|
STORMWINDEN IN DE VLAAMSE KERK
Week in week uit worden we in het openbaar en op dramatische wijze geconfronteerd met het pedofilieschandaal waarin bisschoppen, priesters en religieuzen verwikkeld raken, niet alleen binnen de wereldkerk, maar ook in België en in het bijzonder in Vlaanderen. Vrijdag 23 april jl. deelde Mgr. Leonard, Voorzitter van de Belgische Bisschoppenconferentie aan de pers het ontslag mede van Mgr. R. Vangheluwe, meer dan 25 jaar bisschop van het bisdom Brugge, omwille van het jarenlang bedrijven van pedofiele handelingen ten nadele van zijn neef, die in die periode minderjarig was[1].
De weerklank van het nieuws in de nationale en internationale massamedia was enorm. Men heeft dagenlang gesproken en geschreven in alle toonaarden. Velen zijn van mening dat dit het begin is van een lawine-effect[2] en dat de Kerk ernstige, wellicht onherstelbare schade zal toebrengen. Anderen scheppen er zelfs behagen in.
Uit de media vernemen we dat er velen in verschillende Europese landen (in deze verwarrende situatie) een aanvraag indienen om officieel uit de Katholieke Kerk te mogen treden. Anderen beweren hun geloof te zijn kwijt geraakt. In onze parochies zijn het gewone mensen die eronder lijden: het zijn de nog op hun post gebleven gelovigen die vaak niet in staat zijn zich te verzetten tegen de meer of minder openlijke provocaties uit hun leefmilieu of uit de massamedia. Radio- en televisieprogramma's vinden het onderwerp uiteraard een vette kluif. Het lijkt wel alsof de boot van de Kerk, in het bijzonder in Vlaanderen, een echte storm doortrekt. Zal hij schipbreuk lijden?
De storm is bijzonder te noemen, daar hij ontketend werd door eigen bemanning.
In het vliegtuig naar Lissabon, het begin van zijn reis naar Fatima, in Portugal, drukte Benedictus XVI zich aldus uit: " Tegenwoordig stellen we tot ontsteltenis vast ... de ergste vervolging tegen de Kerk komt niet van buitenaf, maar van binnenuit, van de zonde van de Kerk zelf. ... De aanvallen op de Paus en de Kerk komen niet alleen van buitenaf, maar haar kwellingen, de kwellingen van de Kerk komen van haar binnenste, van de zonde die in de Kerk leeft"[3].
Het was voorspelbaar dat anderen van buitenaf deze gelegenheid aangrepen om de golven aan te blazen en de boot te laten zinken. Interne saboteurs en externe vijanden proberen het reeds tweeduizend jaar. Tot heden zonder succes.
In het Marcusevangelie werd de boot van de apostelen overgeleverd aan de storm op zee (vgl. Mc 4, 35-41). Dringend verzocht om in te grijpen "berispt Jezus de wind en beveelt de zee tot rust te komen. Hij spreekt hem aan alsof hij zich zou identificeren met de duivelse macht. ... De zee wordt in de Bijbel als een dreigend element beschouwd, chaotisch en potentieel vernietigend. Slechts God, de Schepper beheerst, bestuurt en kan tot stilstand brengen"[4]. De "uiterlijke" storm is gerelateerd aan onze innerlijke storm die de zonde veroorzaakt voor zover de mens toegeeft aan zijn vleierij.
Zowel de problematiek over seksueel misbruik, als elke vorm van machtsmisbruik van zwakkeren en van "gebruik en werp weg" van de andere in pastorale activiteiten, vinden hun oorzaak in het breken van de relatie met Christus, de grondslag (het fundament) van ons leven. Het is die breuk die, binnen de Kerk en in de loop van haar geschiedenis, de oorzaak is geweest van tal van stormen die de boot van Petrus bestookten. Onder de gevaarlijkste ervan vinden we ongetwijfeld die door de huurlingen veroorzaakt worden.
Als de fundamentele relatie met Christus als Vriend omwille van duizend schijnbaar geldige redenen verwaarloosd wordt, dan kan elke christen zich omvormen tot een huurling die zich met het vlees van de aan hem toevertrouwde schapen voedt. Daarvoor hoef je niet per se bisschop, priester, diaken, religieus of met pastorale taken beladen leek te zijn.
Reageren op de schandalen die een aanslag plegen tegen het leven en de geloofwaardigheid van de Kerk, betekent dan voor ieder van ons zich ondervragen precies over de kwaliteit van die fundamentele relatie. Terugkeren naar de oorsprong van onze persoonlijke christelijke roeping en zich bevragen naar de echte redenen van ons lidmaatschap bij de Katholieke Kerk, niet alleen wereldwijd maar ook plaatselijk, is aan de orde.
Wat is de kwaliteit van ons geloof? Van wie ontvingen we het, al is het nog zo klein? Is het slechts als cultureel product overgebleven uit in onze kinderjaren in de parochie, in onze familie of op school ontvangen christelijke opvoeding? Of is het een persoonlijke ervaring geworden, gegrondvest op een nauwkeurige kampkeuze die geheel ons leven richting geeft?
Schandalen kunnen wel een cultureel product wegvegen, nooit het resultaat van een diepgaande en persoonlijke ervaring.
Zij die de Kerk en de parochie als een "supermarkt van het heilige" beschouwen - slechts te bezoeken om te consumeren en waarin de klant steeds het laatste woord heeft - zullen van deze schandalen gebruik maken om zich bevestigd te voelen en misschien om van supermarkt te veranderen. Anderen zullen een reden te meer vinden om hun kinderen niet te laten dopen en geen catechese te laten volgen. Hun consequentheid zal toch niet verder gaan. Ze zullen uiteraard hun kinderen niet van school weghalen, al weten ze dat ze niet vrij is van kindermisbruik; noch zullen ze hun relaties met bevriende gezinnen breken, al zijn ze op de hoogte van het feit dat de overgrote meerderheid van seksueel kindermisbruik net in de familiekring gepleegd wordt[5].
Zo dwingt de huidige schandalengolf tot een reflectie over onze Kerkvisie. Wat betekent gelovig zijn als we in feite de Kerk weigeren te herkennen als wezenlijke bemiddelares tussen ons en Jezus Christus en dat omwille van de zwakheden en het verraad van enkelen van haar leden? Wensen we "klanten" of "bouwers" van de kerkgemeenschap te zijn?
De Kerk bezit in de samenleving geen patent op exclusieve producten die ook de burgerlijke maatschappij niet in staat is voort te brengen. De in het verleden door de Kerk verleende plaatsvervangende diensten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en armenbijstand zijn nu terecht ten laste genomen door de burgerlijke maatschappij als haar specifieke taak, des te meer in ontwikkelde landen zoals bij ons.
Wat voor identiteit blijft dan voor de kerkgemeenschap over? Wat is haar zo eigen dat zij het alleen kan verwezenlijken en vandaar uitgaande haar in staat stelt, op een geloofwaardige en gezagvolle manier, in dialoog te treden met de burgerlijke maatschappij? De antwoorden op deze vragen bestaan en ze zijn in het Evangelie en in de tweeduizend jaar oude traditie van de Kerk te vinden. Het is daarom een tijd van hartstocht om ze te zoeken en te beleven. Het is deze hartstocht, gave van de Geest, die het beste tegengif is tegen oorzaken en gevolgen van elke vorm van schandaal.
Sandro Moretti
[1] Vgl. P. Lesaffer, S. De Foer, Belgische Kerk in shock, in "De Standaard" (24-25 april 2010), 4-5.
[2] Vgl. Lawine aan meldingen seksueel misbruik, in "Metro" (12 mei 2010), 1.
[3] Vgl. I. Ingrao, Pedofilia, Ratzinger a Lisbona: «Il perdono non sostituisce la giustizia» (11 mei 2010), in blog.panorama.it/.../2010/.../pedofilia-ratzinger-a-lisbona-«il-perdono-non-sostituisce-la-giustizia»/
[4] Benedetto XVI, Omelia durante la Concelebrazione Eucaristica sul Sagrato della Chiesa di San Pio da Pietrelcina (21 juni 2009), in www.vatican.va
[5] In België, in het merendeel van de gevallen van seksueel kindermisbruik, zo'n 85 à 90%, gaat het om incestueuze handelingen, die zich afspelen binnen een familiaal kader, vgl. http://www.childfocus.be/nl/seksuele-uitbuiting/extra-familiaal-seksueel-misbruik/#expand2
02/06/2010
|