Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Missionaire en spirituele profielen arrow Pater Damiaan, Apostel van de melaatsen, held van de liefde
Afdrukken Verzenden naar een vriend



Missionaire en spirituele profielen
 


"DE GELUKKIGSTE MISSIONARIS VAN DE WERELD"

Pater Damiaan, Apostel van de melaatsen, held van de liefde

(Tremelo, 3 januari 1840 - Molokai, 15 april 1889)



Op 15 april gedenken wij de sterfdag van pater Damiaan, de apostel van de melaatsen, die net als Christus zijn naaste liefhad tot de dood. Zijn woorden waren:

"Wat mij betreft, ik word melaatse met de melaatsen, om hen allen voor Jezus Christus te winnen. Hieruit volgt dat ik, wanneer ik preek, gewoon ben te zeggen: 'Wij, melaatsen...'".

p. Damiaan, 1873 

 

Een legendarische figuur, die van pater Damiaan, en dat al tijdens zijn leven. Weinig dagen na zijn aankomst op Molokai schreef een Amerikaan protestant in een krant van Honolulu: "Pater Damiaan heeft zijn beslissing genomen en is onder de melaatsen achtergelaten zonder een dak en reservekleding, afhankelijk van hetgeen de melaatsen hem zullen kunnen aanbieden. De theologische overtuigingen van die man zijn zonder belang, hij is zeker een christelijke held". In de loop der jaren bleven bezoekers hem prijzen. De verhalen van hun ontmoetingen met Damiaan, die door de kranten van de halve wereld werden verspreid, vonden een spectaculaire weerklank. Robert Louis Stevenson, die naar Hawaï was gekomen in 1889, lukte het slechts een maand na de dood van Damiaan een visum te krijgen voor Molokai. Hij sprak met veel mensen die hem hadden gekend, hij vormde zich een idee van een man die niet vrij was van gebreken en, zoals hij aan zijn moeder schreef, "des te meer een held en een heilige". De aanvallen die een dominee tegen Damiaan had gericht, vlak na zijn dood, riepen de onmiddellijke reactie op van de schrijver van The Strange Case of dr. Jekyll end Mr. Hyde, die een fel pamflet schreef om de reputatie van Damiaan te verdedigen. Nooit eerder dan toen had het werk van een missionaris zodanige belangstelling gewekt. De bewondering voor Damiaan ging over de religieuze grenzen heen en bereikte niet-gelovigen en mensen die tot andere godsdiensten behoorden: een van de vrienden en vurigste aanhangers van Damiaan was een anglicaanse dominee van Londen, Hugh Chapman, en de lutheraanse bisschop van Sint Petersburg schreef aan Damiaan, hem om zijn zegen vragend.

Zonder het te hebben gezocht een beroemdheid, een media-persoonlijkheid avant la lettre geworden, heeft Damiaan iets nieuws in de geschiedenis van de missie voortgebracht, iets uiterst moderns. Het is niet eenvoudigweg de man die een concrete inhoud heeft gegeven aan het woord "liefde", door er een kampioen van te worden, noch de missionaris die als een van de eersten heeft begrepen dat een verbetering van de levensomstandigheden een integraal deel was van de verkondiging van het evangelie. Met Damiaan wordt er een definitieve stap gezet: de uitbreiding van de christelijke caritas tot het uiteinde zelf van de wereld. Ook een niet-katholieke, niet-christelijke bevolking, veracht en vernederd, wekt medelijden op en het elan van edelmoedigheid en meedelen van heel het christelijk halfrond. Het gaat niet alleen om materiële hulp. Damiaan ontvangt tientallen brieven van priesters, artsen, verpleegsters die met hem willen gaan werken op Molokai.

Het is dus een belangrijke kentering die met Damiaan plaatsvindt, des te veelzeggender, omdat solidariteit over barrières en grenzen heen nooit een definitieve verworvenheid is die niet opnieuw ter discussie wordt gesteld. In een tijd waarin de horizonten zich opnieuw verengd lijken te hebben en de zorg voor "de verdoemden der aarde" is ingestort, is het belangrijk eraan te herinneren dat dit eerste elan van emotie en deelneming niet voortkwam uit een abstracte redenering of filantropische overwegingen. Aan de basis ervan ligt het gebaar van Damiaan dat hij persoonlijk tot de uiterste consequenties heeft beleefd, de solidariteit met de mensen die hij heeft ontmoet. Solidariteit die zover ging dat zij hem deed zeggen: "Wij melaatsen", een uitdrukking die de gevangenen op het eiland verbaasd hem al weinig weken na zijn aankomst tot hen hoorden zeggen. Hij was zeker nog niet ziek, maar zijn betrokkenheid was al totaal.

In een tijdperk van cynisme en desillusie wijst Damiaan een pad: hij die bereid is een probleem op zich te nemen door er de prijs voor te betalen, hij die niet wegvlucht achter een anoniem taalgebruik, achter een gelaten objectief beschouwen van de toestand, laat een schakel springen in de keten van de onverschilligheid en doet de emotie opnieuw ontvlammen. Door de eigen verantwoordelijkheid te bevestigen opent hij een andere toekomst, die hijzelf zich niet kan voorstellen.

Hawaiaan, balling, melaatse

Niet dat Damiaan zich deze doeleinden stelde. Er was niets programmatisch in zijn traject. Hij heeft nooit plannen gemaakt, hij heeft zich nooit bekommerd om het effect dat zijn acties zouden hebben. Van keer tot keer is hij daarheen gegaan waar de omstandigheden zijn aanwezigheid vereisten.

Wanneer men overigens terugziet op het profiel van zijn leven, dat lijkt alles zich toevallig af te spelen. Men staat verbaasd over de moeizame eenvoud en vastberadenheid waarmee hij beslissingen neemt die zijn leven veranderen, gevoelig als hij is voor het lijden dat hij om zich heen ziet. Zijn beslissing om religieus te worden vooral. Damiaan is achttien jaar. In eerste instantie wordt hij aangetrokken door de orde van de trappisten. Een beslissende rol speelt echter het voorbeeld van broer Auguste, ingetreden bij de picpussen. Wanneer vervolgens Auguste, getroffen door tyfus, ervan moet afzien om als missionaris te vertrekken naar de Hawaï-eilanden, dringt Damiaan, die bestemd is voor een carrière als leraar, erop aan in zijn plaats te mogen vertrekken. Alvorens scheep te gaan heeft hij maar twee dagen om zich voor te bereiden en de familie, die hij nooit meer zal terugzien, te groeten.

Ook de gebeurtenis die zijn leven tekent, lijkt het gevolg van toevallige omstandigheden. Wanneer de bisschop van Hawaï tijdens een feest vraagt of er vrijwilligers zijn voor het eiland Molokai, zijn er vier kandidaten. Men besluit dat zij elkaar zullen afwisselen: beurten van drie maanden om de risico's van besmetting te minimaliseren. Damiaan begint. Nadat enkele weken voorbij zijn gegaan, schrijft hij echter aan zijn superieuren met de vraag dat hij niet wordt vervangen: de herhaalde afwisselingen zouden bij de melaatsen een desoriëntatie teweeg brengen, en ook een teleurstelling, omdat zij aan hem aan het wennen zijn. Anderzijds willen de burgerlijke autoriteiten, rancuneus vanwege de tekortkomingen in hun hulpverlening die door het werk van Damiaan aan het licht zijn gebracht, niet dat Damiaan nog van Molokai af komt. In de zestien jaar die hij op het eiland zal doorbrengen, zal hij slechts bij wijze van uitzondering erin slagen zich daarvan te verwijderen en even zelden zal hij bezoek ontvangen. Zie hier de balling, een toestand waarin hij stap voor stap is terechtgekomen, zonder een held te willen worden en dikwijls met de hoop dat er andere oplossingen waren.

En als hij melaats wordt, dan is dat niet uit liefde voor de ziekte. Nog in de eerste periode van zijn verblijf bemerkt hij dat hij met het afgezonderde leven dat hij leidt, nooit werkelijk de harten van de melaatsen zal kunnen raken. Hij moet meer van dichtbij hun bestaan samen delen, ook al betekent dit het risico lopen van besmetting. Na meer dan tien jaar op Molokai zal de melaatsheid zich doen kennen.

Een bovennatuurlijke vreugde

Balling, melaatse, Damiaan zal vervolgens een verdere graad van ontlediging kennen. De laatste jaren zijn die waarin de aanvallen op hem heviger worden. Afgunst, irritatie vanwege zijn faam en schuldgevoelens wekken harde kritiek op zijn werken. Ook zijn kuisheid wordt in twijfel getrokken: in die tijd werd melaatsheid vaak beschouwd als het vierde stadium van syfilis. Insinuaties doen de ronde en houden zelfs na zijn dood niet op, maar zij zijn slechts een gedeelte van het onbegrip waaraan hij het hoofd moest bieden en die van hem een eenzame man maakten. Solidair met de uitgestotenen, verbonden met de laatsten, is Damiaan alleen. Dit is een vreemd lot voor een man die gevoelens van universele broederschap heeft weten op te wekken. Juist wanneer zijn zich identificeren met de melaatsen totaal is, wanneer zijn incarnatie het uiterste punt bereikt, is Damiaan alleen. Geen steun, geen troost op dat ogenblik waarop hij het lijden van het hele eiland in zich concentreert door het op zijn schouders te dragen als een kruis. Hij wordt het hart van het eiland, een hart dat liefheeft en dat door God is gevuld, maar ook het verlaten worden door God beleeft.

Hij is aan angst ten prooi gevallen, Damiaan. Hij dacht de hemel niet waardig te zijn en dat alles wat hij had gedaan, geen waarde had. Hij las dikwijls de heilige Johannes van het Kruis en wist dat hij doormaakte wat de Spaanse mysticus innerlijke nacht noemt.

Toch was hij een vrolijk type, Damiaan. Zijn vreugde was ook een vreugde van de geest, die voortkwam uit eenzaamheid en lijden. Hij zei: "Van de morgen tot de avond leef ik tussen lichamelijke en morele ellende, die het hart pijn doet, maar ik span mij in om vóór alles een gelukkig man te blijken die zijn melaatse broeders wil helpen om hun ellende te overwinnen". Hij herhaalde dat hij de gelukkigste missionaris van de wereld was. "Wat mij het meest heeft geraakt in Damiaan bekent Hilde Eynikel, schrijfster van een gedocumenteerde biografie over Damiaan is zijn gevoel voor humor en zijn kinderlijke vreugde die alle bezoekers van Molokai hebben getekend. Hij heeft ons bewezen dat er in de uiterste ellende, in de 'dance macabre' van Molokai, vreugde kan bestaan. Het is een idee dat men iedere dag moet overwegen om ons te ondersteunen en te bemoedigen in de moeilijkheden".

Met zijn martelaarschap, zijn innerlijke nacht en zijn vreugde herinnert Damiaan ons eraan dat ook in hopeloze omstandigheden, op de Molokais waar de mogelijkheid van genezing niet meer bestaat en menselijkerwijs gesproken men geen uitweg meer ziet, de waarde van onze trouw en onze liefde blijft.

Michele Chiappo

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)


07/04/2017

 

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis