Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Afrika arrow Leven van de parochie van Obeck-Mbalmayo arrow De overwinning van Ndedi
Afdrukken Verzenden naar een vriend



Leven van de parochie van Obeck-Mbalmayo


 

DE OVERWINNING VAN NDEDI

Gezichten en geschiedenissen uit de missie


 


In de parochie van Obeck, die aan de Gemeenschap Redemptor hominis is toevertrouwd en die gelegen is aan de rand van de stad Mbalmayo (Kameroen), houden wij ons al twintig jaar bezig met de vorming en het stimuleren van het gevoel van verantwoordelijkheid van de leken, de begeleiding en catechese van jongeren en kinderen, de bevordering van de caritas. Aan deze prioriteiten blijven wij aandacht besteden door middel van pastorale structuren die voortdurend, vooral in de begeleiding van de mensen, moeten worden vernieuwd. De gezichten en geschiedenissen van alledag zijn immers bij uitstek de plaats waar men de vreugde de hoop van de verkondiging van het evangelie ervaart.


 

Moeilijk om te vertellen

In Afrika, waar men van kindsbeen af wordt gevormd om te vechten tegen tegenspoed, is het leven zonder meer de grootste waarde die moet worden beschermd. Het opzettelijk onderdrukken hiervan is de zonde bij uitstek, het summum van schande; een echt moeilijk taboe om te vertellen en te verdragen, vooral voor een kind als Ndedi, waarvan ik de geschiedenis met u wil delen.

Die morgen vroeg zag ik, toen ik na de mis in Obeck de sacristie uitkwam, een groepje vrouwen op het kerkplein. Zij spraken opgewonden, waren ernstig, met gekwelde gezichten. Na een ogenblik van aarzeling voelde ik dat er iets ergs was gebeurd en ging ik naar hen toe.

Zij hadden uiteindelijk de moed om mij te zeggen dat Essomba, een jonge man van een dertig jaar, zich gedurende de nacht had opgehangen.

En nog het ergste was zo lieten de vrouwen mij begrijpen dat de vrouw van Essomba haar eerste verloofde in een ongeluk al had verloren; nog geen jaar geleden had zij ook haar zus, een jonge verpleegster, moeder van een tweeling, begraven.

Deze laatste tragedie deed intussen de duistere schaduw van de vervloeking in de geesten en de harten rondwaren. Bepaalde monden hadden al het woord hekserij uitgesproken om het onverklaarbare te verklaren.

Bij dit alles kwam ook nog de last van een familie die groter werd: behalve een ouderloze tweeling moesten de drie kinderen, achtergelaten door Essomba, die de kost verdiende als bestuurder van een motor-taxi, worden grootgebracht en naar school worden gestuurd.

Wanneer men met de een na de andere tegenspoed wordt geconfronteerd, doordringt angst de harten; men voelt zich aangevallen en verpletterd door duistere machten die de hoop roven en die machteloos maken. En het is niet zo voor de hand liggend dat men vrienden vindt. Veel mensen willen zelfs niet al te dichtbij komen om niet door ongeluk en verdriet besmet te worden.

Talrijk zijn daarentegen de aasgieren die altijd geïnteresseerd zijn in de drama's van anderen om lucht te geven aan eigen boosaardigheid en zich te verrijken ten koste van de ander door bescherming tegen het boze oog voor te stellen die alleen maar achterdocht en haat toevoegen.

De nabijheid en het samen delen van geloof, hoop en liefde, die ons hart doen ademen, kunnen daarentegen eraan bijdragen deze verlammende driften van de mensen tot stilstand te brengen.

Zoals ik hetzelfde gezin nabij was op het ogenblik van het verlies van de jonge verpleegster, die ik in de parochie had zien opgroeien, bekommerde ik mij onmiddellijk erom mij naar het huis van Essomba te begeven, in de wijk Nkong-a-si, de armste wijk van Obeck.

Het was niet gemakkelijk het huisje binnen te komen. De binnenplaats was een modderpoel geworden door de overvloedige regens en het gebrek aan afvoerkanalen... Als een koorddanser, van de ene steen naar de ander springend en vervolgens lopend op het beetje cement dat het gebouw als een trottoir omgeeft, verscheen ik aan de deur.

In de kern van het drama

Ik werd ontvangen door Sonja, het tweede kind van vijf jaar van Essomba. Zij was alleen, zij voelde zich de vrouw des huizes en realiseerde zich nog niet goed de gevolgen van hetgeen haar was overkomen.

Zij zei mij dat papa dood was, dat zijn lichaam in het mortuarium was en dat mama "in de gevangenis" was om het commissariaat aan te geven. Vervolgens bevestigde zij dat Ndedi, haar oudste broertje, zeven jaar, ziek was en dat hij samen met de jongste bij oma was.

Zij pakte vervolgens mijn hand en ging met mij mee om de goyaves-boom te zien achter het huis, waaraan haar papa zich had opgehangen.

Onder de goyavier stond nog het omvergegooide krukje en vastgeknoopt aan een tak een stuk blauw touw dat tot de dag ervoor was gebruikt om de was op te hangen.

En daar, voor de boom, begon Sonja te vertellen...

De vorige nacht had papa Ndedi wakker gemaakt om hem te vragen voor hem een krukje en een mes te zoeken: hij had geen slaap zei hij , hij wilde op het veld een tros bananen gaan snijden voor het ontbijt van de volgende dag.

Onwetend van hetgeen stond te gebeuren, gehoorzaamde het kind en ging weer naar bed.

Even later gingen mama en Ndedi, toen zij papa niet zagen terugkomen, naar buiten om hem te zoeken en zonder het zich te realiseren "stoten zij hun neus" in het donker van de nacht tegen zijn lichaam dat daar hing.

Pas op dit punt van het verhaal begreep ik waarom Ndedi ziek was. Ik begaf mij haastig naar het huis van de oma, begeleid door een vrolijke stoet van onwetende kinderen.

Aangekomen, zocht ik tevergeefs met mijn blik naar een volwassenen die mij kon ontvangen. Maar de arme zielen hadden zelfs geen tijd om te huilen: opa was in de timmermanswerkplaats om niet een werkdag te verliezen en oma naar de markt om iets te zoeken voor het eten.

Toen ik de armzalige woning binnenging, ontmoette ik Ndedi, die, in elkaar gerold als een kat, op de bank lag, niet in staat te spreken en zijn blik ook maar een ogenblik op te heffen.

De glimlach van Ndedi

Hij gloeide, hij had koorts; heel waarschijnlijk had hij ook honger; er was de vermoeidheid van een bijna slapeloze nacht, maar er was bovendien de angst en de enorme last die hij moest dragen, namelijk dat hij zich partij voelde in de dood van hem die hem het leven had gegeven. Hij was in shock, als het ware niet aanwezig.

Ik kon met hem alleen maar een gebedje doen, een kruisteken maken en een aai geven; zeer droevig gestemd liet ik hem achter, waarbij ik met hem afsprak in de parochie. Alvorens naar huis terug te gaan ging ik bij de politie langs om mama te ontmoeten, en ik trof haar daar aan: alleen en gebroken; nadat de getuigenverklaring was getekend, ging zij terug naar huis en ik ging weer met haar mee.

's Zondags kwam de familie naar de mis met de kinderen. Na de viering groette ik Ndedi en herinnerde hem eraan dat papa naar de hemel was gegaan, dat hij dapper moest zijn en voor hem moest bidden. Hij knikte ja zonder zijn blik op te slaan.

Twee dagen later was ik op de markt en kwam ik hem opnieuw tegen.

Hij stond naast de kiosk waar zijn moeder een servicepunt voor telefonie heeft. Toen hij mij zag, schoot hij, nog voordat ik hem riep, pijlsnel weg en vloog hij op mij af om mij te omarmen. Met een glimlach en eindelijk opgeheven hoofd was zij gezicht opnieuw stralend, schitterend van vreugde.

Het was een onverwachte gave die ik die dag kreeg: Ndedi had zijn gevecht gewonnen. Vooral dankzij de hulp van zijn familieleden en hun geloof had hij de ketens van schuld en wrok verbroken.

Nu is het noodzakelijk hem de strijd van het leven te helpen overwinnen, opdat hoop en vreugde zijn trouwe reisgenoten blijven tot de dood en over de dood heen.

Gezichten en geschiedenissen uit de missie

In deze zin zijn de ogenblikken van gebed dat Essomba moge rusten in vrede, wezenlijk geweest, zoals ook de gesprekken belangrijk zijn geweest die ik heb gehad met familieleden en buren. Bij die gunstige gelegenheden herinnerde ik eraan dat de ernst van zelfmoord die een afwijzen van de gave van God en van de door Hem toevertrouwde taak inhoudt niet verhindert een sprankje licht en hoop te zien. Men mag immers niet vergeten dat het personen die zelfmoord plegen, vaak aan volle verantwoordelijkheid ontbreekt ten gevolge van een onderdrukkend angst en een instorten van psychische energie.

Indien de door de vader van Ndedi beleefde tragedie samen wordt gedeeld, dan brengt ons dat vooral ertoe ons vragen te stellen over ons eigen leven, over de verantwoordelijkheid die wij dragen ten opzichte van elkaar, opdat niemand zich ooit verlaten kan voelen, zelfs niet ten overstaan van de dood als ten prooi aan een vijandige en verstikkende macht waartegen het geen enkele zin zou hebben te strijden. Het gaat erom ten opzichte van elkaar, vooral ten opzichte van de meest broze mensen, van onze nabijheid als belofte van leven te getuigen. Ook in dat milieu maakt immers de verzwakking van maatschappelijke ondersteuning, die eens een van de kenmerken van de Afrikaanse cultuur was, niet meer de bescherming mogelijk tegen de eventualiteit van een zelfmoord, in het bijzonder voor jongeren die verloren schijnen te gaan in hun moeizaam zoeken naar identiteit[1].

Na de kerkelijke begrafenis heeft Ndedi met hervonden enthousiasme deelgenomen aan ontspanningsactiviteiten voor kinderen in de periode van de zomervakantie; hij is ons ook thuis komen bezoeken samen met enkele leden van zijn familie.

Het was de eerste keer dat buiten de oma de kinderen en mama bij ons kwamen. Wij waren gewend elkaar vooral in de kerk aan het altaar, op kantoor of in de parochiezaal voor de catechese te zien en het elkaar ontmoeten in onze gewone levenssfeer, die ook de verschillende huishoudelijke bezigheden bevat, is voor hen een aangename verassing geweest die ons nader tot elkaar heeft gebracht.

Het aanstekelijke enthousiasme van de kinderen, die trots waren voor het eerst het huis van hun "Père" en hun "Soeur" te ontdekken, heeft het mogelijk gemaakt het ijs onmiddellijk te breken, ook bij de oudsten. In plaats van de aanvankelijke verlegenheid en schuchterheid was er alleen maar sereniteit.

In deze zin zijn behalve de verschillende ontmoetingen van catechese en vorming waarmee wij verder gaan, de meer persoonlijke bezoeken van gelovigen aan ons huis   in het bijzonder van gezinnen zoals dat van Ndedi, of groepjes ouderen die door de Caritas worden gevolgd, of ook nog jonge vrienden en medewerkers belangrijk binnen de weg van de evangelisatie van de parochie van Obeck, omdat zij het mogelijk maken vrijere, kosteloze, zonder meer minder klerikale relaties aan te knopen; ieder van ons wordt, afgezien van de aangenomen kerkelijke functie en rol, erkend als een naaste, een vriend op wie men kan rekenen.

Deze gelegenheden van ontvangst helpen ook ons ons te beschermen tegen de verleiding van zelfbetrokkenheid en onze deuren te openen voor de armen, de jongeren, hen die ver weg zijn. De Kerk is immers niet alleen geroepen voortdurend "naar buiten te treden" om hen die ver weg zijn, tegemoet te gaan, maar ook hen te ontvangen en hen in het hart van haar leven te laten "binnentreden" door de schoonheid en diepte ervan samen te delen.

Voor de maaltijd waarbij Ndedi de eer en de vreugde heeft gehad aan tafel tussen de grote mensen te gaan zitten en evenals de andere kinderen enkele nuttige geschenken voor het nieuwe schooljaar te krijgen, zijn wij in de tuin gaan bidden bij de grot van Marie, Mère de l'espérence.

Klein en groot, ieder heeft zijn gebedsintentie geformuleerd. Ndedi heeft als volgt gebeden: "Ook al heeft mijn vader besloten weg te gaan, ik dank voor het goede dat hij voor mij heeft gedaan, voor het eten waaraan hij het mij nooit heeft laten ontbreken". Eenvoudige en diepzinnige woorden, die zonder de harde werkelijkheid te verbergen dankbaarheid uitdrukken: Ndedi wijst de historische schuld van liefde die zijn vader hem heeft nagelaten, niet af, een schuld van liefde die hem van nu af herinnert aan inzet en aan de toekomst.

Ik heb van mijn kant gebeden voor ons herders en gewijde personen dat wij altijd de Geest van de Heer volgen, die de harten verwarmt en ze oplettend en solidair maakt met de vreugden en het lijden van onze broeders en zusters, vooral de armste.

Binnenkort zal Ndedi de catechese beginnen te bezoeken om zich voor te bereiden op het ontvangen van het sacrament van de eucharistie.

Zo zal hij, niet begeleid door bureaucraten en functionarissen, maar door personen die geroepen zijn te geloven in hetgeen ze zeggen en het Woord dat ze verkondigen, in praktijk te brengen, leren edelmoedig zijn dankjewel te verenigen met het dankjewel bij uitstek, dat van Jezus die op het kruis iedere dag zijn leven aan de Vader aanbiedt voor de verlossing en het heil van de wereld.

Franco Paladini

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 


[1] In de kring van de jongeren in Afrika zijn de meest voorkomende risicofactoren: armoede, verlies van een dierbare, ruzie, breuk van een liefdesrelatie, drugs- en alcoholmisbruik, schande van de familie, gevoel van maatschappelijk onrecht, mislukking op school, seksuele mishandeling.

 



18/08/2017

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis