DE X-FACTOR
De onrustwekkende aanwezigheid van het kwaad
Paaszondag. De aandacht van de massamedia geconcentreerd op het schandaal van pedofiele priesters in één of ander land en mede op universele schandalen van corruptie, van allerlei machtsmisbruik op de meest marginalen, van onuitroeibare oorlogen en catastrofale vernietiging van het leefmilieu of van door de natuur of door blind menselijk egoïsme veroorzaakte verwoestingen.
Benedictus XVI geeft zijn boodschap aan de stad Rome en aan de hele wereld: "Het Evangelie heeft ons de vervulling van de oude figuren geopenbaard: door Zijn dood en verrijzenis heeft Jezus Christus ons bevrijd uit de radicale slavernij van de zonde en opende voor ons de weg naar het beloofde land, het Koninkrijk Gods, het universele Koninkrijk van rechtvaardigheid, liefde en vrede. Deze "exodus" vindt plaats in de eerste plaats in de mens zelf... Maar deze spirituele "exodus" is het begin van een alles omvattende bevrijding, die ons kan vernieuwen in elke dimensie, menselijk, persoonlijk en sociaal"[1].
Aan onze verscheurde wereld blijft de Kerk sinds tweeduizend jaar verkondigen dat de directe oorzaak van vele kwalen, die haar intern en de mensheid teisteren, te vinden is in de zonde van de mens, die persoonlijk verantwoordelijk is voor zijn vrije keuze. Tegenover een cultuur die enerzijds de volledige onafhankelijkheid van de mens van God en van welke andere instantie dan ook propageert en anderzijds de verantwoordelijkheid voor het kwaad steeds meer neigt te leggen bij structuren en omstandigheden buiten de mens, wordt de Kerk niet moe te zeggen dat het van binnenuit, uit het hart van de mens is dat elke boosheid komt (vgl. Mc 7, 20-23). Uit het egoïstisch gebruik van zijn vrijheid en uit het doordrukken van eigen criterium als absoluut tegen dat van God en van andere mensen. Dat alles, hetgeen de christelijke traditie "zonde" noemt, doet in de mens een vreemd mechanisme ontstaan dat hem van binnenuit verandert voor zover hij zich uit vrije wil aan die dynamiek overgeeft. In die zin wordt de mens slaaf van de zonde die hij bedrijft (vgl. Rm 6, 16) en verwekt of versterkt verdorven sociale structuren.
In deze context stelt Benedictus XVI, volkomen eensgezind met de tweeduizend jaar oude traditie van de Kerk, het ultieme doel voor van de dood en verrijzenis van Jezus als bevrijding van de mens uit de radicale slavernij, die uit de zonde voortkomt en die de moeder is van alle andere vormen van slavernij, ook van de sociale.
Daarmee wordt kernachtig de hele missie van Jezus uitgedrukt.
Is dat echter voldoende om te kunnen spreken over bevrijding van de hedendaagse mens die geplaagd is met onnoemelijke sociale vraagstukken?
Blijkbaar is dat te weinig voor een cultuur die bereid zou zijn een plaats aan Jezus te geven in het Pantheon van de groten van de geschiedenis op voorwaarde Hem te kunnen herleiden tot een "politieke" Messias, uitsluitend gekomen om de onrechtvaardigheid en de onderdrukking uit te roeien. Velen hebben Hem in de tijd van zijn aards leven en in de loop van tweeduizend jaar die erop volgden, de rug toegekeerd om een andere Messias te volgen. Leiders met een filosofische en politieke visie die in staat leken te zijn door gebruik van het noodzakelijke geweld, nieuwe menselijke en sociale verhoudingen te realiseren, geïnspireerd door de edelste rechtvaardigheidsidealen. "Het echte kwaad is hetgeen de onrechtvaardige economische, sociale en politieke structuren produceren, de rest is slechts vervreemding!", leken ze trots te verklaren in het aangezicht van Jezus. Doch de historische praxis van hun bevrijdingsvisie heeft ze ongelijk gegeven.
Vele verwezenlijkingen van bevrijdingsprojecten hebben in de loop van de recente geschiedenis een tragische afloop gekend, vergelijkbaar met die van de Toren van Babel.
Het enthousiasme van de eerste bouwfase - door een indrukwekkende eenheid van motivaties en doelstellingen gekenmerkt en door zware offers verwezenlijkt van hen die persoonlijk onderdrukking en vervolging hadden ervaren - lijkt onverbiddelijk gevolgd te worden door de triestige fase van het opnieuw in zichzelf terug te keren en van het loutere hunkeren naar eigen profijt, de fase van het verval. Zo komt men tot de ingesteldheid de anderen niet meer te zien als broeders in het gemeenschappelijk project, maar steeds meer als te wantrouwen concurrenten en zelfs als meedogenloos te elimineren vijanden. Het begin dient zich telkens aan als een dageraad vol beloften. In het Westen dankzij de Verlichting en het meest radicaal Rationalisme bevrijdde de cultuur zich van de filosofische, politieke en sociale voogdij van een behoudsgezind Christendom bondgenoot van de heersende sociale standen. Toch eindigde deze bevrijdingsbeweging met het bevestigen van onderdrukkingstructuren die wreder zijn geweest dan die hij wilde uitroeien en waardoor misdaden werden gepleegd vergelijkbaar met de grootste gruwelen van de mensengeschiedenis[2].
Waarom heeft de mens zoveel problemen in het omgaan met eigen vrijheid?
Nu dat de last van God - die alles in het leven van de mens bepaalt - verwijderd is, is het dan de mens niet die zelf bepaalt wat goed en kwaad is? Hij blijft uiteindelijk als enige en onafhankelijke acteur achter op het podium van een onttoverde wereld, bewust van haar eigen bekwaamheden en verantwoordelijkheden. Als het slechts van hem en van zijn macht afhangt het kwaad uit te roeien, waarom slaagt hij er dan niet in?
Betreffende deze vragen werkt het echt vervreemding in de hand over een "zonde" te spreken die uit het hart van de mens komt en over een mysterie van boosheid dat in dialectiek met zijn vrijheid staat?
Werkt het echt vervreemdend toe te geven dat de mens, heel zijn vrijheid en zijn verantwoordelijkheid behoudend, zich vóór een mysterie bevindt dat groter is dan hijzelf en dat hem met zijn begoochelingen aanlokt? Een mysterie dat geen product van zijn fantasie is en zich niet laat onderwerpen aan - en - analyseren - door die "exacte wetenschappen" die hem zo dierbaar zijn[3].
Op basis van de gegevens uit de geschiedenis en uit onze dagelijkse ervaring lijkt het niet zo vervreemdend over een "radicale slavernij van de zonde" te spreken. In de context van de problematiek over de echte bevrijding van de mens lijkt het meer dan redelijk rekening te houden met het bestaan van het mysterie van het kwaad, dat in het vraagstuk van het leven, één van de grote onbekende grootheden voorstelt: de 'x-factor'[4].
Sandro Moretti
[1] Benedetto XVI, Messaggio Urbi et Orbi (Pasqua 2010), in www.vatican.va
[2] Vgl. R. Latourelle, Male, in Dizionario di Teologia Fondamentale. Diretto da R. Latourelle, R. Fisichella, Cittadella Editrice, Assisi 1990, 663.
[3] Vgl. J. De Vaulx, Goed en Kwaad, in Pastoraal Bijbels Woordenboek. J. J. Romen & Zonen Uitgevers, Roermond 1968, 346,347.
[4] Vgl. J. De Vaulx, Goed en Kwaad..., 1217.
03/05/2010
|