WAT IS HET MOOI OM BIJ DE KERK TE HOREN
Het voorbeeld van Carmen en Ramón
Ramón is een man van nog geen vijftig jaar, die in Ypacaraí woont. Hij kwam zelden naar de parochie en hij was met zijn vrouw Carmen alleen voor de wet getrouwd. Ramón en Carmen hebben een dochter van zestien jaar, Maria del Carmen, die zich voorbereidt op het vormsel.
Carmen dacht er al lang over om voor de Kerk te trouwen en langzamerhand heeft zij ook Ramón overreed. Zij hebben in augustus afgelopen jaar na de vereiste voorbereiding te hebben gevolgd uiteindelijk hun gezinssituatie ook voor God genormaliseerd, zoals Ramón zelf ons in zijn eenvoudig getuigenis heeft verteld:
"Een jaar geleden hebben ik en mijn vrouw Carmen besloten ons meer te verplichten en te trouwen voor de Kerk. Mijn vrouw zei altijd tegen mij: ‘Laten wij voor de Kerk trouwen, laten wij voltooien wat wij zijn begonnen, om niet tekort te schieten in wat het belangrijkste is: Gods zegen'. Ik kon geen besluit nemen. Vervolgens hebben wij met Michele gesproken, die ons deze richting heeft doen uitgaan en ons het idee aan de hand heeft gedaan om in de kapel van onze wijk, Santa Rosa, te trouwen. Zo is het geweest, het was op een zondag. Ik ben zeer tevreden".
Vanaf dat ogenblik zijn Ramón en zijn familie meer deel gaan nemen aan het leven van de parochie, vooral de zondagsmis, waarbij zij nu bijna nooit ontbreken, en zij verlenen ook op enkele andere dagen van de week enkele bijzondere diensten.
"Ik vind het heel fijn, hoe de parochie verder gaat. Padre Emilio en de anderen van de Gemeenschap Redemptor hominis doen heel goed werk, de geest waarmee men de parochie leidt, maakt veel indruk en wat daarin gebeurt, wordt heel positief beoordeeld. Eerst zag men dit alles niet. Nu is alles heel schoon en geordend. Ik kon gedurende een periode zelfs niet op zondag komen, omdat ik de hele week buiten Ypacaraí werkte, in San Lorenzo, van zeven uur ‘s morgens tot acht uur ‘s avonds. Op een zeker moment heb ik echter ingezien dat ik niet veel verdiende, waardoor ik dacht dat het beter was dat ik werk vond in mijn stad, zodat ik ook in de parochie kon komen. Zo ben ik begonnen vaker te komen, ik voelde mij er thuis, ik wilde meer deelnemen, ik kon echter steeds niet besluiten om het te vragen, een beetje uit schuchterheid. Vervolgens heb ik op een dag, het besluit genomen, voor Palmzondag, toen de parochie aan allen heeft gevraagd om vrijwillig de kerk en de binnenplaats grondig te poetsen ter voorbereiding op Pasen. Nu voel ik mij er zeer thuis en ben ik heel gelukkig".
Ramón werkt de hele week, hij is schilder, tuinman, een beetje van alles, ook al is zijn oorspronkelijke beroep, zoals dat van de hele familie, leerbewerking. Zijn vrouw Carmen is kapster.
Op zaterdagmorgen komt Ramón naar de parochie om te helpen met het schoonmaken van de binnenplaats of de tuin en voor onderhoudswerkzaamheden. Ramón en Carmen komen altijd met hun neef naar de mis, Luis, een jongen van 28 jaar die gehandicapt is ten gevolge van polio op jeugdige leeftijd. Luis kan lopen, zij het met moeite, en ook werken. Omdat hij niet naar school is gegaan, drukt hij zich moeizaam en schuchter uit. Luis werkt met Ramón gedurende de hele week; 's zaterdags komen zij samen naar de parochie, waar Luis, zoals hij heeft gezegd, zich thuis voelt. Ramón en Carmen zijn toen op het idee gekomen om hem de eerste communie te laten doen en samen met hun dochter Maria del Carmen hebben zij de voorbereiding van Luis op zich genomen, zoals Ramó ons vertelt.
"Luis is een jongen van 28 jaar, een neef van mijn vrouw. Door de week gaat hij met mij mee en helpt mij bij het werk, zo verdient hij iets. Ik heb hem uitgenodigd om 's zondags aan de mis deel te nemen en hij heeft het heel leuk gevonden om met mij ook in de parochie te komen. Zo ben ik op het idee gekomen om te vragen of hij de eerste communie mocht doen. Wij hebben onder elkaar erover gesproken en hij was heel enthousiast over het voorstel. Zijn ouders hebben nooit aan het parochieleven deelgenomen en hebben zich van de Kerk verwijderd. Luis heeft nooit de gelegenheid gehad om naar catechese en evenmin om naar school te gaan, hij is een schuchtere en terughoudende jongen.
Wij hebben gedacht dat hij, als hij wilde, de eerste communie kon doen en wij hebben er met zijn familie over gesproken. Zij waren het er niet erg mee eens: 'Maar wat gaat hij doen, hij is dom, kan niet lezen en schrijven', zeiden ze. Toen, op een dag dat Michele bij mijn moeder is gekomen om voor het einde van een noveen te bidden, hebben wij hem het probleem van Luis en zijn eerste communie voorgelegd en hij heeft ons gezegd dat het mogelijk was, maar dat hij zich moest voorbereiden om te begrijpen wat hij ontving. Nu is Luis zich aan het voorbereiden en hij ziet ernaar uit om het sacrament te ontvangen. Wij en ook onze dochter Maria del Carmen helpen hem bij de voorbereiding.
Zo heeft Ramón sinds enige tijd ook Luis in het werk van de gemeenschap ingevoerd, zoals alle jongens en meisjes die zich voorbereiden op het vormsel. Luis voelt zich op deze manier betrokken, hij ontmoet anderen en langzamerhand voltooit hij de voorbereiding om de eucharistie te ontvangen.
Het is een eenvoudig verhaal, dat van Ramón en zijn familie.
Ramón en Carmen hebben hun leven, hun problemen en hun vreugde, zoals allen, zij hebben echter besloten deze niet binnen hun familie te beleven en zich open te stellen en deel te nemen aan het leven van de Kerk. Zij zijn erin geïnteresseerd om naar Emilio te luisteren en in wat er in de parochie wordt gedaan. Het zijn eenvoudige mensen, die met vreugde en plezier een kostbaar werk verrichten. Met hun inzet, hun trouw dag voor dag en hun getuigenis zijn zij een voorbeeld voor zeer veel anderen.
"Wat mij het meest bevalt is het preken van Emilio, omdat hij de dingen openlijk zegt, heel duidelijk spreekt, zonder angst en de waarheid vertelt, of je dat nu leuk vindt of niet. Dit is een zeer positief iets; vroeger was het niet zo in de parochie. Ik spreek met veel mensen tijdens mijn werk en ik zeg dat onze kerk de enige is waar men stilte, orde, schoon zijn respecteert. In andere parochies zijn er vaak kinderen die huilen, g.s.m.'s die afgaan en men kan zich niet concentreren op het gebed. Emilio heeft iets heel moois gedaan en ik ben er zeker van dat het hem veel heeft gekost, maar hij heeft het bereikt. Kijk maar eens naar de zondag met al die jeugd die deelneemt, het is heel mooi.
Door dit alles heb ik mij meer ingezet voor het werk in de gemeenschap, het dienstwerk van de collecte 's zondags, samen met mijn vrouw. Donderdags neem ik deel aan de mis en daarna aan de eucharistische aanbidding, die mij zeer bevalt. Ik had nog nooit een eucharistische aanbidding meegemaakt, ik wist zelfs niet wat het was. Ik ben ook deel gaan uitmaken van het Marialegioen van de kapel in onze wijk en op zaterdag komen wij bij elkaar om de rozenkrans te bidden. Wij zijn trots op dit alles".
Ramón en Carmen hebben ontdekt dat zij deel zijn van een gemeenschap die ook hun bijdrage nodig heeft om te leven, te groeien en zich te ontwikkelen. Zij hebben hun hart willen openen voor anderen, in het bijzonder voor Luis, opdat ook hij dit toebehoren kon ervaren. Dit alles is voor hen geen verplichting, geen moeten, maar eenvoudigweg, zoals Ramón zegt, het plezier in en het gevolg van zich betrokken en actief in de Kerk te voelen, waar ieder zijn plaats kan vinden en zijn medewerking kan geven. Zij hebben, zoals Carmen zei, het belangrijkste niet verloren, Gods zegen. Dit alles heeft hen nog gelukkiger gemaakt.
Emanuela Furlanetto
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
19/08/2011
|