|
Leven van de missies - Kameroen/20
MBALMAYO, KAMEROEN IN MINIATUUR
Om onze stad te ontdekken
De stad Mbalmayo ligt in de streek van Midden-Kameroen, ongeveer veertig kilometer ten zuiden van de hoofdstad Yaoundé. Onze gemeenschap is daar aanwezig sinds 1991. In 1995 werd haar door de huidige Bisschop Adalbert Ndzana de verantwoordelijkheid toevertrouwd van de parochie van Obeck, met inbegrip van de buurten van de stad.
Grootheid en neergang van een koloniale stad
Het is vooral zijn geografische ligging die van het oude centrum van de volksgroep Bene - Vimli genoemd naar de grote zwarte rots met afgeronde contouren aan de oevers van de rivier Nyong - een echt referentiepunt voor alle inwoners van Zuid-Kameroen heeft gemaakt. Het is in Mbalmayo (vernoemd naar het dorpshoofd Mballa, zoon van Meyo) dat de pistes samenkwamen die naar de Atlantische kust leiden. Om deze reden was Mbalmayo reeds in de vroege jaren van de vorige eeuw een belangrijke voorpost van de Duitse bezetting. Van die tijd blijft een machtig fort over, dat nog steeds de stad domineert en dat als gevangenis fungeert.
De intensivering van de koloniale economie die gebaseerd is op de productie en export van cacao, koffie en kostbaar hout, samen met het spoorwegnet dat sinds 1927 Mbalmayo met de grote commerciële haven van Douala rechtstreeks verbond, en met de exploitatie van de rivier Nyong voor het vervoer van goederen, hebben sinds de jaren '30 bijgedragen tot de ontwikkeling van de stad. Veel exporteurs, vooral Griekse en Libanese, die tot dan toe aan de kust verbleven, begonnen hun bijkantoren in de stad te bouwen om daar permanent te gaan wonen. Later ontstond een zekere industriële activiteit met de verwerking van hout. Tegelijkertijd schiep de overheid meer en meer diensten.
Het is in de jaren '50 dat het ontwikkelingsproces zijn hoogtepunt bereikte. Het werd gekenmerkt door de uitvoering van de verschillende stedelijke infrastructuren - die de stad de bijnaam van Mbalmayo la coquette (de schattige) gaven - en door een ware golf van migratie, zelfs uit de meest afgelegen gebieden van het land. Mbalmayo werd zo een multi-etnische stad, een echt Kameroen in miniatuur. Gedurende deze periode begon de opbouw van de wijken in de buurt van de rivier Nyong, het enige terrein dat de inheemse bevolking vrij liet vanwege de aanwezigheid van moerassen en vanwege het gevaar van overstromingen.
Van het leven in Mbalmayo tijdens de koloniale tijd - zo rijk aan uitwisselingen, maar ook vol van drama's op alle niveaus - blijven als bevoorrechte getuige de romans Ville cruelle (wrede stad) uit 1954 en Le pauvre Christ de Bomba (De arme Christus van Bomba) uit 1956 over, beide geschreven door de beroemde Alexandre Biyidi, afkomstig uit Mbalmayo, die beter bekend is onder de pseudoniemen Eza Boto en Mongo Beti. Het succes van het eerste boek trok de aandacht van het grote publiek op Mbalmayo. De gruwelijke misdaden die in de stad werden voltrokken juist in die jaren, en de openbare executies die daarop volgden, maakten van de titel van de roman, Ville cruelle, de nieuwe bijnaam van Mbalmayo.
Bij de oprichting van het bisdom in augustus 1961 was de stad enthousiast en trots de eerste zwarte Bisschop van Franstalig Afrika, Mgr. Paul Etoga, te mogen verwelkomen als zijn herder. De jaren '60 werden echter gekenmerkt door de geleidelijke achteruitgang van Mbalmayo omwille van ontwikkelingen op het gebied van het transport waardoor de verouderde kantoren van de exporterende bedrijven niet langer werden gebruikt - een achteruitgang die de daaropvolgende economische crisis alleen maar zou verergeren.
Langs de straten van de stad kan men nog altijd oude pakhuizen en verlaten cacao-depots zien, zoals ook geplaveide wegen in verval. De bijnaam waardoor eens Mbalmayo werd genoemd, la coquette, wordt stilaan vergeten. De bijnaam Ville cruelle houdt veel beter stand doorheen de jaren, vooral omdat die bijnaam steeds opnieuw in herinnering wordt gebracht door journalisten telkens wanneer zij een verslag maken over de misdaden van onze stad.
Nieuwe uitdagingen
Mbalmayo wil toch niet opgesloten blijven in zijn verleden en wil open staan voor de toekomst. In de afgelopen jaren zijn, dankzij de internationale samenwerking, verschillende projecten van start gegaan met het oog op de uitbreiding en de modernisering van de stedelijke sector en van de versterking van het toerisme, dat vooral verbonden is met de rivier Nyong.
De stad blijft een centraal communicatie-knooppunt en een belangrijk administratief centrum. Enkele bedrijven van houtbewerking maken van Mbalmayo nog steeds praktisch het enig industrieel centrum van de streek. De stad is bovendien de "waterleiding" van de hoofdstad Yaoundé. In Mbalmayo bevindt zich namelijk het centrum om het water te pompen en te zuiveren van de rivier Nyong dat de hoofdstad voedt.
Mbalmayo trekt de jongeren aan uit het platteland van het Midden-Zuiden, ook dank zij de aanwezigheid van talrijke scholen: Franstalige en Engelstalige middelbare scholen, technische en beroepsinstituten, samen met de enige kunstschool in heel Kameroen. Er is ook de school van de boswachters, die zelfs studenten trekt uit de buurlanden.
Dit alles maakt van Mbalmayo een jonge stad, met een unieke concentratie van leraren en ambtenaren, van mensen met een opleidingsniveau dat hoger is dan het gemiddelde van de bevolking. Niettegenstaande blijft zijn culturele leven heel zwak. Te vaak is cultuur synoniem van studiediploma's of prestaties van volksdansgroepen. Dit bevordert de sociale groei van de bevolking niet, vooral niet van de armste waaronder het analfabetisme zeer verbreid is.
Men kan dus goed begrijpen dat het debat, de dialoog en de uitwisseling van ideeën met moeite tot stand worden gebracht en vaak met argwaan en wantrouwen worden bekeken. Het beheer van de stad weerspiegelt de historische ervaring van de traditionele samenlevingen en van de kolonisatie. De maatschappij kan zich met moeite ontdoen van de bescherming van de administratieve overheid, en de familie- en de bloedbanden krijgen vaak voorrang boven het algemeen belang.
De ernstigste gevolgen hiervan zijn het tribalisme en de vriendjespolitiek, en zeker ook de goedgelovigheid en magische praktijken die opgang maken omwille van het gebrek aan vertrouwen in de rede en in de mogelijkheid om eenheid samen te voegen met verscheidenheid, met het oog op een versterking van het gemeenschappelijke welzijn.
Om deze nieuwe uitdagingen aan te pakken, moet de stad Mbalmayo uit het verleden leren en niet vergeten dat zijn ontwikkeling niet zal afhangen van de materiële steun die ze zal weten aan te trekken of van de technologische mogelijkheden die ze zal bereiken. Een nieuw elan voor het leven van onze stad zal eerder komen uit de vorming van het geweten, uit de rijping van de mentaliteiten en uit het gedrag van de burgers met het oog op het opnemen van een grotere burgerlijke, sociale en solidaire verantwoordelijkheid door alle etnische groepen en groeperingen die van Mbalmayo een echt Kameroen in miniatuur maken.
Franco Paladini
04/09/2010
|