web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Uitdiepingen arrow De droom van de zwarte profeet
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
Het is toegestaan artikels
die op deze site
verschijnen te kopiëren
slechts in hun volheid
en met als bronvermelding
www.missionerh.it.
gemeenschap-rh1.jpg

| Afdrukken |



 

DE DROOM VAN DE ZWARTE PROFEET*


Op 4 april 1968 werd in Memphis Martin Luther King vermoord, winnaar van de Nobelprijs voor de vrede en een zeer bekende leider in de strijd van de zwarten in Amerika voor de afschaffing van de rassendiscriminatie.

Op 3 april 1968 sprak Luther King op de vooravond van de moord op hem, in de Mason Temple, een kerkMartin Luther King op 3 april 1968 in de Mason Temple, een kerk in Memphis in Memphis, zijn laatste preek, een van zijn grootste, uit.

Wanneer men die preek 43 jaar later opnieuw leest met de inmiddels duidelijke wetenschap dat het de laatste woorden waren van een man die de dood tegemoet ging, laat deze ons in heel haar diepgang opnieuw de profetische grootheid van deze man zien.

Bij het analyseren van de rede[1] dienen drie momenten te worden onderstreept waarover wij moeten nadenken. Men dient voor ogen te houden dat deze preek werd gehouden in de tijd die onmiddellijk voorafging aan de Goede Week[2]. Het is de tijd van de dood en de verrijzenis van Hem die in de uniciteit van zijn goddelijke persoon heilzame historische en meta-historische waarde en betekenis geeft ook aan het offer van Martin Luther King.

1. Luther King vlucht niet uit de geschiedenis. Als hij kon kiezen in welke tijd hij mocht leven, dan had hij na verschillende historische momenten te hebben onderstreept niet getwijfeld God te vragen een kind van zijn tijd te zijn. "U moet weten dat, als ik mij aan het begin van de tijd zou bevinden, met de mogelijkheid een algemeen en panoramisch zicht te hebben op de hele menselijke geschiedenis, en de Almachtige mij zou zeggen: ‘Martin Luther King, in welk tijdperk zou je willen leven?'..., zou ik mij tot de Almachtige richten en zeggen: ‘Als U het mij toestaat alleen maar weinig jaren te leven in de tweede helft van de 20ste eeuw, zal ik gelukkig zijn'"[3]. En hij voegt eraan toe: "Ik ben gelukkig dat God het mij heeft toegestaan in deze tijd te leven, te zien wat Hij mij laat zien. En ik ben gelukkig dat Hij het mij heeft toegestaan hier in Memphis te zijn"[4].

Het is hier de eerste grote les: het christelijk leven bevat het geheel, altijd uitgaande van een historisch concreet iets. En het historisch concreet iets is de tijd, de plaats, de situatie waarin wij zijn geplaatst. Van daaruit moeten wij via een proces van aanvaarding op avontuur gaan naar de open zeeën van de tijd en de geschiedenis. Het is dus nooit een vlucht uit het concrete, maar, daarvan uitgaande, een zich verheffen tot de volheid die de smaak van het eeuwige heeft.

2. Deze band met het concrete sluit Martin Luther King niet op in de tijd en de ruimte waarin hij is geplaatst. Hij gaat uit van het historisch concrete om naar het land te gaan dat overstroomt van melk en honing. Maar dit land, zegt Martin Luther King, mag ons niet de arme stakkers in ons midden laten vergeten, de kinderen die niet een geregelde maaltijd kunnen hebben.

"Het is uitstekend" - verkondigt Martin Luther King - "te spreken van een nieuw Jeruzalem, maar eens zal de prediker van de Heer wel degelijk moeten spreken over het nieuwe New York, het nieuwe Atlanta, het nieuwe Philadelphia, het nieuwe Los Angeles, het nieuwe Memphis. En dat is wat wij moeten doen"[5].

Als wij goed lezen, dan zullen wij zien dat het verband tussen nieuw Memphis en nieuw Jeruzalem niets anders is dan een explicitering, gelegen in de spanning tussen het reeds en het nog niet, die de opvatting van de christelijke tijd kenmerkt, zoals dit meesterlijk door Cullmann wordt beschreven[6].

Maar het nieuwe Memphis en het nieuwe Jeruzalem, het reeds en het nog niet van het Rijk van God zullen alleen maar kunnen beginnen bij de arme stakkers in ons midden. Dat wil zeggen beginnen, zoals Martin Luther King stelt, bij het "vermogen het ‘ik' in het ‘jij' te projecteren en medelijden te voelen voor onze broeders en zusters"[7].

3. De kern van het probleem zijn niet wij, maar de ander.

Wanneer hij de parabel van de barmhartige Samaritaan becommentarieert, vindt Martin Luther KingMartin Luther King duizend goede redenen om niet stil te blijven staan bij de gewonde langs de weg. Als men zich de vraag stelt, uitgaande van zichzelf, "als ik halt houd om deze man te helpen, wat zal er dan met mij gebeuren?"[8], dan zijn er alle redenen om niet stil te blijven staan.

Maar als men zich de vraag stelt, uitgaande van de ander, "als ik niet halt houd om deze man te helpen, wat zal er dan met hem gebeuren?"[9], dan bestaat er geen enkele reden meer om niet halt te houden. Het is de ander, niet het ik, die in het middelpunt van ons leven moet worden geplaatst. Dit plaatsen van de ander in het middelpunt van ons leven bevrijdt ons van de gesloten cirkel van een narcistisch solipsisme, dat langzaam hersenen en hart leeg maakt en ons verlamt in een eeuwig, Hamletisch bestaan.

Zeker, in deze optiek ontkomt men niet aan de dood. Maar de dood is voor de christen niet een ongeluk onderweg. Het is de gebeurtenis waar heel zijn bestaan op is gericht, omdat de dood het wijd opengaan is van de deuren van het leven dat geen grenzen en ondoorzichtigheid meer kent.

Martin Luther King is geen romanticus, geen naïeveling. Hij droomt, zoals de mensen in de bijbel dromen. Hij ziet, omdat het geloof reeds het begin van het visioen is, en zijn geloof is groot.

In de religieuze stilte die de stem van de man Gods moet omgeven, horen wij opnieuw zijn laatste woorden, weinig uren voor zijn offer van liefde: "Goed, ik weet nu niet wat er zal gebeuren. Wij hebben moeilijke dagen voor ons liggen. Maar dat is niet belangrijk. Omdat ik op de top van de berg ben geweest. En dit interesseert mij niet. Zoals allen zou ik een lang leven willen hebben. Een lange levensduur heeft zijn gewicht. Maar dat interesseert mij niet. Ik wil alleen Gods wil doen. En God heeft het mij toegestaan de berg op te gaan. Van daaruit heb ik gekeken. En ik heb het Beloofde Land gezien. Misschien zal ik er niet samen met u komen. Maar ik wil dat u vanavond weet dat wij, als volk, het Beloofde Land zullen bereiken. En vanavond ben ik gelukkig. Ik ben nergens bang voor. Ik ben voor niemand bang. Mijn ogen hebben de heerlijkheid van de Heer, die komt, gezien"[10].

Het einde van het tijdperk van de utopieën[11] valt niet samen met het einde van de droom met een bijbelse smaak. Integendeel, juist daar waar "de oasen van de utopie opdrogen en zich een woestijn van banaliteit en verwarring uitstrekt"[12], begint de eigen ruimte van de bijbelse droom.

Voor Bernhard Häring vormen het discours en de inzet voor de vrede niet een utopie, maar een eutopie. Dat wil zeggen, zij betreffen niet een onbereikbare plaats, maar de plaats van het verlangen, van ons streven naar het absolute, omdat Hijzelf, Christus, onze vrede is[13].

De verheven onirische ervaring in het Nieuwe Testament is uniek. Wie ertoe nadert na de ervaring van de oudheid te hebben leren kennen, heeft de indruk dat hij een vuile en ondanks alle religiositeit diep profane wereld verlaat. Hij gaat binnen in de kalme zuiverheid van een heiligdom waarvan de zuilengang wordt gevormd door het Oude Testament, waarin de zuivere kracht van het bijbels geloof in God, het overwinnen van een kleingeestige, individuele horizon, het combineren van droom en heilsgeschiedenis worden benadrukt.

De bijbelse God en de eisen van zijn Rijk waarschuwen voor onirische ervaringen die de trouw jegens een bevrijdende God niet versterken. Voor de goddelijke wijsheid "zijn orakels, voortekenen en dromen ijdele dingen... als zij niet door de Allerhoogste worden gezonden bij een bezoek van Hem, sta niet toe dat je geest zich ermee bezighoudt. Dromen hebben velen op een dwaalspoor gebracht, hebben allen die hun hoop daarop hadden gesteld, van de rechte weg doen afwijken[14].

In de onirische ervaring van het Nieuwe Testament staat in het middelpunt van iedere gebeurtenis en van alles God. Zijn Rijk komt op de eerste plaats. In werkelijkheid zijn alle dromen die in het Nieuwe Testament worden verteld, slechts variaties op een thema, Christus[15].

De droom van Martin Luther King, de droom van zijn bekendste en het vaakst geciteerde toespraak, uitgesproken voor het Lincoln Memorial op 28 augustus 1963, als een centraal moment van de mars op Washington voor de burgerrechten, is een droom die niet met de profeet kan sterven.Martin Luther King in een centraal moment van de mars op Washington in 1963

"Ik heb een droom (I have a dream) dat op een dag op de rode heuvels van Georgia de kinderen van hen die eens slaven waren, en de kinderen van hen die eens slaven bezaten, samen zullen zitten aan de tafel van broederschap"[16].

De droom wortelt in de belofte van God die nooit zal vergaan. Hij wortelt echter ook in het schommelen van de vrijheid van de mens. Terwijl een bepaalde utopische wijze van denken het nodig vindt de vrijheid van de mens te onderdrukken om de belofte waar te maken, heeft de bijbelse droom altijd de vrijheid van de mens nodig om in vervulling te gaan. En daarom blijft hij altijd tot het einde toe verbonden met de zwakheid en het op en neer golven van deze vrijheid.

De kinderen van hen die eens slaven waren, en de kinderen van hen die eens slaven bezaten, zullen samen gaan zitten aan de tafel van broederschap. Zij zullen echter ook verder kunnen blijven spelen in een oneindige dialectiek van slaaf-meester, juist omdat de vrijheid van ieder van ons op ieder ogenblik de tafel van broederschap kan verwoesten.

De neiging om deze vrijheid te onderdrukken ligt altijd op de loer. Alleen hierin is er de enige historische en meta-historische mogelijkheid dat de droom in vervulling gaat: in het voorafgaande en totale fiat aan het kruis dat de weg afsluit; in het aanvaarden van een vrijheid die elk plan omverwerpt en die zelfs de steeds Almachtige vastnagelt en van iedere macht berooft.

Emilio Grasso

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)


* Het oorspronkelijke artikel is gepubliceerd in E. Grasso, All'alba del Terzo Millennio.
Sorgenti perenni e vissuto quotidiano della missione, Editrice Missionaria Italiana, Bologna 1993.



[1] Vgl. M.L. King, Io ho un sogno. Scritti e discorsi che hanno cambiato il mondo, Società Editrice Internazionale, Torino 1993, 188-197.
[2] Paaszondag viel in 1968 op 14 april.
[3] M.L. King, Io ho un sogno..., 189.
[4] M.L. King, Io ho un sogno..., 190.
[5] M.L. King, Io ho un sogno..., 193.
[6] Vgl. O. Cullmann, Cristo e il tempo. La concezione del tempo e della storia nel cristianesimo primitivo, Il Mulino, Bologna 1965, 106-119.
[7] M.L. King, Io ho un sogno..., 194.
[8] M.L. King, Io ho un sogno..., 195.
[9] M.L. King, Io ho un sogno..., 195.
[10] M.L. King, Io ho un sogno..., 197.
[11] Vgl. J. Fest, Il sogno distrutto. La fine dell'età delle utopie, Garzanti Editore, Milano 1992.
[12] J. Habermas, gecit. in J. Fest, Il sogno..., 78.
[13] Vgl. Valentino Salvoldi intervista Bernhard Häring, Cittadella Editrice, Assisi 1993, 91.
[14] Sir. 34,5-7.
[15] Vgl. A. Oepke, ὄναρ, in Grande Lessico del Nuovo Testamento, verzorgd door G. Kittel - G. Friedrich, VIII, Paideia, Brescia 1972, 664-665.
[16] M.L. King, Io ho un sogno..., 102.

04/04/2011

 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency