Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Missionaire en spirituele profielen arrow De smaak van de trouw/1
Afdrukken Verzenden naar een vriend


 


 

DE SMAAK VAN DE TROUW/1

Leven en marteldood van de zalige zuster

Maria Clementina Anuarite Nengapeta[1]

   

In een feestelijke sfeer, bij het geluid van de balafons, in de liturgische context van Maria Tenhemelopneming op 15 augustus 1985 in Kinshasa begroette paus Johannes Paulus II "een grote gebeurtenis in de geschiedenis van de Kerk"[2]: de eerste zaligverklaring van een vrouw uit zwart Afrika, van de jonge Congolese martelares Anuarite Nengapeta, op 23-jarige leeftijd gestorven[3] in 1964, gedood door een rebel in de roerige periode die volgde op de onafhankelijkheid van Belgisch Congo[4]

In deze reeks artikelen schetsen wij haar figuur en geschiedenis, met de wens haar beter te doen kennen en het wezenlijke en de frisheid die haar leven laat zien, niet te vervalsen. De akten van het zaligverklaringsproces waarnaar wij in het bijzonder verwijzen, en de biografieën hebben het accent gelegd op het kenmerk van de eenvoud van haar persoonlijkheid. De heilige Johannes Paulus II bracht, toen hij toentertijd de figuur van Anuarite schilderde, naar voren dat zij als jonge vrouw zonder buitengewone kwaliteiten echter met de moed van de martelaren de tijd van de beproeving onder ogen heeft weten te zien[5]. Wat haar tot het martelaarschap heeft gebracht, is de oorspronkelijke waarde van de trouw[6].

Daardoor blijft zij de Afrikaanse vrouwelijke religieuzen en de jongeren de betovering meedelen van een eenvoudige en diepe liefde, de smaak van trouw die verder dan de dood weet te gaan. Wij herinneren eraan dat de parochie van Obeck-Mbalmayo (Kameroen), toevertrouwd aan de Gemeenschap Redemptor hominis toegewijd is aan de zalige Anuarite.


In de Congolese storm

De historische context waarin de moord op Anuarite plaatsvond, is een van de smartelijkste bladzijden uit de recente geschiedenis. Wij geven enkele verwijzingen ernaar die wezenlijk zijn om de dood van de Congolese martelares in heel zijn rijkwijdte een plaats te geven. Na de opstand tegen de Belgische overheersing van 4 januari 1959 werd Congo op 30 juni 1960 onafhankelijk. Zeer spoedig begon er echter een droevige geschiedenis van verdeeldheid en broederstrijd die ruim vijf jaar duurde.

De fundamentele redenen van deze moeilijkheden dienen, behalve in de zeer gewilde rijkdom aan grondstoffen in de bodem, ook te worden gezocht in het feit dat de Belgische kolonisatoren de onafhankelijkheid van Congo voor aanstaande, noch mogelijk hadden gehouden en daarom geen leidende klasse hadden voorbereid waaraan zij de macht op het ogenblik van hun terugtrekking konden doorgeven.

De kolonisatoren dachten immers dat de Congolese bevolking eeuwig erin zou berusten onderworpen te blijven en bovendien kwam bij hen nooit de twijfel op dat ook nederige mensen een verlangen naar vrijheid en een streven naar individuele en collectieve waardigheid konden hebben[7].

1964: jaar van bloed en roem van de Congolese Kerk

Wij gaan niet nader in op de wisselvalligheden van de hele periode, maar blijven staan bij het jaar 1964, het jaar van de dood van Anuarite, het dramatische jaar van bloed en roem van de Congolese Kerk, het jaar waarin martelaren van iedere leeftijd, ieder geslacht en iedere kleur werden neergemaaid, martelaren om wie Moeder de Kerk ontroostbare en bittere tranen heeft geweend: "et noluit consolari quia non sunt"[8].

Aan het einde van het voorafgaande jaar 1963 baarden de vierenveertig partijen die elkaar de macht betwisten (op het ogenblik van de onafhankelijkheid telde men er zesenzestig) de regering enorme zorgen en de toenmalige president Joseph Kasavubu ondertekende een verordening die hun activiteiten verbood.

De leiders van de oppositie vluchtten toen naar Stanleyville, het tegenwoordige Kisangani. In deze stad werd het Nationale Bevrijdingsraad (Conseil National de Libération) geboren, waarvan de voorstaande figuren Christof Gbenye en Davidson Bocheley waren. Ieder had van zijn kant maar één ideaal: de macht met alle mogelijke middelen te grijpen. Een ware apocalyps voor de jonge republiek[9].

Vanaf januari 1964 zaait de opstand dood en verderf. Het oproer van Pierre Mulele barst los in Kwilu. De persoonlijkheid van Mulele is uitermate sterk: hij slaagt erin, ook met behulp van hekserij, alle gewelddadige figuren te prikkelen en overtuigt heel de Congo van zijn onkwetsbaarheid en die van de rebellen, Simba's geheten, een naam die in Kiswahili "leeuwen" betekent.

Op 15 februari wordt de koperspoorweg te Ilebo bezet; op 23 februari worden twee Belgische professoren gedood; op 8 maart wordt de eerste katholieke missie, Kilembe, van de Oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria aangevallen en worden vier missionarissen gedood[10].

De Simba-rebellen rukten op in de strijd, bedekt met allerlei amuletten, zeker ervan dat de kogels van de vijand voor hen alleen maar water waren, omdat zij werden beschermd door rituele exorcismen. Als iemand sneuvelde, dan kwam dat omdat hij de voorschriften niet had gerespecteerd. De Simba's hadden aanvankelijk een aantal rituele en ook morele regels die ze moesten navolgen; zij mochten bijvoorbeeld geen seksuele relaties hebben en geen personen of voorwerpen aanraken van de "niet gewijden". Zeer spoedig raakte dit samenstel van voorschriften helaas volkomen in onbruik.

In de loop van het jaar veroverden de Simba's een immens gebied met bijna overal een verschrikkelijke opeenstapeling van moorden en gruweldaden.

Ook al waren deze opstandbewegingen in Kwilu (de streek van de Bandundu) begonnen, in het noord-oosten van Congo, het oproer zal vooral in de oostelijke provincie de meeste slachtoffers maken, waaronder Anuarite, die in de nacht van 30 november de dood vond door de hand van Olombe, een officier van de Simba's.

Vanaf half november waren de rebellen immers steeds gespannener en nerveuzer geworden: zij vreesden ontsnappingen en zij vreesden vooral dat er door radiozenders hulp aan de Amerikanen en de huursoldaten gevraagd werd. Iedere krachtsinspanning was er immers op gericht deze twee groepen op een afstand te houden, die hen gemakkelijk zouden liquideren, zoals al de keren was gebeurd dat zij op hen waren gestoten. Op 24 november gaven berichten over het droppen van Belgische parachutisten de doorslag. Er was geen menselijke of goddelijke wet meer die werd gerespecteerd. In de stad Wamba was er een ware slachting.

De verhalen over de kwellingen waaraan missionarissen en vrouwelijke religieuzen werden onderworpen, doen de haren te berge rijzen. In de namiddag van 26 november werden de bisschop, mgr. Wittebols en zeven missionarissen mishandeld en vervolgens gedood: hun lichamen werden eerst op de wei tegenover de staatsgevangenis achtergelaten, vervolgens, zoals de pestlijders van Manzoni, naar de rivier gebracht. Daar werd het lichaam van de bisschop op de houten brug nog gedurende langere tijd achtergelaten alvorens in het water te worden geworpen[11].

De dimensies van het "algeheel martelaarschap"

Om een algeheel idee te hebben van de ernst van de gebeurtenissen denke men aan het feit dat vanaf de dagen van de onafhankelijkheid tot aan het einde van de meest gewelddadige periode van de opstand, dus in de jaren 1960-1964, er in het totaal in Congo-Kinshasa 182 missionarissen en religieuzen zijn gedood. Alleen al in de oostelijke streek, het gedeelte dat het meest onze geschiedenis betreft, dat wil zeggen de streek die de bisdommen Kisangani en Wamba bevat, zijn er 53 slachtoffers geweest.

Wanneer men de gebeurtenissen van die periode aandachtig bestudeert, dan zijn er mensen die niet aarzelen voor deze slachtoffers de term "martelaren" te gebruiken en daarmee een historisch oordeel geven dat zelfs in de verste verte niet het officieel oordeel van de Kerk vóór wil zijn.

Er zijn misschien gevallen geweest die overeenkomen met of misschien ook identiek zijn aan dat van zuster M. Clementina; misschien zijn die er dat talrijke geweest. Maar het is helaas in een groot aantal gevallen moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, te komen tot zekerheid van een getuigenis of een juridische zekerheid. In veel gevallen waren er op het ogenblik dat de slachting plaatsvond, rond de martelaren alleen maar de Simba's; medezusters waren alleen maar daar om te wachten op hun beurt: allen, de een na de ander, zijn opgeofferd, "omdat zij het wilden" en zij kunnen niet getuigen voor de mensen[12].

De meest onbeduidende vrouw

Deze moeilijkheden laten duidelijk de "providentiële" omstandigheden naar voren komen waaronder de dood van Anuarite plaatsvond, en nodigen ons ertoe uit om de betekenis voor Afrika en heel de Kerk uit te diepen van een marteldood die heeft plaatsgevonden in een vorm die wij als "liturgisch" zouden kunnen bestempelen, "ten overstaan van twee afwisselende koren: dat van de Simba's en dat van de medezusters. Anuarite wordt tot aan de drempel van het hemels bruidsvertrek gebracht door haar Generaal Overste en de superieur van het lieflijke huis van Bafwabaka. In het holst van de nacht, 'terwijl een plichtige stilte alle dingen omgaf', opdat zij beter de echo van het woord van Calvarië kon horen: "Vader vergeef het hun!". Als al deze gelukkige providentiële! omstandigheden hebben plaatsgevonden juist voor de jongste religieuze met de donkerste huidskleur, ... voor haar die in extase raakte voor een fosforescerend Mariabeeldje van 8 eurocent, als dit alles heeft plaatsgevonden, dan wil dat zeggen dat God plannen heeft die voor het ogenblik meer in het bijzonder de zusterbevolkingen van deze bloem van het woud met een ivoorkleurige huid betreffen"[13].

Antonietta Cipollini


(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 



[1] Wij brengen hier een zeer uitgebreide en bijgewerkte, reeds gepubliceerde studie, vgl. A. Cipollini, Il sapore della povertà e della fedeltà. Vita e martirio della giovane zairese, la beata Sr. Maria Clementina Anuarite Nengapeta, in "Riflessioni RH", 7/1-2 (1990), 57-77.

[2] Johannes Paulus II, Homilie voor de zaligverklaring van Maria Clementina Anuarite op het Hoogfeest van Maria Tenhemelopning, Kinshasa-Zaïre (15 augustus 1985), nr. 6, op www.vatican.va.

[3] In de biografieën vindt men vaak 25 jaar aangegeven als de leeftijd van Anuarite. De kerkelijke rechtbank had bij een bezoek aan haar geboortedorp, in aanmerking genomen dat haar ouders zich de datum niet herinnerden, na onderzoek deze nader bepaald op 23 jaar; in dezelfde zin schrijft de brief met een synthese aan de paus, de Informatio super dubio, 23 jaar, vgl. De Sacra Congregatio pro Causis Sanctorum, P.N. 1218, Isiren.-Niangaraën. Canonizationis Sororis Mariae Clementinae Anuarite Nengapeta, religiosae congregationis sororum a Sacra Familia, in odium fidei, ut fertur, interfectae (+ 1 dec. a. 1964). Positio super martyrio, Tip. Guerra, Roma 1983 (in het vervolg afgekort met Positio), Informatio, 7.

[4] Het betreft de huidige Democratische Republiek Congo.

[5] Johannes Paulus II, Homilie..., nr. 3.

[6] Johannes Paulus II, Homilie..., nr. 4.

[7] Vgl. R.F. Esposito, Sr. M. Clementina Anuarite Nengapeta, vergine e martire zairese, Edizioni Paoline, Roma 1978, 107. Pater R. Esposito ssp is de eerste postulator geweest in zaligverklaringsproces van Anuarite en derhalve wordt een noodzakelijkerwijs naar deze tekst verwezen op grond van de uitvoerige documentatie waartoe de auteur toegang heeft gehad, en wordt dit werk anderzijds gewaardeerd om het wezenlijk karakter ervan. Deze tekst, reeds meerdere malen ook in het Frans opnieuw uitgegeven, is voor het vijftigjarig jubileum van de marteldood van Anuarite bijgewerkt en op nieuw gepubliceerd, vgl. Léon de Saint Moulin red., Anuarite. Vierge et martyre congolaise. Biographie et dossier de référence du martyre (30 novembre - 1 er décembre 1964), éd. Mediaspaul, Kinshasa 2014.

[8] Vgl. R.F. Esposito, Sr. M. Clementina Anuarite..., 107.

[9] Vgl. F. Paladini - G. Mina, Anuarite martire africana. Zaire 1939-1964, EMI, Bologna 1988, 72.

[10] Vgl. R.F. Esposito, Sr. M. Clementina Anuarite..., 108.

[11] Vgl. R.F. Esposito, Sr. M. Clementina Anuarite..., 117-118.

[12] Vgl. R.F. Esposito, Sr. M. Clementina Anuarite..., 114-115. Naar deze biografie wordt in ruime mate verwezen door het zaligverklaringsproces zelf, bijvoorbeeld door de "Historische synthese van de gebeurtenissen, losgebarsten in het jaar 1964 in Zaïre", met informaties en statistieken over "martelaarschap" waarbij talrijke religieuzen waren betrokken, vgl. Positio, Documenta, 220 vv.

[13] Vgl. R.F. Esposito, Sr. M. Clementina Anuarite..., 115-116.




23/06/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis