|
Leven van de missies - Kameroen/18
De gestolen muziek
Het koraal in de pastoraal van de parochie Obeck*
In de afgelopen maanden werd het leven van onze parochiegemeenschap van Obeck, in Kameroen, gekenmerkt door bepaalde gebeurtenissen die verband hielden met het koraal "Maria, de Moeder van de Hoop", dat de liturgie in het Frans opluistert.
Een tweede koraal dat we in de parochie hebben, "De Zalige Anwarite", zingt in de lokale talen (Ewondo, Bamiléké).
De aanwezigheid van de koralen in de kerkelijke gemeenschappen in Afrika is van groot belang. Zij brengen veel gelovigen samen en zijn een "plaats van evangelisatie", wat van de pastoors een bijzondere inspanning vraagt opdat het lied, de muziek en de liturgische dienst authentieke uitingen zouden worden van geloof en van een coherent christelijk leven.
Het is een werk dat waakzaamheid vereist, want heel vaak veroorzaken de koralen ernstige spanningen met de pastoor. Ze hebben de neiging om zichzelf te beschouwen als "onafhankelijke republieken" waarin alles is toegestaan vanwege hun belangrijke rol in de liturgie, die sterk wordt geapprecieerd door de gelovigen. Niet toevallig hebben meer dan tweehonderd priesters van het aartsbisdom van Yaoundé een paar jaar geleden een "tweedaagse" van studie en uitwisselingen georganiseerd over dit onderwerp, om problemen die gemeenschappelijk zijn voor de meeste parochies te voorkomen.
Diefstal
Het elektronisch orgel van het koraal "Maria, Moeder van de Hoop", het muziekinstrument voor de opluistering van de zondagsmis, werd gestolen. Het orgel werd iets meer dan een jaar eerder aangekocht, met de hulp van de gelovigen en van alle verenigingen van de parochie.
Kleine en grote diefstallen komen veel voor in wijken van Obeck. Hiervoor had de parochie de nodige voorzorgsmaatregelen genomen, zodat het orgel bewaard zou kunnen worden in een aparte kast en de sleutels zouden goed bewaard worden door de leden van het parochiesecretariaat en door de verantwoordelijken van het koraal.
Deze voorzorgsmaatregelen zijn echter niet afdoende geweest om de diefstal te voorkomen. Op een dag werd het orgel meegenomen door de leden van het koraal om muziekopnames te maken in een studio in de stad, zonder echter de verantwoordelijken van de liturgie en van de parochieraad op de hoogte te brengen. In afwachting van de opnames werd het orgel afgezet in het huis van een geluidstechnicus, een vriend van hen. Juist die nacht namen dieven uit het huis van deze persoon verschillende voorwerpen weg. Ook het orgel van de parochie van Obeck werd gestolen.
Er werd een aanklacht ingediend en een onderzoek werd ingesteld. Een paar weken later meenden enkele leden van het koraal het orgel op een feestje gezien te hebben, maar er werd geen zoekopdracht uitgevoerd om het vermoeden te bevestigen. Ook de beschuldiging van het simuleren van diefstal ten opzichte van de geluidstechnicus bleek ongegrond te zijn.
Omwille van de erg langdurige onderzoekingen groeide het debat onder de leden van de parochieraad steeds meer. Het ging vooral over de vraag welke weg de koralen in de liturgie moeten volgen en over hun niet-naleving van de gemaakte afspraken.
Het salaris van een jaar werk
In Obeck, in dezelfde straat van de kerk, bevinden zich twee belangrijke fabrieken voor de verwerking van hout. Elke dag passeren honderden werknemers, te voet of in vrachtwagens, voor onze kerk. In de ochtend, als ik de mis vier met open deuren, zie ik dat ze daar, voor de kerk, een moment stoppen, hun hoofd buigen en een kruisteken maken.
Ze passeren met hun last van angsten, met de vrees om het einde van de maand niet te halen, slachtoffers als ze vaak zijn van de kredietverstrekkers, en bezorgd over de toename van de schoolkosten van hun kinderen, over de onmogelijkheid om verzorgd te worden zoals het hoort in geval van ziekte en over de werkonzekerheid omwille van de ernstige crisis in de houtverwerkende nijverheid.
Deze vaders, die ons in de gaten houden wanneer we de mis vieren, herinneren ons eraan dat de Heer zijn werkelijke aanwezigheid onder ons verbonden heeft aan het brood en aan de wijn, aan de vruchten van het werk en aan de inspanning van de mensen om daaraan waardigheid te geven.
De liefde voor de Eucharistie, bron en hoogtepunt van het christelijk leven, roept ons op om een diep respect te hebben voor dit werk en voor de inspanning van de mens.
Het elektronisch orgel, dat tegen de gemaakte afspraken in uit de lokalen van de parochie werd weggenomen en vervolgens werd gestolen, had de gelovigen van Obeck de som gekost die gelijk is aan het salaris van een jaar werk van één van de vele werknemers die elke dag voor onze kerk passeren.
De ernst van die diefstal te willen minimaliseren, alsof het maar om een "vergissing" van jonge mensen ging om dan, alsof er niets gebeurd was, een nieuwe collecte onder de gelovigen te organiseren, zou betekenen de Eucharistie die we blijven vieren te minimaliseren, de inspanning van de gelovigen te minachten en in gebreke te blijven in onze taak om jonge mensen van het koraal te begeleiden op het pad van de verantwoordelijkheid.
Daarom hadden we, samen met de parochieraad, besloten dat het koraal verantwoordelijk was voor het gebeurde en dat die mensen zich zouden moeten organiseren om het geld dat men had uitgegeven om het orgel te kopen, aan de parochie terug te geven. Geplaatst tegenover hun verantwoordelijkheden en de consequenties die daaruit voortvloeien, gaven de leden van het koraal blijk van grote problemen met het opnemen van hun verantwoordelijkheid, door gewoon verder te gaan met hun programma van liturgische animatie, zonder tekenen van besef te geven. "Na al die waardevolle diensten die wij hebben bewezen aan de parochie, hoe durven ze van ons nog het geld te vragen?", was het refrein van de meeste leden van het koor.
Om hen de ernst van de situatie te helpen begrijpen en op verantwoorde wijze te reageren, werd het koraal "Maria, de Moeder van de Hoop" geschorst van de animatie van de zondagsmis.
Het nieuwe lied zingen
De beslissing was niet makkelijk, niet alleen omdat de zang en muziek van groot belang zijn in de liturgie en het leven in Afrika, maar ook vanwege de culturele context waarin de in het openbaar genomen standpunten, altijd met argwaan bekeken worden.
De schorsing van de animatie van de zondagsmis viel samen met een sessie die georganiseerd was door de School voor de vorming van leken van Obeck over de betekenis van muziek en zang in de liturgie, aan de hand van enkele teksten van het leergezag van de Kerk, en vooral van de homilie van de Heilige Augustinus over Psalm 32: "Zingt voor de Heer een nieuw lied".
Het "nieuwe lied" is geen uiting van muzikale virtuositeit van de zangers, maar van de vernieuwing van het eigen leven. Het is het lied dat onze vooruitgang vergezelt en onze weg naar het Rijk der hemelen begeleidt. Om het "nieuwe lied" te mogen zingen moeten we afstappen van wat oud is in ons hart en in ons leven.
Zonder deze inzet van verantwoordelijkheid en persoonlijke inspanning in de geschiedenis van de parochiegemeenschap, wordt de liturgie zuiver schouwspel en wordt de zang teruggebracht tot vervreemding die de problemen van het leven ontvlucht en het geweten in slaap wil sussen.
Het "nieuwe lied" van de liturgie roept ons op om ons te bekeren en de samenhang tussen geloof en leven beter te beleven. De aanwezigheid van het zangkoor wordt zo een kans van catechese en vorming waarin men leert de gezongen woorden tot werkelijkheid te laten geworden.
De uitnodiging tot het "nieuwe lied" is, tenslotte, een oproep opdat het lied en de muziek de Afrikaanse liturgieën niet zouden monopoliseren, zoals het zo vaak gebeurt, maar de juiste ruimte zouden laten voor de woorden en de stilte, opdat het woord dat wordt overwogen en beleefd, een lofzang zou worden.
De opschorting van het koraal "Maria, de Moeder van de Hoop" voor de opluistering van de zondagsmis, gaf de kans om nieuwe groepen van kinderen en jongeren te vormen in dienst van de liturgie. Op dit ogenblik wordt de mis in het Frans op zondag om de beurt opgeluisterd door de misdienaars, de jongeren van de catechese, en door de verschillende groepen kinderen en jongeren.
Ondertussen zijn de leden van het zangkoor in de plaatselijke talen "De Zalige Anwarite", met ernst en verantwoordelijkheid overgegaan tot een interne herstructurering van de groep, met meer ruimte voor vorming en deelname aan gemeenschappelijke vergaderingen, samen met hun bijdrage aan de dienst "Caritas" voor de armen.
Voor wat de jongeren van het koraal "Maria, Moeder van de Hoop" betreft, heeft het gestolen orgel iedereen ervan overtuigd om een standpunt in te nemen. Sommigen hebben de uitnodiging aanvaard om hun verantwoordelijkheid op te nemen (tot nu toe hebben ze zeven van de twaalf gestolen werkmaanden kunnen terugbetalen).
Anderen hebben, in afwachting van betere tijden, de voorkeur eraan gegeven het koraal te verlaten om zich bij andere muziekgroepen in de stad aan te sluiten. Nog anderen zijn besluiteloos gebleven en blijven gewoon toekijken om te zien hoe het conflict zal eindigen, terwijl degenen die verantwoordelijk zijn voor de parochiegroepen en voor de wijkgemeenschappen begonnen zijn met een voorlichtingscampagne over de kwestie.
Het eindresultaat van de controverse blijft ook voor ons onbekend. We weten niet of men erin zal slagen de "gestolen muziek" terug te vinden. Maar wat telt, is de coherentie met onze geloofsovertuiging, want het is deze coherentie die ons zal toelaten nog te mogen blijven zingen.
Franco Paladini
(*) Met dit artikel werpen we een blik op het leven van onze missieposten in Kameroen.
Het verhaal geeft de lezer het beeld van een gemeenschap die dagelijks met hindernissen geconfronteerd wordt om het geloof autentiek te beleven. Het loont de moeite de gebeurtenissen die erin beschreven worden te volgen.
06/08/2010
|