Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Thema’s van Spiritualiteit ▸ arrow Thema's van Spiritualiteit/13. Vriendschap en christelijk leven
Afdrukken Verzenden naar een vriend
 

Thema's van Spiritualiteit/13
 

 


VRIENDSCHAP EN CHRISTELIJK LEVEN

Basilius en Gregorius van Nazianze

 


In het leven van iedere mens is de vriendschap een goed van onschatbare waarde. De mens is geschapen om te leven in relatie tot anderen, zoals aangegeven wordt in het scheppingsverhaal (vgl. Gen 2, 18-24).

Aan de man en aan de vrouw vertrouwt God de tuin toe, de goede dingen van de schepping en de boom van de kennis van het goede en van het kwade. Beiden worden ze opgeroepen om verder te gaan: verder dan de tuin, verder dan hun eigen liefde, opdat deze laatste waar en eeuwig zou worden.

Het is de enige door God geschapen boom waarvan de mens geen vrucht mag eten. Het gaat niet om een begrenzing, maar om het vermogen om alles wat goed, waar en mooi is te doen groeien. Van die vruchten eten tegen de wil van God in, betekent die horizon teniet doen die de mens oproept om zichzelf te overstijgen en zich te plaatsen in de wereld van God.

Mensen zijn geschapen om te leven met de anderen, in relatie tot de anderen, in vriendschap.

Wij staan even stil bij een eenvoudige, maar zeer bijzondere ervaring, van twee figuren in de kerkgeschiedenis die hebben bijgedragen tot het bekend maken van het mysterie van God, vertrekkend vanuit hun vriendschap. Het gaat om Basilius van Caesarea, genaamd "de Grote", en Gregorius van Nazianze, genaamd "de Theoloog"[1].

Hun verhaal speelt zich af in een culturele context die zeer veel verschilt van de onze, met evenzo verschillende problemen. Basilius van Caesarea en Gregorius van Nazianze leven in de vierde eeuw in Cappadocië, in het huidige Turkije. Na afronding van hun studies in Athene, brengen Basilius en Gregorius enkele jaren samen door op een eenzame plek, als monniken. Het is tijdens deze periode dat ze samen de Filokalia schrijven, een bloemlezing van de geschriften van Origenes, een ware schat van christelijke wijsheid.

Beiden zullen zij daarna tot bisschop gewijd worden: Basilius tot bisschop van Caesarea en Gregorius tot bisschop van Constantinopel, en ze zullen al hun wijsheid en ervaring ten dienste van de Kerk stellen.

In zijn preek tijdens de Mis bij gelegenheid van de begrafenisdienst van de bisschop van Caesarea, spreekt Gregorius over zijn vriendschap met Basilius in deze termen: "Het leek alsof we één enkele ziel hadden in twee lichamen"[2].Basilius van Caesarea en Gregorius van Nazianze

Hij zegt verder: "Toen we, na verloop van tijd, onze intenties aan elkaar openbaarden en we beseften dat het de liefde voor de wijsheid was waarnaar we beiden op zoek waren, werden we beiden voor elkaar een vriend, een tafelgenoot, een broer. We streefden naar hetzelfde goed en elke dag bewerkten we ons gemeenschappelijk ideaal steeds hartstochtelijker en inniger".

Graag benadrukken wij dit aspect van de ervaring van Basilius en Gregorius. Ze worden geïnspireerd door dezelfde liefde, de liefde voor de filosofie die in de diepste betekenis, liefde voor de waarheid en de deugd is.

Gregorius legt uit: "De zorg en de enige wens van ons beiden waren de deugd en een leven dat gericht was tot de toekomstige hoop, door ons te gedragen alsof we werden verbannen uit deze wereld, zelfs voordat we uit dit leven waren gestapt. Dat was onze droom".

Basilius herhaalt deze gedachte wanneer hij erop wijst dat hij samen met Gregorius had geleefd op dezelfde plaats met als enige en zelfde doel om getrouw aan God te leven, in de naam van de Heer Jezus Christus[3].

Gregorius helpt ons ook om de geest van de ware vriendschap te begrijpen: "Wat ons leidde was hetzelfde verlangen naar kennis, bij uitstek een bron van afgunst; en toch was er tussen ons geen afgunst, maar wel wedijver. Wij wedijverden niet om wie de eerste was, maar om wie de andere toeliet de eerste te zijn". Het geheim van deze echte vriendschap was de wederzijdse waardering, zoals Gregorius uitlegt, wanneer hij zegt dat ieder van hen de lof tot de andere als een lof tot zichzelf beschouwde.

Een ander belangrijk aspect verdient onze aandacht. Vaak verwarren we de vriendschap met gewoonweg samen zijn met de andere, zijn deugden en ondeugden aanvaarden, in de veronderstelling dat de andere ons op dezelfde manier zou behandelen, zonder ooit over te gaan tot terechtwijzing of correctie die de rust van het samenzijn zouden kunnen verstoren.

Wanneer hij verwijst naar zijn vriendschap met Basilius, merkt Gregorius op: "We richtten ons leven en ons gedrag op de weg van de goddelijke geboden, en wij moedigden elkaar aan tot de liefde voor de deugd. En niemand mag beweren dat het verwaandheid is te zeggen dat wij voor elkaar norm en regel waren om het goede te onderscheiden van het kwade".

Wat meestal ontbreekt in de relaties die we hebben in onze gemeenschappen of in onze gezinnen, is de hulp aan de andere opdat hij daadwerkelijk zijn geloof en de gemeenschappelijke waarden die ons met elkaar verbinden zou beleven.

Vaak weigeren we, in de naam van een rustig leven, in de naam van een valse goedheid die wreed wordt omdat ze bedrieglijk is, om ons persoonlijk bloot te stellen opdat de andere die doelstellingen zou bereiken waar we trots op zouden moeten zijn.

Basilius en Gregorius, die zeker niet konden ontkomen aan situaties van onbegrip en moeilijkheden, wijzen ons door hun voorbeeld de weg. Ikoon van de vriendschap

We weten dat de vriendschap geen vanzelfsprekendheid is, gebaseerd op de verenigbaarheid van karakters of op psychologische overeenkomsten. De vriendschap moet voortdurend gevoed worden en elke dag groeien, door een levenslange inspanning.

In feite is het nog belangrijker om de relatie met de andere te beleven, getrouw aan onze identiteit. Zoals we lezen in het besluit van de preek van Gregorius: "Terwijl anderen hun titels ontvangen van hun ouders of ze verkrijgen door activiteiten en ondernemingen van hun leven, was het voor ons een grote werkelijkheid en een grote eer om christen te zijn en genoemd te worden".

Na zoveel eeuwen helpen Basilius en Gregorius ons om de zin van ons samenzijn in gemeenschappen, gezinnen en groepen te onderzoeken, en de gave van de vriendschap steeds meer te ontdekken; de vriendschap, die een teken bij uitstek is van gemeenschap en een middel om God te ontmoeten, een God die altijd op ons wacht "aan de overzijde" van wat vluchtig is, in die tuin die Hij sinds alle eeuwigheid voorbereid heeft voor al zijn vrienden.

Sandro Puliani

 


________________________

[1] Dit is de titel die de traditie heeft gegeven aan Gregorius van Nazianze. Een titel die hij, in de lange lijst van de Kerkvaders en Kerkleraren, alleen deelt met de heilige Johannes Evangelist. Hij duidt op de grote eer die de Kerk heeft willen geven aan deze man.
[2] Deze passage, net als de andere passages waar Gregorius aan het woord komt, is genomen uit Gregorio di Nazianzo, Discorsi 43, 15. 16-17. 19-21, in PG 36, 514-523. De tekst kan worden geraadpleegd op de website: www.gliscritti.it/antologia
[3]
 Vgl. Basilio di Cesarea, Regole Ampie. Prologo, in Opere ascetiche. A cura di U. Neri, UTET, Torino 1980, 213.


30/08/2010

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis