Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Thema’s van Spiritualiteit ▸ arrow Thema’s van Spiritualiteit/6. De persoonlijke verantwoordelijkheid
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend



   


De persoonlijke verantwoordelijkheid



Een belangrijk aspect in het leven van een christen is de persoonlijke verantwoordelijkheid.

Deze verantwoordelijkheid ontdekken betekent zich ontdoen van een visie op het leven waar de mens enkel een schakel is in een lange ketting die in de handen van iemand anders ligt en die met ons kan doen wat hij wil. In deze mensvisie denkt de mens niet, maar wordt er voor hem gedacht, leeft de mens niet, maar wordt hij geleefd. De mens handelt niet, maar men handelt voor hem.

God daarentegen roept de mens sinds het begin tot zijn verantwoordelijkheid, roept hem om zijn handelen persoonlijk te verantwoorden.

In het verhaal uit het boek Genesis 'de z onde van Kaïn' openbaart zich een onverantwoord antwoord. Wanneer God vraagt waar zijn broer Abel is, antwoordt Kaïn met het klassieke antwoord: "Ik weet het niet". "Nu zei Jahwe tot Kaïn: ‘Waar is uw broer Abel?'. Hij antwoordde: 'Ik weet het niet. Moet ik dan op mijn broer passen?'" (Gn 4, 9).

In het Verbond met Noach, dat geen overeenkomst is met één enkel volk, maar met de gehele mensheid, legt God nog eens de basis vast van het principe van de verantwoordelijkheid. "Ook van uw eigen bloed zal Ik het terugeisen: van alle dieren zal Ik het terugeisen en ook van de mensen, van de mensen onderling, zal Ik het leven van de mens terugeisen" (Gn 9, 5).

Van groot belang is ook het Bijbelse vers waar het principe van de persoonlijke verantwoordelijkheid wordt verklaard, die onafhankelijk is van de verantwoordelijkheid van de vaders en de zonen. Dit is een decisieve passage in de overgang van een religie van het bloed naar een religie van de vrijheid: "Vaders mogen niet ter dood gebracht worden om hun kinderen, en kinderen niet om hun vader. Ieder zal ter dood gebracht worden om zijn eigen schuld" (Dt 24, 16).

Daarom is geen enkele vader verantwoordelijk voor de daad van zijn zoon en geen enkele zoon is schuldig voor de daden gesteld door zijn vader.

Door de mens te scheppen heeft God zijn almacht opgegeven. Vanwege zijn gave, vanwege zijn genade, is de almacht van God de vrijheid van de mens geworden. Van hier uit ontstaat het principe van de verantwoordelijkheid. Wat doen wij met de almacht van God die onze vrijheid is geworden?

Het boek Prediker herinnert ons om op te passen wanneer wij in alle vrijheid een woord geven, wanneer wij een verbond sluiten. Inderdaad, wanneer wij een verbond sluiten, zetten wij niet alleen onze vrijheid in maar wij binden ook de vrijheid van de andere die met ons een verbond sluit. Nu, als onze vrijheid in ons is, is de vrijheid van de andere niet in ons.

Als wij een verbond sluiten, een trouw verbond, zijn wij niet meer vrij om dit verbond te verbreken alsof de andere niet bestond. Als wij het verbreken doden wij de vrijheid van de andere die zich aan ons door een verbond te sluiten zich aan ons had overgeleverd.

Dus volgens het principe van de verantwoordelijkheid, kunnen wij al of niet een verbond sluiten. Maar een keer dat men een verbond heeft gesloten is het een zware schuld het te breken zonder het akkoord van de andere. Daarom waarschuwt het boek Prediker ons met deze woorden: "Heb je God een belofte gedaan, volbreng ze dan zonder uitstel. Hij houdt niet van dwazen. Wat je beloofd hebt moet je volbrengen. Je kunt beter niets beloven dan een gedane belofte niet nakomen" (Pr 5, 3-4).

Van het begin af tot aan het einde toe spreekt de Bijbel over het principe van de persoonlijke verantwoordelijkheid en roept een ieder om zich niet van zijn taak te ontdoen, maar om serieus deze grote en onnavolgbare gave van de vrijheid op te nemen die wij ontvangen hebben vanaf het eerste ogenblik van ons leven.

Velen zien af van het principe van de verantwoordelijkheid en vinden altijd iemand aan wie ze hun schulden, hun tekorten en hun zonden kunnen wijten. Sommigen zeggen dat zij niet verantwoordelijk zijn omdat zij geen begrip hebben, anderen omdat zij niet goed opgevoed zijn geweest, anderen omdat zij het zelf niet willen. Anderen geven de schuld aan de situatie, aan de vrienden, anderen omdat zij onwetend zijn. Anderen zeggen dat het de eerste keer is, anderen zeggen dat zij zwak zijn in hun wil, anderen omdat zij onbekwaam zijn om te begrijpen en nog anderen geven alle schuld aan de Heer. Zij zeggen dat het de Heer is die de mens doet zondigen. Het concept van de almacht van God doet hen niet begrijpen dat God zwak is geworden om aan de mens de mogelijkheid te geven om vrij te zijn. Maar de zwakheid van God betekent niet dat God medeplichtig is aan de zonde van de mens. God herinnert ons in het boek Jezus Sirach dat Hij aan niemand het bevel heeft gegeven om heiligschennend te zijn en aan niemand het bevel heeft gegeven om te zondigen[1].

"Zeg niet: 'Het ligt aan de Heer dat ik mij van Hem heb afgewend!'. Wat Hij verfoeit, veroorzaakt Hij niet. Zeg niet: 'Hij heeft mij zelf misleid!'. Want aan een zondaar heeft Hij geen behoefte. Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden en het is ook verstandig te doen wat Hem behaagt. Hij heeft vuur en water voor u neergezet: gij kunt uw hand uitstrekken naar wat ge verkiest. Vóór de mensen liggen het leven en de dood, en wat een mens behaagt wordt hem gegeven" (Sir 15, 11-12; 15-17).

De Heer van het leven en van de vrijheid verplicht ons niks. Daarom, als wij willen zullen wij Zijn geboden onderhouden en als het ons goed dunkt zullen wij Zijn leven kiezen. God laat ons vrij om te handelen met onze intelligentie, onze wil en onze verantwoordelijkheid.

Irene Iovine


________________________ 

[1] Vgl. E. Grasso, Très chers amis... Thèmes choisis de spiritualité, Centre d'Étude Redemptor hominis, Mbalmayo 2000, 179-186.


28/04/2010

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis