DE ACTUALITEIT VAN DE PAROCHIE
Beschouwingen over enkele recente uitspraken van Benedictus XVI
Men discussieert al jaren over wat er met de parochie gaat gebeuren. Don Primo Mazzolari schreef al in 1963: "De parochie, die de cel van de Kerk was, is en moet zijn, is vandaag in crisis. Het betreft hier geen pessimisme of een wijze van spreken, het is een feit dat niemand, als men eerlijk is, kan ontkennen of voorwenden niet te zien". En Johannes Paulus II zelf moest in 1986 constateren: "Het heeft in deze jaren niet ontbroken aan degenen die de actualiteit van de parochie ter discussie hebben gesteld. Men heeft zich afgevraagd of zij nog steeds is opgewassen tegen de complexe en pluricentrische werkelijkheid van de moderne steden, zodat zij een antwoord kan geven op de uitdaging van een wereld die steeds meer is veranderd. In het bijzonder heeft men in twijfel getrokken of zij nog over voldoende middelen, over voldoende vitaliteit beschikt om de blijde boodschap op indringende wijze tegenwoordig te stellen".
Bij het zoeken naar nieuwe wegen van evangelisatie wordt de parochie vaak gezien als een achterhaalde instelling, die gebonden is aan de context van Trente en niet meer beantwoordt aan de veranderde maatschappelijke en godsdienstige omstandigheden. Het hield een christendom van alledag met vaste gewoonten voor en kon hoogstens de achterhoede beschermen, maar de toekomst lag elders: bewegingen, groepen, verenigingen.
De toekomst van de parochie voor Benedictus XVI
Tegen de achtergrond van deze vragen verdient een recent homilie van de Heilige Vader de aandacht. De homilie bevat een korte zin met een zeer belangrijke aanwijzing over de rol van de parochie. Toen hij op 12 december 2010 een parochie in Rome, de heilige Maximiliaan Maria Kolbe in Torre Angela, heeft bezocht, heeft Benedictus XVI eerst gezegd dat er "twee fundamentele componenten" bestaan "in het leven en de zending van de Kerk en van iedere individuele gelovige, namelijk de eucharistie van de zondag en de praktijk van de naastenliefde": dit zijn thema's, en in het bijzonder de "pastoraal van de zondag", die steunpilaren zijn niet alleen van het magisterium van Benedictus XVI, maar ook van verschillende episcopaten, niet op de laatste plaats van het Italiaanse en Latijns-Amerikaanse episcopaat. Onmiddellijk na deze uitspraak, die in haar eenvoud iedere christen helpt zijn eigen identiteit opnieuw te ontdekken, heeft de paus gepreciseerd dat de parochie de plaats bij uitstek is waar de zondag en de naastenliefde, die de dimensie van gemeenschap van het geloof tot uitdrukking brengen, worden beleefd: "Dit is nu juist ook de betekenis van de Kerk in de parochie: hier binnentreden, hier in gesprek gaan, in contact komen met Jezus".
Wanneer men het geheel van het magisterium van Benedictus XVI bekijkt, komt men dit standpunt herhaaldelijk tegen. Bovendien heeft hij in verschillende toespraken op een consequente en nauwkeurig omschreven wijze de identiteit en de zending van de parochie geschetst.
Uit dit geheel van toespraken kan men nu opmaken dat voor de Heilige Vader de parochie niet bestemd is om een marginale rol te spelen in het proces van de nieuwe evangelisatie. Zij is niet gedoemd te verdwijnen ten overstaan van het opkomen van nieuwe acteurs of door de veranderingen in de maatschappij.
Gebruik maken van de gelegenheid
In de ontmoeting met de geestelijkheid van het bisdom Albano in 2006 gaf de paus een uitvoerig en gedetailleerd antwoord aan een priester die hem vroeg naar de toekomst van de parochies en die bezorgd was, omdat zij vaak vervallen tot een supermarkt van het sacrale en zich verliezen in een pastoraal van puur behoud, die uitputtend en zonder perspectieven blijkt te zijn.
In het antwoord van de paus komt vaak de term "missionair" terug. Voor Benedictus XVI kunnen ook de meest vanzelfsprekende en traditionele activiteiten onverwachte mogelijkheden van evangelisatie bieden. Het gaat er niet zozeer om nieuwe wegen te zoeken, als wel op een adequate wijze de kansen te benutten die voortkomen uit het gewone leven van een parochie. Het normale sacramentele dienstwerk, zoals bijvoorbeeld het voorbereiden van de ouders op het doopsel, "brengt ons ook al in contact met al degenen die niet erg gelovig zijn. Het is, zo gezegd, geen werk om het christen zijn te behouden, maar een ontmoeting met mensen die misschien zelden naar de kerk gaan. De inzet om het doopsel voor te bereiden, de harten van ouders, verwanten, peters en meters te openen voor de werkelijkheid van het doopsel kan en zou al een missionaire inzet moeten zijn die de grenzen van de al 'gelovige' mensen ver overschrijdt. ... In de voorbereiding op dit sacrament of in gesprek met de ouders die het doopsel wantrouwen, hebben wij te maken met een missionaire situatie". En hij sloot af: "De gave van het sacrament is niet eenvoudigweg 'iets', het is niet eenvoudigweg 'chosification' (verstoffelijking, zoals de Fransen zeggen), maar het is een missionair werk".
Wat er bij het doopsel gebeurt, komt men weer tegen bij het vormsel. De voorbereiding op dit sacrament mag niet worden beschouwd als een pure formaliteit, maar men moet integendeel ook gebruik maken van de gelegenheid voor een diepgaande dialoog over het geloof, omdat de "bevestiging" van het geloof verband houdt met de leeftijd "waarop mensen beslissingen beginnen te nemen". Het beklemtonen door de Heilige Vader van het aspect van het persoonlijk engagement en de keuze is van een dergelijke aard dat Benedictus XVI de noodzaak voelt om zijn eigen uitspraken van een begeleidend commentaar te voorzien door eraan te herinneren dat het sacrament wel altijd een geschenk van God is alvorens een handeling van de mens te zijn: "Wij moeten het vormsel zeker niet veranderen in een soort 'pelagianisme', alsof iemand daarin op eigen kracht katholiek wordt, maar hij wordt dat in een samenhang tussen gave en antwoord".
De voorbereiding van een huwelijk en de viering ervan mogen door een pastoor evenmin als een routine worden beleefd, die snel moet worden afgehandeld om zich vervolgens te wijden aan andere activiteiten, die als meer "missionair" of als vernieuwender of bevredigender worden beschouwd: "Ook het huwelijk doet zich voor als een grote missionaire gelegenheid, omdat vandaag, God zij dank, velen nog in de kerk willen trouwen die niet zo vaak in de kerk komen. ... Ik denk dat de voorbereiding op het huwelijk een gelegenheid van het grootste belang is om missionair te zijn en zo opnieuw in het sacrament van het huwelijk het sacrament van Christus te verkondigen".
Ten slotte "biedt" voor de paus "deze 'klassieke' sector van de sacramenten ons de gelegenheid om mensen te ontmoeten die niet elke zondag naar de kerk gaan en dus de gelegenheid voor een werkelijk missionaire verkondiging".
Ook een andere grote sector van de klassieke activiteit van de pastoor behoudt voor de paus een sterke missionaire waarde: die van de verkondiging van het Woord in homilieën en catechese.
De conclusie waartoe de Heilige Vader komt, moet het perspectief vernieuwen van waaruit men kijkt naar het werk in de parochie: "Zo lijkt het mij dat de 'klassieke' pastoraal van de parochie zichzelf overstijgt en missionaire pastoraal wordt".
De consequentie van deze visie moet een herwaardering van de parochie zijn. De fundamentele aanwijzing die hieruit naar voren komt, is de uitnodiging om fris aan te kijken tegen de zovele, niet uitgeputte mogelijkheden die een werk biedt dat vaak ten onrechte wordt beschouwd als zonder toekomst. Meer dan zich uit te putten in het zoeken naar nieuwe formules gaat hier erom goed te doen wat men al kan doen.
Van hen die dichtbij zijn naar hen die veraf zijn
Deze aanwijzing hangt samen met een andere uitspraak van Benedictus XVI in de reeds aangehaalde ontmoeting in de parochie, de heilige Maximiliaan Kolbe te Rome: "Hier moet men, zoals in alle parochies, uitgaan van 'hen die dichtbij zijn' om 'hen die veraf zijn' te bereiken'".
Met een zin voor grote pastorale prudentie en met liefde voor de concrete mens herkent de paus de weinige betrokken leden die hier en nu de plaats zijn waar men zich met heel zijn hart kan inzetten. Zo waarschuwt hij voor heel veel pastorale dromen en verlangens die niets anders zijn dan een utopisch zoeken naar een niet bestaand mens zijn: terwijl men neurotisch de toekomst onderzoekt, blijft men geblokkeerd in het niets tot stand brengen.
Deze wijze bezorgdheid voor hen die dichtbij zijn, die niets anders is dan het hodie Dei te beleven, dat ons is gegeven en dat aan de pastoraal beantwoordt van de concrete gelegenheden die de paus voorstelt, is echter alleen maar een eerste fase in een authentiek missionaire dynamiek. Wanneer de weinige overgebleven schapen eenmaal in de schaapskooi in veiligheid zijn gebracht in deze tijd van ontkerstening, gaat het erom de zovele schapen die intussen verloren zijn gegaan in de woestijn, te bereiken. Samen met hen die dichtbij zijn en die in veiligheid zijn gebracht en zijn bezield om deel te nemen aan de missionaire inzet, moet men degenen die veraf zijn, bereiken.
Deze beschouwingen van de Heilige Vader klinken in de parochie Sagrado Corazón de Jesús als een bevestiging en bemoediging. De pastoraal die er wordt beoefend, heeft immers in de pastoraal van de zondag en in de praktijk van de naastenliefde twee steunpilaren en een draagvlak in de overtuiging van het grote missionaire potentieel dat gelegen is in de normale gelegenheden die zich aanbieden: van de gewone prediking tot de ontmoetingen ter gelegenheid van de grote fasen in het leven, waarbij men naar de begeleiding van de Kerk zoekt, zoals de geboorte, de opvoeding van kinderen en jongeren, het adolescent worden, het huwelijk, of de dood. Temidden van de desoriënterende mobiliteit, opgedrongen door de huidige maatschappij, biedt de parochie de verankering en de stabiliteit waaraan de mens behoefte heeft. De constatering is dat de parochie een aantrekkingskracht en vitaliteit kan behouden die aan andere ervaringen, wegen of pogingen onbekend zijn. Het gaat erom de mogelijkheden niet te verspillen die zij voor een authentieke en diepgaande evangelisatie biedt.
Michele Chiappo
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
03/02/2011
|