Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Missionaire en spirituele profielen arrow Getuigen van het christelijke verschil
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Missionaire en spirituele profielen
 


 

  GETUIGEN VAN HET CHRISTELIJKE VERSCHIL

De "zending" in de geschriften van Enzo Bianchi

 


Op het eerste gezicht kan het lijken dat de zending niet valt binnen de horizon van de belangrijkste zorgen van Enzo Bianchi, die daarentegen bepaald worden door zijn zich voegen in de monastieke traditie: deze legt het accent op de "bekering van de gewoonten", om een uitdrukking van de heilige Benedictus te gebruiken, en op de aandacht voor het leven van de Kerk, dat "altijd moet worden hervormd". Wanneer men zijn geschriften doorloopt boeken met een groot succes, maar ook artikelen die periodiek zijn verschenen in belangrijke nationale dagbladen, lezingen en verschillende bijdragen, die waardevol zijn verzameld op de website van het klooster van Bose , kan men de indruk krijgen dat de lezer, op zoek naar inspiratie over thema's van spiritualiteit of originele standpunten over binnenkerkelijke thema's, erop aangewezen is een overvloedigere oogst te vergaren. In werkelijkheid zijn er volgens de opvattingen die Enzo Bianchi heeft over het monachisme, elementen die helpen nadenken over de zending. Juist vanuit dit bijzondere perspectief willen de kanttekeningen die volgen, een herlezen van zijn geschriften bieden.

Wezenlijk is te begrijpen dat voor Enzo Bianchi het monachisme niet een vlucht uit de wereld is, maar altijd gedacht en gewild wordt "in gezelschap van de mensen" overeenkomstig een door hem geliefde formulering, in dialoog met hun vragen en hun verwachtingen. In deze zin herleest hij de geschiedenis van het monachisme door vanaf het begin twee polen te ontdekken die verschillen in levenswijzen, en in de relatie met de wereld en de Kerk.

De eerste pool is die welke kan worden teruggevoerd tot de grootste stroming onder de woestijnvaders van de 4de eeuw, die samen met een vlucht uit de wereld (fuga mundi) de voorvechters van de fuga ecclesiae waren, een vlucht uit een Kerk die met het einde van de vervolgingen en vervolgens met de nieuwe status van officiële godsdienst van het rijk hun decadent en verdorven leek, ver van iedere vereiste van boetedoening en van een radicaal volgen van Christus. Deze tendens werkte ook een theologie van het monachisme uit als "nieuw doopsel", teken van de ware bekering, en nam afstand van het sacramentele leven van een Kerk, die zich in de tussentijd op een steeds ruimere schaal aan het organiseren was.

Men begrijpt derhalve waarom de heilige Basilius, een van de oudste vertegenwoordigers van de tweede tendens, zijn leerlingen nooit "monniken" noemt. Hij schaamt zich voor een woord dat in zich kenmerken van scheiding van de Kerk draagt en daarom aan het ideaal van gemeenschap (koinonia) dat hij nastreeft, afbreuk doet.

De monnik, een gemarginaliseerde

De keuze voor Bose maar ook heel zijn persoonlijk leven belicht aan welke van deze alternatieven Enzo Bianchi de voorkeur heeft gegeven. Bose in de Voor-Alpen op duizend meter hoogte, was een verlaten dorp met een Romaanse kerk zonder dak uit het jaar duizend. Daar bracht hij drie jaar alleen door, voordat in 1968 twee gezellen zich bij hem kwamen voegen. Maar ook al is dit traject een kopie van een keuze voor de woestijn, het isolement, dan moet de gelijkenis niet bedriegen. De eenzaamheid wordt alleen gezocht, omdat zij het bereiken kan begunstigen van een waarheid en diepgang die spoedig het universeel karakter ervan toont. Enzo Bianchi merkt immers op dat de grootsten onder de eerste monniken weliswaar tegen de woestijn aanleunden, maar altijd in de onmiddellijke nabijheid van een stad, waar zij op uitkeken. En juist vanuit de steden trokken zij hele menigten aan die kwamen voor een woord van leven, dat door de ervaring werd gefilterd.

Meer dan de woestijn is het dan de grens tussen woestijn en stad de natuurlijke omgeving van de monnik die leeft in een paradoxale situatie, emblematisch voor die welke eigenlijk eigen aan die van iedere christen zou moeten zijn: enerzijds moet hij hopen dat er een sympathie voor hem van de kant van de mensen mogelijk is, door alles eraan te doen dat zijn gedrag mooi, niet alleen goed is. Hierbij zal hij dezelfde verbazing voelen als de evangelist Lucas, die in de Handelingen met enige verwondering vertelt dat de eerste christenen de sympathie van de mensen genoten. Anderzijds draagt de monnik de logica van het kruis met zich mee en deze houdt een breuk in: maar dan wel een breuk met het wereldse, niet met de mensen. "De monnik ontvlucht noch de mensen, noch de Kerk, maar het wereldse, de afgodendienst, de zonde".

Daar is de monnik op de grens tussen stad en woestijn, een gemarginaliseerde. Dit is een andere categorie waarvoor Bianchi een voorkeur heeft: "Als monnik, die door roeping geroepen is om 'aan de rand' van de Kerk, evenals aan die van de maatschappij, te leven, is de grens mij vertrouwd en daar te blijven is mij vertrouwd, waarbij ik tracht een brug te slaan en een bres te openen, te strijden tegen het voortschrijdend afdrijven dat leidt tot vervreemding... Juist 'op de breuklijnen van de wereld is de plaats van de Kerk voor de verzoening: als zij daar niet is, is zij nergens', zoals de dominicaan Pierre Claverie, bisschop van Oran, schreef, kort voordat hij samen met zijn jonge islamitische chauffeur werd vermoord".

Enzo Bianchi wordt ook een diepe overeenkomst met Thomas Merton gewaar, die in zijn laatste lezing verklaarde: "Spreken over monniken wil zeggen spreken over een waarlijk vreemde categorie personen, over mensen aan de marge, omdat in de moderne wereld de monniken geen eigen, precieze plaats in de maatschappij meer heeft... Het is een marginale persoon, die zich weloverwogen terugtrekt naar de randen van maatschappij met het voornemen een fundamentele menselijke ervaring te verdiepen".

Een ander, mooi leven

Kan de marginaliteit van de monnik iets voor de zending betekenen? Ja, omdat de ruimte voor de zending in de dimensie plaatsvindt van de ontmoeting, van de dialectiek Kerk-wereld, ad intra-ad extra, binnen-buiten. Marginaliteit betekent trait d'union zijn tussen kringen die anders vreemd voor elkaar zouden blijven. Daarom is het een wil om relaties aan te gaan, een verlangen naar dialoog, ver van een vooropgezet zich afsluiten, een zich verschansen of een pessimistisch oordeel over de eigentijdse cultuur.

De marginaliteit van de monnik is tegelijkertijd een noodzakelijke voorwaarde, wil deze ontmoeting niet ontaarden in irenisme of relativisme. Immers, wat voor Enzo Bianchi de betekenis van de evangelisatie en dus ook de zending dreigt uit te hollen, is de ontsteltenis ten opzichte van het gegeven feit van het religieuze pluralisme met de onverschilligheid waartoe dit leidt. "Als het adagium 'extra ecclesiam nulla salus' niet meer verkondigd mag worden, waarom dan nog de niet-gelovigen de Kerk in roepen? En als er een mogelijkheid om te slagen is, een weg naar geluk ook in een atheïstisch leven, waarom dan het evangelie verkondigen?". De analyse is niet nieuw, maar origineel is de opmerking dat "de onverschilligheid groeit naar gelang het verschil verdwijnt". Als het leven van de christen niet verschillend, kwalitatief beter is, dan is er geen ontsnappen aan de nacht van een geest waarbij alle koeien grijs zijn.

Daarom "zijn mannen en vrouwen die met hun bestaan zelf vertellen dat het christelijk leven 'goed' is, van nut zijn: wat voor teken is er groter dan een leven waarin de naastenliefde woont, het goed doen, de belangeloze liefde, die zover gaat dat zij zelfs de vijand omarmt, een leven van dienstvaardigheid onder de mensen, vooral de armsten, de laatsten, de slachtoffers van de geschiedenis? Theophilus van Antiochië, een bisschop uit de 2de eeuw, speelde de heidenen die hem vroegen 'laat mij uw God zien', de vraag terug: 'Laat mij uw mens zien en ik zal u uw God laten zien'". Derhalve "is in het verwezenlijken van dit menselijke leven, dat gelijk is aan dat van Jezus, ook vandaag de meest dagelijkse en welsprekende vorm van evangelisatie gelegen", stelt Bianchi, die specificeert: "In de strijd van Jezus tegen wat onmenselijk is, in de strijd van de liefde is er ook ruimte geweest voor een menselijk mooi bestaan, verrijkt door de vreugde van de vriendschap, omgeven door de harmonie van de schepping en verlicht door een blik van liefde op al de meest concrete werkelijkheden van een menselijk bestaan... Zo zal het leven van een christen dat Jezus wil verkondigen 'als een mens volgens God', ook in navolging van dat van zijn Heer, een gelukkig, zalig leven zijn. Zeker, niet in wereldse en banale zin, maar gelukkig in de ware, diepe zin, omdat geluk het antwoord is op het zoeken naar zin".

Dit is het christelijk "verschil", waarvoor het getuigenis van de monnik fundamenteel blijkt. Zijn marginaliteit maakt het hem mogelijk "in te gaan tegen de zinloosheid van het zoveel 'gemeenschappelijk gezond verstand' betreffende het leven zelf, een leven dat 'anders' wordt geleid, en de heersende idolatrie te bestrijden".

De les van de monnik is derhalve dat, als men wil evangeliseren, "het vóór alles noodzakelijk is dat de christenen worden geëvangeliseerd, meer als leerlingen in navolging van de Heer dan als geïmproviseerde militanten: zo zullen zij het 'christelijk verschil' weten te tonen".

Het monachisme dat Enzo Bianchi voorhoudt, wordt ook vandaag bevestigd als een onontbeerlijke dimensie voor een zending die authentiek wil zijn.
Michele Chiappo


(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)





01/03/2019

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis