Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Studiecentra ▸ arrow Publicaties arrow Aanzet tot denken. De jongeren: kritisch geweten van de Kerk
Afdrukken Verzenden naar een vriend
 

 

Publicaties


Aanzet tot denken

De jongeren: kritisch geweten van de Kerk


 

Emilio GRASSO, Aanzet tot denken. De jongeren: kritisch geweten van de Kerk, Studiecentrum Redemptor hominis, Genk, 1997.

“Jongeren stellen van nature vragen”, zegt E. Grasso in een van de artikelen die wij hierbij voorleggen. Hij voegt hieraan toe wat Johannes Paulus II stelt: “Wanneer de jongeren geen vragen meer stellen, houden zij op jongeren te zijn”.

De jongeren van alle continenten stellen vragen aan de maatschappij, de instellingen, de Kerk. Zijn wij in staat antwoorden te geven of op onze beurt vragen te stellen die hun vragen omdraaien, door geloofwaardige wegen te wijzen om samen naar oplossingen te zoeken?

Een dialoog voeren met jongeren is een terrein waarop onze overtuigingen, onze autoriteit getoetst worden. Een Kerk, een instelling, een parochie, een religieuze gemeenschap die niet met de jongeren weet te praten, weet de huidige tijd niet meer te interpreteren, is bestemd steriel te worden en te sterven of te overleven met stervende structuren, die een doel zijn op zichzelf.

De hier gepresenteerde artikelen willen een levendige en doeltreffende lectuur bieden van de toespraken van Johannes Paulus II tot de jongeren van drie continenten: Afrika, Latijns-Amerika en Europa. De auteur van de artikelen reikt in de variëteit van de problematiek en de socio-culturele context waarmee de jongeren te maken hebben, een mogelijkheid aan om de wereld van de jongeren te interpreteren en te benaderen. Hierbij worden wegen gewezen waarlangs een dialoog kan verlopen.

In staat zijn met jongeren een dialoog te voeren wil zeggen in staat zijn een dialoog te voeren met de mens van heden. Hier raken wij een zeer gevoelig punt van het drama dat onze tijd beleeft: de scheiding van geloof en cultuur, een drama van onbehagen, waarvan de wereld van de jongeren de, zo niet enige, dan toch zeker welsprekende uitdrukking is.

Deze breuk tussen geloof en cultuur, tussen uitdagingen van het geloof en uitdagingen van de geschiedenis blijft het drama van onze tijd dat vaak weerspiegeld wordt in de door jongeren gestelde vragen.

Men moet zich ervoor inzetten antwoorden aan te reiken. Dat vereist vandaag meer dan ooit een hartstochtelijk verlangen naar ontmoeting, confrontatie, dialoog, studie. De inzet voor studie is, zoals gezegd, een daad van hoop, omdat zij ons vertrouwen tot uitdrukking brengt in het feit dat ons leven en het lijden van de mensen een betekenis heeft.

Aanzet tot denken wil een uitdrukking zijn van de houding van hoop die aanzet tot onderzoek, tot reflectie om in ons hart een zin te vinden van de complexe realiteit van de wereld van vandaag.

Onze maatschappij heeft hedentendage behoefte aan deze hoop, zij heeft er behoefte aan de waardigheid van de rede met haar gewettigde eisen weer te herstellen en deze in overeenstemming te brengen met de diepste verlangens van de mens, nl. de verlangens naar zijn transcendentie en zijn dorst naar relatie.

De Kerk spreekt steeds vaker over de noodzaak van een cultureel project dat, aangezien het per definitie zijn plaats in de geschiedenis heeft, de problemen hiervan onder ogen weet te zien. Daarbij dient de Kerk een taal te spreken die begrijpelijk is voor de geest en het hart van de gesprekspartners. Het is niet toevallig dat de uitdrukking “cultureel project” hedentendage een gangbare term is geworden in verschillende bisdommen van Europa die er een primair punt van zorg van gemaakt hebben bij hun pastorale inzet.

Zeker, het is noodzakelijk aan deze term zijn volle betekenis te geven: het gaat beslist niet erom deze voor een bepaalde politieke strategie te gebruiken, evenmin betreft het een surrogaat om anachronistische dromen van een gebroken christenheid te herstellen. Nee, deze term moet de diepste overtuigingen bevatten m.b.t. de betekenis en de bestemming van ons leven en de gehele werkelijkheid en op grond hiervan de meest concrete en dagelijkse gedragingen van mannen en vrouwen van onze tijd bevragen. Een cultureel project dat in staat is van de mens die wij in de straten van vandaag ontmoeten, een interpretatie te geven, dat een evangelisatie van de cultuur en een inculturatie van het geloof is.

Een dergelijk project, en Johannes Paulus II geeft daar uitdrukking aan in zijn toespraken tot de jongeren, kan alleen maar gericht zijn op Christus en de geloofswaarheden, maar tegelijkertijd moet het ook open, veelzijdig, dynamisch zijn om een pluralistische cultuur en een pluralistische maatschappij, evenals de veelvoudige uitingen van weten en voelen, werken en produceren op te kunnen vangen.

Het gaat erom bij de geschiedenis aanwezig te zijn, “er midden in te staan”, met liefde, met de vrijheid om voorstellen te doen en te oordelen, waarbij men gebruik maakt van haar grote verworvenheden en de vele tegenstrijdigheden helpt overwinnen.

Nog concreter gaat het erom de cultuur van de persoon en de vrijheid te bevorderen door daarbinnen opnieuw de intrinsieke relatie tussen waarheid, vrijheid en inzet hiervoor te ontdekken. Het is nu juist deze nieuwe cultuur van de vrijheid die men weer gezond moet maken en verbreiden. Dit brengt met zich mee, zoals E. Grasso op afdoende wijze naar voren laat komen in zijn lectuur van de toespraken van Johannes Paulus II tot de jongeren, dat men de grenzen van angst en oppervlakkigheid opheft, een houding van onverdraagzaamheid t.o.v. wat nieuw en anders is, afwijst, getuigenis aflegt van het vertrouwen in een gemeenschappelijk zoeken naar de waarheid, een einde maakt aan ieder cultiveren van de eenzaamheid van het individu dat in zichzelf gekeerd is en alleen nog maar oog heeft voor zichzelf. Dit brengt ook met zich mee dat men gelooft en men doet ontdekken dat onze levens niet al geschreven, maar nog te schrijven zijn en zo slogans en vaststaande schema's vermijdt, weigert op besproken plaatsen te gaan zitten, het leven beleeft als de verwezenlijking van een jeugddroom (dit is de titel van een van de opgenomen artikelen). Dit brengt tenslotte een cultuur met zich mee die openstaat voor pluraliteit, maar ook voor coherentie en verantwoordelijkheid, een cultuur die openstaat voor de droom, het project, maar ook voor de inzet en de strijd die de geplande werkelijkheid dagelijks vormen.

Dit is de zin van wat de Heilige Vader herhaalde tijdens zijn recente reis in Duitsland, nadat hij het bijeenroepen van een nieuwe synode over Europa had aangekondigd: het nieuwe huis van Europa heeft behoefte aan frisse lucht om te ademen, aan open vensters, waardoor de geest van vrede en vrijheid kan binnenstromen. Europa heeft derhalve niet op de laatste plaats behoefte aan overtuigde mensen die de deuren openen, aan mensen die de vrijheid beschermen door solidariteit en verantwoordelijkheid (Bij de Brandenburger Tor in Berlijn, 23 juni 1996).

Zo zijn wij dan nu bij de voorwaarde gekomen die noodzakelijk is voor een cultureel, christelijk geïnspireerd project: de geloofwaardigheid van toespraken, woorden en voorstellen. De christenen, zei de Heilige Vader in zijn boodschap ter gelegenheid van de Werelddag van de Jeugd 1997, zijn geen leerlingen van een filosofisch systeem: het zijn mannen en vrouwen die in geloof de ervaring van de ontmoeting met Christus gehad hebben. Daarom moeten onze studie en onze overwegingen getuigenis afleggen van deze ontmoeting, zij moeten ons confronteren met de verantwoordelijkheid voor de woorden die wij gebruiken. Verantwoordelijkheid in die zin dat wat wij beweren, beantwoordt aan de waarheid, met de werkelijkheid overeenkomt, geloofwaardig is en in staat een gemeenschap te bouwen, anderen te stichten en wegen wijst die gegaan moeten worden.

Alleen zo zal een cultureel project niet alleen in staat zijn overtuigende redeneringen uit te werken, maar ook een schoonheid van aantrekkelijke modellen te laten zien die de meest verwachte antwoorden kunnen bieden op de door de jongeren gestelde vragen, of beter, die hen kunnen confronteren met de grondvraag, zoals Johannes Paulus II het in zijn boodschap aan de jeugd tot uitdrukking gebracht heeft: “Is het beter te berusten in een leven zonder idealen, in een wereld die naar eigen beeld en gelijkenis geschapen is, of is het niet beter edelmoedig te zoeken naar de waarheid, het goede, de gerechtigheid, te proberen te werken aan een wereld die een weerspiegeling is van Gods schoonheid, ook al is de prijs daarvoor dat men de beproevingen die dit met zich meebrengt, onder ogen moet zien?”.

Silvia Recchi

 


Inhoudsopgave

 

Silvia Recchi:
Voorwoord

 5

Artikels door Emilio Grasso:

De jeugd: spiegel van de Kerk

De Belgische jongeren in de analyse
van de toespraken van Johannes Paulus II

 

«Geloven is altijd een uitdaging...»

De Kerk en de jongeren in Nederland

17

Vragen en gitaren

De jongeren in de analyse van de toespraken
van Johannes Paulus II in Emilia-Romagna (Italië)

 27

De vrijheid die gelukkig maakt

Johannes Paulus II tot de jongeren
van het Afrikaanse continent

 41

 Het leven is het verwezenlijken van een jeugddroom 

De paus spreekt tot de jongeren van Latijns-Amerika

 59

 

 

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis