Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Latijns-Amerika arrow Leven van de parochie van Ypacaraí arrow De dood van God is de dood van de mens
Afdrukken Verzenden naar een vriend




   DE DOOD VAN GOD IS DE DOOD VAN DE MENS
DE VERRIJZENIS VAN GOD IS DE VERRIJZENIS VAN DE MENS


Punten van overweging uit de homilie van Emilio op Palmzondag 2018

 

 

 

  In de liturgie van Palmzondag, waarin het evangelie van de intocht van Jezus in Jeruzalem en het passieverhaal wordt gelezen, heeft Emilio met zijn homilie, uitgesproken in de kerk Sagrado Corazón de Jesús in Ypacaraí (Paraguay), de mogelijkheid gegeven na te denken over het mysterie van Christus die de heilige stad binnengaat om het heilswerk tot vervulling te brengen.

Jezus gaat de stad binnen. De stad kan Hem ontvangen of wegjagen. In Jeruzalem ontvangen velen Hem feestelijk, waarbij ze zingen: "Hosanna, zoon van David". Maar vervolgens jagen ze Hem weg met de kreet: "Kruisig Hem".

Ieder van ons is als de stad Jeruzalem. Jezus wil ook in ons hart binnengaan: wij kunnen de Heiland ontvangen of Hem wegjagen.

Bij het mysterie van de oneindige liefde van God voegt zich dus het mysterie van de vrijheid van de mens.

Met onze vrijheid beslissen wij of wij de Heer in ons hart laten komen of niet. God leeft of sterft in ons al naar gelang de mate waarin wij Hem laten leven of sterven.

God is niet meer nodig

Voor een christen is dit een belangrijke uitdaging, daar het moderne denken zich in het algemeen baseert op de afwezigheid van God in het leven van de mensen. Het is het verschijnsel dat tot uitdrukking komt in de frase "God is dood", bedacht door de filosoof F. Nietzsche in zijn boek De vrolijke wetenschap uit 1882, dat absoluut niet verwijst naar het feit dat Jezus als God zijn leven aanbiedt, voor ons sterft en op de derde dag verrijst. Het is veeleer het idee, dat de laatste twee eeuwen heeft postgevat en zich in de afgelopen eeuw ook op theologisch gebied heeft doen gelden, van het verdrijven van God uit het bestaan, als ontwikkeling van een seculier denken. En ook, zoals door Nietzsche wordt geleerd, als innerlijke en filosofische noodzaak:  hij die God wordt genoemd en voor de mens de ontkenning van zijn vrijheid vertegenwoordigt, moet sterven, sterker nog hij is gestorven in hen die niet meer zijn morele conditionering ondergaan.

De geëmancipeerde mens, de technologische mens kan zijn bestaan zonder God organiseren en stelt zonder remmingen dat men ook zonder hem kan leven en goed kan leven.

Als God aan de horizon van het menselijk bestaan verschijnt door zondagsriten, traditionele processies of een andere religieuze manifestatie, dan gaat het vaak alleen maar om sporadische of op een gewoonte berustende gebeurtenissen, die horen tot de sfeer van de religieuze folklore. In het kader van de activiteiten, van de organisatie van de dag en de week, van de weekenden en de vakantie knipt men een stukje tijd uit waarin deze God, die er noodzakelijkerwijze thuishoort, een plaats krijgt, die zich niet beweegt, die zelfs niet meer erin slaagt te spreken, zo gekooid is Hij door een omlijsting van zoveel andere dingen die voorrang hebben en niet te verplaatsen zijn. In wezen leeft men daarom in het leven en de keuzes van elke dag, alsof God niet bestond.

Maar, zoals enkele filosofen van de dood van God terecht stelden, wanneer men eenmaal God heeft geëlimineerd, is de mens alleen en weet hij niet wat hij moet doen.

"Wij hebben God gedood, en wat doen we nu?".

Het verlies van de zin van het leven

Als God sterft, sterft ook de mens; als God niet bestaat, verliest ook de mens de zin van zijn bestaan.

De dood van God is de dood van de mens.

Wat dit betreft, is Emilio langer blijven stilstaan bij de zin van het leven. Want wanneer men het kompas verliest dat heel het leven van de mens richting geeft, weet men niet meer waarheen men moet gaan: men weet niet van waar men komt en men weet niet waar men heen moet gaan. Het leven van de mens wordt opgebruikt zonder dat men de zin ervan nog vindt. En de mens voelt zich verloren.

Daarom is nu de dood van God ook de dood van de mens.

En dat niet alleen. Als God dood is, is alles geoorloofd, dientengevolge beschouwt de mens zichzelf als referentiepunt: alles wat voor het individu nuttig is, dat het plezier verschaft, dat het voldoening geeft op alle gebieden, moet worden nagejaagd zonder de prijs die men moet betalen, te berekenen. En dat ook, wanneer dat gebeurt met schade voor de ander.

Het leven wordt als een groot restaurant: wij gaan binnen, nemen iets, eten, betalen en dat was het dan. En wat er in de wereld gebeurt, is van geen belang. Leven en dood wisselen elkaar af zonder dat wij ons zorgen erom maken.

Ook de relaties van vriendschap en liefde worden vluchtige relaties van het "leef van het ogenblik", maar hebben geen wortels en eindigen zonder dat wij er ons om bekommeren.

De persoonlijke verantwoordelijkheid

Dat is nu het belang van de viering van Palmzondag, waarop wij opnieuw het verhaal van het lijden van Jezus hebben gehoord. Twee mysteries ontmoeten elkaar: dat van God en dat van de mens. Het een verklaart en licht het ander toe. God en de mens kunnen niet worden gescheiden.

Zo is het lijden van Jezus ook het lijden van de mens, van ieder van ons, omdat ieder van ons, als hij in zijn binnenste naar zichzelf kijkt, op bepaalde ogenblikken kan constateren dat het verhaal van het lijden van Christus het verhaal van zijn eigen lijden is.

Hoeveel lijden zien wij om ons heen, hoeveel ziekte, hoeveel sterfgevallen, ook van jonge mensen, die hele gezinnen verwoesten. Ook hier staan wij sprakeloos, zoals ten overstaan van het lijden van Christus. En wij kunnen niets zeggen, omdat onze woorden niet voldoende zijn om het verdriet te verlichten, integendeel, er kan een risico zijn dat zij kwetsen.

Ook ten overstaan van de dood van de Heer staan wij sprakeloos. En deze innerlijke stilte kan ons alleen maar goed doen. De Heer nodigt ons uit om na te denken over de zin van ons leven, die niet gereduceerd kan worden tot alleen maar eten, werken, zich amuseren: allemaal goede dingen, maar daarbij moet het niet blijven. De zin van het leven moet "verder" worden gezocht, maar dit "verder" moet, ook al spreekt dit ons over eeuwige dingen en lijkt het alleen maar in de sfeer van het hiernamaals te zijn geplaatst, worden gevonden in het alledaagse, "hier" en "nu".

Jezus gaat Jeruzalem, de heilige stad, binnen.

Ook wij zijn, evenals Jeruzalem, geroepen de Heer als eersten te ontvangen zonder te wachten, totdat de anderen zich bewegen.

Emilio herinnerde bij deze gelegenheid eraan hoe men in Paraguay, en niet alleen hier, de gewoonte heeft niet over het eigen land te denken, zoals het is, maar al het ideale land dat niet bestaat, een projectie die alleen bij een droom blijft steken en nooit wordt verwezenlijkt, omdat ieder denkt dat anderen zich met de opbouw ervan moeten bezighouden. En hij heeft de bekende zin van J.F. Kennedy aangehaald uit de inauguratierede als president van de Verenigde Staten in januari 1961: "Medeburgers van Amerika, vraag dus niet wat uw land voor u kan doen, vraag wat u kunt doen voor uw land".

Wanneer de mens God ontvangt, geeft hij zin aan zijn leven, want God en alleen God geeft zin aan het leven van de mens.

Het lijden van God is ook het lijden van de mens; de dood van God is ook de dood van de mens. De verrijzenis van God is ook de verrijzenis van de mens. En ook het tegenovergestelde geldt: lijden, dood, verrijzenis van de mens zijn lijden, dood, verrijzenis van God.

God leeft in ons, als wij een gelukkig leven leven.

Het lijden van Jezus leert ons dat dit mogelijk is. Een gelukkig leven leven betekent immers zoveel dingen overwinnen die ons integendeel ver weg brengen: ons egoïsme, onze jaloersheid, de boosheid die wij in ons dragen.

Dan moeten wij veranderen en deze voortdurende bekering vraagt van ons andere dingen op te offeren. Zonder de weg van het kruis komen wij niet tot de verrijzenis. Men gaat alleen het leven binnen via de nauwe deur (vgl. Mat. 7, 13-14).

Ook de jongeren moeten leren van het lijden van Christus

Zich in het bijzonder richtend tot de jongeren die zich tijdens het Paastriduüm voorbereiden op de viering van Pascua Joven, heeft Emilio tegen hen gezegd dat het leven niet gereduceerd kan worden tot een mobieltje waarvan wij afhankelijk zijn. Er is een internetziekte die ons in onszelf opsluit en al onze vermogens verlamt. Men kiest voor de wereld van de schijn en om deze te verwezenlijken is een eenvoudige like voldoende. Men zegt "vind ik leuk" en men voelt zich tevredengesteld dat men behoort tot een anonieme groep die hetzelfde oordeel tot uitdrukking heeft gebracht, een "virtuele" groep die ons het gevoel geeft te leven, maar geen zin aan het leven kan geven. De werkelijkheid is daarentegen een maatschappij waarin ik werkelijke en geen denkbeeldige personen ontmoet, waar de persoon die lijdt, een persoon is die omarmd moet worden, waar gevoelens zich uiten in concrete tekenen die heel ons wezen erbij betrekken.

In de virtuele sfeer waarin de jongere wordt geconfronteerd met de display van zijn mobieltje, een echte computer, worden de hoogste gevoelens verbannen. Er is immers geen tijd om te genieten, te lijden, lief te hebben, te strijden voor gerechtigheid. Men gaat zeer snel met de druk van een vingertop van het ene beeld naar het ander, met dezelfde snelheid waarmee men het wil vergeten. Men gaat van het bewonderen van een miss-verkiezing naar het bombarderen van een ziekenhuis in Syrië; van het bericht over de zoveelste slachting naar dat over de resultaten van een dag van een voetbalkampioenschap. Alles gaat haastig voorbij onder de ogen zonder enige interesse te wekken.

En dan gelooft men contact te hebben met zoveel mensen, terwijl men alleen maar contact heeft met zichzelf.

Ook jongeren moeten van het lijden van Christus leren. Schoonheid is niet gelegen in het voortdurend zichzelf bewonderen, maar in het gezien en bewonderd worden door anderen om het goede dat wij doen, en vooral in het gezien worden door God. Dat is alleen maar mogelijk, als wij in staat zijn aan onszelf te sterven, omdat wij een grotere liefde hebben leren kennen.

Wie het kruis afwijst, wijst de verrijzenis af.

Wij verrijzen, als wij zoals Christus in staat zijn ons kruis te omarmen.

Palmzondag moet ons doen nadenken over dit fundamentele punt waaraan Emilio heeft herinnerd aan het einde van zijn homilie en dat het fundamentele punt moet vormen van heel de Goede Week: "Men komt niet tot de verrijzenis zonder langs het kruis te gaan".

Zo heeft hij ons allen uitgenodigd niet bang te zijn onze mond, onze handen, ons hart aan God te geven, precies zoals Jezus heeft gedaan, Hij aan wie "geen mens gelijk is in edele gestalte" (vgl. Ps. 45, 3).

Van het verhaal naar het leven

Met zijn treffende woorden heeft Emilio degenen die aan de liturgie van Palmzondag hebben deelgenomen, niet alleen ertoe gebracht ver terug te gaan, naar wat ongeveer tweeduizend jaar geleden gebeurde, maar te zien wat dat lijden in hun leven betekent.

In de homilie heeft hij vaak verwezen naar het verhaal van het lijden van de Heer, zonder te blijven stilstaan bij een specifieke passage. Wie aanwezig was, heeft er in de verkondiging van het Woord naar geluisterd; vervolgens heeft hij zich door de woorden van Emilio geroepen gevoeld de betekenis ervan, die het belangrijkste is, te zoeken. Wanneer hij eenmaal de betekenis heeft gevonden, kan ieder de tekst opnieuw ter hand nemen om hem met meer begrip te lezen.

En ik geloof dat ieder van de toehoorders, zoals de leerlingen van Emmaüs, gezegd kan hebben: "Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?" (Luc. 24, 32).

(Verzorgd door Sandro Puliani)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)




27/04/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis