Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Thema’s van Spiritualiteit ▸ arrow Thema's van Spiritualiteit/9. Aan God gehoorzamen liever dan aan de mensen
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend
 

Thema's van Spiritualiteit/9    

   

 

Aan God gehoorzamen liever

dan aan de mensen

 



In de Handelingen van de Apostelen treffen wij deze verklaring: "Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen" (Hnd 5, 29).

Dit groot Bijbels principe over de gehoorzaamheid draagt een diep bevrijdend karakter met zich mee. In de Bijbelse visie is de gehoorzaamheid, inderdaad, niet los te denken van de vrijheid: alleen wie vrij is kan gehoorzamen en als wij gehoorzamen aan het Evangelie dan bereiken we de volheid van de vrijheid.

De gehoorzaamheid ontstaat eigenlijk als de uitdrukking van het luisteren naar het Woord van God. Daarom zeggen wij dat het geloof de gehoorzaamheid is aan het beluisterde woord dat zich in ons realiseert: niet zomaar als vervulling van een uiterlijke wet, maar als vervulling van de liefde voor het leven, waar wij in heel onze vrijheid voor kiezen. Gehoorzamen aan de geboden van God wordt dus, de wens van de gelovige zelf die zijn God bemint en vreugde vindt in het doen van Zijn wil[1].

Enkele maanden geleden zei Paus Benedictus dat de gehoorzaamheid een woord is dat ons, mensen van deze tijd, niet bevalt. Zij blijkt als een vervreemding, een slaafs gedrag, een wet om te vervullen en niet een liefde om in heel onze vrijheid te beleven. Het lijkt alsof de gehoorzaamheid ons de vrijheid ontneemt, ons niet toelaat in vrijheid te leven, juist omdat onze vrijheid door de gehoorzaamheid zich onderwerpt aan iemand anders wil. Zo denkt men: de mens is niet meer vrij, maar wordt door iemand anders bepaald terwijl de zelfbeschikking en de emancipatie het echte menselijke bestaan vormen. In plaats van het woord "gehoorzaamheid" kiezen we graag, als antropologisch sleutelwoord, dat van "vrijheid"[2].

In de paastijd, meer dan in andere liturgische tijden van het jaar, vertellen de lezingen van de Eucharistie ons over de gehoorzaamheid van Jezus aan de wil van God: een gehoorzaamheid tot de dood toe en tot de dood aan het kruis.

Het Evangelie van Johannes onderstreept de dimensie van de gehoorzaamheid van Jezus. Hij stelt Hem voor als "diegene die zich volledig ontledigt", die in zijn wezen, zeggen en doen, altijd verwijst naar de Vader, die Hem gezonden heeft. Deze liefdevolle gehoorzaamheid geeft zijn leven en zijn sterven zin, ook aan zijn sterven op het kruis. Tegen elke menselijke logica in maakt Hij van zijn dood een daad van absolute vrijheid.

Tussen de Zoon en de Vader is er liefde; daarom gehoorzaamt de Zoon niet als een marionet, maar als een persoon, als een centrum van vrijheid, van wil, van intelligentie en van verantwoordelijkheid. Wanneer de Zoon gehoorzaamt, doet hij dat met al zijn vermogen. Hij kent de Vader, Hij weet wat de Vader lief is en Hij doet het. Hij gehoorzaamt de Vader zoals een Zoon en niet als een knecht[3].

Het is belangrijk te herinneren dat wij geen passieve marionetten zijn in Gods handen, of damstenen die Hij verplaatst naar zijn believen om hier en daar wat gaten te vullen. God verlangt dat wij worden zoals Hij ons, sinds eeuwigheid heeft gedacht. Maar Hij verplicht ons niet het te worden als wij dat niet willen. Sint-Augustinus herinnert er ons aan dat God die ons zonder onze toestemming geschapen heeft, ook niets voor ons zal doen, zonder onze medewerking.

Als in ons geen gehoor en ontvankelijkheid voor Gods woord is, heeft het geen zin God te gehoorzamen. Een gedwongen "ja" zeggen laat niet toe het goddelijk project in ons te realiseren, want zodoende zouden we alleen slaven zijn van een project dat ons niet toebehoort. Het aardse leven van Jezus is een uitdrukking en een voortzetting van wat het Woord in eeuwigheid doet: zich laten beminnen door de Vader, zijn liefde ontvangen op een onvoorwaardelijke wijze, en zo, niets uit zichzelf doen maar altijd datgene doen, wat de Vader behaagt.

Ook wanneer het voor Jezus lijkt alsof de Vader hem heeft verlaten, op het moment dat Hij toeliet dat zijn Zoon tot de dood werd veroordeeld, zelfs dan vlucht Hij niet; Hij richt zich tot de Vader, Hij ondervraagt Hem maar geeft zich uiteindelijk over aan Zijn wil. Tegenover zijn vrees voor de dood, durft Hij Hem vragen om die lijdensbeker aan Hem te laten voorbijgaan, maar Hij staat er geen ogenblik bij stil zodra Hij begrijpt dat aan die beker drinken betekent de wil te doen van de Vader.

Als christenen, en nog meer als religieuzen, kijken wij vaak niet naar het voorbeeld van Jezus, die gehoorzaam was tot de dood aan het kruis. Wij worden moe de wil van God te doen en wij maken ons illusies, denkend dat als wij onze wil zouden doen, alles gemakkelijker zou worden voor ons. Herhaaldelijk dringen wij bij Hem aan, opdat Hij ons de beker te drinken zou geven die wij willen en niet deze die Hij voor ons heeft klaar gemaakt. Als de beker die Hij ons geeft zoet is dan is onze gehoorzaamheid verzekerd; maar wanneer de beker bitter wordt, dan treden wij binnen in de ongehoorzaamheid: zo eindigen wij dan met Zijn wil te volgen en doen wij de onze. En dan gaan wij door op onze weg zoals diegenen die hun mond vol hebben met de woorden: "Heer, Heer" (vlg. Mt 7, 21), maar in hun hart luisteren ze naar hun eigen wil, die ze dan ook volgen.

Gods wil doen betekent Hem kennen, Hem aanschouwen en liefhebben. Dit maakt duidelijk dat Hij het centrum van ons leven is en zin geeft aan onze relatie met de anderen, aan ons apostolaat, aan al onze activiteiten. Dat kan. Maar, alleen als wij in Zijn scholing, Zijn onderscheidingsvermogen leren aannemen; het enige criterium is de liefde, die mogelijk maakt wat goed en juist is te onderscheiden van datgene wat ertegen ingaat. Zonder deze duidelijkheid, heeft het geen zin te gehoorzamen, Gods wil te doen, en aan zijn project van liefde mee te werken.

Wij bereiken onze volheid slechts in de mate dat wij ons metterdaad inschakelen in het project van God, waarin Hij ons met vaderlijke liefde heeft bedacht. Dus, de gehoorzaamheid is de enige weg waarover de persoon, als vrij en intelligent wezen, beschikt om zichzelf volkomen te realiseren. Wanneer de persoon in werkelijkheid, "neen" zegt aan God, ondermijnt hij het goddelijke project, kleineert hij zichzelf en geeft hij zich over aan de mislukking[4].

 

Irene Iovine



________________________

[1] Cfr. E. Bianchi, Le parole della spiritualità. Per un lessico della vita interiore, Rizzoli, Milano 2004, 149.
[2] Cfr. Benedetto XVI, Incontro con i parroci della Diocesi di Roma (18 febbraio 2010), in www.vatican.va
[3] Cfr. E. Grasso, Très chers amis... Thèmes choisis de spiritualité, Centre d'Études Redemptor hominis, Mbalmayo 2000, 169.
[4] Cfr. Congregazione per gli Istituti di Vita Consacrata e le Società di Vita Apostolica, Il servizio dell'autorità e l'obbedienza (11 maggio 2008), 5.


23/06/2010
 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis