Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Latijns-Amerika arrow Leven van de parochie van Ypacaraí arrow Voor een nieuwe overeenkomst op het gebied van de opvoeding/1
Afdrukken Verzenden naar een vriend



  VOOR EEN NIEUWE OVEREENKOMST OP HET GEBIED

VAN DE OPVOEDING/1

De parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí,

de scholen en de gezinnen

 

   

In Paraguay blijft het gebruik levend om het schooljaar af te sluiten met een mis, vooral voor de leerlingen van de laatste klassen. Het is een diep gevoeld ogenblik en de deelname is hoog, zowel van de kant van de studenten en van hun leraren als van de kant van de ouders. Dikwijls zijn er ook mensen aanwezig die niet de gewoonte hebben naar de mis te gaan of zelfs tot een van de evangelische kerkgenootschappen behoren die zich in Paraguay, zoals in de rest van Latijns-Amerika, steeds fijnmaziger verspreiden.

Wat moet men met deze traditie? Sommige pastoors zouden geneigd kunnen zijn deze waarschijnlijk af te schaffen in de naam van het principe dat de verschillende instellingen strikt gescheiden moeten worden: school is school en Kerk is Kerk. Zij zouden zeggen dat aan een mis moet deelnemen wie overtuigd is, en de rest is een misplaatste folklore. En zij zouden zelfs kritiek hebben op bepaalde gebruiken, door hen in verband gebracht met de erfenis van de tijd waarin "het verbond tussen troon en altaar" van kracht was.

Anderen zouden daarentegen in de verleiding kunnen worden gebracht deze gelegenheid te gebruiken voor doeleinden van proselitisme om het aantal gelovigen te doen toenemen: het gebeurt niet alle dagen, zouden zij bij zichzelf kunnen zeggen, een zo jong en talrijk gehoor te hebben. Men moet dan van deze gelegenheid profiteren om een gloedvolle catechese te verwezenlijken of een aansporing tot bekering, om praktiserende en trouwe christenen te zijn.

De keuze van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí is anders. Zij bestaat eruit deze ogenblikken op hun juiste waarde te schatten door hieraan een bijzonder karakter te geven. Aan het einde van het schooljaar, tussen eind november en begin december, worden deze ogenblikken met een zekere frequentie herhaald, gezien het feit dat de stad een tiental middelbare scholen telt. Deelname moet vooral overgelaten worden aan de vrije beslissing van ieder. Dit wordt voor de schoolautoriteiten duidelijk onderstreept op het ogenblik dat zij aandringen op een mis. Van leerlingen en begeleiders wordt stilte en respect gevraagd, waarbij men hun hetzelfde respect voor hun geschiedenis en hun min of meer grote geloof toestaat, en zonder onevenredige verwachtingen te hebben of fantasierijke illusies ten opzichte van hen te koesteren. Voor een geëigende catechese zullen er andere gelegenheden en ogenblikken zijn.

Deze missen op het einde van het jaar dienen te worden gewaardeerd om wat ze zijn: een ogenblik van ontmoeting. Zeldzaam, welbeschouwd, zo niet uniek, omdat de gelegenheden waarbij leerlingen, ouders en leraren bij elkaar komen, zeker niet talrijk zijn, en die waarbij ook de Kerk een van de hoofdpersonen van de ontmoeting is, nog minder frequent zijn.

En de ontmoeting is een waarde die nooit ondergewaardeerd mag worden. Zij moet worden beschermd, gekoesterd, aangemoedigd.

Men ontmoet elkaar met z'n drieën: gezin, school en Kerk. Drie verschillende instellingen, zeker, maar overtuigd van de noodzaak van een samenwerking voor het welzijn van de jongeren.

Deze ontmoeting is voor de Kerk een noodzaak: het geloof moet de cultuur doordrenken, niet alleen opgevat als het vermogen om antwoord te geven op de grote existentiële vragen, maar ook in de antropologische zin van de relatie van de mens met het universum. Zoals de heilige Johannes Paulus II heeft geleerd, wordt een geloof dat geen cultuur wordt, niet ten volle beleefd en sterft uiteindelijk. Zowel het gezin als de school zijn wezenlijke plaatsen voor het voortbrengen van cultuur, waar de Kerk niet afwezig mag blijven op straffe van een verergering van de scheiding tussen geloof en leven.

En ook de Kerk heeft van haar kant een woord te richten tot ouders, jongeren, leraren: drie categorieën die in verschillende opzichten een ongekende crisis doormaken, die gestalte geeft aan wat met een intussen klassiek geworden uitdrukking wordt gedefinieerd als een "noodsituatie op het gebied van de opvoeding".

De crisis van het gezin

De functie van de ouders is in crisis: zij weten niet wat zij moeten doen, en lijden. Velen zien hun kinderen slechts 's avonds laat, wanneer zij vermoeid van het werk naar huis terugkeren en hen al in slaap vinden. Opvoeden is nog moeilijker voor gescheiden ouders, die het door deze toestand nog zwaarder hebben.

De ouders zijn alleen blijven staan: de tijd is voorbij dat zij konden rekenen op de solidariteit van de buitenwereld. Vandaag spreekt de cultuur die de jongeren ademen een cultuur van narcisme, ofwel het denken dat zij recht hebben op alles, en van het gemakkelijke succes , voortdurend ouders die "nee" proberen te zeggen en grenzen te stellen, tegen.

Verward en angstig zien de ouders ervan af "nee" tegen de kinderen te zeggen en zij onthouden zich ervan hen te corrigeren. Zij zijn bang dat tegenstand het vermogen van de kinderen om zich uit te drukken kan verminderen, hun psycho-emotionele ontwikkeling kan blokkeren, een trauma met niet te voorziene gevolgen kan veroorzaken.

De rol van de ouders wordt ondermijnd door een te beschermende houding, die wordt gemotiveerd met het verlangen kinderen desillusies, mislukkingen, ongelukken te besparen. Maar tegelijkertijd door een permissiviteit die hun een absolute autonomie toestaat en zich erom bekommert alle verlangens en aspiraties te bevredigen, niet zelden zelfs voordat deze nog worden geformuleerd.

Vaak overladen de ouders de kinderen met nutteloze hebbedingetjes ten koste van grote offers of door zich letterlijk dood te werken. Vervolgens gebeurt het bij het mislukken van hun reeds opgegroeide kinderen zelfs dat zij zich afvragen wat zij hun hadden moeten geven en niet hebben gegeven.

Maar ouder zijn wil veel meer zeggen dan dingen geven. Er wordt zeer veel gegeven, maar niet het wezenlijke: tederheid, genegenheid, menselijke warmte, tijd, luisteren, geduld, raad en correctie. Wat het meest kostbaar en noodzakelijk is om te geven is de bereidheid tot opoffering, die voor een christen niet kan worden gescheiden van het kruis en de liefde: de liefde is offer en het kruis is liefde. Dit is het basisprincipe van een geslaagde opvoeding.

Men is niet eenvoudigweg ouder, omdat men het leven heeft doorgegeven. De functie van ouder krijgt men niet alleen maar door een daad van de voortplanting, maar met de dagelijkse bereidheid, de hartstocht, het geen slaaf zijn van de grillen van de kinderen, het risico van de vrijheid lopen.

Het is dus belangrijk dat de ouders bij de moeilijke kunst van het opvoeden niet ervan afzien te verbieden, ook al moeten zij leren zo vaak "ja" te zeggen, waarbij zij zich opofferen en dag na dag hun leven geven voor hun kinderen, zichzelf, hun eigen interesses, passies, gemak, ja zelfs hun eigen gezondheid vergeten. Een van de eerste daden in de opvoeding bestaat juist erin "nee" te zeggen tegen wat zich voordoet, omdat men begrijpt dat een te beschermende en permissieve houding geen voorbereiding is op het uitoefenen van de vrijheid en geen verantwoordelijke personen vormt.

Wanneer men met anderen in gemeenschap leeft, kan men immers niet alles doen wat men wil. Het kan gebeuren dat het kind na gewend geweest te zijn de koning van het gezin te zijn, met ouders die het ten dienste staan, op school leraren vindt die doordrenkt zijn van opvoedkundige permissieve theorieën die het kind het mogelijk maken met dezelfde gewoonten verder te gaan die het thuis heeft opgedaan. Maar vroeg of laat zal de confrontatie met de werkelijkheid zeer hard zijn: het leven zelf zal de taak op zich nemen "nee" te zeggen, vaak op de meest drastische wijze. Daarom is het van fundamenteel belang dat de ouders niet bang zijn om "nee" te zeggen, hoe moeilijk of pijnlijk dat ook kan zijn, en hun kinderen niet altijd gelijk geven. Men moet hen voorbereiden op de moeilijkheden van het echte leven. Als men zich niet tegen het verlangen kan verzetten, als men geen afstand schept tussen het ogenblik van iets willen en dat van iets krijgen door de illusie van "alles en onmiddellijk" te koesteren, slaat men een doodlopende weg in en voedt men niet op. Er worden personen gevormd die niet in staat zijn een relatie aan te gaan, die zich isoleren, wanneer zij zich realiseren dat de poging om hun wil op te leggen is mislukt. Of die als alternatief hun toevlucht nemen tot geweld, omdat zij niet in staat zijn met hun agressiviteit om te gaan.

De frustratie die men ervaart, wanneer de wereld niet beantwoordt aan de eigen fantasieën, is een tegenwoordig wijd verbreid gevoel, dat zo vaak ten onrechte wordt herleid tot het begrip depressie en willekeurig wordt uitgebreid tot iets dat veel verder gaat dan een juiste medische diagnose.

(Verzorgd door Michele Chiappo)

(Wordt vervolgd)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)





28/04/2017

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis