Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Uitdiepingen arrow Een groot Concilievader
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Uitdiepingen



EEN GROOT CONCILIEVADER

Mgr. Jozef Maria Heuschen en Vaticanum II

 

 

 

De belangrijke rol van mgr. Jozef Maria Heuschen op het Tweede Vaticaans Concilie, waaraan hij als hulpbisschop van Luik deelnam, is zelden op een juiste manier naar voren gebracht. Paus Paulus VI met mgr. Heuschen

Een artikel dat verschenen is in het Vlaamse tijdschrift "Collationes" voorziet gedeeltelijk in deze leemte[1]. De auteurs hiervan zijn twee eminente experts op het gebied van het Concilie: Leo Declerck en Mathijs Lamberigts.

Gegeven het belang van genoemd artikel, is het de moeite waard een synthese ervan te presenteren en daarmee tenminste voor een zeer klein gedeelte recht te doen aan deze grote figuur met wie onze Gemeenschap Redemptor hominis ten diepste is verbonden.

Het artikel reconstrueert chronologisch de inzet van Heuschen bij het verloop van de werkzaamheden van het Concilie, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van zijn - slechts bij toeval bewaard gebleven - correspondentie, die zijn gevoelens, emoties en diepe betrokkenheid bij de debatten laat zien.

Heuschen zelf heeft slechts een paar artikelen met een wetenschappelijk karakter geschreven over zijn bijdrage aan de debatten op het Concilie. Dit is een teken van zijn grote nederigheid, die hem reeds gedurende het Concilie ertoe had gebracht te werken in de schaduw van zijn vriend mgr. Philips, toegevoegd secretaris van de Doctrinaire Commissie.

Al in de eerste week van het Concilie was Heuschen zeer actief bij het voorbereiden van de lijsten van "goede" kandidaten voor de verkiezingen van de conciliaire commissies. Op de avond van 12 oktober 1962, de dag na de opening van het Concilie, was hij samen met Philips naar kardinaal Frings gegaan, opdat deze met een interventie in de aula voorstelde de voorziene verkiezingen voor de volgende dag uit te stellen: "We zegden hem dat het van kapitaal belang was dat het Concilie kon werken met conciliaire commissies. De Kardinaal was het daarmee eens en zei dat hij bij het begin van de eerstvolgende bijeenkomst het woord zou vragen, na contacten met kard. König en kard. Döpfner. Van Franse kant werd Kard. Liénart bewerkt. Die tussenkomsten zijn toch van kapitaal belang geweest voor het verloop van het concilie". Mgr. Heuschen met leden van een jeugdbeweging

Hij stelde als buitengewone typist feitelijk de op het Belgisch College uitgewerkte lijsten samen voor de verkiezing van 16 oktober.

Redacteur van Lumen gentium

Ten gevolge van de steun van kard. Döpfner, zijn studiegenoot in Rome aan de Gregoriana ("de zeven jaar die wij samen waren geweest, was ik altijd de eerste van de klas. Döpfner haalde nooit een summa cum laude, omdat hij teveel tijd stak in persoonlijk werk en niet geïnteresseerd was in het onderricht van onze professoren"), uitgekozen in de Doctrinaire Commissie, speelde hij daarin een aanzienlijke rol dankzij zijn grote competentie op het gebied van de patristiek en de exegese, zijn onvermoeibare volharding, zijn organisatietalent en dienstbare fijngevoeligheid.

Heuschen koos ervoor te werken in de belangrijke subcommissie V, die bij de bewerking van het schema De Ecclesia belast was met de behandeling van het thema van de bisschoppelijke collegialiteit. Onder de deskundigen maakten hier deel van uit Ratzinger, Rahner, Moeller, Thils.

Door middel van verschillende terminologische preciseringen droeg Heuschen bij aan een zeer heldere omschrijving van de betekenis van collegialiteit en maakte zich hiermee in het bijzonder tot tolk van Congar, met wie hij zeer veelvuldig contact had. Het debat, zo bekende hijzelf, was moeilijk geweest: "De oppositie geeft niet af ... Ik heb nooit durven denken dat de curiemensen zo taai waren. Ze hebben [het] ook wel speciaal gemunt op dezen die ze de ‘squadra belga' noemen, ‘de groep van de Belgen', waarvan ze nu de zondebok maken, omdat dezen er een hoop dingen hebben doorgehaald die tegen hun zin zijn... De Fransen en de Duitsers delen wel onze gedachten, maar in de vergadering zwijgen ze als vermoord wanneer het er op aankomt het offensief van de andere zijde te beantwoorden. ... Aangenaam is dit niet, vooral wanneer de andere partij telkens opnieuw de indruk geeft dat de verdedigde stellingen bijna protestantse stellingen zijn of ten minste ingaan tegen de algemeen aanvaarde leer van de echte en goede katholieken".

De grote verdienste van Heuschen was de analyse van de modi te organiseren, ofwel de voorstellen tot het amenderen van de tekst van Lumen gentium, waardoor hij het mogelijk maakte dat het document werd gepromulgeerd. De tegenstanders van de collegialiteit hadden immers ruim 15.000 amendementen voorgesteld in de hoop de werkzaamheden te belemmeren en de goedkeuring ervan te blokkeren.

Daar het voor de Doctrinaire Commissie onmogelijk was deze in de ter beschikking staande tijd te analyseren, werden alle modi naar het Belgisch College gebracht, waar zij met de hulp van de studenten werden geclassificeerd. Iedere avond bereidde Heuschen een antwoord voor op de per thema geordende modi, dat de volgende dag tijdens de werkzaamheden van de commissie werd besproken. Behalve dat hij het antwoord voorbereidde op de modi die de volgende dag besproken moesten worden, vatte hij ‘s avonds de conclusies van de dag samen, typte deze uit en stencilde en verdeelde ze onder de leden. In het grootste gedeelte van de gevallen werd de zo uitgewerkte tekst goedgekeurd. Dit maakte een geweldige tijdswinst mogelijk, maar gedurende meer dan een maand had Heuschen dag en nacht gewerkt.

Ook deze krachtsinspanning leek echter niet voldoende te zijn. De paus, ongerust over de draagwijdte van de passages betreffende de bisschoppelijke collegialiteit, wilde dat met de tekst een Nota esplicativa previa gepaard ging, die werd besproken in een zeer kleine commissie. Toen verschillende experts zoals de Lubac, Congar en vooral Ratzinger dit te weten kwamen, was hun reactie verontwaardigd en slaagde alleen de bemiddeling van Heuschen, die van mening was dat ondanks alles het wezenlijke van de beweringen werd gehandhaafd, erin de gemoederen te bedaren en de goedkeuring van de tekst van Lumen gentium mogelijk te maken.

In een nog diezelfde dag geschreven brief tekende hij aan: "Het is een beroerde dag geworden; de hele voormiddag heb ik in de aula moeten rondlopen, om het kwaad door sommige periti, die nochtans aan onze zijde staan, gedaan recht te zetten. Ik heb me werkelijk moeten kwaad maken op p. Congar, die dan toch begrepen heeft en beloofd heeft aan verschillende bisschoppenconferenties te laten weten dat ze moeten ja stemmen, nadat hij gisterenavond gezegd had, dat men de tekst van de bijgevoegde nota niet mocht doorlaten, omdat ze onaanvaardbaar zou zijn voor de Oosterlingen, dan wanneer wij juist tegen een formule van de Paus waren ingegaan, die werkelijk voor de Oosterlingen onaanvaardbaar was... Ook Kard. Alfrink heb ik moeten geruststellen, omdat P. Schillebeeckx hem ongerust had gemaakt.  Mgr. Heuschen met don Emilio GrassoLangs enkele Duitse bisschoppen om heb ik mijn best gedaan om te voorkomen dat Kard. Frings, opgemaakt door P. Ratzinger, iets zou ondernemen dat de oppositie in het harnas zou jagen. Ik heb verder kunnen verhinderen dat een honderdtal zwarte bisschoppen een protestbrief stuurden aan de Paus. Het was om zot te worden".

Uit erkentelijkheid deed de paus het Belgisch instituut een kelk van grote waarde toekomen, die Heuschen, in wiens handen die terecht was gekomen, vervolgens schonk aan mgr. Tshibangu, bisschop van Mbuji-Mayi in Zaïre.

Dei Verbum en De matrimonio

Dezelfde problemen ervoer Heuschen bij de werkzaamheden van de voorbereidingscommissie van het schema van De revelatione, de toekomstige dogmatische constitutie Dei Verbum, waarvan hij een versie voorbereidde in Hasselt, in een vergadering met andere leden van de commissie gedurende een onderbreking van de werkzaamheden tussen twee zittingen van het Concilie.

En een dergelijke rol speelde Heuschen ook bij de uitwerking van het hoofdstuk betreffende het huwelijk van schema XIII, het toekomstige Gaudium et spes. Het debat betrof de doeleinden van het huwelijk en het probleem van de geboorteregeling. Hier waren de tegenstellingen, indien mogelijk, nog groter en de tijd nog beperkter, omdat met slechts nog een maand te gaan tot de sluiting van het Concilie Paulus VI op een wijze ter zake tussen beiden kwam die door verschillende bisschoppen werd opgevat als een beperking van hun vrijheid die thema's te bespreken. Met grote krachtsinspanning slaagde Heuschen erin een tekst te voltooien die vier dagen voor het einde van het Concilie werd goedgekeurd en waarin zich zowel de paus als de overgrote meerderheid van de bisschoppen zich konden vinden.

P. Tromp, secretaris van de Doctrinaire Commissie en met enigszins andere theologische standpunten dan Heuschen, wees aan het einde van zijn officiële rapport over de werkzaamheden van de Commissie op de grote bijdrage van Heuschen met aan het slot de woorden: "Hij heeft een enorme berg werk verzet". Vol bewondering aarzelde hij niet de inspanningen van Heuschen te definiëren als "heroïsch".

Dezelfde Tromp zei, toen hij Heuschen schreef: "Ik hoop dat U geheel bekomen bent van uw slavenwerk voor Schema 13. Maar dat het nog tot stand kon komen, niettegenstaande de weerstand van velen, dankt het Concilie bovenal aan U, ook al mocht het U niet danken".

Het ontzaglijke werk dat Heuschen voor het Concilie deed, had duurzame negatieve gevolgen voor zijn gezondheid. Reeds gedurende het Concilie had hij al verschillende problemen gehad. Daarna had hij ernstige inzinkingen, die vaak ook verschillende weken duurden.

Een gezaghebbende vertolker van het Concilie

In november 1969 besloot hij vanwege de verslechtering van zijn gezondheid de paus om een audiëntie te vragen om zijn ontslag in te dienen als bisschop van Hasselt, het bisdom dat hem twee jaar eerder was toevertrouwd. De paus wilde hem op 20 december ontvangen, maar Heuschen was zo ziek dat hij niet kon reizen. Eind januari ontving hij een nieuw voorstel voor een audiëntie. Hij voelde zich nog niet goed, maar besloot de reis te maken. De paus ontving hem zeer vriendschappelijk, maar accepteerde zijn ontslag niet met de volgende motivering: "Ik houd er aan dat ge bisschop blijft en lid van de Belgische bisschoppenconferentie, omdat u een van de enige Belgische bisschoppen zijt waar kard. Suenens rekening mee houdt en dat uw invloed onvervangbaar is. Ik vraag u dus dat ge uw ontslag intrekt, in de mate van het mogelijke uw bisschopsambt vervult en u laat bijstaan door een hulpbisschop". Heuschen antwoordde: "Heilige Vader, ik weet dat ik een zwaar kruis zal moeten dragen, maar ik aanvaard het uit uw handen en vertrouw erop dat mijn hulpbisschop mijn fouten zal weten te corrigeren".

Op 5 april 1970 werd inderdaad een hulpbisschop benoemd in de persoon van mgr. Paul Schruers.Mgr. Heuschen met mgr. Paul Schruers, zijn coadjutor en opvolger, en met mgr. Patrick Hoogmartens, huidige bisschop van Hasselt

In een brief, geschreven in 1989 ter gelegenheid van zijn officiële aftreden, preciseerde Heuschen verder de redenen van die keuze van de paus, daarbij de woorden vermeldend die Paulus VI tot hem had gericht: "Gij kent de oorsprong en de juiste betekenis van een aantal belangrijke concilieteksten. Om ze met gezag te verdedigen moet gij een titelvoerend bisschop zijn. Blijf dus bisschop en neem u een hulpbisschop". En toen hij de consequenties van de beslissing van de paus nog eens overdacht, concludeerde hij: "Ik heb gedaan wat ik kon al heb ik dikwijls gewenst meer te kunnen doen. Het was voor mij dikwijls een moeilijke situatie waaraan niet veel voldoening was verbonden. Ik heb dan maar geprobeerd het als een offer te aanvaarden. Ik hoop alleen maar dat ik mijn diocesanen niet al te zwaar ontgoocheld heb". Dit is een laatste, hoogste bevestiging van de bescheidenheid die hem ertoe had aangezet in de schaduw te werken aan het Concilie en als het ware de rol die hij had gespeeld, te verbergen. 

 

Mgr. Jozef Maria Heuschen

Geboren in 1915 in Tongeren, de oudste stad van België uit de Gallo-Romeinse tijd, studeerde hij aan de Gregoriana van 1933 tot 1940 en behaalde daar de licentie in filosofie en de licentie in theologie. Priester gewijd in 1939, zette hij zijn studie voort aan de Mgr. Jozef Maria HeuschenUniversiteit van Leuven en behaalde daar een licentie in Oosterse talen in 1942, het jaar waarin hij tot professor werd benoemd aan het Grootseminarie van Luik. Vicaris-generaal van het bisdom Luik vanaf 1959, werd hij in 1962 tot hulpbisschop van Luik, residerend in Hasselt, benoemd (in het Nederlandstalig gebied).

Op 13 juli 1967 werd hij tot eerste bisschop van het bisdom Hasselt benoemd.

Om zijn buitengewone kennis van de oorsprong van de documenten van het Concilie, werd hij gekozen tot lid van de Congregatie voor de Geloofsleer van 1974 tot 1978.

Na zijn ontslag stierf hij te Hasselt in 2002.

 

  Michele Chiappo

  (Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 


[1] L. Declerck - M. Lamberigts, Mgr. J.M. Heuschen en het Tweede Vaticaans Concilie, in "Collationes. Tijdschrift voor Theologie en Pastoraal" 47/1 (2017) 5-49. Declerck bestudeert de bijdrage van de Belgische bisschoppen aan het Concilie en op grond hiervan is hem een eredoctoraat van de Universiteit van Mainz toegekend. Hij heeft een repertorium gemaakt van de archieven van kard. Suenens, de bisschoppen De Smedt, Charue en dezelfde Heuschen, evenals van dat van mgr. Philips, betreffende het Concilie. Lamberigts is behalve ordinarius voor Kerkgeschiedenis aan de Theologische Faculteit van de Katholieke Universiteit Leuven, tevens decaan aan dezelfde universiteit, waarvan het Studiecentrum van het Tweede Vaticaans Concilie onder zijn leiding staat.   





04/05/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis