web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Leven van de missies - Paraguay arrow Homilie bij de 124ste verjaardag van de stichting van de stad Ypacaraí - 13 september 2011
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
banner1.jpg

| Afdrukken |


 

HOMILIE BIJ DE 124ste VERJAARDAG


VAN DE STICHTING VAN DE STAD YPACARAÍ


13 september 2011




 

De verjaardag van de stichting van onze stad van Ypacaraí biedt ons nog eens de gelegenheid in het licht van Gods woord en een correcte interpretatie ervan overeenkomstig het leergezag van de Kerk na te denken over de relatie die er bestaat tussen de liturgie van de eucharistie die wij nu vieren, en het leven van de stad op aarde waar wij leven.

"In de liturgie hier op aarde krijgen wij bij wijze van voorproef deel aan de hemelse liturgie, die wordt gevierd in de heilige stad Jeruzalem, waarheen wij als pelgrims op weg zijn ... wij verwachten de Verlosser, onze Heer Jezus Christus, totdat Hij, ons leven, verschijnt en wij met Hem zullen verschijnen in heerlijkheid" (Sacrosanctum Concilium, 8).

De aardse en hemelse dimensie herinnert ons eraan dat "de Kerk haar pelgrimstocht voortzet dwars door de vervolgingen van de kant van de wereld en de vertroostingen van de kant van God heen en het kruis en de dood van de Heer verkondigt, totdat Hij komt" (Lumen gentium, 8).

De aardse en hemelse dimensie van de liturgie herinnert ons samen met de dimensie
van de uittocht, de pelgrimstocht en de diaspora van de Kerk eraan dat wij, christenen hier beneden geen vaste stad hebben, aangezien wij op zoek gaan naar de toekomstige stad (vgl. Hebr. 13, 14). Wij streven naar een beter vaderlands dat wil zeggen het hemelse (vgl. Hebr. 11, 16).

En het is het aanschouwen van de Heilige Stad - het nieuwe Jeruzalem dat van God uit de hemel op de aarde neerdaalt, gereed als een bruid die zich tooit om haar man te ontvangen (vgl. Apok. 21, 2) - die ons ertoe aanzet de aardse stad te bouwen naar het beeld van de hemelse stad, waar de dood niet meer zal zijn, geen rouw, geen geween, geen zorg (vgl. Apok. 21, 4).

Er is geen twijfel dat de aardse stad nooit gelijk zal worden aan de hemelse, ook als wij reeds zijn geroepen op deze aarde de waarden van het leven te creëren die wij nog niet hebben verwezenlijkt en nooit volledig en definitief zullen verwezenlijken.

De bouw van de aardse stad (in het Grieks polis) hoort tot de politiek.

 Wij hebben het verschillende keren herhaald en geschreven. Ik wil het nu nog een keer herhalen door de woorden aan te halen van de Heilige Vader Benedictus XVI, uitgesproken op 13 mei 2007 tijdens de openingstoespraak ter gelegenheid van de vijfde Algemene Conferentie van het episcopaat van Latijns Amerika en de Caribische eilanden in Aparecida.

De Heilige Vader stelt: "Dit politieke werk is niet de onmiddellijke competentie van de Kerk. Respect voor een gezonde seculariteit - inclusief het pluralisme van politieke meningen - is essentieel in de christelijke traditie. Als de Kerk zou beginnen zich direct te veranderen in een politiek subject, zou zij niet meer doen voor de armen en de gerechtigheid, maar minder, omdat zij haar onafhankelijkheid en moreel gezag zou verliezen door zich te identificeren met één politieke weg en met gedeeltelijke betwistbare posities. De Kerk is advocaat van de gerechtigheid en de armen, juist omdat zij zich niet identificeert met politici, noch met partijbelangen. Alleen door onafhankelijk te zijn kan zij de grote criteria en onvervreemdbare waarden onderrichten, het geweten oriënteren en een levenskeuze bieden die verder dan het politieke milieu reikt. Het geweten vormen, advocaat van de gerechtigheid en de waarheid zijn, opvoeden tot individuele en politieke deugden, dat is de fundamentele roeping van de Kerk in deze sector. En katholieke leken moeten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid in het openbare leven; zij moeten tegenwoordig zijn bij het vormen van de noodzakelijke overeenstemming en het verzet tegen onrecht".

De fundamentele roeping van de Kerk is het bovendien het geweten te vormen, advocaat van de gerechtigheid en de waarheid te zijn, op te voeden tot individuele en politieke deugden.

 In zijn encycliek Caritas in veritate stelt Benedictus XVI: "Van iemand houden betekent zijn welzijn voor ogen hebben en zich daar effectief voor inzetten. Naast het individuele welzijn is er het welzijn dat verbonden is met de mensen in de samenleving: het algemeen welzijn. Dat is het welzijn van ‘wij allemaal', opgebouwd uit individuen, gezinnen en kleinere groepen, die zich verenigen tot een sociale gemeenschap. Het is geen welzijn dat voor zichzelf wordt gezocht, maar voor de mensen die behoren tot de sociale gemeenschap en alleen daarin werkelijk en effectief hun welzijn kunnen vinden. Het algemeen welzijn wensen en zich daarvoor inzetten is een vereiste van gerechtigheid en liefde. Zich inzetten voor het algemeen welzijn betekent het geheel van de instellingen die structuur geven aan het sociale leven, op juridisch, burgerlijk, politiek en cultureel gebied, enerzijds beschermen en anderzijds zich daarvan bedienen, zodat op die manier de polis, de stad, vorm krijgt. De naastenliefde is des te doeltreffender, naarmate men zich meer inzet voor een algemeen goed, dat iemand ook daadwerkelijk nodig heeft. Iedere christen is geroepen tot deze naastenliefde, op de wijze van zijn roeping en naar zijn invloed in de polis. Dit is de institutionele - we kunnen ook zeggen de politieke - weg van de naastenliefde, die niet minder deugdelijk en effectief is dan de liefde die de naaste rechtstreeks ontmoet, buiten de bemiddeling van de polis om" (nr. 7).

Willen de instellingen van de stad (van de polis) namens en op rekening van alle burgers functioneren, ten gunste van het algemeen welzijn zonder enig onderscheid, dan moet de democratie participatief zijn.

Dit stelt het Compendium van de sociale leer van de Kerk met uiterste duidelijkheid, waar het schrijft: "Participatie aan het gemeenschapsleven is niet alleen één van de grootste aspiraties van de burger die geroepen is om in vrijheid en in verantwoordelijkheid zijn burgerlijke rol met en voor anderen te spelen; zij is tegelijk één van de pijlers van alle democratische instituties en één van de belangrijkste garanties voor het voortbestaan van het democratische systeem. Een democratische regering wordt immers op de eerste plaats gedefinieerd door het toekennen van gezag en functies door het volk die in naam van het volk, voor zijn rekening en te zijnen voordele worden uitgeoefend. Het is daarom zonder meer duidelijk dat elke democratie participatief moet zijn. Dit betekent dat de verschillende subjecten van de gemeenschap van burgers op alle niveaus moeten worden geïnformeerd, beluisterd en betrokken in de uitoefening van de functies die de burgerlijke gemeenschap vervult" (nr. 190).

Een authentieke participatieve democratie vereist dat alle burgers actief deelnemen aan het openbare leven.

Wat dit betreft, is beslissend hetgeen de Catechismus van de Katholieke Kerk leert: "Het is de taak van hen die het gezag uitoefenen, om de waarden te versterken die het vertrouwen van de leden van de groep opwekken en die hen aanzetten om zich ten dienste te stellen van hun medemensen. Participatie begint bij de opvoeding en de cultuur. ‘Terecht kunnen wij ervan overtuigd zijn dat het toekomstig lot van de mensheid gelegen is in de handen van hen die erin slagen aan de komende generaties motieven te geven om te leven en om te hopen'" (nr. 1917).

Participatie - ik herhaal de leer van de Kerk, of men dat nu wil of niet - vereist opvoeding en cultuur.

Wie politieke wetenschappen studeert, kent heel goed de oude uitdrukking: "Panem et circenses".

 "Panem et circenses", dat vertaald betekent: "Brood en circusspelen", is een pejoratieve Latijnse zegswijze, vandaag in gebruik, die de praktijk van een regering beschrijft die om de bevolking rustig te houden en aanvechtbare feiten te verdoezelen de massa's soorten voedsel en vermaak van laag allooi rijkelijk en op grond van criteria van een verzorgingsstaat ter beschikking stelt.

De zin werd in de eerste eeuw n. Chr. door de Romeinse dichter Juvenalis uitgedacht en staat in zijn Satire (X, 81). Oorspronkelijk beschreef deze het gebruik van de Romeinse keizers die graan en toegang tot de circusspelen schonken als een methode om het volk van de politiek af te houden.

Nu zou dat gelijk zijn aan "brood en voetbal", "brood en vermaak", etc.

 In de context ervan wordt de Latijnse uitdrukking panem et circenses ("brood en circusspelen") gebruikt om de uiterste aandacht te geven van het Romeinse volk dat was vergeten dat het door geboorte het recht had te worden betrokken bij politieke aangelegenheden. Juvenalis toont zijn minachting voor de decadentie van de Romeinen in zijn tijd. De Romeinse politici voerden een plan uit om de stemmen van de armen te winnen: door goedkoop graan en vermaak te schenken besloten de politici dat deze politiek van "brood en circusspelen" de geschiktste vorm was om de macht te grijpen.

Het zou interessant zijn diepgaand en onpartijdig, vrij van berekeningen van het zoeken naar macht, in overweging te nemen hoeveel uren serieuze school, opvoeding en cultuur onze jongeren verliezen tengevolge van oefeningen voor optochten en voetbalkampioenschappen. Hoeveel geld moeten gezinnen uitgeven voor deze wedstrijden en optochten!

In plaats van het oude "panem et circenses" zijn nu alleen de woorden "circusspelen zonder brood" gekomen.

 Ypacaraí verdient het om een mooie, schone, nette stad vol werkelijk leven te zijn. Wij moeten allen een edelmoedige poging doen om haar te bouwen naar het beeld van de hemelse stad, de stad van de mensen, ons dierbare Ypacaraí, de stad van het blauwe meer en niet van het zwarte en vervuilde meer: de stad waar vooral op de kruising van Pedrozo het autoverkeer wordt geregeld en de snelheid wordt teruggebracht; moge het vuil in de straten verdwijnen en de stoepen niet worden gereduceerd tot openbare stortplaatsen; moge de vervuiling door geluid en de milieuvervuiling worden gecontroleerd; moge in het bijzonder het probleem van de riolering bespreekbaar worden gemaakt en worden opgelost; moge het project worden gerealiseerd van een reeks verbeteringen van het  stadscentrum van Ypacaraí om het aanzien van onze stad enigszins te veranderen, om haar netter te maken en zowel de handel als het verkeer te regelen; mogen de bestaande wetten over de aanwezigheid van loslopend en ongecontroleerd vee worden gerespecteerd; mogen de voorwaarden voor het houden van huisdieren op eigen terrein en in stadsgebieden worden geregeld; mogen er bronnen van werk en functionerende gezondheidscentra worden gecreëerd, vooral voor de armsten en sociale centra, die dag en nacht geopend zijn, voor de meest dringende behoeften van de minst begunstigden.

Dit alles vereist een visie en politieke cultuur op lange termijn.

Ongetwijfeld is het niet aan de Kerk om dit verhaal, dat wil zeggen het verhaal van de polis (de stad), te verwezenlijken. Het is de taak van de leken die dit moeten doen onder eigen verantwoordelijkheid en zonder de Kerk in een kwaad daglicht te stellen.

Met diep respect voor de autoriteiten van de stad en met grote liefde jegens alle burgers, in het bijzonder de jongeren en de armsten, leg ik ieder van u in de kelk van de Heer en bid ik met het offer van mijn leven, dat de Heer u een mooi en gelukkig leven vergunt.



Don Emilio Grasso

Pastoor van de

Parochie Sagrado Corazón de Jesús di Ypacaraí


(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency