web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Leven van de missies - Paraguay arrow Het respect voor de vrijheid van godsdienst in de prakijk
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
gemeenschap-rh3.jpg

| Afdrukken |


 

HET RESPECT VOOR DE VRIJHEID VAN

GODSDIENST IN DE PRAKIJK



In Paraguay is de scheiding tussen de Kerk en de verschillende staatsinstellingen - ieder is op zijn eigen terrein soeverein en onafhankelijk - een begrip dat zeker nog weinig diepgeworteld is. Dit heeft het voorval van de verkiezing van een emeritus- bisschop tot president van de republiek duidelijk gemaakt. Dit laten ook bijna dagelijks verschillende gebeurtenissen zien waarbij men als vanzelf ervan uitgaat dat burger en katholieke christen synoniem zijn; dit wordt echter door de feiten tegengesproken.

De scholen hebben bijvoorbeeld vaak de gewoonte met hun leerlingen naar de kerk te gaan ter gelegenheid van bepaalde jaarlijks terugkerende feesten, zoals dat van de beschermheilige van de wijk of de stad. Deze "dienstreizen" worden gedurende het normale rooster van activiteiten georganiseerd met het gevolg dat alle leerlingen, evenals een bepaald aantal leraren, worden verplicht aan een liturgieviering deel te nemen, zonder dat men zich bekommert om hun godsdienstige overtuiging. Er zijn echter onder hen ook mensen die niet in God geloven of die tot andere christelijke gezindten behoren, en ook personen die eenvoudigweg geen enkele zin zouden hebben om naar de kerk te gaan.

Wat dit betreft, is het niet noodzakelijk zich te beroepen op onderzoeken naar de godsdienstige samenstelling van een samenleving: men hoeft maar te denken aan de persoonlijke ervaring van ieder, toen hij nog leerling was. Dit heeft Emilio gedaan, toen hij zag dat op een ogenblik van reflectie en gebed, georganiseerd in een capilla van Ypacaraí ter voorbereiding op het feest van de beschermheilige, onverwachts leerlingen van een middelbare school in de buurt, door de directrice en enkele leraren in rijen opgesteld, binnenkwamen. Velen van hen hadden zeker niet de gewoonte om naar de parochie te komen en namen ook niet deel aan de catechese.

Een persoonlijke act beschermen

Dit feit heeft Emilio ertoe gebracht zijn gevoel van verstoordheid en spijt met betrekking tot de situatie duidelijk te maken. In de pastorale praktijk waartoe hij in de parochie van Ypacaraí een aanzet heeft willen geven, is immers vrijheid de eerste waarde waarvoor hij is opgekomen en die hij heeft trachten over te brengen. Hij is begonnen bij de kinderen en jongeren van de catechese, tegen wie hij herhaaldelijk heeft gezegd dat deelnemen aan bijeenkomsten en de sacramenten ontvangen een persoonlijke act is van de vrijheid die allen moeten leren erkennen en respecteren.

Het geloof, zo heeft hij de aanwezige jongeren uitgelegd, is iets persoonlijks. Het is een kwestie van innerlijk, van geweten: ieder beslist vrij of hij wel gelooft of niet en hoe hij zijn eigen geloof wil beleven.

De een gelooft, de ander niet. Voor de een is dat stuk brood het lichaam van Christus, waarvoor hij knielt, omdat daarin heel de volheid van de godheid tegenwoordig is. Voor de ander betekent het niets. Voor de een is het woord dat in de kerk wordt verkondigd, het woord van God. Voor de ander zijn het alleen maar menselijke woorden. Wie gelooft, vraagt aan wie niet gelooft, dat hij wordt gerespecteerd: hij vraagt dat hij hem niet stoort op het ogenblik dat voor hem uitermate heilig is, dat hij hem niet beledigt of belachelijk maakt, dat hij hem niet verhindert om die daad van verering te stellen. Ook wie niet gelooft, heeft echter recht op respect en heeft er recht op dat hij niet wordt verplicht tot een geloofsact of deel te nemen aan plechtigheden die voor hem geen betekenis hebben.

De school is geen kerk

Naar school gaan betekent niet katholiek zijn. Dit is een misverstand dat geworteld is in het deelnemen van een hele school aan een godsdienstige viering. Het behoren tot de Kerk, het doopsel, het bezoeken van de catechese, het sacramentele leven of de mening van de pastoor komen niet voor onder de vereisten voor de inschrijving bij een school of voor het slagen bij examens. En dit is meer dan ooit het geval bij een openbare, niet confessionele school.

 En de school heeft niet de zending om het geloof over te dragen, evenmin als de catechese onderdeel uitmaakt van het studieprogramma. Ouders sturen hun kinderen niet naar school om door de pastoor te worden onderricht. Men vraagt van een leerling niet dat hij aan de mis deelneemt, maar dat hij wiskunde, geschiedenis, scheikunde leert, zoals de burgerij ook niet van een burgemeester eist dat hij een kruisteken slaat of de rozenkrans bidt, maar de publieke zaak dient.

Het is zeker meer dan zinvol dat men het op school heeft over godsdienst, maar dan vanuit een historisch en cultureel standpunt. Vanuit dit bijzondere perspectief gezien, heeft het katholicisme een zeer belangrijke betekenis in de geschiedenis van Paraguay. Het katholiek geloof echter reduceren tot en culturele gemeenschappelijke noemer, die allen bevat, betekent het van binnen uit uithollen.

Leerlingen verplichten om voor een viering naar de kerk te komen geeft allen, gelovigen en niet-gelovigen, een ongemakkelijk gevoel. De niet-gelovigen en hun die tot een andere godsdienst behoren, omdat zij zich niet gerespecteerd zien in hun identiteit. Zij hebben niet erom gevraagd deel te nemen en ook een eenvoudige zegen te krijgen waarom zij niet hebben verzocht, of een kruisteken te slaan; er wordt mensen enigszins geweld aangedaan. Terecht zouden zij kunnen vragen waarom de klas ook niet deelneemt aan een viering van hun gezindte en waarom ook niet een herder van hen wordt uitgenodigd om te spreken. De gelovigen geeft het een ongemakkelijk gevoel, omdat de ruimte van de kerk heilig is, evenals de tijd van de viering dat is. Zij moeten dat ogenblik, hoogtepunt van hun leven, kunnen beleven in intimiteit met de God die voor hen tegenwoordig is en aan wie zij alle eer willen brengen die hem toekomt. De liturgie is het ogenblik waarop het woord tot mensen komt die in vrijheid bijeen zijn gekomen. Het is geen sociaal gebeuren en verdraagt geen verveelde toeschouwers. De ruimte waar gelovigen en mensen met andere gevoelens elkaar ontmoeten - en het is goed dat dit gebeurt met wederzijds respect en onderlinge sympathie - kan niet de liturgie zijn. Men ontmoet elkaar om te discussiëren, uitgaande van rationaliteit en gedeelde waarden, niet om bepaalde vormen van gebed op te leggen.

De Kerk heeft haar regels, die worden aanvaard door wie besluit deel ervan uit te maken. Regels die echter niet aan allen kunnen worden opgelegd, juist omdat het geloof niet in allen kan worden verondersteld.

 Men kan niet van allen vragen dat zij geloven, heeft Emilio verduidelijkt, zich richtend tot de leerlingen, zoals men wel van allen kan vragen de verkeersregels te respecteren. Men let er niet op of degene die geen voorrang geeft of parkeert waar het verboden is, een man of een vrouw is, Paraguyaan of Italiaan, van de ene of de andere partij, oud of jong: de verkeersregels gelden voor allen. De Kerk is echter niet de openbare weg. Zij is niet, zoals de openbare weg, een gemeenschappelijke ruimte of eigendom van allen. Het geloof wordt niet vereist om tot de nationale gemeenschap te behoren, althans niet in Paraguay en in de landen in het westen.

Tot de Kerk behoort slechts wie in vrijheid heeft besloten positief te antwoorden op de van God gekregen gave. De deuren van de Kerk staan open en als een gezonde jongere haar niet bezoekt, dan is dat, omdat hij niet wil. Wie tot de Kerk behoort, aanvaardt de regels ervan. En wie eventueel ervan wordt uitgesloten, omdat hij deze niet meer respecteert, wordt daarom ook nog niet buiten de stad gesloten.

Overigens vallen de regels, normen en waarden van de Kerk, zo heeft Emilio opgemerkt, niet samen met die van de school.

Onder de regels die gelden in de parochie van Ypacaraí, is er immers de regel  volgens welke degene die de eerste communie doet of het sacrament van het vormsel ontvangt, het dagelijks schooluniform draagt, goed gewassen en gestreken. Andere kleding dan deze, die allen hebben, is niet toegestaan. Dit niet alleen om een  onderscheid tussen arm en rijk te vermijden, maar ook situaties waarin de armste uit schaamte en omdat hij de druk van de omgeving voelt, besluit af te haken en niet deel te nemen om geen figuur te slaan, terwijl men uit hypocrisie doet, alsof hij zijn minderwaardigheidscomplexen niet kent.

Christus heeft zich vereenzelvigd met de armen. Dat juist de armen Hem niet kunnen ontmoeten in de sacramenten op grond van kleding, betekent dat men Hem beledigt.

Deze zorg voor het beschermen van de armen, zo ging Emilio verder, is echter een kenmerk van de parochie, maar niet van school, waar de leerlingen aanzienlijke bedragen moeten uitgeven voor paradeuniformen. Een activiteit, die van de parade, die met haar talrijke repetities hele weken onttrekt aan de schoolkalender - het zou beter zijn, zo heeft Emilio afgesloten, deze te vervangen door initiatieven ten gunste van de hele stad, zoals de zogenaamde minga ambiental (een gemeenschappelijk werk waarbij de straten en de groene ruimten opnieuw worden schoongemaakt), dringend noodzakelijk in Ypacaraí, omdat het van een stad van de lago azul een stad van de basura (vuilnis) aan het worden is.

Naar een gezonde lekenstand

Deze gedachten van Emilio, die een groep leerlingen werden aangereikt, laten een weg zien die voor de Kerk van Paraguay misschien nieuw is. Zij is immers eraan gewend om te blijven leven in een symbiose tussen "troon" en "altaar", die haar dikwijls laat geloven nog lang een onbetwist gezag te kunnen blijven genieten op alle terreinen. Het betreft hier echter een verkeerde opvatting. De evolutie die men in het westen al op dit vlak heeft waargenomen, is ook het onvermijdelijke lot van de Kerk van Paraguay. Christen zijn zal steeds meer de vrucht zijn van een vrije keuze, van een bewuste en weloverwogen toetreding. De ruimte willen blijven innemen die de Kerk uit het verleden heeft geërfd, maar misplaatst en niet meer van deze tijd is in een pluralistische maatschappij, zoals de huidige, om voordelen te verwerven op grond van een positie, betekent, zoals de ervaring in zeer veel landen laat zien, zich blootstellen aan de rancune van hen die het gebied waarop de Kerk zich beweegt, steeds meer willen begrenzen, omdat ze zien dat ze vandaag niet worden gerespecteerd. Het is uiterst zinvol te herinneren aan de bekende uitdrukking van Tertullianus, een kerkvader uit de derde eeuw: Christenen worden gemaakt, niet geboren"[1].

Michele Chiappo

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)




[1] "Fiunt, non nascuntur Christiani": Tertulliano, Apologeticus adversus gentes pro christianis, 18, in PL 1, 435.


27/09/2011
 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency