Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Missionaire en spirituele profielen arrow Christus onder de sluier van de islam/2
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Missionaire en spirituele profielen
 


 
CHRISTUS ONDER DE SLUIER VAN DE ISLAM/2

Louis Massignon en de moslims

 


Het is moeite waard de ogenblikken opnieuw te doorlopen waarop God zich aan Massignon opdrong als een niet gezochte tegenwoordigheid: "God is geen uitvinding zal hij later schrijven  , het is een ontdekking. In deze kwestie die zich vroeg of laat onvermijdelijk en acuut voordoet, is dit het verschil: tussen de keuze van de atheïst en het roepen van de Mystieke".

De archeologische missie waarmee Massignon bezig is, een onderwerp van een overeenkomst tussen de Franse en de Ottomaanse regering, wordt ruw onderbroken op bevel van de prefect van de streek, die te lijden heeft van pogingen tot een revolutie en, een maand tevoren, het toneel is geweest van een poging de minister van justitie te vermoorden. De enige plausibele verklaring van deze beslissing is dat Massignon wordt verdacht van spionage of terroristische activiteiten. Twee Duitse archeologen hadden hem als subversief aangeklaagd, omdat zij in hem een concurrent zagen. Bij hun lasterpraatjes hadden zich die van enkele leden van de karavaan van Massignon, die door hem bij de politie wegens diefstal waren aangegeven, gevoegd.

Na de escorte te hebben teruggestuurd gaat Massignon alleen scheep op een boot om naar Bagdad terug te gaan. Een officier komt hem zeggen dat hij weet dat hij een spion is en dreigt met de dood vóór het einde van de nacht. Het wordt hem verboden zijn bed te verlaten, vervolgens wordt hij met sterke touwen vastgebonden en brengen zij hem aan zijn arm een diepe wond toe. Hij doet een pijnlijk gewetensonderzoek: "Dit is het resultaat na jaren van amoreel zijn, van de hebzucht van mijn wetenschap en mijn genoegens". Klagend over de pijn aan zijn arm, bereikt hij dat hij wordt losgemaakt en probeert hij zelfmoord te plegen met een mes. Maar dat mislukt en bij het commentaar van de ploeg over de relaties die hij had met de mannen van zijn karavaan, komt de hoon om zijn lafheid. Op de rand van een dood waarvan hij een glimp had gezien, ten prooi aan de uiterste wanhoop wordt hij plotseling in zijn hart getroffen door een onzegbare, "onverwachte Gast", die hem ertoe brengt zijn leven radicaal te veranderen. Veel jaren later zal Massignon deze ervaring beschrijven in symbolische termen: "De Vreemdeling die mij op een avond in mei heeft bezocht, ... had mij, toen hij mijn wanhoop die hijzelf doorkliefde, cauteriseerde, gelijk aan de fosforescentie van een vis die opspringt vanuit de diepte van de abyssale wateren, mijn innerlijke spiegel getoond, die gemaskeerd was met mijn eigen trekken een ontdekker, uitgeput door zijn rit in de woestijn, verraden in de ogen van zijn gastheren door zijn uitrusting als wetenschappelijke plunderaar, gecamoufleerd als spion voordat mijn spiegel ten overstaan van het verbanden ervan verduisterde... Hij wiens schoonheid de engelen jaloers maakte, is bij het aanbreken van de dag gekomen en heeft in mijn hart gekeken: hij huilde en ik huilde tot aan de dageraad, vervolgens heeft hij mij gevraagd: zeg mij, wie van ons twee is Degene die liefheeft?".

Het vervolg van de gebeurtenissen is, hoewel minder avontuurlijk, even bepalend voor de vorming van de thema's van de spiritualiteit van Massignon, die niet op studie of redeneringen is gebaseerd, maar op de verwikkeling van de ervaring.

Na "het bezoek van de Vreemdeling" bedaren ook de externe gevaren en krijgt hij de innerlijke zekerheid gezond en wel naar Parijs terug te keren. Aangekomen in Bagdad, vindt hij op de kade de consul om hem te ontvangen. Hij wordt naar het ziekenhuis gebracht: "Gedurende het transport, op een draagbaar en vervolgens per auto, onder de brandende zon van de oever van de Tigris, de plaats van de marteling van al-Hallâj, bleef voor de schaduw van de soeks een reeks verschillende beelden in mijn geest aan mijn oog voorbijtrekken tegen een ondergrond van Hallagiaanse vlammen (de glans van de verplaatste zon); figuren en namen van hen die mij hadden geholpen: al-Hallâj, de Foucauld, Joris-Karl Huysmans, mijn moeder, mijn tante...".

Opgenomen, verzinkt hij in een apathie die drie hele dagen zal duren en waar hij weer uit zal komen, bij de dageraad gewekt door het gezang van duiven die "haqqi" worden genoemd. De volkslegende vertelt dat deze duiven, die nestelen in de minaret vanwaaruit in 922 de as van al-Hallâj was verspreid, na te zijn verbrand, opdat zijn graf geen doel werd van pelgrimstochten, laten het geluid "haqq", Arabisch voor waarheid, horen als herinnering aan de kreet van de stervende al-Hallâj: "Anâ al-haqq", "ik ben de waarheid". Weinig weken tevoren had een jonge vrouw hem op de markt een mand met enkele van die duiven aangereikt. En hij had kortaf geantwoord: "Uw duiven zijn stom". Nu waren die duiven voor hem niet meer stom.

Vervolgens zal hij te weten komen dat in de dagen van zijn coma de Alussi gekomen waren om aan zijn bed soera's uit de Koran te lezen. En wanneer een week later ten gevolge van een beslissing van de Franse minister van onderwijs wordt bepaald dat "Louis Massignon onmiddellijk naar Frankrijk moet terugkeren", zullen de Alussi de noodzakelijke voorzienigen treffen dat hij Libanon kan bereiken, onder geleide van een escorte die niet terugdeinst voor rovers en politieblokkades.

Gastvrijheid, plaats van ontmoeting met God

Deze gebeurtenissen, omlijsting en gevolg van het "bezoek van de Vreemdeling", zullen de assen van zijn denken vormen, dat is georganiseerd rond de begrippen gastvrijheid, vervanging en medelijden. Die zullen de matrix vormen vanwaaruit zich zowel zijn wetenschappelijke reflectie, die hem zal brengen tot het voorzitterschap van de commissie voor de toelating tot een docentschap aan een universiteit in het Arabisch en tot de leerstoel islamitische sociologie aan het Collège de France, zal ontwikkelen, als zijn geestelijk leven met de priesterwijding volgens de melchitische katholieke ritus, die plaatsvond in 1950 en werd beleefd in het perspectief van de opofferende vervanging, als zijn intense activiteit ten gunste van de vrede, vanaf 1918 toen hij deel uitmaakte van de commissie Sykes-Picot, belast met het ontwerpen van het toekomstige Nabije Oosten na de ineenstorting van het Ottomaanse rijk, waarbij hij verontwaardigd was dat Franrijk het aan de Arabieren gegeven woord niet nakwam, dat wil zeggen dat zij voor hen een onafhankelijk rijk zouden scheppen tot 1963, het jaar van zijn dood en de verdragen van Evian, die een einde maakten aan de oorlog in Algerije, gedurende welke de inzet van Massignon ten gunste van de Algerijnen nooit minder was geworden.

Gastvrijheid, omdat Massignon niet zal vergeten dat zijn gastheren, de Alussi, hem hebben gered met risico en gevaar voor zichzelf. Zij hebben voor hem ingestaan, toen hij zich in hun wijk in Bagdad heeft geïnstalleerd, zij hebben hem geïntroduceerd in de ontwikkelde kringen van Bagdad, zij hebben voor hen een escorte gevonden voor zijn expeditie in de woestijn. Zij zijn hem komen bezoeken in het ziekenhuis, voor hem biddend. Ten slotte en vooral door hun eigen leven in gevaar te brengen hebben zij zijn terugkeer naar Frankrijk georganiseerd om hem te onttrekken aan de Ottomaanse autoriteiten, die in hem een subversief iemand zagen. "Ik was niet schuldig aan hetgeen waarvan men mij beschuldigde, maar zo zal hij later getuigen ik had veel andere dingen gedaan die niet in orde waren... Toen ben ik gered door vrienden met wie ik overigens heel wat had meegemaakt! En dat door het pact van de gastvrijheid. Toen zij hun hebben gezegd dat ik doodgeschoten zou worden, zijn zij kwaad geworden: ik was nog altijd hun gast. Zij waren Arabieren en de regering was Turks. Het was het moment van de Turkse revolutie. Toen hebben zij gezegd: "Als Massignon wordt gedood, dan is dat erger is dan wanneer men onze oudste zoon zou doden. Wij weten niet of hij een spion is, dat interesseert ons niet, hij is onze gast, hij is heilig". De ontdekking van de plicht van de gastvrijheid, een van de heiligste regels van eer, maakt het hem mogelijk alles te begrijpen wat er voor onfatsoenlijks is in de houding van wie reist of emigreert om kennis op te doen, zich te verrijken, zich te amuseren zonder samen te delen wat hij is.

De beleefde ervaring bracht hem ertoe het idee van vervanging uit te werken, dat ten diepste Bijbels en katholiek is in zijn wortels die respectievelijk gebaseerd zijn op de voorstelling van de lijdende dienaar van Jesaja en het dogma van de gemeenschap der heiligen. Massignon vertelt dat hij het geloof heeft gevonden dankzij de voorspraak van zijn vrienden en verwanten: de namen, namelijk, die door zijn geest flitsen op de kade van Bagdad. Hij komt te weten dat op het moment van zijn bekering zijn moeder "voor hem in Lourdes bad". Ook Charles de Foucauld heeft een rol van vervanging en voorspraak gespeeld. Massignon, die hem bewonderde om de precisie van zijn geschriften over Marokko, had hem twee jaar eerder zijn eerste werk over Marokko doen toekomen om het te beoordelen. De Foucauld antwoordde hem: "Ik bied God voor u mijn armzalige en onwaardige gebeden aan, ik smeek Hem u te zegenen, uw werk en heel uw leven te zegenen". Massignon zal later zeggen, hoewel hij het geloof had verloren: "Die aalmoes van de arme werd aanvaard en keerde twee jaar later naar hem terug... Wetend dat hij op afstand voor mij had gebeden, verenigde een broederlijke vriendschap mij met die grote broer, bezegeld met gebed en ook gebaseerd op ons wetenschappelijk onderzoek". Een andere voorspreker was voor Massignon de katholieke romancier Joris-Karl Huysmans, die hij in 1900 had ontmoet: "Ik had het aan het gebed van Huysmans en zijn weg van 'herstellend medelijden' te danken dat ik het geloof terugvond, door een aan dit medelijden paradoxale initiatie".


Michele Chiappo

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



04/11/2017

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis