islam uit de vrede te bevorderen, omdat zij "kinderen van een godsdienst zijn, waarin de rechtvaardigheid en de vrede uitdrukkelijk worden onderricht"[28]. De vrede bevorderen is de historische opdracht van de gelovigen, vermits "de weg van diegenen die in God geloven en Hem verlangen te dienen, niet die van de overheersing is. Het is de weg van de vrede binnen de geschapen wereld door het wijs gebruiken van zijn rijkdommen tot welzijn van allen; de vrede in de schoot van de mensenfamilie, door samen te werken om sterke banden te smeden van rechtvaardigheid, van broederlijkheid en van harmonie in onze samenleving; de vrede in het hart van de individuen, die weten van wie zij voortkomen, waarom zij op de aarde zijn, en naar wie zij eenmaal zullen moeten terugkeren"[29].

Dit laatste punt, de harmonie met de Schepper terugvinden, is inspiratiebron voor de ontmoeting van Assisi. De Paus herinnert eraan dat er een andere manier bestaat om de vrede te bevorderen, die "niet het resultaat is van onderhandelingen, politieke compromissen of economische afspraken"[30], maar de vrucht van het gebed. Wat de wereldgodsdiensten dichter bij elkaar brengt, is de gemeenschappelijke eerbied voor en de gehoorzaamheid aan het geweten, dat ieder van ons zegt de waarheid te zoeken, alle mensen en alle volkeren te beminnen en te dienen en dus vrede te bewerkstelligen tussen enkelingen en tussen volkeren. Aan het bevel van het geweten moet - zij het in de verscheidenheid van de godsdiensten - de dimensie van het gebed worden toegevoegd, dat een relatie poogt uit te drukken met een Macht die boven alle menselijke machten staat. De vrede hangt fundamenteel af van deze Macht die wij God noemen, en die, zoals wij, christenen, geloven, zichzelf in Christus heeft geopenbaard[31]. Christenen en moslims hebben de plicht te ijveren voor de vrede en om de explosie van bloedige conflicten te vermijden, moeten zij zich engageren "om actief deel te nemen aan ontmoetingen tussen godsdiensten en mee te werken met organismen die tot doel hebben voor de vrede te werken en te bidden"[32]. Alle problemen waaraan de mensheid het hoofd moet bieden, zijn met het thema van de vrede verbonden: de economische problemen, de honger, de gezondheid, de mogelijkheid tot onderwijs, de werkloosheid, het vluchtelingenprobleem, dat van de droogte, de levensomstandigheden. Al deze problemen moeten met ernst en voldoende intellectuele voorbereiding worden aangepakt. Daarom moedigt Johannes Paulus II de jongeren aan een stevig intellectueel en geestelijk leven te ontwikkelen en hun geweten te vormen, zodat zij voorbereid zijn om aan dergelijke problemen het hoofd te bieden.

Verschillen

Naast de geestelijke banden die christenen en moslims verbinden, drukt de Paus ook duidelijk de verschillen uit die tussen beide godsdienstige tradities bestaan. "Aan de God van de koran worden enkele van de mooist denkbare namen gegeven waarover de menselijke taal beschikt, maar Hij blijft een God buiten de wereld, een God die alleen majesteit is, nooit Emmanuel, God-met-ons. De islam is geen godsdienst van verlossing. Daar is geen ruimte voor het kruis en de verrijzenis. Weliswaar wordt Jezus genoemd, maar alleen als een profeet die de weg bereidt voor de laatste profeet, Mohammed. Ook Maria, de maagdelijke moeder van Jezus, wordt in de koran genoemd, maar het drama van de verlossing ontbreekt er totaal. Daarom staat niet alleen de theologie, maar ook de antropologie van de islam ver van de christelijke"[33].

Te Casablanca herhaalt hij dat christenen en moslims met vreugde "de geestelijke waarden die ze gemeenschappelijk hebben, moeten erkennen en tegelijkertijd hun verschillen moeten aannemen en eerbiedigen". Juist dankzij een duidelijke stellingname is een wederzijdse positieve benadering mogelijk. Indien christenen en moslims elkaar in het verleden dikwijls slecht begrepen hebben en als tegenstanders tegenover elkaar stonden, dan mag dat geen reden van verdeeldheid blijven en noch het heden, noch de toekomst beïnvloeden. Vol hoop voor de toekomst nodigt de Paus allen dringend uit 'zich met de nieuwe mens te bekleden': "Ik geloof dat God ons vandaag uitnodigt onze oude gewoonten te veranderen. We moeten elkaar eerbiedigen, en elkaar ook aansporen tot goede werken op de weg van God"[34]. Vanuit deze bekering, aldus de Paus, kunnen we, in wederzijdse eerbied voor elkaars identiteit, de ene God die we allen aanbidden, samen aanroepen[35].

Tot besluit

In al deze pauselijke toespraken lezen we de positieve bekommering, een eerlijke en open dialoog met de moslims aan te gaan. De gemeenschappelijke aspecten - met name de afstamming van Abraham en de eenheid in het geloof aan de ene God - worden benadrukt als voorafgaande voorwaarde voor een actief getuigenis in een verdeelde wereld die de zin voor Gods transcendentie verloren heeft.

De dialoog wordt gezien als een noodzaak die zich aan beide kanten opdringt in zoverre dat hij van God uitgaat en gericht is op de opbouw van een nieuwe wereld, volgens Gods plan. Deze dialoog is geenJohannes Paulus II eenvoudige zaak; hij veronderstelt een innerlijke spanning, eerbied, toewijding, studie, wederzijdse kennis en het overwinnen van misverstanden en vooroordelen. De Paus onderstreept duidelijk de punten waarin beide godsdienstige tradities van elkaar verschillen. Voor het christelijk geloof staat de persoon van Jezus Christus centraal; Hij opent de mens de weg tot de kennis van God. Daarom kan de dialoog niet leiden tot een oppervlakkig syncretisme dat de eigen identiteit ontkent en zo het missionair elan van de eigen godsdienst aantast.

Het is nodig een onoverschrijdbare grens te trekken voor elke mens, met eerbied, langs de ene kant voor zijn godsdienstige eigenheid, langs de andere kant voor zijn geweten bij het zoeken naar de waarheid. De dialoog zal moeten leiden tot intensere samenwerking tussen gelovigen om de vrede en de rechtvaardigheid onder de volkeren te bevorderen. De vrede is evenwel niet het resultaat van onderhandelingen en van politieke compromissen. Zij is in wezen gave van God en vrucht van gebed. Zij moet verstaan worden binnen de dynamiek van de dialoog en is een diepe uitdrukking van de eenheid van het menselijk geslacht vanuit dezelfde goddelijke oorsprong. Het roepen om vrede als gave van God ontslaat de gelovige niet van het engagement in de wereld, in zoverre vrede ook vrucht is van de rechtvaardigheid. Daarom is de gelovige geroepen een eigen rol te vervullen in de wereld, zich verantwoord voor te bereiden om het hoofd te bieden aan de problemen die de mensheid verscheuren, in een poging om geschikte vormen en middelen te vinden om vrede en gerechtigheid onder de mensen te bevorderen.

Maurizio Fomini

(Wordt vervolgd)


* Dit artikel is verschenen in "Communio" (nl) 22 (1997) 68-79.


________________________

[1] Bijzondere Bisschoppensynode voor Europa, Opdat wij getuigen zijn van Christus die ons heeft vrijgemaakt, 9, Vaticaan, 28 november-14 december 1991, in "121 Kerkelijke Documentatie" 20/1 (1992) 74.
[2] Vgl. J. Kerkhofs, Europa: bolwerk of brug?, in A. Akhandas (red.), Brug of breuk. Dialoog tussen Moslims en Christenen, Davidsfonds, Leuven 1995, 121-133. Zie ook J. Verstraeten, Leven in een multicultureel Europa, een uitdaging voor christenen vandaag, in "IPB-Transparant" 2 (1992) 8-17; H. Verschueren, Migranten in de Vlaamse samenleving, in "IPB-Transparant" 2 (1991) 6-12.
[3] Bijzondere Bisschoppenconferentie voor Europa, Interventie van P. Van den Berghe, Bisschop van Antwerpen, in "121 Kerkelijke Documentatie" 20/1 (1992) 61.
[4] G. Danneels, De menslievendheid van God. Gesprekken met Gwendoline Jarczyk, Altiora, Averbode 1994, 162.
[5] Migranten en vluchtelingen in ons midden (Verklaringen van de Bisschoppen van België 20), Licap, Brussel 1995, 17. Twee reacties op deze verklaring: D. Pollefeyt, Voorbij homogeneisme en relativisme. Een pleidooi voor een cultuur van de dialogale ontmoeting, in "Ethische perspectieven" 4 (1995) 181-188; E. Grasso, Op weg naar de waarheid. Aantekeningen bij de verklaringen van de Bisschoppen van België: ‘Migranten en vluchtelingen in ons midden', in "Vrienden Redemptor hominis voor de Missie" 1 (1996) 1-2. Ook het diocesaan tijdschrift van het bisdom Hasselt besteedt aan het thema bijzondere aandacht: zie J. Geypens, Tussen dialoog en verkondiging. De Islam onder ons, in "Samen" 11 (1996) 62-65.
[6] Vgl. de thematische nummers van "Communio" (nl), Islam en christendom 16/6 (1991); "Concilium" (nl), Islam - een uitdaging voor het Christendom, 30/5 (1994); "Communio" (fr), Islam 16/5-6 (1991). We citeren ook drie publicaties in het Nederlands: R. Burggraeve-J. De Tavernier (red.), Is God een Turk?, Davidsfonds, Leuven 1995; A. Akhandas (red.), Brug of breuk. Dialoog tussen Moslims en Christenen, Davidsfonds, Leuven 1995; E. Piatti, Islam... vreemd?, Altiora, Averbode 1996; zie verder ook E. Dassetto-Y. Conrad, Musulmans en Europe Occidentale. Bibliographie commentée, l'Harmattan, Paris 1996.
[7] In ES krijgt de openheid voor andere godsdiensten de naam dialoog, verstaan niet alleen als samenspraak, maar als geheel van de positieve en constructieve interreligieuze betrekkingen met personen en gemeenschappen van een ander geloof, om te komen tot een nieuw verstaan van elkaar en tot een wederzijdse verrijking. Zie ook L. Pruvost, From Tollerance to spiritual emulation. An analysis of official texts on christian-muslim dialogue, in "Islamochristiana" 6 (1980) 1-9.
[8] NA onderstreept het belang van de interreligieuze dialoog, maar herinnert tevens aan de plicht van de Kerk om onvermoeibaar Christus, Weg, Waarheid en Leven, in wie de mensen hun volheid vinden, te verkondigen.
[9] Vgl. Consiglio del Dialogo Interreligioso, L'atteggiamento della chiesa di fronte ai seguaci delle altre religioni. Riflessioni e orientamenti su Dialogo e Missione, in "Acta Apostolicae Sedis" 76 (1984) 816-828. DM onderstreept dat de opdracht tot evangelisering van de Kerk één enkele, maar complexe en gearticuleerde realiteit is, waarvan de voornaamste elementen zijn: aanwezigheid, getuigenis, engagement voor de menselijke vooruitgang en voor de bevrijding van de mens; liturgisch leven, gebed en beschouwing; interreligieuze dialoog; en tenslotte verkondiging en catechese. Verkondiging en dialoog worden, elk op eigen terrein, als authentieke vormen van de ene evangeliserende opdracht van de Kerk beschouwd. Beide zijn gericht op de overdracht van de heilbrengende waarheid.
[10] Vgl. Consiglio del Dialogo Interreligioso e Congregazione per l'Evangelizzazione dei Popoli, Dialogo e annuncio. Riflessioni e orientamenti sull'annuncio del vangelo e il dialogo interreligioso, in "Acta Apostolicae Sedis" 84 (1992) 414-446. DA biedt verdere beschouwingen rond het probleem van dialoog en verkondiging. Uitgaande van de stelling dat de interreligieuze dialoog en de verkondiging van het evangelie twee onderscheiden elementen zijn van de evangeliserende opdracht van de Kerk, verdiept het deze twee aspecten van de zending en toont aan hoe zij zich tot elkaar verhouden. Voor een bredere visie over de problematiek, zie het klassieke werk van M. Borrmans, De dialoog tussen christenen en moslims. Een terreinverkenning, De Horstink/Lannoo, Amersfoort-Tielt, 1981; verder J. Nielsen, ChristianMuslim Relations in Western Europe, in "Islamochristiana" 21 (1995) 123-131; E Arinze, The way Ahead for Muslims and Christians, in "Pro dialogo-Bulletin" 91/1 (1996) 126-32; D. Acharuparambil, Evangelization and interreligious dialogue, in "Euntes Docete" XLIX/1 (1996) 119-136.
[11] Johannes Paulus II, Over de drempel van de hoop, Veen, Amsterdam-Antwerpen 1994, 98.
[12] De problematiek is ook sterk aanwezig in de encyclieken van Johannes Paulus II. Zie vooral Redemptoris missio. Voor een studie van deze fundamentele encycliek verwijzen we naar J. Masson, Le dialogue entre les religions. Deux documents récents, in "Nouvelle Revue Theologique" 114 (1992) 726-737.
[13] Reeds in april 1980 ontving Johannes Paulus II Hassan II, koning van Marokko, in audiëntie. In februari 1981 werd hij door de president van Pakistan ontvangen en hield hij twee toespraken tot de moslims van dat land. De Paus sprak verder tot moslims in Nairobi, Kenia (mei 1980), in Accra, Ghana (mei 1980), in Parijs (mei 1980), in Mainz, Duitsland (november 1980), in Karachi, Pakistan en in Davao, Filipijnen (februari 1981), in Lissabon, Portugal (mei 1982), in Murrayfield, Engeland (juni 1982), in het Vaticaan tot de nieuwe ambassadeur van Algerije (maart 1983), in Rome tot de deelnemers aan het Congres over de heiligheid in het christendom en in de islam (mei 1985), in Brussel (mei 1985), in Yaoundé, Kameroen (augustus 1985), in Nairobi, Kenia (augustus 1985), in Casablanca, Marokko (augustus 1985), in Assisi (oktober 1986), vanuit Castelgandolfo met de oproep tot alle moslims ten gunste van Libanon (september 1989), in het Vaticaan tot een islamitische afvaardiging (februari 1990), in Dar-es-Salaam, Tanzanië, en in Bujumbura, Burundi (september 1990), vanuit het Vaticaan met een boodschap aan de gelovigen van de islam op het einde van de maand van de Ramadan (april 1991), in Dakar, Senegal (februari 1992), in het Vaticaan tot een afvaardiging van de islamitische wereldliga (januari 1993), in Karthoum, Soudan (februari 1993). Zie T. Michel, Pope John Paul II's teaching about Islam in his addresses to Muslims, in "Bulletin" 62/XXI-2 (1986) 182-191.
[14] Johannes Paulus II, Rencontre avec la jeunesse au stade (Casablanca 19 août 1985), in "La Documentation Catholique˝  67 (1985) 942. Voor een meer grondige studie van deze gebeurtenis verwijzen we naar het speciale nummer van "Seminarium" XXVI/1 (1986).
[15] Johannes Paulus II, La rencontre avec les musulmans à l'aéroport (Davao, 20 février 1981), in "La Documentation Catholique" 63 (1981) 276.
[16] Johannes Paulus II, Allocution à la communauté catholique (Ankara, 29 novembre 1979), in "La Documentation Catholique" 61 (1979) 1052.
[17] Johannes Paulus II, Allocution aux membres d'un colloque islamochrétien (Rome, 9 mai 1985), in "La Documentation Catholique" 67(1985) 858-859.
[18] Johannes Paulus II, Rencontre avec la jeunesse..., 942.
[19] Johannes Paulus II, Rencontre avec les chefs religieux musulmans (Dakar, 22 février 1992), in "La Documentation Catholique" 74 (1992) 326.
[20] Johannes Paulus II, Rencontre avec la jeunesse...,  943.
[21] Johannes Paulus II, La rencontre avec les musulmans..., 276.
[22] Vgl. Johannes Paulus II, Discours aux responsables des autres confessions chrétiennes et des autres religions (Dar-es-Salaam, 2 septembre 1990), in "La Documentation Catholique" 72 (1990) 899.
[23] Johannes Paulus II, Allocution aux chefs religieux musulmans (Bruxelles, 19 mai 1985), in "La Documentation Catholique" 67 (1985) 682-683.
[24] Johannes Paulus II, Rencontre avec les chefs..., 326.
[25] Johannes Paulus II, Rencontre avec la jeunesse..., 944.
[26] Johannes Paulus II, Rencontre avec la jeunesse..., 944.
[27] Johannes Paulus II, Rencontre avec la jeunesse..., 944.
[28] Johannes Paulus II, Appel à tous les musulmans en faveur du Liban (Vatican, septembre 1989), in "La Documentation Catholique" 71 (1989) 869.
[29] Johannes Paulus II, Message aux musulmans à l'occasion de la fin du Ramadan (Vatican, 3 avril 1991), in "La Documentation Catholique" 73 (1991) 470.
[30] Johannes Paulus II, Allocution dans la basilique Sainte-Marie-des-Anges (Assisi, 27 octobre 1986), in "La Documentation Catholique" 68 (1986) 1070.
[31] Vgl. Johannes Paulus II, Allocution dans la basilique..., 1070.
[32] Johannes Paulus II, Rencontre avec les chefs..., 327.
[33] Johannes Paulus II, Over de drempel van de hoop..., 97.
[34] Vgl. Johannes Paulus II, Rencontre avec la jeunesse..., 945.
[35] De volledige tekst van het gebed luidt als volgt: "O God, Gij zijt onze Schepper. Gij zijt goed en uw barmhartigheid is grenzeloos. Aan U de lofzang van elk schepsel. O God, Gij hebt ons mensen een innerlijke wet gegeven, volgens welke wij moeten leven. Uw wil te vervullen is onze levensplicht. Uw wegen te volgen is de vrede van de ziel kennen. Aan U bieden wij onze gehoorzaamheid aan. Leid ons in al wat wij op deze aarde ondernemen. Bevrijd ons van de slechte neigingen die ons hart van uw wil afwenden. Laat niet toe dat, terwijl wij uw naam aanroepen, wij de menselijke wanorde ver­goelijken. O God, Gij zijt de Enige. Tot U onze aanbidding. Laat niet toe dat wij ons van U verwijderen. O God, Rechter van alle mensen, help ons om deel uit te maken van uw uitverkorenen op de laatste dag. O God, Bewerker van de rechtvaardigheid en van de vrede, geef ons echte vreugde en oprechte liefde en ook een duurzame broederschap tussen de volkeren. Vervul ons met uw gaven voor altijd. Amen" (Johannes Paulus II, Rencontre avec la jeunesse..., 945-946).


19/04/2010


 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis