Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Thema's over de sociale leer van de kerk arrow Thema’s over de sociale leer van de Kerk/17. In Christus wordt het “evangelie van de arbeid”
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Thema’s over de sociale leer van de Kerk/17


 

 
IN CHRISTUS WORDT HET "EVANGELIE VAN DE
ARBEID" VERVULD IN DE SOCIALE LEER
VAN JOHANNES PAULUS II

 


In onze tijd, die ten diepste door de dynamiek zelf van de arbeid, door de impact ervan op de maatschappelijke realiteit en tegelijkertijd door het verlies van de betekenis ervan wordt gekenmerkt, definieert Johannes Paulus II de verkondiging van het "evangelie, in het bijzonder aan de mensen die werken, en in het bijzonder over het thema betreffende de arbeid" als een dringende noodzaak van de Kerk[1].

Met verwijzing naar zijn persoonlijke ervaringen en als diepgaande vereiste van zijn pauselijk onderricht "is" de paus zelf "gewaar geworden hoe diep de hedendaagse problematiek van de menselijke arbeid gegrift staat in het evangelie. Hoe onmogelijk het is deze zonder evangelie grondig op te lossen"[2].

In het evangelie ligt heel het positieve karakter vervat van de menselijke activiteit als oorspronkelijke zegening van God jegens de mens, die zo deelheeft aan Gods plan. Dit is een "verkondiging van vreugde en heil die afkondigt hoe het fundament en het doel van het werk de mens is"[3].

Het "evangelie van de arbeid" begint met de goddelijke schepping, zoals nader wordt uitgewerkt in Laborem exercens, waar in nr. 25 wordt gezegd dat de "beschrijving van de schepping, die wij reeds in het eerste hoofdstuk van boek Genesis vinden, tegelijkertijd in zekere zin het eerste ‘evangelie van de arbeid' is. Deze beschrijving laat immers zien waarin de waardigheid van de arbeid bestaat: zij leert dat mens door te werken God, zijn Schepper, moet navolgen, omdat hij - hij alleen - het bijzondere element van de gelijkenis met Hem in zich draagt".

Ditzelfde "evangelie van de arbeid" vindt zijn centrale en uitputtende uitdrukking in het mysterie van Jezus Christus, Zoon van de mensgeworden God, die in de concreetheid van zijn mens zijn, dat geheel gelijk is aan dat van ons, zin, hoop, waarheid van het menselijk leven wordt (vgl. Laborem exercens, 26).

Jezus van Nazareth: een man van de arbeid

In de bijzondere gebeurtenis van het leven van Jezus van Nazareth liggen de wortels opgesloten van de universele waardigheid van de mens en van de arbeid. Met zijn voorbeeld wordt Jezus van Nazareth een model van de arbeid voor iedere mens. Hij verkondigde immers niet alleen het evangelie, maar verwezenlijkte het ook met zijn eigen leven.

Hij was zelf een man van de arbeid, uit ervaring leerde Hij deze werkelijkheid kennen waaraan Hij het grootste gedeelte van zijn leven wijdde, nog eerder dan in zijn prediking werd in zijn persoon zelf het "evangelie van de arbeid" vervuld. Ook al vindt men in de evangelies geen specifieke en directe verwijzingen naar de arbeid, Jezus van Nazareth roept vooral in de parabels van het Rijk Gods herhaaldelijk beelden op die ontleend zijn aan de arbeid, zoals Johannes Paulus II in Laborem exercens 26 naar voren brengt.

Het feit zelf dat Jezus tijdens zijn aardse ervaring heeft gewerkt, wijst erop dat ook deze dimensie een noodzakelijk element is om de evangelische boodschap te begrijpen en dientengevolge dat iedere menselijke activiteit kan worden begrepen in de totale werkelijkheid van Jezus Christus. Zijn bestaan wordt daarom een stelsel van geestelijke normen voor iedere arbeider en voor een christelijke praktijk die de problemen van de arbeid weet aan te pakken. Het leven als arbeider van Jezus van Nazareth biedt de basis voor een visie op de arbeid die aan de arbeid "de betekenis" moet geven "die hij in de ogen van God heeft" (Laborem exercens, 24).

Er is een soort wederzijdse verheldering tussen de menselijke ervaring van de arbeid en de ervaring van de openbaring van God in Jezus Christus.

Gaudium et spes (nr. 67) baseerde dit heilzame karakter van de menselijke activiteit, die, behalve een persoonlijke en maatschappelijke dimensie, een precieze religieuze oriëntatie met zich meebrengt, op het leven van Jezus als arbeider. De hierop volgende theologische reflectie heeft dit kernpunt, dat centraal is komen te staan in het "evangelie van de arbeid" van Johannes Paulus II, weer opgenomen en ontwikkeld.

Het zich aansluiten van Jezus bij de realiteit van de arbeid laat niet alleen de diepgang en de waardigheid van deze laatste en van de mens die hem verwezenlijkt, zien, maar door het mysterie ervan wordt de menselijke arbeid in de historisch-heilzame dynamiek van zijn menswording, dood en verrijzenis, opgenomen en heeft zij deel aan het verlossingswerk.

De christologische dimensie van de arbeid

De christelijke boodschap over de menselijke arbeid krijgt in het licht van het mysterie van de menswording derhalve een definitieve christologische dimensie en doelgerichtheid. Zoals de bekende theoloog René Latourelle schrijft, "als de mens immers de zin van de wereld is, dan is Christus de ultieme zin van de mensheid. Mens en wereld bestaan alleen maar op grond van hun bestemming in Christus"[4]. Dit fundamenteel gegeven wordt door het bewustzijn van de Kerk en de katholieke theologie verworven en bekrachtigd tijdens het Tweede Vaticaans Concilie in de ruimere context van de christelijke zin van de geschiedenis en aardse realiteit.

Met de menswording van God stelt God zich in de wereld tegenwoordig op een diepere wijze dan die welke voortkomt uit de schepping. De menswording houdt immers de zelfgave van God aan de mens en de wereld door middel van Christus in en wordt daarom een christologische en soteriologische gebeurtenis.

Heel de schepping gaat via de daad van de Zoon van God die mens wordt in de wereld. Heel het universum vindt in dit "existentiële zijn in Christus" zijn middelpunt en finaliteit, zijn diepste ontologische dimensie, die een definitieve betekenis eraan geeft.

Het existentiële zijn van Christus, dat in de menswording wortelt en zijn definitieve fundament in de verrijzenis vindt, is de diepste dimensie van de mens in de relatie met God, met de wereld, met andere mensen en herdefinieert daarom de betekenis van het handelen van de mens op de wereld.

De menswording van de Zoon vindt via het kruis derhalve haar vervulling in het Paasmysterie, waarbinnen het "evangelie van de arbeid" wordt vervuld en waarin de arbeid van Christus en van iedere mens haar volle en authentieke betekenis vindt

Emanuela Furlanetto

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



[1] Johannes Paulus II, In de arbeid kan iedere christen een horizon van grootsheid voor het eigen leven ontdekken. Homilie van de mis voor de boeren, mijnwerkers en de emigranten in Zacatecas (12/5/1990), in Insegnamenti XIII/1, 1243.

[2] Johannes Paulus II, Het kruis van Nova Huta, nieuw zaad van evangelisatie. In het heiligdom van het Heilig Kruis in Mogila (9/6/1979), in Insegnamenti II/1, 1507. De paus brengt, behalve in zijn encycliek over de arbeid, in talrijke andere toespraken deze vaste bedoeling van hem, die hij als dringende noodzaak ziet, tot uitdrukking.

[3] Johannes Paulus II, Mogen overal de waardigheid en de rechten van de arbeiders worden gerespecteerd (1/5/1983), in Insegnamenti VI/1, 1118.

[4] R. Latourelle, L'uomo e i suoi problemi alla luce del Cristo (De mens en zijn problemen in het licht van Christus), Cittadella, Assisi 1982, 329.

 


10/01/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis