Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Thema's over de sociale leer van de kerk arrow Thema’s over de sociale leer van de Kerk/23. Een nieuwe cultuur van de arbeid...
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Thema’s over de sociale leer van de Kerk/23



 

   EEN NIEUWE CULTUUR VAN DE ARBEID
EN VAN DE SOLIDARITEIT IN DE SOCIALE LEER
VAN JOHANNES PAULUS II



 


In het perspectief van de sociale leer van de Kerk is ontwikkeling-onderontwikkeling een ethisch-cultureel probleem in de zin van een levenservaring die niet alleen economische armoede van een groot gedeelte van de bevolking plaatst tegenover de rijkdom van een ander gedeelte. Daarom dringt zich als alternatief voor de netwerken van betekenis die door de "zondige structuren" zijn geschapen, het vereiste op van categorieën voor het interpreteren van de uitdagingen van het ogenblik die in staat zijn oordeelscriteria te geven die gebaseerd zijn op de waardigheid van de mens, zijn ervaring van een subject zijn en het recht te worden behandeld overeenkomstig de waarheid waarvan hij de drager is.

Op dit vlak wordt de analyse en de bijdrage van de sociale leer geplaatst door het overwinnen van een cultuur van het individualisme voor een cultuur van solidariteit.

Het gaat er niet om alleen maar een onmiddellijke solidariteit te ontwikkelen, verstaan als het gratis geven van economische, materiële goederen ten overstaan van noodsituaties. Dit kan in zeer veel situaties van ellende van groot voordeel zijn, maar ook ernstige schade veroorzaken, omdat het voor hele volken de neiging kan doen ontstaan bedelaars te worden, op een aalmoes te wachten met een daaruit volgend afbreuk doen aan zichzelf en de eigen creatieve vermogens.

De arbeid als dynamisch element voor een cultuur van solidariteit

Een authentieke cultuur van solidariteit vereist een waardering van de arbeid in haar volle en authentieke betekenis, gezien als uitdrukking van de creatieve bekwaamheden en vermogens van de persoon en als productieve factor van niet alleen materiële, maar ook geestelijke goederen (vgl. Centesimus annus, 31).

Als solidariteit haar wortels heeft in gedeelde arbeid, waarbij allen zich deelnemers en hoofdrolspelers voelen, wordt arbeid tegelijkertijd een dynamiek die eigen is aan een cultuur van solidariteit en een ontwikkeling naar de maat van de mens.

De sociale leer brengt derhalve niet alleen de maatschappelijke waarden van de arbeid naar voren, maar ook de erfenis van intelligentie en kennis die zij inhoudt.

Wanneer de menselijke arbeid gedisciplineerd en creatief is, in solidaire samenwerking zo wordt verricht dat zij de vorming van een arbeidsgemeenschap mogelijk maakt, is de rol ervan een onontbeerlijk element voor een economische ontwikkeling (vgl. Centesimus annus, 32).

Dit geldt zowel voor de ontwikkelingslanden als de geïndustrialiseerde. Wanneer Johannes Paulus II beide contexten in beschouwing neemt, wijst hij op de noodzaak om zich te richten op een model van integrale en solidaire ontwikkeling dat steeds meer aandacht heeft voor de kwaliteit van arbeid en leven.

Als enerzijds de crisis van de maatschappelijke systemen van de meest geavanceerde economieën de eis stelt van een ontwikkelingsmodel dat alleen maar kan bestaan met een personalistische en solidaristische cultuur, dan moeten anderzijds de armste landen doordrongen raken van dezelfde cultuur: daarvan wordt een geest van initiatief en een verantwoordelijkheid gevraagd die niet alles van het buitenland, de rijke landen, verwachten, maar hen in staat stellen in de waardering van de arbeid en de eigen creatieve vermogens (vgl. Sollicitudo rei socialis, 44) de opbouw van hun toekomst op te nemen.

De uitdaging voor de ontwikkeling betekent dus de mogelijkheden voor arbeid te creëren en te vergroten met een passende beloning en een basale maatschappelijke zekerheid voor de zelfbevestiging van iedere burger, zijn menselijke, en dus culturele en geestelijke groei (vgl. Sollicitudo rei socialis, 44).

Dat brengt met zich mee door middel van de arbeid niet alleen zich te richten op een maximale groei van de productie, niet alleen op zelfstandigheid of industrialisering, maar ook op het voldoen aan de fundamentele behoeften van de mens in waardigheid en onafhankelijkheid. "Het gaat er niet alleen om al de volken te verheffen tot het niveau dat vandaag de rijkste landen genieten, maar ook om in solidaire arbeid een waardiger leven op te bouwen, daadwerkelijk de waardigheid en de creativiteit van iedere individuele persoon, zijn vermogen om te beantwoorden aan de eigen roeping en dus aan de daarin gelegen oproep van God te doen groeien" (Centesimus annus, 29).

Solidariteit krijgt op nationaal en internationaal gebied in die zin de functie van een maatschappelijke deugd die nieuwe horizonten van betekenis en nieuwe gedragingen creëert. Door zich zowel los te maken van vormen van egoïstische hebzucht als van vormen van vreesachtige passiviteit, die berust in de toestand, manifesteert zij zich als een keuze voor de armen, de volken, de vrijheid. Kortom, zij is een keuze voor een authentieke vereniging met de concrete mens voor zijn vrijheid en voor de verwezenlijking van de "beschaving van de liefde".

Een nieuw ethos van de arbeid en de solidariteit

In een tijd van verdeeldheid en conflicten, scepticisme van de rede, van tendensen naar zelfvernietiging, vaak kortzichtig pragmatisme, maar ook gekenmerkt door een sterke culturele behoefte aan universaliteit, die de mensheid nu beleeft en zich nooit eerder in de geschiedenis heeft gemanifesteerd, ondersteunt de kerkelijke zelfkennis een theologie van de geschiedenis die zowel de eenheid van het menselijk geslacht als de vrijheid van ieder subject om verantwoordelijk te handelen naar voren brengt.

Het antwoord en het voorstel van de Kerk zijn, zoals altijd, nooit technisch, ideologische, onverschillig ten opzichte van waarden, maar ethisch, cultureel, religieus. Zo kan de cultuur van de arbeid alleen maar een cultuur van solidariteit zijn in de zin van openheid, dialoog met de ander, wederzijds handelen, gave, opdat de ander kan geven.

Voor de Kerk en voor iedere christen betekent die culturele behoefte aan universaliteit die zich manifesteert, ervoor te zorgen dat het geloof cultuur wordt, een levenservaring die door mensen en volken gedeeld kan worden.

Het feit dat ieder volk en ieder individu bij het aannemen van zijn eigen culturele identiteit eraan kunnen bijdragen de eenheid van de mensheid op te bouwen en met zijn eigen arbeid en eigen cultuur de familie van de naties te verrijken (vgl. Centesimus annus, 52), vertegenwoordigt een uitdaging voor de "nieuwe evangelisatie" die de sociale leer op ieder continent heeft gelanceerd.

Als de mensheid getuige is van een culturele tekortkoming, dan is het leven in een verenigde wereld van onderlinge afhankelijkheid, waarin het bestaande gebrek aan evenwicht, de diepgaande ongelijkheden en de ernstige ongerechtigheden kunnen worden opgevuld, de historische en culturele uitdaging voor onze tijd.

Het gaat erom een nieuw ethos te genereren dat in staat is de werkelijkheid onder ogen te zien van een mensheid die steeds meer verenigd is door eenzelfde bestemming waar solidariteit de enige mogelijkheid om te overleven is.

Als het probleem van de arbeid een probleem is van onderlinge afhankelijkheid van de volken, van gerechtigheid, van ontwikkeling en onderontwikkeling, van uiterste armoede en overdreven rijkdom of van verspilling, dan wordt het vooral een kwestie van verandering van levensstijl en denken, van vorming van een nieuwe mentaliteit, van een culturele ethische oriëntatie voor ieder volk van de planeet.

Zonder iets af te doen aan de verschillende verantwoordelijkheden en de verschillende maatschappelijk-culturele situaties in aanmerking genomen, kunnen de rijke landen solidariteit met de armste landen niet afwijzen en zich in hun eigen individualisme verschansen; evenmin kunnen de arme landen opgesloten blijven binnen hun oude mentaliteit van oogsten, waarbij ze van anderen verwachten wat noodzakelijk is om te leven. Er moet met de gekregen talenten worden gehandeld in een voortdurend proces van desinvestering en samen delen.

Ieder is in zijn eigen handelen en in het proces van solidariteit geroepen tot confrontatie, tot het op zich nemen van de eigen verantwoordelijkheden, tot het veranderen van zijn eigen houding en mentaliteit om, zij het met een maximum aan verschil, de grootste eenheid te verwezenlijken.

Emanuela Furlanetto

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 


07/01/2019

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis