Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Missionaire en spirituele profielen arrow De glans van de heilige jongeren/1
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Missionaire en spirituele profielen
 


 

DE GLANS VAN DE HEILIGE JONGEREN/1

De tweeëntwintig martelaren van Oeganda en de
Synode over de jongeren


 

Het traject van de voorbereiding van de synodevergadering over "De jongeren, het geloof en de onderscheiding van de roeping" heeft de gelegenheid geboden om na te denken over "de jonge heiligen en de jeugd van de heiligen"[1].

Wij lezen immers in het Instrumentum laboris als slot dat "in de heiligheid van talrijke jongeren de Kerk de genade erkent van God die voorafgaat aan de geschiedenis van ieder en deze begeleidt, de opvoedende waarde van de sacramenten van de eucharistie en de verzoening, de vruchtbaarheid van wegen die in geloof en naastenliefde worden gedeeld, de profetische lading van deze ‘kampioenen', die vaak hun leerling van Christus en hun missionaris van het evangelie zijn hebben bezegeld met hun bloed. Als het waar is, zoals de jongeren hebben bevestigd ..., dat een authentiek getuigenis de meest gevraagde taal is, dan is het leven van jonge heiligen het ware woord van de Kerk en de uitnodiging om te beginnen met een heilig leven de meest noodzakelijke oproep voor de jongeren van vandaag"[2].

Bemoedigd door wat door het Instrumentum laboris wordt gesuggereerd, volgens hetwelk het leven van heiligen nog steeds relevant is[3], leek het ons opportuun de ervaring van de als martelaar gestorven jongeren van Oeganda voor te houden, die de stappen van de Heer zijn gevolgd tot het laatste offer. Hun voorbeeld is zaad voor andere christenen in Afrika geweest en wordt aan alle jongeren van de wereld aangeboden.

De tweeëntwintig martelaren van Oeganda waren jongeren tussen de 15 en 25 jaar. Gestorven tussen 1885 en 1887 getuigen zij voor ons vandaag nog van de kracht van het geloof en van de moed tegen de stroom in te gaan wat de mentaliteit van de wereld betreft door opnieuw het primaat van het geweten tot aan de marteldood te bevestigen.

 

De holocaust van de tweeëntwintig als martelaar
gestorven jongeren van Oeganda
 

De martelaren van Oeganda worden door de Kerk gevierd op 3 juni; de meesten van hen werden immers op 3 juni 1885 gedood. Dertien werden levend verbrand en de anderen werden onthoofd of doorboord met een speer of gedood door een ander martelwerktuig, omdat zij niet van hun geloof afvielen en bovendien weigerden in te gaan op de homoseksuele verzoeken van de koning[4].

Na ook de intriges en de complotten aan het koninklijk hof te hebben aangeklaagd, waar zij als pages leefden, weigerden zij voor een groot gedeelte zich te voegen naar de macht van de koning, die hun wilde opleggen het geloof af te zweren van "hen die bidden", zoals de christenen werden omschreven. Zij gaven er de voorkeur aan naar hun eigen geweten te luisteren en te sterven dan te accepteren hun toebehoren aan Christus te verraden.

De martelaren waren nog jonge catechumenen en enkelen van hen ontvingen het doopsel vlak voordat ze werden gedood. Zij waren de vrucht van de toewijding van de Witte Paters (de Missionarissen van Afrika), die het land evangeliseerden en daarbij een veeleisend catechumenaat voorhielden dat in die moeilijke context vroeg om ook bereid te zijn liever te sterven dan het geloof af te zweren[5].

De bekendste namen van deze martelaren zijn die van Joseph Mukasa, de eerste minister van de koning die het eerst de marteldood onderging; Charles Lwanga, het hoofd van de pages van het hof; en ten slotte Kizito, die de jongste was, nauwelijks dertien jaar, maar die een grote moed op het ogenblik van de vervolging liet zien.

Wij vergeten zeker niet  alle andere martelaren van wie de namen voor altijd in de hemel en de geschiedenis van de Kerk geschreven staan[6]. Alleen voor tweeëntwintig waren de voorwaarden aanwezig voor een canoniek proces om te laten zien dat zij waren gedood vanwege hun geloofsgetuigenis, maar wij moeten voor ogen houden dat er aan het hof van de Oegandese koning Mwanga ongeveer vijfhonderd gedoopten en catechumenen waren (pages, koninklijke bewakers, dorpshoofden, rechters en kunstenaars). Waarschijnlijk werden er nog honderd om dezelfde redenen gedood. Behalve de tweeëntwintig katholieke jongeren werden veertien protestanten, zaad van een met bloed bezegeld oecumene in Afrika, ter dood gebracht.

Door Benedictus XV op 6 juni 1920 zaligverklaard, zijn de tweeëntwintig katholieke martelaren het zaad geworden van talrijke andere christenen van Oeganda, "de parel van Afrika" genoemd, en voorgehouden als een voorbeeld voor alle jongeren van Afrika[7].

Voorbeelden van de jeugd van Afrika

Een van deze als martelaar gestorven jongeren, Charles Kwanga, werd door paus Pius XI in 1934 benoemd tot beschermer van de jeugd van de Katholieke Actie in Afrika. Het is derhalve belangrijk de nieuwe generaties van Afrika kennis te laten maken met zijn geschiedenis.

De martelaren van Oeganda werden op 18 oktober 1964 door Paulus VI gedurende het Tweede Vaticaans Concilie heiligverklaard.

Sindsdien hebben de pausen Paulus VI, Johannes Paulus II en Franciscus op hun reizen in Afrika niet nagelaten een geestdriftig eerbetoon te brengen aan de martelaren door de plaatsen van de gebeurtenissen te bezoeken in Namugongo, waar een heiligdom is opgericht dat een nationaal bedevaartsoord is geworden.

In 1969 hield Paulus VI in Oeganda een belangrijke toespraak waaruit zich de Afrikaanse theologie heeft ontwikkeld, met de belangrijke woorden: "U, Afrikanen, bent nu missionaris van uzelf. ... U kunt en moet een Afrikaans christendom hebben..."[8].

De pausen hebben op verschillende manieren gewenst dat het gevoel van bewondering ten opzichte van de martelaren van Oeganda een levende en voortdurend hernieuwde herinnering wordt. In het bijzonder paus Franciscus heeft onderstreept dat deze schat niet wordt bewaard als in een museum en de jongeren uitgenodigd om trouw hieraan te zijn en zich op de toekomst te richten[9].

De martelaren en de synode over de jongeren

Uitgaande van de synodale overweging van het Instrumentum laboris, dat de jongeren uitnodigt om zich te meten met de constellatie van de jonge heiligen van de Kerk, vragen wij ons af: waarin kunnen de als martelaar gestorven jongeren van Oeganda een referentiepunt zijn voor de jongeren van vandaag?

Het eerste aspect is ongetwijfeld de kracht van het geloof van deze jongeren in de beproeving tot aan de totale gave van hun leven.

De moed om de uitdagingen van het bestaan onder ogen te zien en het vermogen om nieuwe paden te wagen zouden bijzondere kenmerken van de jongeren moeten zijn, daar zij in de volheid van hun fysieke en geestelijke kracht zijn. De jongeren van vandaag zijn daarentegen vaak ten prooi aan moedeloosheid en onzekerheid[10].

Zij zijn soms als de leerlingen van Emmaus, die naar hun eigen dorp terugkeren met hun stukgeslagen dromen en een bedroefd hart. Jezus, "jongere onder de jongeren", wil ook vandaag nog met hen meegaan[11], hun de zin van de Heilige Schrift en hun leven laten ontdekken door zich aan ieder van hen aan te bieden.

Om het leven te hebben dat de Heer in overvloed aanbiedt, moet iedere jongere Hem weten te ontvangen en ook in een logica treden van wederkerigheid van de liefde, van belangeloze zelfgave.

Jezus vervult immers geen leegte, verwezenlijkt het plan van de mens niet. De synodale reflectie heeft dit op de juiste wijze onderstreept door te herinneren aan de episode van de roeping van de rijke jongeling; Jezus houdt altijd een geloofsavontuur voor, vraagt om Hem te volgen te kiezen, ook om achter te laten[12].

Om de jongeren in deze zin wakker te schudden heeft paus Franciscus sterk gemediatiseerde uitdrukkingen gebruikt: hij heeft hen vaak uitgenodigd tot zelfgave, om hoofdrolspelers te zijn en een indruk in de geschiedenis achter te laten, geen "op de bank hangende jongeren" te zijn[13]; hij heeft hen uitgedaagd niet alleen hun gemak te zoeken en niet terug te deinzen voor de moeilijkheden en ten slotte heeft hij hen uitgenodigd om vertrouwen te hebben in God, zoals Maria heeft gedaan[14].

Op de tweede plaats hebben de martelaren van Oeganda zich met vreugde en met jeugdig elan gegeven, tot aan het einde hymnen zingend, de edelmoedigheid van de liefde tot uitdrukking brengend die geen middelmatigheid en compromis accepteert[15]; gesteund door het  vertrouwen van ware leerlingen van Christus, hebben zij zich hardnekkig vastgeklampt aan de hoop op het eeuwige leven, er zeker van dat anderen in de geschiedenis hen zouden volgen.

Dit zijn waarden die de jongeren en alle christenen opnieuw zouden moeten ontdekken. Heel de Kerk zelf voelt de behoefte om de valse wereldse zekerheden te overwinnen en het gelaat van de jeugd van haar heiligen, een geloof dat durft te riskeren en lief te hebben[16], opnieuw te vinden.

Antonietta Cipollini

(Wordt vervolgd)

 (Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



[1] 15de Gewone Algemene Bisschoppenvergadering, De jongeren, het geloof en de onderscheiding van de roeping, "Instrumentum laboris", 214, op www.synod2018.va (vanaf nu afgekort als IL).

[2] IL 213.

[3] Vgl. IL 214.

[4] Een gedetailleerd verhaal dat hiernaar verwijst, is dat van de brief van mgr. Livinhac aan kardinaal Lavigerie, gepubliceerd met commentaar van de postulator van het proces van zaligverklaring van de tweeëntwintig martelaren, vgl. L. Burtin (éd.), Les martyrs nègres de l'Ouganda, Procure des Missionnaires d'Afrique (Pères Blancs), Rome 1909, 9 vv. De tekst is ook op de website te raadplegen: http://www.liberius.net/livres/Les-martyrs-negres-de-l-Ouganda-000001174.pdf

[5] Vgl. Marinus Rooijackers, Les débuts de la Mission des Pères Blancs au sud de l'Ouganda et l'organisation de son catéchuménat 1879-1914, Société des Missionnaires d'Afrique (Série historique 8), Rome 2008.

[6] Wij willen hier hun namen geven en de datum van hun dood: Mukasa Balikuddembe Joseph, gestorven in Mengo op 15 november 1885; Ssebuggwawo Denis Munyonyo, Kaggwa André Munyonyo, Ngondwe Pontien, alle drie gestorven in Mynyonyo op 26 mei 1886; Bazzekuketta Athanase Mengo, 27 mei 1886; Gonza Gonzague Lubawo, 27 mei 1886; Mulumba Kalemba Mathias in Kampala op 30 mei 1886; Mawaggali Noe Mitiyana, 31 mei 1886; Lwanga Charles, Mbaga Tuzinde, Kizito, Mugagga, Gyavira, Mukasa Kiriwawanvu, Kibuka Ambroise, Kiwanuka Achille, Banabakintu Luc, Mukasa Ludigo Adolphe, Kiriggwajjo Aanatole, Buzabalyawo Jacques, Serunkuma Bruno: alle dertien levend verbrand in Namugongo op 3 juni 1886; Myzey Jean-Marie, gestorven in Mengo op 27 januari 1887.

[7] Paus Benedictus XV hernam in zijn Breve gedetailleerd de gebeurtenissen van de marteldood en de hoedanigheid van het getuigenis van elke martelaar, vgl. Benedictus XV, In Africam Quisnam (6 juni 1920), op www.vatican.va

[8] Paulus VI, Homilie op het Symposium van de bisschoppen van Afrika (31 juli 1969), op www.vatican.va

[9] Vgl paus Franciscus, Ontmoeting met priesters, religieuzen en seminaristen, Kampala (28 november 2015), op www.vatican.va

[10] Vgl. IL 77-78.

[11] Vgl. IL 75.

[12] Vgl. IL 84.

[13] Vgl. paus Franciscus, Gebedswake met de jongeren, 31 ste Wereldjongerendag, Krakau (30 juli 2016), op www.vatican.va

[14] Vgl. paus Franciscus, Boodschap voor de 33ste Wereldjongerendag (11 februari 2018), op www.vatican.va

[15] Vgl. paus Franciscus, Gaudete et exsultate, 1, op www.vatican.va (afgekort met GE).

[16] Vgl. IL 77.



26/10/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis