Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Uitdiepingen arrow De Wereldjongerendag is 25 jaar oud/2
Afdrukken Verzenden naar een vriend



   

DE WERELDJONGERENDAG IS 25 JAAR OUD/2

Kerkelijke betekenis


Toen we de geschiedenis van de Wereldjongerendagen (WJD) doorliepen, hebben we benadrukt dat die dagen ontstonden vanuit een diepe, goede verstandhouding tussen Johannes Paulus II en de jongeren. We willen nu deze relatie Paus-jongeren, die vele waarnemers uit verschillende achtergronden tot nadenken bracht, verdiepen. Dit laat ons toe een beter inzicht te krijgen in de waarde van de persoonlijke getuigenis van de Paus, en in de betekenis en de relevantie van de WJD.

Johannes Paulus II en de WJD: aanwezigheid en woord

De kritische opmerking vanwege de media dat die jongeren van de "zanger" van de WJD (het 'personage' Johannes Paulus II) hielden, maar niet van de "zang" (de inhoud die hij voorstelde), bleek oppervlakkig te zijn en niet te kloppen met de realiteit van de WJD. De WJD blijven in feite nog steeds doorgaan met een heel verschillend en minder opvallend "personage" als Benedictus XVI, en blijven nog steeds een massa-evenement dat jongeren aantrekt uit de hele wereld. De jongeren kunnen zich gemakkelijker aanpassen en, samen met de huidige Paus, hebben ze, bijvoorbeeld, de stilte van de eucharistische aanbidding ontdekt.

In ieder geval mag men niet de persoon en zijn boodschap van elkaar scheiden in een authentieke christelijke verkondiging. Het gaat om de getuigenis van een coherent en gekruisigd leven van Johannes Paulus II. Dit komt het duidelijkst tot uiting toen de ziekte hem belette te spreken. Die getuigenis heeft een hele generatie jongeren gevormd en heeft veel roepingen en een stevige christelijke inzet opgewekt.

Johannes Paulus II had zeker een charisma en een buitengewone bekwaamheid tegenover de media. Maar op de WJD waren zijn aanwezigheid en zijn uitspraken één geheel.

Ondanks de soms harde karaktertrekken van zijn voorstellen tot de jongeren wist hij naar het hart van hun bekommernissen gaan. Hij drong niet aan op algemene waarden. De beslissende vraag betrof niet zozeer het 'wat te doen', maar ‘naar Wie gaan', aan Wie zijn persoonlijk leven toevertrouwen. Hij wees erop dat het christendom in de eerste plaats een Persoon is, Zijn Schoonheid die aantrekt, de Heer van ieder concreet menselijk bestaan.

Op een dag werd hem de vraag gesteld: "Hoe zou u de jongeren definiëren?". Johannes Paulus II gaf een merkwaardig antwoord: "Vragen en gitaren"[1].

Hij stelde fundamentele vragen, bedoeld als opvoedende uitgangspunten om te laten ontdekken dat leven een roeping is. Dit ging samen met het groot vertrouwen in de jongeren die hij beschouwde als partners bij de evangelisatie onder hun leeftijdsgenoten. Hij verklaarde hen de vreugde van het geloof. Dit alles heeft een bijzondere samenhang gegeven aan zijn toespraken. Deze uitgangspunten vormen nog steeds de belangrijkste erfenis van zijn ontmoetingen.

Johannes Paulus II stelde zich als een model voor aan de jongeren en heeft zo ons een boodschap achtergelaten: het is door de getuigenis dat de jongeren worden aangetrokken, in het diepe respect van hun vrijheid, niet alleen om wat de prediker van het evangelie meedeelt, maar ook om wat hijzelf beleeft van zijn boodschap.

Ambivalentie en kerkelijke betekenis van de WJD

De betekenis van de WJD werd herhaaldelijk en grondig onderzocht. Van bijzonder belang was de studie-bijeenkomst van 1996 in Czestochowa, waarvoor Johannes Paulus II een brief schreef die nog steeds een fundamenteel referentiepunt blijft.

Daarin onderstreepte de Paus het belang van de nieuwe evangelisatie van de jongeren en de gemeenschapservaring tussen de verschillende landen die wordt beleefd in die dagen: "Jonge mensen worden regelmatig opgeroepen om een pelgrimstocht te maken door de straten van de wereld. In hen ziet de Kerk zichzelf en haar missie onder de mensen; met hen neemt zij de uitdagingen van de toekomst aan, in het bewustzijn dat de hele mensheid moet worden verjongd in de geest. Deze pelgrimstocht van jonge mensen bouwt bruggen op van broederlijkheid en hoop tussen de continenten, de volkeren en de culturen. Het gaat om een proces dat altijd aan de gang is. Net als het leven. Net als de jeugd"[2].

De oproep en de zending vormen twee bewegingen: als het ware de systole en diastole van het hart van de universele Kerk. Deze drukken de dialoog uit tussen particulariteit en universaliteit, die, algemeen aangenomen, het ministerie van Petrus kenmerkt. Johannes Paulus II beleefde deze dialoog op een bijzondere manier in de ontmoetingen met jongeren en in al zijn reizen die een plaats zijn geworden van waarachtige theologie. Hij beschouwde een reis als een bedevaart naar het levende heiligdom van Gods volk.

Opgezet als een momentopname, om zich opnieuw te concentreren op Christus en Hem dan aan te kondigen aan de wereld, mogen de WJD - zoals de Paus onderstreept in dezelfde brief - niet losgekoppeld worden van een uitgebreide jongerenpastoraal van de lokale kerk.

Dit evenement, "bedoeld om een grotere ijver te bevorderen in het apostolaat onder de jongeren, wil hen zeker niet isoleren van de rest van de gemeenschap, maar ze tot protagonisten maken van een apostolaat dat de andere leeftijden en andere leefsituaties wil betrekken in het kader van de 'nieuwe evangelisatie'"[3].

De WJD drukken een sterke tijd uit, met name, van spirituele en kerkelijke ervaring, van het bewustzijn van de christelijke identiteit en van de daarmee verbonden missie. De organisatoren wijzen er echter op dat wat belangrijk is, niet alleen de gebeurtenis zelf is, maar ook de voorbereiding en de voortzetting ervan. De bloei van de gespecialiseerde websites over de WJD toont in deze zin de gevoeligheid en de noodzaak van het steunen op de voorbereiding en het uitdiepen van die dagen.

Inderdaad, enkele studies van religieuze sociologie hebben gewezen op de ambivalentie van de veelzijdige dimensie van de WJD. De deelname aan deze buitengewone vergaderingen kunnen het "Tabor-effect" veroorzaken. Daaruit kunnen moeilijkheden voortvloeien, met name om zich in te zetten en om wat men geleerd heeft tijdens het evenement, in praktijk te brengen in het leven van iedere dag, in een context die moeilijker en minder "feestelijk" is. Er is dus een risico dat jongeren zich voeden door die momenten alleen.

Daarom is er de noodzaak dat de deelname aan de WJD goed wordt opgebouwd in een kader en samen met de gewone jongerenpastoraal. De kerugmatische, sacramentele en catechetische voorstelling van het geloof, gedaan tijdens de WJD, dient nauw verbonden te blijven met de missionaire dimensie in de eigen dagelijkse context van het leven.

De geloofsoverdracht in contact met de plaatsen die getuigen van een eeuwenlange kerkgeschiedenis, en de missionaire communicatie van de jongeren aan hun leeftijdsgenoten, zijn de twee sterke lijnen van de pedagogie van de WJD.

Ze zijn de erfenis die ons Johannes Paulus II heeft nagelaten, samen met zijn levensgetuigenis, en blijven het programma aanwijzen voor de dagen van jongerenbijeenkomsten. Om vruchten af te werpen, dienen deze goed opgebouwd te worden samen met de pastorale zorg van de verschillende lokale kerken, en samen met een inculturatie van hun inhoud.

Antonietta Cipollini


________________________

[1] Vgl. E. Grasso, Il messaggio della musica giovanile nell'interpretazione di Giovanni Paolo II. Il corpo donato come principio d'inculturazione, in www.missionerh.it /Riflessioni/Il messaggio della musica giovanile nell'interpretazione di Giovanni Paolo II.html
[2] Johannes Paulus II, Brief aan Kardinaal Eduardo Francisco Pironio bij gelegenheid van de studiedagen over de Wereldjongerendagen (8 mei 1996), in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, XIX/1, 1188.
[3] Johannes Paulus II, Brief aan Kardinaal Eduardo Francisco Pironio ..., 1188.

09/07/2010

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis