Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Latijns-Amerika arrow Leven van de parochie van Ypacaraí arrow De tranen van Jezus en de opstanding van Lazarus
Afdrukken Verzenden naar een vriend





DE TRANEN VAN JEZUS EN DE OPSTANDING VAN LAZARUS


De tranen van Jezus ten overstaan van de dood van zijn vriend en het wonder van de opstanding van Lazarus, een vooruitlopen op zijn uiteindelijke overwinning met Pasen, worden overgeleverd door een bladzijde uit het evangelie die de Kerkvaders en de theologen vragen heeft gesteld en de spiritualiteit van alle tijden heeft geïnspireerd. Ook vandaag nog is deze bladzijde die door haar schoonheid aangrijpt, een gelegenheid voor nieuwe evangelisatie.




Jezus, priester van het leven

In de Heilige Schrift zijn er verschillende passages die spreken over de tranen van Jezus[1]. Hierin laat Jezus ons zien dat tranen niet minder mens maken en Hij openbaart zijn medeleven en deelname aan het menselijk verdriet.

Jezus weent om een menselijk verdriet, in het geval van Lazarus om een dierbare persoon die sterft. Maar Jezus weent ook om een dieper geestelijk verdriet: om de zonde van de wereld die naar de dood leidt.

In een andere passage in het evangelie weent Jezus ook over Jeruzalem, omdat hij de verwoesting ervan voorziet. De heilige stad heeft de tegenwoordigheid van de Messias afgewezen, die haar toch was aangekondigd in een lange pedagogie van de Vader, die over het volk van Israël zijn vleugels had gespreid om het te beschermen. Jezus weent over Jeruzalem en alle steden die door de mens, oorlogen, onrecht worden verwoest.

In de tranen toont Jezus zich dus ware mens, maar ook ware God. Hij wordt gehoorzaam en middelaar, priester van het leven, van het heil van de mens, zoals de Brief aan de Hebreeën ons doet begrijpen[2].

Wij blijven stilstaan bij de passage in het evangelie van Johannes, waar gesproken wordt over de tranen van Jezus ten overstaan van Maria die zich aan zijn voeten werpt, om de dood van Lazarus:

"Toen Jezus haar zag wenen, en eveneens de Joden die met haar waren meegekomen, doorliep Hem een huivering en diep ontroerd sprak Hij: 'Waar hebt gij hem neergelegd?'. Zij zeiden Hem: 'Kom en zie, Heer'. Jezus begon te wenen, zodat de Joden zeiden: 'Zie eens hoe Hij van hem hield" (Joh. 11. 33-36).

Deze passage blijft ons ook vandaag nog vragen stellen over de betekenis van het lijden en de dood.

Vaak is er ten opzichte van de dood in de westerse postmoderne maatschappijen een houding van verwijdering; de dood wordt geprivatiseerd, met grote terughoudendheid beleefd, men ontdoet er zich haastig van en dientengevolge ontwikkelen zich vormen van banalisering van het leven en ook van depressie, omdat rouw niet is verwerkt. In andere situaties staat men tegenover een vorm van volksvroomheid, een publieke dimensie van rouw, die echter soms niet vrij is van oude syncretistische overblijfselen van oude rites.

De dood verwijderen of uitbannen met rites zijn twee aspecten die niet alleen vragen om een confrontatie met de onontkoombaarheid ervan, maar ook met de diepste vragen over de zin van het leven. Beide houdingen vereisen immers een diepgaande evangelisatie van de culturen, te verwezenlijken bij de verschillende gelegenheden die de Kerk tegenkomt op het ogenblik van het voorbijgaan en de crisis van de menselijke zekerheden die de dood vertegenwoordigt.

Jezus weent over de dood van de man, zijn vriend

In de context van een homilie, gehouden op de vijfde zondag van de Veertigdagentijd in Ypacaraí in Paraguay, heeft Emilio met de gelovigen de betekenis uitdiept van de tranen van Jezus om de waardigheid van het menselijk lijden, die de Zoon van God, ware God en ware mens liet zien, en het perspectief van christelijke hoop dat Hij voor ons heeft geopend, beter te begrijpen.

Jezus doet ons vóór alles begrijpen dat de mens zodanig is, wanneer hij weet te genieten en te lijden, meedelen wat hij in zijn hart heeft: zijn meest verheven gevoelens, maar ook het lijden dat in hem is. Jezus schaamt zich derhalve niet voor zijn verdriet en laat zo de liefde zien die Hij voor Lazarus had, daarbij de verwondering opwekkend van wie rondom Hem was. Het wenen van Jezus is een opening naar de wereld, naar de anderen, het is een uiting van de diepte van zijn hart.

Jezus zegt ons met zijn voorbeeld dat Hij niet bang is om te wenen en te lijden, omdat ook Hij heeft geweend om een vriend, om een dierbare persoon.

Zoals de Bijbelse wijsheid in herinnering brengt, "heeft alles zijn uur, hebben alle dingen onder de hemel hun tijd. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven" (Pr. 3, 1-2). Er is dus een tijd om te lachen en een tijd om te wenen.

Wie niet ontroerd weet te raken ten overstaan van het lijden en wie niet erin slaagt zijn eigen verdriet tot uitdrukking te brengen, weet niet in relatie te treden met de werkelijkheid en de personen: of hij is een onverschillig, ongevoelig en cynisch iemand of een persoon met psychologische problemen.

Jezus, het voorbeeld van de volmaakte mens, weent daarentegen. En zijn geween is voor de Kerkvaders en voor de heilige Thomas van Aquino een bewijs van zijn mens zijn, van het mysterie van de menswording: Jezus weent als ware mens.

"En het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond" (Joh. 1, 14). Hij is lichaam en bloed, niet de schijn van mens zijn. Jezus lijdt en weent dus.

Emilio heeft eraan herinnerd dat het onderricht van paus Franciscus zeer de nadruk legt op het thema van de tranen van de mens. Hij nodigt ons immers uit de globalisering van de onverschilligheid te overwinnen, ons niet ervoor te schamen te wenen, zelfs om de gave van de tranen te vragen voor een diepe bekering, om ten slotte de ervaring van Jezus te delen die weent om het lijden van de mens[3].

De episode uit het evangelie die door de heilige Johannes wordt vermeld, verdiepend, onderstreepte Emilio nog dat Jezus de mens leert hoe met het geloof in de verrijzenis te reageren op de dood. Voor een christen heeft de dood immers niet het laatste woord, maar overwint de liefde de dood. In de vraag die Jezus Martha stelt, of zij geloof in de verrijzenis, is een weg van geloof die de Heer ons uitnodigt met Hem te gaan.

Hij weent ten overstaan van het lijden van zijn vrienden en de dood van Lazarus; Hij is niet alleen solidair, maar leeft in gemeenschap met hen en neemt deel aan de omstandigheid van menselijk eindigheid. Jezus reageert vervolgens als Zoon van God, Hij laat zich niet verpletteren door het verdriet, maar Hij neemt het op zich. Hij bevrijdt ons ten slotte van de dood.

Er is in deze episode van Lazarus een confrontatie geweest als een minachting van Jezus ten opzichte van de oude Vijand die de mens tot deze slavernij heeft gebracht.

Sommige theologen zien immers in zijn tranen ook het geween van de Vader ten opzichte van de mens, zijn vriend, in de macht van de dood terechtgekomen, tot een in ontbinding verkerend lichaam geworden ten gevolge van de zonde. Jezus gaat de beproeving van de dood binnen, Hij aanvaardt deze, tot heil van de mensheid[4].

Jezus Christus zo heeft Emilio in zijn homilie uitgediept verwezenlijkt in dit geval zijn macht over heel de schepping als verenigd met de Vader. Alles is immers geschapen, zoals de heilige Johannes ons in zijn proloog zegt, door het Woord en Christus is het vlees geworden Woord en heeft dus de macht over leven en dood, over heel de schepping. Om een teken te geven dat Hij niet alleen kind van de aarde is, kind van Maria, maar ook Zoon van God, opdat de heerlijkheid van de Vader zich openbaart, bidt Hij tot de Vader dat Lazarus het graf uitkomt. Hij wordt verhoord door de Vader.

Lazarus wordt bevrijd van de strikken van de dood, maar men mag niet vergeten, zo bracht Emilio in herinnering, dat wij hier niet staan tegenover de allerlaatste verrijzenis, omdat het lichaam van Lazarus vervolgens nog het bederf zal kennen.

Als teken van de Verlossing van Christus nodigt deze episode van de tranen van de Heer ons uit tot medeleven in hoop.

"Als God heeft geweend, mag ook ik wenen, omdat ik weet dat ik word begrepen. Het wenen van Jezus is het tegengif tegen de onverschilligheid ten opzichte van het lijden van mijn broeders en zusters. Dat geween leert het verdriet van de ander tot het mijne te maken, mij deelgenoot te maken van het ongemak en het lijden van allen die leven in verdrietigere omstandigheden.  ... Het geween van Jezus mag niet zonder antwoord blijven van de kant van wie in Hem gelooft. Zoals Hij troost, zo zijn wij geroepen om te troosten"[5].

Uit ons graf komen

De vraag die Jezus aan Martha stelt, is gericht tot ieder van ons. Geloven wij dat Hij de Verrijzenis en het Leven is?

Wij zijn geen Jezus en openen geen graven, maar wij zijn in ieder geval geroepen deze bladzijde uit het evangelie te beleven en opnieuw te verwezenlijken.

Emilio ging verder, daarbij aan de gelovigen indringende vragen stellend, met te zeggen dat wij als mensen geroepen zijn vóór alles ons geweten te bevrijden van de strikken van de dood, ons "graf" uit de komen en dan door de verkondiging het geweten van onze broeders en zusters te bevrijden. Een geweten dat vrij is van de angst voor de dood, kan verder gaan en rondom zich heen kijken, op weg gaan en de werkelijkheid en de historische gebeurtenissen beoordelen.

Wij mogen zo benadrukte Emilio nog eens de bewering van Friedrich Nietzsche, de filosoof van de achterdocht uit de twintigste eeuw, die de hedendaagse cultuur aanzienlijk heeft beïnvloed, niet accepteren: volgens deze hebben wij christenen Christus in een graf, dat de Kerk is, gelegd.  Het is als het ware een uitdaging aan de christenen. Jezus is voor ons de Levende! Wij moeten de leerlingen zijn, de missionarissen van een God, die leeft in ons hart. Wij moeten deze "zweetdoek" die ons gezicht zoals dat van Lazarus omhult, wegnemen. Wij moeten vooral weten te luisteren naar het lijden van het volk van God en het te zien.

Het christelijk geweten is in de zekerheid van het eeuwige leven geroepen een betere wereld van gerechtigheid en vrede op te bouwen, waar macht en geld niet het leven en de dood van de mensen bepalen. Gewetens die door de Heer worden opgewekt, kunnen een maatschappij opbouwen waar de waardigheid en het leven van de mens worden bewaakt en beschermd als hoogste goed.

De dood daagt ons geloof dus uit en vraagt van ons na lijden en tranen te reageren en te getuigen, een boodschap van leven uit te dragen tot aan het uiteinde van der aarde.

Jezus zegt vandaag tot de Lazarus die in ieder van ons is: "Maakt hem los, laat hem gaan...". Ja, wij moeten gaan en met onze tegenwoordigheid en onze waardigheid, onze wijze van leven, de schoonheid van het Rijk van God verkondigen.

De waardigheid van het verdriet

Het is ook belangrijk dat men een onderscheid weet te maken tussen verschillende types tranen. Zoals wij weten zijn er tranen van verdriet, maar ook van woede, vernedering, trots. Er zijn er bijvoorbeeld die wenen uit infantilisme en om zich te laten troosten, weer anderen die dat doen uit hypocrisie en om met zichzelf te koop te lopen.

Wie geloof heeft, is daarentegen geroepen verdriet te beleven zoals Jezus, met grote waardigheid. Begrafenisvieringen moeten een diep en ingetogen geloof tot uitdrukking brengen. En ieder "theater" van het lijden afwijzen. Emilio heeft met een lange pastorale ervaring onderstreept hoe soms de mensen die het hardst roepen en "theatraal" wenen gedurende een begrafenis, degenen zijn die zich in het leven het minst hebben bekommerd om een daad van authentieke vriendschap, de liefde van een bezoek, hulp voor de overledene, toen hij ziek was.

Er zijn er ook die in de praktijk van de laster op schandelijk wijze in hen die door verdriet worden overweldigd en in stilte wenen, de schuldige aanwijzen door op hen kritiek te leveren en hun liefde voor de overledene af te meten naar de hoeveelheid wel of niet vergoten tranen.

Een christen moet zich bevrijden van de volkse en folkloristische overblijfselen van oude heidense praktijken van de rituelen "vol gejammer" die eens de overledenen begeleidden. Ook in Italië hebben wij de ervaring gekend van de "klaagvrouwen" en personen die werden ingehuurd om de overledenen te bewenen, om de dood te verwijderen en het louteringsgeween te begeleiden, ritueel geween waarvan de oorsprong teruggaat in de nacht van de tijd.

De Kerk heeft vanaf de tijd van de Kerkvaders de volkse begrafenispraktijken en de misbruiken ervan onder ogen moeten zien en deze moeten corrigeren en hierbij het beeld voorgehouden van de Mater dolorosa als voorbeeld van de moeder die lijdt, die op waardige wijze naast het kruis staat[6].

Rouwverwerking vertegenwoordigt in de verschillende contexten van de evangelisatie nog altijd een uitdaging van een creatieve inculturatie van de verkondiging van de verrijzenis.

De Kerk moedigt rituelen met een psychologische katharsis, die van de verschillende culturele vormen afhankelijk zijn, niet aan. De Kerk leert de dood niet uit te bannen, maar de diepe betekenis van het bestaan en de eindigheid ervan te ontdekken.

De Kerk gaat ten slotte verder met lief te hebben zoals haar Heer, te troosten en het Leven dat niet sterft, te verkondigen.

(Verzorgd door Antonietta Cipollini)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)




[1] "Drie passages spreken ons over de Jezus' tranen van verdriet, tranen van verdriet die de tranen van God zelf zijn - God lijdt dus! -, daar Jezus de Zoon van God in persoon is. Er wordt hierover gesproken in Lucas 19, 41-42, in Johannes 11, 33-35 en in de Brief aan de Hebreeën 5, 5-7", Réal Tremblay, La sofferenza di Dio, Le lacrime del Figlio, Turijn 2015, in www.bioeticanews.it

[2] Zie, wat dit betreft, de uitputtende en diepzinnige meditatie van paus Benedictus die ook terugkomt op de tranen van Jezus, vgl. Benedictus XVI, Incontro con i parroci della diocesi di Roma. "Lectio divina" (18 februari 2010); vgl. J. Ratzinger - Benedictus XVI, Gesù di Nazaret. Seconda parte. Dall'ingresso in Gerusalemme fino alla risurrezione, Libreria Editrice Vaticana, Città del Vaticano 2011, 35 vv.

[3] Paus Franciscus zei naar aanleiding hiervan: "Hoeveel tranen worden er op elk ogenblik in de wereld vergoten; de een anders dan de ander; en zij vormen samen een oceaan van verlatenheid, die roept om medelijden, medeleven, troost. De bitterste tranen zijn die welke worden veroorzaakt door menselijke boosaardigheid", Paus Franciscus, Meditatie. Gebedswake "om tranen te drogen" (5 mei 2016).

[4] Vgl. Réal Tremblay, La sofferenza di Dio...

[5] Paus Franciscus, Meditatie...

[6] Vgl. E. De Martino, Dal lamento funebre antico al pianto di Maria, Ed. Bollati Boringhieri, Turijn 1975, 316 vv.

 



13/04/2017

 

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis