Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Thema's over de sociale leer van de kerk arrow Thema’s over de sociale leer van de Kerk/20. Wat voor een solidariteit voor de wereld van...
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Thema’s over de sociale leer van de Kerk/20



 

WAT VOOR EEN SOLIDARITEIT VOOR DE

WERELD VAN DE ARBEID?


HET PERSPECTIEF VAN DE SOCIALE LEER
VAN JOHANNES PAULUS II

 

 


Als het waar is dat het toenemen van de maatschappelijke problemen in de industrie, de economie, vanaf de 19de eeuw onder de arbeiders de stimulans heeft doen ontstaan voor gemeenschappelijke en solidaire actie tegen vernedering en onderdrukking, dan is het even waar dat de geleding en de complexiteit van het maatschappelijk leven van onze tijd de eis stellen van een solidariteit in de wereld van de arbeid, die zich in de arbeid overeenkomstig verschillende dimensies op verschillende niveaus moet ontwikkelen en die steeds meer de eigen horizonten moet openen voor een universele uitbreiding[1].

Er is ongetwijfeld tussen wie hetzelfde type beroep deelt, de ontwikkeling van een spontane solidariteit die voortvloeit uit de natuur zelf van de arbeid en die Johannes Paulus II als "solidariteit van de arbeid" definieerde. "Zij die werken, kunnen zeggen: wanneer wij bewust  werken, leveren wij een echte bijdrage voor een betere wereld. Ons werk is een daad van solidariteit met onze broeders en zusters"[2].

Naast deze spontane vorm, die aanvankelijk de actie van het industrieproletariaat heeft geleid in de aanspraak op eigen rechten, hebben zich met de vakbonden echter spoedig concrete structuren van solidariteit gevormd. De geschiedenis van de arbeidersbeweging laat zien hoe in de plaats van een eerste spontane fase van eisen de noodzaak komt om een instrument van gemeenschappelijke en doeltreffende strijd te vinden en zich dus de syndicale fase ontwikkelt.

Solidariteit: een recht en een plicht in de arbeid

Ook al blijft de sociale leer binnen haar ethisch-religieus terrein, zij brengt het belang naar voren van deze structuren waarin die spontane solidariteit zich concretiseert. Bovendien onderstreept zij het recht op vereniging van de arbeiders als recht van al degenen die een band hebben met de wereld van de arbeid en een gemeenschap ervan vormen zonder echter aan het associationisme een ideologische connotatie van klassenstrijd te geven, een opvatting die ideologisch en historisch onvoldoende is[3]. Johannes Paulus II definieerde in Laborem exercens (nr. 20) - en daarbij baseerde hij zich op de ervaring van de onafhankelijke e autonome Poolse vakbond "Solidarnosc", waarvan hijzelf de vertegenwoordigers vervolgens ontmoette bij de gebeurtenissen in Polen van 1980 - de vakbonden als "een onontbeerlijk element van het maatschappelijk leven [...] een exponent van de strijd voor maatschappelijke gerechtigheid".

Deze "solidariteit van de arbeid" die tot gemeenschappelijke actie aanzet, moet, ook als manifesteert zij zich als een strijd voor gerechtigheid ter verdediging van de legitieme rechten van in dezelfde activiteit verenigde arbeiders, een solidariteit zijn die zich opent om "met de belangen van de individuen en de groepen" te kijken naar "het gemeenschappelijk welzijn van heel de maatschappij". "Het solidariteitsprincipe vereist dat de bijzondere belangen worden onderworpen aan het algemeen belang. Dit krijgt ook waarde met betrekking tot de arbeid en haar bijzondere omstandigheden, hetzij wat de niveaus van vergoeding betreft, hetzij de noodzaak nieuwe banen te creëren of het recht hierop te erkennen van hen die er een hebben"[4].

Daar binnen een arbeidsgemeenschap het gevolg van solidariteit is dat er meer eisen van eenheid dan van tegenstelling naar voren worden gebracht, zal "solidariteit van de arbeid" "solidariteit met de arbeid" worden, dat wil zeggen behalve solidariteit met een specifieke vorm van arbeid solidariteit met iedere mens die werkt. Zij zal zich vooral belasten met hen die het meest benadeeld zijn, de werkelozen, de gehandicapten, de immigranten, al degenen die het meest lijden onder moeilijke arbeidsomstandigheden,  waarbij zij iedere vorm van corporatisme of classicisme overwint.

In deze zin betekent solidariteit een band met iedere mens. Iedere mens wordt subject en object van solidariteit.

Met als uitgangspunt de natuur zelf van de arbeid wordt solidariteit een plicht die zich in verschillende dimensies vertakt: binnen het bedrijf, bij het bevorderen van een klimaat van respect onder de arbeiders, bij het bepalen van nieuwe structuren van solidariteit die verder dan de vakbonden komen tot een legitimeren van de socialisatie van de productiemiddelen, van mede-eigenaarschap en deelname van de arbeiders aan de leiding van een onderneming (vgl. Laborem exercens, 14).

Solidariteit zoekt, wanneer ze wordt toegepast op arbeidsconflicten, meer de dialoog en de onderhandeling dan andere instrumenten van eisen, "zij verbreedt zich en doorbreekt iedere barrière van verdeeldheid en onbegrip. Zij gaat over alle grenzen heen, te beginnen bij die welke de verschillende arbeidersklassen zouden willen verdelen door zich vast te klampen aan fragmenten van vergane vergane ideologieën of ideologieën die aan het uitsterven zijn en die de arbeid beschouwen als handel of middel tot winst"[5].

Zonder zich uit te putten in stichtende, maar algemene voorstellen moet solidariteit vooral de waarde krijgen van een ethisch criterium, dat richting geeft betreffende een concrete context, door het vermogen te laten zien om deze te interpreteren en een antwoord hierop te geven.

In dit perspectief is solidariteit overal aanwezig waar het subject van de arbeid zich in omstandigheden van armoede, ellende, uitbuiting, ongerechtigheid bevindt. Zij stelt zich open voor universaliteit, dat wil zeggen voor een "solidariteit in de arbeid", die door deze te bevrijden van ideologische invloeden zich manifesteert in een internationale en globale context als solidariteit "zonder grenzen".

Een solidariteit zonder grenzen

Als imperatief dat zich steeds meer opdringt naar de mate van de moeilijkheden en complexiteiten van het historisch-maatschappelijke ogenblik, vraagt solidariteit om een ruimer perspectief en een inzet van alle categorieën van de arbeid voor het algemeen welzijn. Dit mag niet worden verstaan als een eenvoudig compromis tussen bijzondere aanspraken binnen eisen van economische aard, maar als het vermogen van ieder zich vragen weten te stellen over de rol die hem is toevertrouwd, de juiste plaats in het leven van de maatschappij in te weten nemen en als eis van ethische en culturele keuzes in de vorming vaan een maatschappelijk bewustzijn dat openstaat voor wederzijdse afhankelijkheid en internationaliteit van de mondiale situatie.

De verbreiding van de problemen op wereldniveau verplicht immers tot het bevorderen van een actieve solidariteit die wordt uitgebreid tot een globale dimensie.

Met het openen van talloze grenzen en met een steeds meer onderling samenhangende aard van de problemen houdt de Kerk, die de eenheid propageert, als enig juist antwoord het criterium en de praktijk van de solidariteit voor als fundament en ziel van de beschaving van de arbeid. "Er kan geen beschaving van de arbeid zijn, wanneer het aan solidariteit ontbreekt jegens al degenen die deelnemen aan de economische processen met het oog op het algemeen welzijn, dat wil zeggen het welzijn dat niet vervloeit in een abstracte en onpersoonlijke entiteit, maar dat het de hele gemeenschap solide nagestreefde belang van alle personen betreft"[6] en aan de opbouw waaraan allen het recht hebben deel te nemen met hun eigen activiteit. In de encycliek Centesimus annus (nr. 28) wordt indringender gesteld dat "de armen het recht vragen om deel te hebben aan het genot van de materiële goederen en om hun arbeidsvermogen vrucht te laten dragen en zo een rechtvaardigere en voor allen welvarendere wereld te scheppen. De verheffing van de armen is een grote gelegenheid voor de morele, culturele en ook economische groei van de mensheid".

De mondiale dimensie van de arbeidsproblemen vraagt steeds intenser om een doeltreffende internationale samenwerking door middel van verdragen en overeenkomsten die leiden tot een verandering in de economische planning in de zin van een overwinnen van de belangen en grenzen van een individueel land voor een mondiale economische orde waarbij de arbeid werkelijk ten dienste staat van de personen, hun waardigheid beschermt en hen niet met nieuwe vormen van slavernij onderdrukt[7].

Ook al baren de economische en maatschappelijke problemen van de geïndustrialiseerde landen zorgen, de sociale leer van de Kerk herinnert er toch aan dat de toestanden van de ellende in ontwikkelingslanden veel dramatischer zijn, en de oplossing ervan vraagt om een onontbeerlijke onderlinge afstemming op ieder niveau.

Bij de opeenstapeling van maatschappelijke, structurele, culturele veranderingen die in de hele wereld plaatsvindt, dringt zich de prioritaire noodzaak op van een universele solidariteit als een dynamiek die sociaal-economische mechanismen en structuren doeltreffend maakt, de werking van onrechtvaardige structuren belemmert en leiding en richting geeft aan een werkzaamheid voor een ontwikkelingsmodel dat hoe dan ook de mens en zijn creatief vermogen in het middelpunt plaatst en als de hoofdrolspeler daarin erkent.

Emanuela Furlanetto

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



[1] Vgl. Johannes Paulus II, Alleen een nieuwe, op de ware betekenis van de menselijke arbeid gebaseerde solidariteit kan een maatschappij opbouwen die rechtvaardiger is en meer openstaat voor een authentieke vooruitgang. Op de 68ste zitting van de Internationale Conferentie van de arbeid (15/6/1982), in Insegnamenti V/2, 2250-2282.

[2] Johannes Paulus II, De taak van de arbeiders in de zending van de Kerk in Nigeria. Homilie in de mis voor de wereld van de arbeid in Lagos (16/2/1982), in Insegnamenti V/1, 481.

[3] Vgl. Johannes Paulus II, Gebruik de kracht van de vereniging om te zeggen "basta!" tegen alles wat de waardigheid van de arbeiders schendt. Ontmoeting met de wereld van de arbeid in de "Mercado Central" (10/4/1987), in Insegnamenti X/1, 1216-1223.

[4] Johannes Paulus II, De arbeid is een weg van bevrijding. Ontmoeting met de bewoners van de "barrios" in het park "El Tunal" van Bogotá (3/7/1986), in Insegnamenti IX/2,99.

[5] Johannes Paulus II, De solidariteit als morele categorie doorbreekt de barrières van iedere verdeeldheid en overwint alle politieke grenzen. Toespraak tot de arbeiders van het fabriekscomplex van Lancia auto (19/3/1990), in Insegnamenti XIII/1, 702.

[6] Johannes Paulus II, De maatschappelijke solidariteit ziel van de beschaving van de arbeid. Toespraak gedurende de ontmoeting met werknemers in de scheepsbouwsector, vissers en havenarbeiders (25/6/1989), in Insegnamenti XII/1, 1760.

[7] Vgl. Johannes Paulus II, Zonder een nieuwe orde van prioriteiten in de wereldeconomie is de arbeid oorzaak van echte vormen van slavernij. Ontmoeting met de arbeiders op de Piazza di S. Margherita van Cottonera (26/5/1990), in Insegnamenti XIII/1, 1428-1435.

 


23/07/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis