Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Thema’s van Spiritualiteit ▸ arrow Thema’s van Spiritualiteit/4. De afgunst: zo oud als de mens
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Thema's van Spiritualiteit/4

   

 

DE AFGUNST: ZO OUD ALS DE MENS

De afgunst is zo oud als de mens. Ze infecteert alle leeftijden. Een beter begrijpen van deze kwaal die het hart van de mens raakt en hem niet toestaat te genieten van authentieke liefde is een eerste stap in de bestrijding ervan.

In het Latijn spreekt men van "invidia": een term afgeleid van het werkwoord "in-videre": "met het boze oog aanzien; kwaad willen; benijden". Ook het Grieks legt een band tussen afgunst en een "kwade" blik. Zo staat er letterlijk in Mt 20, 15b: "Of is uw oog slecht <ziek; boos> omdat Ik goed ben?".

Wat vertelt de Schrift ons over afgunst. Enkele passages:

Spreuken 14, 30: "Een tevreden hart is leven voor het lichaam. Maar afgunst is verrotting in het gebeente".

Wijsheid 2, 24: "Maar door de afgunst van de duivel is de dood in de wereld gekomen en hij wordt ondergaan door diens aanhangers".

Marcus 7, 21: "Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, godlastering, trots, lichtzinnigheid".

Deze verzen over "afgunst" suggereren ons drie ziektebeelden van deze kwaal:

  1. De afgunst verlamt de mens zoals de verrotting van het gebeente de mens kan paralyseren.
  2. De afgunst doet de dood binnenkomen in de wereld.
  3. De afgunst komt diep uit het hart van de mens[1].

Sociologen bevestigen dat de afgunst een woekerende kwaal is in onze samenleving. Dan gaat het niet enkel over de afgunst die wakker geroepen wordt door hen die meer verdienen of rijker zijn. Misschien is de onderliggende en misschien wel de enige vraag van hen die afgunstig zijn: "Waarom hij wel en ik niet?". "Waarom is hij rijk, gezond, succesvol,...?". Deze "waarom"-vragen vermenigvuldigen zich zolang wij in de ander enkel een rivaal, een vijand zien en niet een mens zoals wij. Om het even wat kan een reden tot afgunst worden. Bijvoorbeeld goed studeren en puike schoolresultaten behalen doet de afgunst ontwaken in wie zijn studie niet ter harte neemt. Zo een afgunst kan zelfs aanleiding zijn tot een "strafexpeditie" waarmee men de ander zijn engagement en succes betaald zet. De afgunstige mens aanvaardt niet dat de ander kan hebben wat hij niet heeft zij het op materieel of op persoonlijk vlak.

Hoe verraadt zich de afgunst? Hoe kunnen we haar op het spoor komen? De afgunst laat zich kennen als een onvermogen om blij te zijn met het geluk en het welzijn van anderen. Paulus spoort aan om zich te verheugen met wie zich verheugt (Rm 12, 15), maar wie afgunstig is wordt bedroefd bij het zien van andermans vreugde. Ook is de afgunstige mens niet in staat het goede dat de ander doet te waarderen.

De fundamentele karaktertrek van de afgunst is het lijden. Wanneer de afgunstige mens geconfronteerd wordt met de ander, wordt hij angstig en voelt hij zich slecht. In die zin is de afgunst een eigenaardige zonde omdat zij geen enkel genoegen verschaft. De gierigheid geeft het genot van het bezit; de ontucht lichamelijk genot; de woede de kick van de wraak... De afgunst daarentegen is "lusteloos".

De heilige Johannes Chrysostomus beschouwt de afgunstige mens van lager allooi dan de gierigaard. De gierigaard is voldaan als hij bezit. De afgunstige mens maakt zich moe opdat de anderen niet zouden bezitten: "Hijzelf zal misschien niet opstaan omdat hij lui is maar hij is bekwaam om te springen als hij de andere die rechtstaat kan doen vallen".

Giotto heeft in de Scrovegni-kapel de afgunst treffend afgebeeld: een oude vrouw gewenteld in vlammen - teken van haar inwendige marteling - met een slang die uit haar mond komt en tegen haar ogen ligt; haar overmatig grote oren verraden haar gewoonte nieuwsgierig uit te zijn om kwaadsprekerij te vernemen en zich zo te laven aan protest, onenigheid, rivaliteit en jaloersheid. De afgunst, een trieste kwaal. Ze staat in schril contrast tot de dialoog en de vreugde van de samen ondernomen zoektocht naar zin in het menselijk bestaan[2].

Als wij de afgunst niet bestrijden in ons hart dan bouwen wij ons huis op zand en dit bouwsel zal bij de eerste storm in mekaar storten. Om het even welk project of onderneming moet altijd voorafgegaan worden en begeleid door een spiritualiteit die ons hart bevrijdt van alle ziekten die leiden tot dood of vernietiging. De afgunst is een ziekte die precies deze effecten heeft.

De enige kracht die de afgunst kan weerstaan is de liefde tot God. En deze liefde tot God is niet te scheiden van de liefde tot de naaste: "Maar als iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien. Dit gebod hebben wij dan ook van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben" (1 Joh 4, 20-21).

Irene Iovine



________________________

[1] Vgl. E. Grasso, Très chers amis... Thèmes choisis de spiritualité, Centre d'Études Redemptor hominis, Mbalmayo 2000, 221-225.
[2] E. Bianchi, Triste la vita di chi invidia, "La Stampa" (23 dicembre 2007), in www.monasterodibose.it

10/03/2010

 

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis