web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Uitdiepingen arrow De jeugd: spiegel van de Kerk. De Belgische jongeren in de toespraken van paus Johannes Paulus II
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
Het is toegestaan artikels
die op deze site
verschijnen te kopiëren
slechts in hun volheid
en met als bronvermelding
www.missionerh.it.
banner1.jpg

| Afdrukken |


 

DE JEUGD: SPIEGEL VAN DE KERK*

De Belgische jongeren in de toespraken
van paus Johannes Paulus II




     Op 1 mei 2011 is Johannes Paulus II na een regulier canoniek proces zalig verklaard op aandringen van het volk van God sinds de dag van zijn dood.Johannes Paulus II

Er zijn slechts zes jaar verlopen vanaf de verjaardag van de dood van deze paus en toch wordt de herinnering niet minder in het hart van wie de wonderen van zijn pontificaat heeft beleefd.

Zeer terecht kan men zeggen dat de tijd van genade die ons is gegeven om met Johannes Paulus II te leven, voor de hele mensheid een ware kairós is geweest, een gunstige tijd-een gunstig ogenblik, ons gegeven voor een fundamentele keuze in ons leven.

Deze kairós van het pontificaat van Johannes Paulus II moet worden gelezen in de onlosmakelijke eenheid tussen onderricht en gebeurtenissen, in de ervaring beleefd met en in zijn tegenwoordigheid.

De filologische en theologische analyse van de term herinnert ons eraan dat «indien de kairós vóór alles de tijd is voor de fundamentele keuzes van het geloof van hen die verzoening hebben ontvangen (vgl. Rom. 5, 11; 13, 11), dan moet het ook de tijd zijn om volgens het geloof te leven. De voorbije dienst aan de afgoden moet plaats maken voor de huidige ware dienst van God (vgl. Ef. 5, 8 v.; Gal. 4, 8 v.; vgl. Rom. 12, 1). Het geloof bevrijdt van de slavernij van de tijd; het maakt degene die de gave van de vergeving ontvangt, vrij van het gewicht van het verleden. Niemand is echter ontslagen van de morele verantwoordelijkheid om de tijd goed te gebruiken die hij ter beschikking heeft (Gal. 6, 10; Kol. 4, 5); het imperatief "benut de gunstige gelegenheid" (Ef. 5, 16) confronteert de gelovigen met de historische tijd. Het nieuwe geloofsleven is echter niet zonder kwellingen. De kairó houtos (Marc. 10, 30; Luc. 12, 54), deze tijd, is dus ook de tijd van de Kerk, is niet een periode van gelukzaligheid zonder moeilijkheden, maar een tijd van strijd (vgl. 1 Kor. 9, 24 vv.; Ef. 6, 12; 1 Tim. 6, 11 vv.) en van lijden (Rom. 8, 18), waarin de christenen zijn geroepen om elkaar te steunen, om niet te wijken (Heb. 3, 12 v.; vgl. 1 Tim. 4, 1) op het ogenblik van de beproeving (Luc. 8, 13)»[1].

De eenheid tussen geschriften en daden werd heel duidelijk onderstreept door zijn opvolger, en voorheen zijn grote vriend en medewerker, Benedictus XVI.

Naar aanleiding hiervan schrijft de huidige paus: «De filosoof en theoloog, grote herder van de Kerk Johannes Paulus II heeft een rijkdom aan geschriften en gebaren achtergelaten die zijn verlangen tot uitdrukking brengen om het evangelie van Christus in de wereld te verspreiden, daarbij de methoden gebruikend die worden aangegeven door het Tweede Vaticaans Concilie, en om de lijnen van de ontwikkeling van het leven van de Kerk in het nieuwe millennium te schetsen. Deze kostbare geschenken mag men niet vergeten»[2].

In een tijd van angst en onzekerheden heeft Johannes Paulus II ons geleerd niet bang te zijn.

In een homilie ter gelegenheid van de derde verjaardag van zijn dood heeft Benedictus XVI dit aspect van zijn lange pontificaat onderstreept.

«"Gij behoeft niet bevreesd te zijn!" (Mat. 28, 5). De woorden die door de engel van deBenedictus XVI verrijzenis werden gericht tot de vrouwen bij het lege graf en die wij zojuist hebben gehoord, zijn op de lippen van paus Johannes Paulus II een soort motto geworden vanaf het plechtige begin van zijn petrinisch ambt. Hij heeft ze meerdere malen herhaald tot de Kerk en de mensheid op weg naar 2000 en vervolgens over die historische mijlpaal heen en erna, bij het aanbreken van het derde millennium. Hij heeft ze steeds met onbuigzame vastberadenheid uitgesproken, allereerst zwaaiend met zijn herdersstaf die uitloopt in het kruis, en vervolgens, toen zijn lichaamskrachten begonnen af te nemen, door zich er bijna aan vast te klemmen, tot op die laatste Goede Vrijdag, toen hij aan de Via Crucis deelnam vanuit zijn privé-kapel en het kruis in zijn armen klemde. We kunnen dit laatste stille getuigenis van zijn liefde voor Jezus niet vergeten. Ook deze welsprekende scène van menselijk lijden en geloof op die laatste Goede Vrijdag wees de gelovigen en de wereld ook op het geheim van heel het christelijk leven. Zijn "gij behoeft niet bevreesd te zijn" berustte niet op menselijke kracht, noch op behaalde successen, doch uitsluitend op het woord van God, op het kruis en de verrijzenis van Christus. Naarmate hij van alles werd ontdaan, op het einde zelfs van het woord, is dit vertrouwen in Christus steeds duidelijker gebleken. Zoals dit het geval was bij Jezus, zo hebben uiteindelijk ook bij Johannes Paulus II de woorden plaats gemaakt voor het uiterste offer, de gave van zichzelf. En de dood is het zegel geweest van een bestaan dat geheel aan Christus was gegeven, ook fysiek aan Hem gelijkvormig gemaakt in de trekken van lijden en vertrouwvolle overgave in de armen van de hemelse Vader. "Laat mij naar de Vader gaan", waren zijn laatste woorden - hiervan getuigen degenen die hem nabij waren - aan het einde van een leven dat geheel was gericht op het kennen en schouwen van het gelaat van de Heer»[3].

Met grote liefde voor hem die op 1 mei 2011 plechtig zalig zal worden verklaard, die wij spoedig hopen heilig verklaard te zien tot eer van God en tot stichting van heel de mensheid, publiceren wij dit artikel dat zijn toespraken analyseert die hij heeft gehouden gedurende zijn bezoek aan België in 1985.

Het is een klein teken van een devotie van een kind voor de geliefde paus en ook een daad van erkentelijkheid jegens het land waar wij al bijna veertig jaar aanwezig zijn.

Emilio Grasso



[1] H.-C. Hahn, Tempo, in Dizionario dei concetti biblici del Nuovo Testamento. Verzorgd door L. Coenen - E. Beyreuther - H. Bietenhard, EDB, Bologna 1980, 1830.
[2] Benedictus XVI, Ai membri della Fondazione Giovanni Paolo II (23 oktober 2006), in Insegnamenti di Benedetto XVI, XVI, II/2, Libreria Editrice Vaticana 207, 501.
[3] Benedictus XVI, Santa Messa in suffragio di Giovanni Paolo II (2 april 2008), in Insegnamenti di Benedetto XVI, IV/1 Libreria Editrice Vaticana 2009, 501-502.



*****************
 

Tijdens zijn bezoek aan België in 1985 spreekt Paus Johannes Paulus tot de Belgische jongeren[1]. Aan het begin van zijn toespraak legt hij een verband tussen jongeren en de Kerk. Hij toont aan hoe dit verband kan worden verklaard. "De ervaring van de jeugd" - zo zegt de paus - "is een unieke rijkdom. De Kerk kijkt met sympathie en hoop naar jullie; zij is zich ervan bewust, dat de toekomst van jullie afhangt. Door jullie ziet zij ook zichzelf en haar opdracht in de wereld"[2].

In deze woorden zien wij hoe er sprake is van een interpreterende cirkel. In een relatie van geven en nemen tot de wereld van de jongeren ontdekt de Kerk niet alleen de bron van haar toekomst, maar ook de plaats waar zij tot zichzelf komt. Van daaruit kan zij haar zending in de wereld beter verstaan.

De Kerk zal niet alleen rekening moeten houden met het Woord van God, maar ook met de wereld en in het bijzonder met de wereld van de jongeren. Daarin kan zij, zoals in een spiegel, zien wie zij is en wat haar relatie met deze wereld is.

In deze spiegel van de Kerk ziet Johannes Paulus II, op grond van dit verklarende principe, drie eisen die in onze specifieke historische context worden gesteld aan de Kerk in België.

De moed om "openlijk voor zichzelf en voor andere sociale groepen te spreken"[3]

Het gaat in het bijzonder om de moed om over het verschijnsel van de marginalisering te spreken, dat de paus aanduidt met de termen "uitsluiting, afwijzing, breuk". Dit is een expliciete verwijzing naar de parresía, een kenmerkende deugd van het christelijk handelen. Deze bestaat erin zich openhartig en zonder bijbedoelingen uit te drukken. Dat kan verwondering wekken, maar ook scheiding of zelfs vervolging oproepen. Dit spreken met durf en moed wijst erop dat de toekomst van de mens niet in het teken staat van angst voor het oordeel, maar in het teken van vertrouwen, van openheid voor God en van hoop[4].

Het "verruimen van de eigen blik en het openen van het eigen hart voor de dramatische en wijdverbreide ellende, die miljoenen mannen en vrouwen van de wereld treft"[5]

In gesprek met Limburgse studenten had Johannes Paulus II de jongeren herinnerd aan de oproep om "een echte, diep christelijke liefde" te verspreiden. Een liefde "die de maatschappij kan omvormen en vernieuwen door in de plaats van onrechtvaardigheid, uitbuiting en tweedracht, te streven naar rechtvaardigheid, eerbied voor de medemens en vrede"[6].

Deze blik overstijgt de grenzen van de ruimte en gaat ook over de grenzen van de tijd heen. In de zogenaamde postmoderne tijd die gekenmerkt wordt door een zwak en fragmentarisch denken, een denken op korte termijn, is de paus niet bang om op te roepen tot het nastreven van grote idealen, tot een krachtig denken. Hij gaat daarbij veel verder dan het tastbare aspect hiervan. "Plant jullie toekomstig leven", zegt Johannes Paulus II, wanneer hij zich richt tot een groep Vlaamse studenten, "als een leven in liefde, een deelneming aan de opbouw van een maatschappij die de mensheid bij de overgang van het tweede naar het derde millennium de vaste hoop kan schenken op een echte beschaving van de liefde"[7].

Evenals de Kerk doorbreekt de wereld van de jongeren de verstikkende cirkel van het geestelijke narcisme[8]. Dat doet zij door een derde term in de ik-jij dialoog te voeren. Deze derde term is ook de toetssteen voor een relatie van het ik-jij-type: zij komt zo tot zichzelf en opent zich voor een transcendente dimensie. Evenals de Kerk verbreken jongeren het verstrikt raken in eigen problemen, wat niet tot volwassenheid leidt, door een diep medelijden te hebben met de mensen (misereor super turbas).

Alleen daardoor gaan de horizonten open van een wereld die gebukt gaat onder de complexen van een klein belegerd fort of van een nostalgisch verleden (laudator temporis acti).

Door medelijden te hebben met de mensen wordt de Kerk vooruitgestuwd naar de Christus die komt. Hij zorgt ervoor dat de Kerk niet stil, statisch en onbeweeglijk blijft bij de beschouwing van een hemel die niet spreekt. Men kan de levende, uit de doden opgewekte Christus alleen ontmoeten, wanneer men uit zichzelf treedt en naar het Galilea van de volkeren gaat, waarheen Hij voorgaat[9].

De ervaring van uitsluiting, afwijzing en breuk, waaronder jongeren lijden, is dezelfde ervaring die de Kerk beleeft

Zij beleeft het op haar pelgrimstocht te midden van interne en externe rampspoed en moeilijkheden, te midden van de vervolgingen van de wereld en de vertroostingen van God[10].

Deze ervaring van marginalisering en uitsluiting vraagt om een antwoord, waardoor het mogelijk wordt zich los te maken van passiviteit, onmacht en een gevoel van nutteloosheid.

"Wat doen wij?"

Het gaat erom een weg te banen naar rationaliteit. Deze leidt tot de vraag die Johannes Paulus II voor de Belgische jongeren in Namen opriep: "Wat moet ik doen?". Het is deze vraag, deze onrust van het hart, zoals heilige Augustinus zegt, die ertoe aanzet "het licht te zoeken en de redenen voor hoop te ontsluieren"[11].

Het belang van de toespraak van Johannes Paulus II in Namen tot de Belgische jongeren is gelegen in deze antropologische benadering. Vanuit een onvoldaan hart bij de jongere wordt de vraag geformuleerd: "Wat doen we?".

Zonder deze vraag blijft het antwoord steken in de modder van een autoritair en moralistisch terrein. Met deze vraag wordt verwezen naar het licht dat de redenen voor hoop ontsluiert.

Het is ook belangrijk de aanpak te onderstrepen vanuit de praktijk ("wat doen wij?") om "de boodschap zelf van God die licht is zonder duisternis" te ontsluieren.

Johannes Paulus II ziet in het gebed het punt waar praktijk en theorie elkaar ontmoeten.

In het gebed komt het erop aan "God niet te gebruiken ten dienste van onszelf, maar doorheen zijn plan bij Hem thuiskomen die Jezus ons heeft aangewezen als Onze Vader"[12].

Het Onze Vader als hoogtepunt van de christelijke beleving

In het Onze Vader ziet de paus het hoogtepunt van de christelijke beleving. Het is geen passiviteit, onmacht of nutteloosheid, maar essentieel strijd. Dit woord strijd-strijden wordt in de analyse van de paus een sleutelwoord waarmee hij de Belgische jongeren tegemoet treedt.

Dit woord komt wel zeventien keer terug in de toespraak van Namen. Het zal ook in andere toespraken van Johannes Paulus II tot de Belgische jongeren terugkeren.

Wanneer de paus spreekt tot de leerkrachten en studenten van Vlaamse scholen die aan de traditionele paasbedevaart van het Sint-Hubertuscollege van Neerpelt deelnemen, herinnert hij eraan dat "de liefde strijd kost, vernedering, lijden, kruis"[13]. De paus had in een andere toespraak tot de Vlaamse studenten met klem op hetzelfde idee gewezen: "De liefde kost strijd en kan een kruis zijn"[14].

Betekenisvol is de passage bij het onderzoeken van de vraag "Onze Vader... geef ons heden ons dagelijks brood". Daar laat Johannes Paulus II "het strijden" voorafgaan aan de vraag. Dit vraagt om een analyse van wat de pastorale consequenties hiervan zijn voor de wereld van de jongeren.

"'Onze Vader... geef ons heden ons dagelijks brood' zeggen, is ook ervoor strijden, dat iedere mens werk kan vinden om zijn dagelijks brood op een menswaardige wijze te verdienen. Het betekent dat wij ons vragen stellen over de zin die wij geven aan verdienen, geld, samen delen, studie, vrije tijd en creativiteit"[15].

Bij de analyse van de huidige maatschappij ziet Johannes Paulus II de bekoringen die bestreden moeten worden: "de belofte van een snel en gemakkelijk genot, de ongeremde seksualiteit, allerlei soorten drugs, kunstmatige paradijzen, dure modes, het afstompende lawaai, de handelaren in illusies en vlucht uit de werkelijkheid en alle moderne afgoden, die ons egoïsmen in al zijn verschijningsvormen handhaven"[16]. Een strijd die gevoerd kan worden in het gebed door God helderheid van geest en kracht te vragen.

De jongeren worden opgeroepen tegen deze bekoringen en dit kwaad "in en rondom zichzelf te strijden". Dit is een duidelijke aanwijzing dat het gebed niet in zichzelf gekeerd moet zijn. Het gebed wordt in het diepst van het conflict geplaatst, in het mensenhart, maar ook in een structureel en sociaal conflict.

Gebed als strijd

Men wordt opgeroepen tot een strijd tegen alles wat gericht is op de vernietiging van de drie grote deugden die in God zijn geworteld: geloof, hoop en liefde. Het is een strijd tegen "de onverschilligheid, de systematische twijfel, het scepticisme, de wanhoop, het verlies van de zin van het leven, de verleidingen van geweld en haat, de illusie de wereld te veranderen zonder het hart te veranderen"[17].

De oproep van de paus is gericht op het geweten. Het is een beroep op het vermogen de waarheid en de vrijheid met elkaar te verbinden met het oog op wat echt goed is voor jezelf en de ander.

In zijn toespraak in Namen roept Johannes Paulus II de Belgische jongeren op zich niet over te geven aan een leven waar het verstand geen rol speelt bij het maken van levensprojecten. Integendeel, er is een levensproject nodig dat een antwoord is op een appel van God en een onvoorwaardelijke gave van het eigen leven aan God en de naaste.

Bij een groep Belgische studenten in Rome onderstreept de paus dat de voorbereiding op het leven "vooral een inzet" moet zijn "om dienstbaar te zijn aan de naasten, vooral aan de meest behoeftigen, aan de lijdende medemensen"[18]. Een bijzondere inzet "voor de geringsten van de broeders van Christus: de armen, de onderdrukten, de ongeboren baby's, de ouderen"[19].

Ontwerp van een eigen levensproject

Vanaf zijn eerste toespraak tot de Belgische jongeren onderstreept de paus, dat zij in hun levensproject drie elementen voor ogen moeten houden: realisme, volharding en katholiciteit. Dit laatste wil zeggen: het leven niet opbouwen buiten of naast het unieke harmonische geheel of de symfonie van de Heer. "Weest realistische en volhardende bouwers", zo stelt de paus, "en bouwers van de christelijke gemeenschap, van de enige Kerk van Christus"[20].

Deze aansporing is ook een oproep tot het priesterschap en het godgewijde leven. Waar dit appel aanwezig is, moet men de moed hebben deze oproep niet te verstikken maar hem tot volle rijpheid te laten komen.

Op dit thema zal de paus met klem terugkomen bij zijn ontmoeting in Brussel op 3 juni 1995 ter gelegenheid van zijn bezoek aan België voor de zaligverklaring van pater Damiaan: "Hebt geen angst om op de roeping in te gaan waartoe gij geroepen zijt: het priesterschap, het godgewijd leven of het huwelijk", zo verklaart de paus, "Jezus vraagt niet het onmogelijke, maar Hij nodigt ieder uit het goede en heel de waarheid ervan te zoeken"[21].

Heel zijn toespraak in Namen is gebaseerd op één uitgangspunt: de onrust, de twijfel, de hoop, de door de jongeren ervaren vormen van marginalisering. Het gaat om een onrust die de Belgische jongeren verenigt met de jongeren die hij wereldwijd ontmoet heeft.

Als deze onrust om een verandering van de wereld vraagt, dan herinnert de paus er ook aan dat deze verandering een andere levenswijze vereist[22].

Johannes Paulus II realiseert zich dat deze toespraak hard en veeleisend is.

Daarom richt hij zich tot zijn toehoorders: "Dierbare jongeren, ik heb zo tot jullie gesproken, 'omdat gij sterk zijt, omdat Gods woord in u woont en gij het boze hebt overwonnen' (vgl. 1 Joh 2, 14)"[23].

Prioriteit: vorming van christelijke gemeenschappen

Elke in zichzelf gekeerde en individualistische oplossing staat buiten de visie van Johannes Paulus II. Daarom onderstreept hij dat "men niet kan leven en groeien in het geloof zonder de steun van een groep, van een christelijke gemeenschap"[24].

Hier komt dus duidelijk de pastorale aanwijzing naar voren die prioriteit geeft aan de vorming van christelijke gemeenschappen. Zij worden gezien als de plaats waar het geloof en de christelijke inzet leven en groeien.

Deze gemeenschappen mogen zich niet in zichzelf opsluiten. Zij zullen andere jongeren moeten opnemen en zich openstellen voor andere leden van het Godsvolk. "De parochie met haar zondagse samenkomst in de eucharistieviering is de plaats bij uitstek voor deze openheid"[25].

Bij het aanbreken van het derde millennium wordt het ontstaan van deze biddende gemeenschappen de pastorale uitdaging voor de Belgische Kerk. Het zijn biddende gemeenschappen waar theorie en praktijk elkaar toetsen en ontmoeten. Waar ook het ondoorgrondelijke mysterie van ieder uniek mensenhart en de strijd om de wereld te veranderen elkaar ontmoeten. Een ontmoeting die plaats vindt in het aanvaarden van vreugde en verdriet, angst en hoop van de mensen van onze tijd, en vooral van de armen[26].

In deze gemeenschappen, die zich in de eucharistische ontmoeting voor de katholiciteit van de Kerk openstellen, kunnen jongeren luisteren en een antwoord geven. Zij luisteren naar en antwoorden op wat zich in ieders diepste innerlijkheid beweegt en als Enige de onrust bedaart van een zoekend hart.

Emilio Grasso

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)


* Deze bijdrage is een vrije aanpassing van het artikel van E. Grasso, De jeugd: spiegel van de Kerk. De Belgische jongeren in de analyse van de toespraken van Johannes Paulus II, verschenen in E. Grasso, Aanzet tot denken. De jongeren: kritisch geweten van de Kerk, Studiecentrum Redemptor hominis, Genk 1997, 9-16.


[1] De toespraken van de Paus worden geciteerd overeenkomstig de Insegnamenti di Giovanni Paolo II, I-XVII, Libreria Editrice Vaticana 1979-1996.
[2] De passages die in dit artikel letterlijke citaten bevatten en in een voetnoot niet vermeld worden zijn genomen uit: Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië en Brussel te Namen (18 mei 1985), in Insegnamenti VIII/1, 1500-1510.
[3] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1500-1501.
[4] Vgl. H. Schlier, παρρησíα, Theologisches Wörterbuch zum Neuen Testament, Begründet von G. Kittel, V, Stuttgart 1954, 869-884.
[5] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1501.
[6] Johannes Paulus II, Tot Belgische studenten (10 april 1982), in Insegnamenti, V/1, 1159.
[7] Johannes Paulus II, Tot katholieke studenten in Vlaan­deren (6 april 1985), in Insegnamenti, VIII/1, 924.
[8] Vgl. de voordracht van G. Danneels: Het 'geseculariseerde' Europa evangeliseren, in Secularisatie en evangelisatie in het huidige Europa. Zesde symposium van de bisschoppenconferenties van Europa, Rome, 7-11 oktober 1985, in "Archief van de Kerken" 41 (1986) 226-249.
[9] Vgl. Mt 4, 15; Mt 28; Hnd 1, 11.
[10] Vgl. Lumen gentium 8.
[11] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1502.
[12] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1505.
[13] Johannes Paulus II, Tot jonge Belgische studenten (17 april 1987), in Insegnamenti, X/1, 1354.
[14] Johannes Paulus II, Audiëntie ter gelegenheid van een pelgrimstocht van jongeren uit België  (21 april 1984), in Insegnamenti, VII/1, 1083.
[15] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1505.
[16] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1505-1506.
[17] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1506.
[18] Johannes Paulus II, Tot een groep jonge studenten uit België (8 april 1988), in Insegnamenti, XI/1, 836.
[19] Johannes Paulus II, Ter gelegenheid van een pelgrimstocht van studenten uit Vlaanderen (14 april 1990), in Insegnamenti, XIII/1, 896.
[20] Johannes Paulus II, Tot Belgische studenten en leraren (14 april 1979), in Insegnamenti, II, 903-904.
[21] Johannes Paulus II, Un message particulier aux jeunes de Belgique, in "L'Osservatore Romano" (fr.) (6 juni 1995) 3.
[22] Vgl. Redemptoris missio, 59.
[23] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1509.
[24] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1509.
[25] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1509.
[26] Vgl. Gaudium et spes, 1.

30/04/2011


 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency