Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Missionaire en spirituele profielen arrow “Nooit is het zo gemakkelijk geweest de hemel te verdienen”
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Missionaire en spirituele profielen
 


 

"NOOIT IS HET ZO GEMAKKELIJK GEWEEST

DE HEMEL TE VERDIENEN"

José, de kindmartelaar van de Cristiada




"Het is nooit zo gemakkelijk geweest de hemel te verdienen": dat waren woorden in de mond van zeer veel Mexicaanse jongeren die leefden tijdens de godsdienstvervolging, ontketend door de "revolutionaire" staat aan het einde van de jaren '20. Het was ook de oprechte en diepe overtuiging van José Sánchez del Río, die om zijn eigen geloof te verdedigen op dertienjarige leeftijd zich aansloot bij de cristeros, zo genoemd, omdat hun kreet was: "Leve Christus Koning!".

Zijn geschiedenis, zijn moed, zijn marteldood zijn, hoewel met alle beperkingen van de fictie, goed weergegeven in de film Cristiada, die, uitgekomen in 2011, het gezicht van deze martelaar en het drama bekend heeft gemaakt, dat het Mexicaanse volk tussen 1926 en 1929 meemaakte in de strijd ter verdediging van de godsdienstvrijheid. José was veertien jaar, toen hij werd gearresteerd, gemarteld en gedood, omdat hij niet zijn geloof wilde afzweren. In 2005 is hij zaligverklaard, gevoegd bij een groep van dertien Mexicaanse martelaren, en op 16 oktober 2016 is hij door paus Franciscus heiligverklaard.

De Cristiada, strijd voor de godsdienstvrijheid

José, geboren op 28 maart 1913 in Sahuayo, een stadje in West-Mexico, uit een hecht christelijk gezin, was in 1926 nauwelijks meer dan een jongen, toen de strenge toepassing van de antikatholieke wetten van de door president Plutarco Elias Calles geleide regering zelfs iedere handeling van eredienst en viering afschafte en de sluiting van de kerken werd verordend.

De godsdienstvervolging was in werkelijkheid al begonnen met de uitvaardiging van de laïcistische grondwet van 1917, die langzamerhand de sluiting van katholieke scholen en seminaries, een numerus fixus voor priesters, hun onderwerping aan de controle van de burgerlijke autoriteiten, de verbanning van buitenlandse priesters had opgelegd en allerlei soorten van knevelarijen en bedreigingen met zelfs moorden en executies, opdat de burgers hun geloof zouden afzweren. Van augustus 1926 wilden het verbond van de eredienst en de sluiting van de kerken de katholieke Kerk in Mexico definitief elimineren.

De eerste executies van katholieke burgers dreven goede en moedige christenen, voor het merendeel boeren, ertoe de wapens op te nemen. Het christenvolk kwam in opstand tegen de godsdienstvervolging, de zaak van Christus was die van hun geloof en de opstand, gedefinieerd als het epos van de Cristiada, een ware burgeroorlog, werd onvermijdelijk.

José leefde in een klimaat van religieus vuur van het volk en volgde met grote belangstelling de berichten over een zich consolideren van de cristera-guerrilla.

De twee broers van José, leden van de Katholieke Jongerenvereniging en al heel snel ingelijfd in het cristero-leger waren voor hem een voorbeeld van inzet.

José leed erg onder de dood van meester Anacleto González Flores, moreel leider van de rebellie, die hij op niet gewelddadige wijze wilde leiden, gemarteld en gefusilleerd in april 1927, en ook zaligverklaard in 2005. Toen José zijn graf bezocht, vroeg hij om de genade zijn voorbeeld te volgen tot de marteldood toe. Hij zou ook de foto van de executie van pater Miguel Agustín Pro een jezuïet die ten onrechte was beschuldigd van sabotage en terrorisme en zonder proces op 23 november 1927 was gefusilleerd hebben gezien en hij had de mensen horen vertellen over de marteldood van andere cristeros.

Zeer velen vroegen zich af wat er in het land aan het gebeuren was, of het in die omstandigheden geoorloofd was de wapens op te nemen. Velen concludeerden dat ook de gewapende strijd noodzakelijk was, omdat het erom ging het geloof te verdedigen. Hun strijd was niet ideologisch.

José sluit zich aan bij de cristeros

Zoals de priester Luis Manuel Laureán Cervantes, een stadsgenoot van de jonge martelaar, vertelt[1] in zijn boek El niño testigo de Cristo Rey, was José een van de eersten die zich presenteerde om dienst te nemen, maar zijn ouders gaven hem geen verlof en vervolgens wilden de strijders hem naar huis terugsturen op grond van zijn jonge leeftijd. Maar het aandringen van José, zijn moed, zijn vermogen tot dienstbaarheid en aanpassing aan alle situaties verschaften hem zeer spoedig de achting en het respect van het kamp. Hij leerde de krijgstrompet spelen en als vaandeldrager nam hij deel aan verschillende schermutselingen en vuurgevechten.

Zijn hartstocht bij het bidden van de rozenkrans met de cristeros en zijn sympathie verschaften hem de naam Tarcisius, de heilige jongen die in Rome ten tijde van de vervolgingen en de catacomben stierf, toen hij de eucharistie beschermde tegen heiligschennis.

Op 6 februari 1928 schreeuwde José in een gevecht waarin de generaal van de cristeros ten overstaan van veel sterkere strijdkrachten van het federale leger zijn paard had verloren en dodelijk gewond was geraakt, tegen hem zijn paard te nemen, daarbij benadrukkend dat hij maar een jongen was en de generaal voor de zaak veel meer nodig was. Weinig later werd José omsingeld door de federalen en gearresteerd. Daar het een jongen betrof, doodden zij hem niet onmiddellijk, maar namen hem gevangen.

De volgende dag werd José naar Sahuayo gebracht en opgesloten in de doopkapel van de parochiekerk, waar hij was gedoopt en die nu bezet was door de federalen, ontheiligd was en tot een stal was gereduceerd.

De kruisweg van José

Zo begon de kruisweg van José. Pater Laureán schrijft dat aan de ouders die waren toegesneld om zijn vrijlating op te eisen, een losgeld van vijf miljoen pesos werd gevraagd. José die deze vraag kwam te weten, zond zijn vader een bericht, waarbij hij hem beval zelfs geen peso te betalen: zij moesten alleen maar bidden voor hem en de zaak van Christus, omdat hij zijn leven aan Christus had aangeboden.

José weigerde standvastig en vastbesloten iedere belofte en iedere poging van de gevangenbewaarders hem ertoe te brengen zijn geloof af te zweren. Deze deugd van hem verbijsterde de bewakers, maar verwierf nog meer de bewondering van het volk dat de lijdensweg van de jongen volgde.

Verontwaardigd, toen hij het tabernakel en het altaar van zijn kerk, waar hij nu was ingesloten, gereduceerd zag tot een strijdperk voor kemphanen, draaide hij 's nacht de hanen de nek om. Uitgescholden en zwaar mishandeld, antwoordde hij eenvoudig dat het huis van God geen slagveld voor hanen was.

De dood van José was al verordend. Hij had vaak herhaald dat het nog nooit zo gemakkelijk was geweest de hemel te verdienen. Dit zeggen is een ding, een ander tot het einde gaan en daarbij verschrikkelijk folteringen lijden en verdragen.

Tegenover de vastberadenheid van José in het belijden van zijn geloof, gebruiken de bewakers steeds grovere pressiemiddelen. Op 10 februari werd José gemarteld in een uiterste poging om hem het geloof te laten afzweren en informatie te verkrijgen over andere cristeros.

Zij maakten sneden in zijn voetzolen en wierpen zout op de wonden. Zijn antwoord was altijd en alleen de herhaalde kreet "Leve Christus Koning en leve de Maagd van Guadalupe". Na uren van marteling lieten zij hem om 11 uur 's nachts op blote voeten langs de hele weg die naar het kerkhof leidde lopen, naar zijn graf dat al klaar was. Hij bleef schreeuwen "Leve Christus Koning". Om hem het zwijgen op te leggen sloegen ze al zijn tanden stuk. Vervolgens werd hij meermalen met een dolk gestoken, maar zijn kreet was steeds dezelfde, zolang hij adem had. Toen een van zijn vervolgers hem wreed en spottend vroeg wat hij tegen zijn vader zou moeten zeggen, antwoordde José: "Wij zullen elkaar in de hemel zien. Leve Christus Koning". Vervolgens gaven zij hem een nekschot en wierpen hem in het al gegraven graf.

Het bloed van José als zaad voor een nieuw christelijk leven

Het bericht van de dood van José verspreidde zich snel. Allen wisten wat ze met José hadden gedaan en vanaf het begin beschouwen allen de moord op hem als een authentieke marteldood. In Sahuayo en het omliggende gebied vermenigvuldigden zich de roepingen tot het religieus en priesterlijk leven. Kinderen wilden zijn zoals hij en alle moeders zouden een kind willen hebben zoals José.

"Zelfs niet de hele troep bij mekaar had de moed en de rechtschapenheid van deze jongen" zou vervolgens een van zijn moordenaars zeggen: woorden die kardinaal José Saraiva Martins hernam in de homilie tijdens de zaligverklaring van José. De zalige binnen niet lange tijd heilige José", zo ging de kardinaal verder, "is een wonder van genade, een bewijs van de grootheid van zijn christelijke roeping, een voorbeeld van het innerlijk getuigenis van de Geest". Hij laat de weg van de heiligheid zien die ook een adolescent van veertien jaar kan gaan, ook al is dat in zo moeilijke omstandigheden, en nodigt ons uit tot de navolging van Jezus.

Emanuela Furlanetto


(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)




[1] L. Laureán Cervantes, El niño testigo de Cristo Rey. José Sánchez del Río, mártir cristero, Ed. De Buena Tinta, Madrid 2015.




22/02/2019

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis