|
PAS AANGEKOMEN...
Onlangs kwam ik in België aan, afkomstig uit Kameroen, waar ik dertig jaar lang woonde. Het is vanzelfsprekend dat men rondom zich kijkt om hier een werkelijkheid die zo verschillend is dan die men gewoon is te zien beter te leren kennen.
De efficiënte dienstverlening, de orde en de netheid, de burgerzin van de bevolking, de sprankelende verlichting 's nachts, de vervoersmiddelen, het onderwijs, de gezondheidszorg, de automatisering van de dienstverlening op alle gebieden, de sociale organisatie confronteren je met de vooruitgang van de moderniteit (en van de postmoderniteit) in een wereld die niet voortgekomen is uit een wonder.
Hoeveel kolen hebben de mijnen in België al uit de aarde gespuwd? Met hoeveel bloed is de bodem van de aarde vermengd en van hoeveel mensen is deze bodem het graf geworden? En hoeveel longen zijn hier op enkele jaren tijd niet versleten?
Het waren longen van mensen die op het ritme van de natuur leefden: opstaan bij het hanengekraai en slapengaan bij zonsondergang. Bovendien werden zij met de culturele schok van een sterk geïndustrialiseerde tijd geconfronteerd.
Dit is de prijs van moderniteit en ontwikkeling. Het betreft een ontwikkelingsniveau dat onvoorstelbaar is voor iemand die in Afrika geboren is of er sinds vele jaren woont.
Het verschil tussen Noord en Zuid lijkt elke dag breder te worden en de kloof tussen de continenten steeds meer onoverbrugbaar.
In zijn boodschap voor de 44e Wereldcommunicatiedag, spreekt Benedictus XVI over de noodzaak om het nieuwe "digitale continent" te evangeliseren, om ruimte te geven aan het Woord op de "talloze kruispunten die gecreëerd worden door een dicht netwerk van snelwegen en die de cyberspace doorkruisen".
Ook in de steden van Kameroen vindt men vandaag op elke hoek een cybercafé vol met mensen, vooral jonge studenten. Zelfs de Pygmeeën trekken naar het oerwoud met een radio of een mobiele telefoon. De auto vormt samen met vier andere importproducten de helft van de invoer in Kameroen. Het verkeer in Douala en in Yaoundé of op de hoofdwegen van het land wordt steeds meer chaotisch door het toenemende autoverkeer.
Op enkele kilometers buiten de stad tref je echter een totale andere wereld aan. Van een vrouw die gebogen onder het gewicht het oerwoud intrekt tot de grote 4x4-wagens die op de geasfalteerde wegen suizen. Of van de kleine houe (dit is een werktuig met een klein handvat om het land te bewerken) tot de tractoren in de grote koffie- of bananenplantages. Men kan stellen dat men op korte tijd in Afrika eeuwen van verschil, vooral op cultureel gebied, heeft overgeslagen.
Indien de moderniteit enkel vanuit haar technologische kant bekeken wordt, kan zij geen wortel schieten. Ze kan zich niet ontwikkelen wanneer er geen diepgaande culturele transformatie in dezelfde richting bestaat. En dit omdat de ontwikkeling, voordat ze een kwestie van middelen en technologieën is, een kwestie van cultuur en mentaliteit is.
Verschillende stemmen - zeldzaam om eerlijk te zijn - hebben gewaarschuwd voor deze waarheid. Eén onder hen betreft M. Towa, een van de bekendste filosofen in Kameroen. Meer dan dertig jaar geleden zei hij - roepende in de woestijn - dat het invoegen van de tekens van "het geheim der blanken" en de moderne technologie in de Afrikaanse samenleving de oude culturele elementen niet in tact zou laten of zich rustig zou enten en zonder schokken de gewenste veranderingen zou realiseren. Het impliceert, voegde de filosoof er aan toe, een complete revolutie in de lokale cultuur, een breuk met onze cultuur, met ons verleden, met onszelf[1].
Het is een voorbarige conclusie om te denken dat men een langdurig proces kan vermijden, of dat men door het menselijk scheppen of denken zomaar bezit, kennis of macht kan verwerven.
Het is een illusie dat men de moderniteit kan binnentreden zonder er tegelijkertijd rekening te houden met de verbanden en de culturele beperkingen die ermee gepaard gaan. Want techniek is niets anders dan de vrucht van wetenschap. Het gaat om een bepaalde visie op de mens, schepper en herschepper van het universum, dus van een zekere "theologie" over de schepping en de geschiedenis.
Het verlaten van het oerwoud met zijn geruis en zijn mysterieuze stilte als plaats van betovering, het terechtkomen in een superontwikkeld land en het ondergedompeld worden in een "digitaal continent" hebben me ernstig laten nadenken over de reële mogelijkheid of landen, die nog moeten strijden om de meest elementaire behoeften van het leven, ooit op een dergelijk niveau van ontwikkeling kunnen geraken.
In vele landen is men nog steeds niet in staat om met het behulp van wetenschap en technologie de vitale kwesties rond voeding, toegang tot drinkbaar water, gezondheidszorg op te lossen, terwijl men in andere werelddelen de superontwikkeling van de technologie ontwerpt en het "spel" speelt om naar de archaïsche aspecten van het leven weer te keren. En men neemt deze archaïsche aspecten niet alleen over, ze worden zelfs verheerlijkt: tatoeages, piercings, nieuwe stammen, nieuwe vormen van syncretisme, nieuwe totems, nieuwe heldenverhalen...
Het is een spel en niet meer dan dat: het speelse aspect van het orgiastische-tribale carpe diem maakt deel uit van de cultuur van onze postmoderne samenleving die Prometheus met Dionysus vervangen heeft[2].
Giuseppe Di Salvatore
[1] Vgl. M. Towa, Essai sur la problématique philosophique dans l'Afrique actuelle, Éditions Clé, Yaoundé 1986, 40.
[2] Vgl. M. G. Meda, La tribù delle icone. Colloquio con Michel Maffesoli, http://espresso.repubblica.it/dettaglio/la-tribu-delle-icone/2026109/2026109/0
12/03/2010
|