Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Thema’s van Spiritualiteit ▸ arrow Thema's van spiritualitei/12. Geroepen om licht der wereld te zijn
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Thema's van Spiritualiteit/12  


GEROEPEN OM LICHT DER WERELD TE ZIJN

 


In een van de beroemdste passages van het evangelie, nodigt Jezus ons uit om "zout en licht van de wereld te zijn". In de overweging van wat wordt uitgedrukt in dit vers, willen we even stilstaan bij het thema van het licht dat ons de mogelijkheid biedt om ons heel wat bijbelse suggesties eigen te maken.

In grote lijnen denken we aan de schepping, aan het licht dat geschapen werd op de eerste dag (vgl. Ge 1, 3-5) om het "huwelijk" van het "licht-woord" op de meest geschikte wijze te vieren, om dan te komen tot het einde van de Bijbel waarin die nieuwe schepping (vgl. Apk 21, 5) God zelf als licht zal hebben (vgl. Apk 21, 23).

God is licht, gehuld in een mantel van licht (vgl. Ps 104, 2), helder als kristal (Ex 24, 10); stralen komen uit zijn handen (vgl. Hab 3, 4); elders wordt Hij beschreven als een rokende oven en een vurige fakkel (vgl. Ge 15, 17; vgl. Ex 19, 18; vgl. Ps 18, 9).

Het boek Wijsheid, geschreven kortbij het Nieuwe Testament, is het eerste boek dat het licht op de goddelijke essentie toepast (vgl. Wijsh 7, 26-29) en het is vanuit deze symboliek dat het Nieuwe Testament zijn verder denken zal ontwikkelen.

Deze symboliek is ook aanwezig in de leer van de Profeten, zoals in Jesaja: "Het volk dat in duisternis wandelt zag een groot licht" (Jes 9, 1). Het is in het volbrengen van dit orakel van Jesaja dat Jezus begon te prediken in Galilea (vgl. Mt 4, 12-17). Als Hij verrijst, zal Hij het licht verkondigen aan het volk en aan de heidenen (vgl. Hnd 26, 23).

Zo begroeten de lofzangen, die we bij Lucas vinden, Christus, van jongs af aan, als de "opgaande Zon" (vgl. Lc 1, 78) die de volkeren verlicht (vgl. Lc 2, 32).

Het ministerie van Paulus, dat het licht predikt dat de duisternis kan verdrijven - na verblind te zijn geweest door het licht van de Verrezen Heer op weg naar Damascus - ligt in de lijn van dezelfde profetische teksten (vgl. Hnd 13, 47; 26 18).

Jezus zelf verwijst naar dit symbool van het licht om zichzelf en zijn missie te verklaren: "Zolang als ik in de wereld ben, ben ik het licht van de wereld" (Joh 9, 5); "Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar bezit het licht van het leven"(Joh 8, 12); "Als een licht ben ik in de wereld gekomen, zodat niemand die in mij gelooft, in de duisternis blijft" (Joh 12, 46).

Wij, mensen, hebben geen licht van onszelf, maar we krijgen het van Hem. In feite, zegt de heilige Augustinus in zijn preek over de geboorte van Johannes de Doper dat wij, zoals we niet het "woord" maar de "stem" zijn, ook geen "licht", maar "de lamp" zijn (vgl. Preek 293, 3). Het licht schijnt uit zichzelf; de lamp moet worden ingeschakeld en dus moet de uitgestraalde energie voortdurend ontvangen worden.

Het licht is verbonden met Gods Woord: "Lamp voor mijn voeten is uw woord" (Ps 118, 105). Het is het Woord van God dat het leven van de mens verlicht. Dit woord wordt aangekondigd door Jezus, "licht der wereld" (Joh 8, 12). Dit licht moet afdalen in ons leven, niet volgens onze normen en ons gemak, maar als een uiting van een wil, van een roeping, van een goddelijk plan dat iedere christen moet volgen om op het pad van het licht te blijven.

Jezus wordt daarom "Rabbi", "Meester" genoemd, omdat Hij een levensschool heeft opgericht door zijn leerlingen te vragen Hem te volgen, naar Hem te luisteren om zo, van daaruit te leren leven. Alleen door naar Hem te luisteren kun je leren leven om aan Hem gelijk te worden, en om voor anderen verkondigers te worden van het Goede Nieuws. Dan zal de leerling deelachtig zijn aan het licht en de lamp worden, die geplaatst wordt boven op de berg om de hele stad te verlichten.

Opdat het woord licht en de stem lamp zou zijn, dient men de dingen die men zegt te beleven, anders blijft de lamp onder het bed en zal deze van geen nut zijn voor anderen. Iedereen moet inderdaad goed beseffen dat hij, vooraleer licht te zijn in eigen huis en voor de wereld (volgens de uitnodiging van Jezus om de lamp op de korenmaat te plaatsen), hij lamp moet zijn voor zichzelf, voor zijn innerlijk leven en voor zijn levensrelatie met het licht. In de mate dat het woord wordt beleefd blijft de lamp aan en geeft zij licht binnen en buiten het huis. St. Gregorius de Grote zegt in dit verband: "In feite, leert men met gezag wat men beoefent, en dit vooraleer men belijdt" (Commentaar op het boek van Job 29, 2-4).

Vandaag moeten wij christenen ons serieus afvragen of wij, die geroepen zijn om lamp te zijn die het licht uitstraalt, geen "walmende vlaspit" zijn geworden die de Heer niet probeert te doven, dankzij zijn grote barmhartigheid (vgl. Mt 12, 20, die Jesaja 42, 3 aanhaalt).

Te midden van de duisternis waarin hij leeft en waarin hij moet schijnen is de christen geroepen om het kostbare geschenk, dat Christus hem gaf, te behouden toen Hij hem een lamp gevuld met olie toevertrouwde, niet alleen om zijn eigen nacht te verlichten, maar om Hem op te wachten wanneer Hij zal komen (vgl. Mt 25, 1-13). De Bruidegom heeft al zijn licht reeds gegeven; daarom zal Hij, als Hij aankomt, rechtstreeks naar de zaal van het huwelijk gaan (vgl. v. 10).

Vandaag de dag zijn wij geroepen om een woord in gedachten te houden en te verkondigen voor onszelf, voor de anderen, voor hen van ons huis en voor degenen die ver weg zijn; wij zijn geroepen om in ons eigen hart te lezen met hetzelfde licht waardoor Christus ons leest en van daaruit opnieuw te vertrekken.

Sandro Puliani

13/08/2010

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis