DE ZENDING VAN DE PASTOOR
De viering van de gedachtenis van de heilige Jean-Marie Vianney heeft Emilio de gelegenheid geboden om in het openbaar tijdens de homilie van de mis van de dag zijn visie op de rol van de pastoor opnieuw te overwegen. Hij las daarbij zijn persoonlijke ervaring voor in vergelijking met de figuur van deze grote Franse priester uit de negentiende eeuw.
Op wat de "dag van de pastoor" is, had Emilio al vanaf 's morgens tekenen van nabijheid en genegenheid ontvangen van veel inwoners van de stad. Toen hij hen trof bij de viering van de eucharistie, heeft hij zich tot hen gericht in de stijl die zij van hem in deze jaren hebben leren kennen, in een openhartige voordracht waarin hij samen met hen opnieuw zijn weg in de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí doorliep.
Moeilijke tijden?
Zo heeft hij het historisch tijdvak in herinnering geroepen waarin de heilige Jean-Marie Vianney leefde en dat werd gekenmerkt door de gevolgen van de Franse revolutie: vijandigheid jegens de Kerk, het niet meer praktiseren van de godsdienst, het gebrek aan priesters, dat grote gebieden op het platteland zonder pastorale bijstand had gelaten.
Moeilijke tijden en de herinnering hieraan moet ertoe leiden de problemen waarmee wij vandaag te maken hebben, tot hun juiste proporties terug te brengen en te glimlachen, wanneer iemand zich beklaagt over de tijd waarin wij leven. Voor een christen zijn, zoals Emilio heeft gezegd, alle tijden tegelijkertijd gemakkelijk en moeilijk. En ook alle landen zijn tegelijkertijd gastvrij en ongastvrij: er bestaan geen vervloekte tijden of plaatsen. Overal, in alle tijden, doet de christelijke strijd zich op het beslissende ogenblik met dezelfde intensiteit voort. De christen kan niet aan het kruis ontkomen en wat hij moet doen, is de tijd begrijpen waarin hij leeft en vervolgens werken in vertrouwen op de hulp van de Heer, die altijd in zijn Kerk tegenwoordig is.
In een parochie die voor het geloof verloren leek te zijn, stelde Jean-Marie Vianney, bespot en tegengewerkt, de eenvoudigste en meest authentieke daad voor een priester: hij ging de kerk binnen, knielde voor het Heilig Sacrament en bad volhardend uren en uren, iedere dag, terwijl rondom hem heen allen onverschillig leken. Langzaam begon een gelovige zich bij het gebed aan te sluiten, dan nog een... De pastoor van Ars, een man met zeer veel menselijke beperkingen, veranderde het aangezicht van de parochie en van heel de Kerk van Frankrijk.
In hem vindt men de grote wijsheid die niet de vrucht is van academische titels, die ook ertoe kunnen leiden dat men hoogmoedig wordt en zich afsluit voor de waarheid, maar alleen maar van de liefde.
"Wachter van het huis van Israël"
Niet de titels, zoals Emilio, die ook hiermee kan pronken, toevertrouwde, geven toegang tot de liefde en de wijsheid. Wat vormt, is de liefde tot God en het volk dat God toevertrouwt.
Kerkleraren zijn immers mensen die de wetenschap van de liefde hebben gehad, de enige die het mogelijk maakt diep in het mysterie van God door te dringen, mensen zoals Teresia van het Kind Jezus, nog een heilige die enkele decennia na Jean-Marie Vianney bijdroeg aan de verandering van het aangezicht van de Kerk van Frankrijk.
De pastoor van Ars heeft God en alles wat er in Gods hart was, bemind. Wanneer hij naar het Heilig Hart van Jezus, het middelpunt van zijn spiritualiteit, keek, dan zag hij daarin heel de mensheid. Zo was zijn leven een heel leven van gebed en van de liefde die eruit voortkwam.
Hierin ligt een onderricht met een grote actualiteit, vooral voor wie in streken leeft waar armoede en kwesties van maatschappelijke aard voortdurende vragen stellen: de liefde begint altijd met het liefhebben van God. Wie God liefheeft, moet wel alles wat er in zijn hart is, beminnen.
Daarentegen zal wie begint bij het liefhebben van de mens, nooit weten of dat gevoel een behoefte aan zelfbevestiging is of een verlangen naar beloning door de bewondering die hij wekt bij anderen. Op dit hellend vlak wordt het criterium van handelen vaak het succes, de schijn, het in het middelpunt van de belangstelling staan op het gevaar af dat men mode en bijval najaagt.
Zo wordt men uiteindelijk doof voor de eisen die het woord van God stelt, en voegt men zich naar de heersende mentaliteit en verraadt God en het volk, zoals het woord van God van de gedachtenis van de heilige Jean-Marie Vianney waarschuwde, de ware magna charta van de zending van de pastoor: "Mensenkind, Ik stel u aan als wachter voor het volk van Israël. Telkens als ge uit mijn mond een woord hoort, moet ge hen namens Mij waarschuwen. Als Ik tot de boosdoener zeg: Ge zult zeker sterven, en gij waarschuwt hem niet, en laat na hem op zijn slecht gedrag te wijzen om zijn leven te redden, dan zal die boosdoener weliswaar om zijn eigen schuld sterven, maar u zal Ik rekenschap vragen van zijn bloed" (Ez. 3, 17-18).
Daarom moet een priester op de eerste plaats zijn aandacht gericht houden op God door iedere dag te luisteren naar zijn Woord. Aangesteld als wachter, deelt hij het woord van God mee, niet zijn eigen redenering en nog minder de verhalen die zijn gehoor wil horen.
Indien daarentegen wie spreekt "de sympathieke figuur" is, die zich bezorgd maakt om het genoegen, om kost wat kost een volle kerk te hebben of een envelop met een gift, dan bereikt het woord van God, scherp als een tweesnijdend zwaard, niet wie luistert, en wordt de genade niet overgedragen: wat ontstaat, zal niet Gods werk zijn.
Wie erop uit is om het publiek te behagen, prostitueert het woord en laat zien dat de liefde van God niet voldoende is voor hem.
Van de liefde tot God, die ons als eerste heeft liefgehad, stamt daarentegen de liefde voor het volk, de authentieke "pastorale liefde", die van de wachter die luistert naar het woord van God en geen angst heeft om te spreken, zonder minderwaardigheidscomplexen jegens niemand en zonder te letten op de zo vaak gehoorde tegenwerping: "Maar niemand luistert toch niet naar je". Een echte pastoor maakt zich geen zorgen over de audience en baseert zich niet op opinieonderzoeken. Ook als hij weet dat zijn parochianen een andere muziek willen horen, zijn taak is in ieder geval niet tegen iedere prijs te bekeren, noch te ontzien, noch te veroordelen: er is een Heiland, een rechter, en ieder heeft een eigen geweten. De taak van een pastoor is wachter te zijn, niet een gezel in drinkgelagen en smulpartijen.
Als een priester zijn dag niet begint met gebed, als hij al zijn activiteiten niet weet te beginnen met zijn hart en heel zijn persoon in Gods hand te leggen en daarbij God door hem te laten handelen, dan is hij als een meester die niet weet op te voeden, of een vader die zijn kinderen verlaat: een huursoldaat die het brood steelt van de gelovigen die hem onderhouden.
Het primaatschap van Gods handelen
Een pastoor moet geloven dat God meer liefheeft dan hij. Het volk is van God, niet van de pastoor. Daarom moet, zoals in het geval van de pastoor van Ars, zijn eerste pastorale handeling zijn de kerk binnengaan, knielen en bidden. De pastoraal begint niet bij plannen, vergaderingen, projecten. Zij is niet ondergeschikt aan de middelen. En toch, zo vaak als een pastoor een nieuwe parochie krijgt, kijkt hij het eerst ernaar of hij een auto ter beschikking heeft, of de auto geschikt is, hoeveel geld er in kas is, hij loopt de inventaris van de aanwezige goederen door... Emilio heeft de aanwezigen toevertrouwd dat hij in de parochie van de heilige Jozef werkman te Rome, waar hij zijn werk als priester begon, geen auto had. Om te beginnen is het daarentegen voldoende dat de kerk open is en dat in het tabernakel de eucharistie is. Het is voldoende te lopen. Het is voldoende met het volk Gods woord te lezen.
Bij de aanwezigen riepen deze woorden van Emilio zeer vele episoden van zijn zending in de herinnering in een parochie die zwaar was beproefd door het handelen van voorafgaande pastoors: zoveel duidelijke, moeilijke verhalen, zoveel impopulaire keuzes, daar zij aan het evangelie beantwoorden. Ook zeer veel confrontaties, die ten doel hadden om de eenheid van de parochie te verdedigen tegen wie zich deze wilde toeëigenen als een persoonlijk goed en de massa van de gewone gelovigen minachtte door zelfs een mis te eisen die werd gevierd voor de eigen groep, gescheiden en achter gesloten deuren. Deze "karikatuur van de eucharistie", dat wil zeggen, waartegen de toenmalige kardinaal Ratzinger nog waarschuwde en die de pastoor die dit accepteert, zou reduceren tot een karikatuur van een pastoor.
Wat heeft het voor nut het reisdoel te bereiken en het leven te hebben verloren, omdat men het heeft willen winnen, vroeg Emilio zich ten slotte af. Om het te winnen moet men het verliezen. Men verliest het door te praten als wachter die niet het eigen woord, maar dat van God verkondigt.
Michele Chiappo
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
30/08/2011
|